hautbois.jpg

Uit het dagboek van Marie-Emilie de Lunden-Sannier, dezelfde dag als de brief hierboven.

Vermoedelijk is het insnoeren van emoties ons beetje bij beetje aangeleerd zoals we ons insnoeren in Cooley’s celebrated corset, met in grote letters op de bevallige doos: ‘Cork in lieu of Boone‘, of hoe al het benige dat het vlees in toom zou houden door zachte kurk is vervangen, patented january, 21 1871.

Zo was mijn brief een vriendelijke insnoering waarvan de laagjes kurk handig tussen het katoen zijn ingeweven zodat ze noch het geweten van de lezer en ook niet dat van de ingesnoerde al te veel zouden verontrusten.

Parijs ontvlucht, het bloed en de stank, -ook honger went- de massale terechtstellingen, en de arme César die met een kolenbus in elke hand samen met broer Georges ook met kolenemmers sleurend, dagelijks van de rue St. Honoré, dichtbij de Madeleine naar de boulevard St. Michel trekt, omgeving Luxemburgse tuinen, zoals Duparc ons schreef. Kolen dus om elke dag een soepterrine chocolade te kunnen smelten uit de grote voorraad verpakt in lange blikken dozen die mevrouw Franck had gebunkerd.

Intussen stikt het in Brussel van uitgeweken communards. Emile wil ze aan Frankrijk uitleveren. Ze besmetten de Belgische industriële idealen. Ik denk dat de tijd zijn angst zal inhalen.  Als klein meisje wilde ik graag spoken zien. En juist daarom zag ik ze nooit. Het is onze angst die spoken creëert.
Zweeg ik met opzet over het verlangen naar de hoge geïsoleerde plek achter het orgel van de St. Catherinakerk? Jules Grison zei in Maubeuge dat het geen plaats voor vrouwen was. Een orgel is een infernale machine, beweerde hij. Hij legde ongewild een verbinding van ‘infernale’ met ‘masculin’. Vrouwen schuwen het onweer dat zelfs Saint-Saens uit de toetsen tovert.

‘Speel een Meditation van Lefébure-Wély’ en een ‘Offertoire’ van Eduard Battiste,’ stelde mijn vader voor bij de inauguratie in Maubeuge. Een goede dochter doet wat haar vader vraagt. Een ‘Grand choeur varié’ van Lemmens kon hij niet weigeren, maar van zijn Grande Fantaisie “L’orage” in mi mineur moest ik afblijven.

In mijn brief heb ik ook mijn wrevel tegen al die instrumentale-imitaties verzwegen. Uit een orgel moet geen trompet komen noch een cello. Dat heeft Joseph beter begrepen dan Aristide. Al is het publiek gek op dergelijke imitaties en zouden ze liefst een heus strijkorkest horen bij de voix celeste in samenspraak met een viola di Gamba in een zwelkast, je moet ze geen suikerstroop aansmeren maar de deur van de hemel op een kier zetten. Hemelse tocht verwekken die de verhitte ziel koelt en niet het bevroren hart opwarmen. Dat is de bries die hier na de warme septemberdagen de avond aankondigt.  Een golfje dat zich verspreidt en de eerste blaadjes mee naar de aarde neemt. Verkoelen. De god die mijn ziel verfrist, haar ontdoet van de onnodige opwellingen en de overbodige harts-tochten.

Ik hou dus van de oude Voce Umana, (niet te verwarren met de Vox Humana, de voix humaine) een labiaalregister dat je in samenspraak met de principale handmatig verstemt en een licht zwevend geluid produceert. Je vindt het register op oude Italiaanse barokorgels, en je zou de toon zangerig en klagend kunnen noemen zonder dat nasale en warme van de voix humain. Italianen weten wat klagen is, het is hun manier van afkoelen.

‘Het is een vreemde combinatie,’ zei Emile toen hij mij in Maubeuge bij het nieuwe orgel aantrof. ‘Dat breekbare en dan het georganiseerde van al die toetsen en klavieren.’
Hij bedoelde ‘iets erotiserend’ maar dat durfde hij niet te zeggen met de beaumonde in de naaste omgeving. ‘L’ orage en la voix celeste.’  Een gesmaakte mannencombinatie.

Tijd om naar de Berden-piano te gaan, het raam ver open, de pauwenkreten op het dak en weldra het kakkind-stemmetje van Léon. Voce Umana. Toch maar proberen om beide werelden te kussen zonder de lippen te verbranden.