Crystal Palace interior_530x848.jpg

 

7.

‘Orchideeën en ananas!’

In de stilte die op deze kreet  volgde wisten de gesprekspartners niet of ze zouden glimlachen of goedkeurend knikken. Het was een oude gewoonte van vader Jean Philippe de Lunden verwarring als vruchtbare ondergrond voor zijn volgende stelling te gebruiken. Het gaf de spreker de kans om bliksemsnel de teneur van de luisteraars te peilen.  ‘Orchideeën en ananas,’ herhaalde hij terwijl hij de aanwezigen één voor één aankeek.  Emilie schonk een kopje thee uit, Emiel haalde zijn schouders op en het kind in de wieg maakte enkele onduidelijke geluidjes waarop Jean zei dat er tenminste iemand instemde met het idee om in Laken een glazen stad te bouwen.

‘Een glazen stad voor orchideeën en ananas?’ probeerde Emile voorzichtig.

‘Balat wilde de zaak uitstellen,’ replikeerde Jean. Het klonk als een terechtwijzing.  ‘Omdat hij tot over zijn oren met ander belangrijk werk bezig was.  Hij stelde voor de opdracht door te geven aan de Antwerpse architecten Braeckelmans, de gebroeders Blomme, Taeymans, of zelfs Van Driel en Winters mochten eraan beginnen volgens meneer Alphonse.’

‘De koning is een keikop, papa.’

‘Koningen van dit land moeten keikoppen zijn.  Zeker als ze van een Gentse bloemist die zich “tuinbouwkundige” noemt te horen krijgen dat voor zo’n grote collectie serres een constructeur en een goede verwarming volstaan.  De rest is versiering. Ik heb het van Balat, na zijn gesprek met de koning, een paar jaar geleden. Versiering die daarbij nog veel geld zou kosten, sire.’

‘Als ik het goed begrijp wordt het een soort Crystal Palace in plaats van de uitbouw van een oranjerie?’

‘Een wintertuin, of beter gezegd de kroonserre zoals ze nu in het Leopoldspark staat maar dan in ’t groot tot zeer groot. En nu kom ik tot de zaak. Alphonse Balat zoekt een adviseur voor de hoofdzakelijk metalen constructie, een mooie combinatie met je werk aan de polytechnische school. Ik heb je aanbevolen.’

‘Ik weet nu nog niet waar eerst aan te beginnen.’

‘Werk voor je studenten. Praktijk, beste jongen. Als ik het goed begrijp wordt het een soort ontvangstsalon. De spiegelzaal van Versailles maar dan met glas en staal! Moet ik meer zeggen? A l’ oeuvre on connaît l’ artisan!’
Hij vulde zijn glas met cognac, cadeau van vader Louis ter gelegenheid van Léons doopfeest.

‘Balat is een architect, een verfijnde décorateur en surplus, maar jij reist met mij volgende maand naar Londen.  Om het Crystal Palace te bestuderen. Balat weet niet goed wat gebogen lijnen zijn. tenzij het een triomfboog is. Hij waardeert het werk van Cluysenaer, denk aan het Zuidstation of aan de Hubertusgalerij, maar met de nieuwe materialen blijft hij aarzelen.  Hij is een homme de pierre, en jij bent een enfant d’ acier rapide!’

‘Zullen we nog even gaan wandelen? Het is een prachtige avond.’

‘Er is hier plaats om te oefenen. Een moderne oranjerie op de zuid-west kant zou prachtig zijn. Mijn investering. De echtlieden ontwerpen, en papa betaalt. Op voorwaarde dat je met Balat gaat praten als hij je uitnodigt.’

‘Deze man zou de maan kopen mocht ze in de etalage staan.’

‘Emil, Emilie, ik ben jaloers op jullie jeugd. Om nog te zwijgen van de kleine Léon die als jongeman in de twintigste eeuw mag stappen. Al die nieuwe materialen, de mogelijkheden om met glas en staal een doorzichtige wereld te scheppen. Een wereld waarin het nooit nog donker zal worden. Kinderen van het licht.’

‘Papa, kijk hoe zacht de avond over de dag kruipt. Laat het nog maar eens ouderwets donker worden.’