P5150004.jpg

Intens. Het licht uit de kleine kindertijd.  Net zo intens als het donkere van de kindernachten. De intensiteit van je eigen ver verleden, een verleden dat zich steeds van je verwijdert, heeft natuurlijk iets met de afstand te maken. Wat uit onze ervaringswereld is verdwenen zet zich meestal met diezelfde intensiteit vast in ons geheugen. Als een bliksemflits.

Het licht dat zich over de varens heeft uitgegoten, dat hun diverse tinten groen vanuit de diepte naar bijna geel laat verschuiven.

Je zou kunnen zeggen dat intensiteit zich niet alleen in de fel verlichte bovenste lagen bevindt, maar de schemer onderaan net zo intens is door het mysterieuze, door het onzichtbare waarin de intensiteit zich meer in het raadsel dan in de uitstraling bevindt.

In de structuren van je verhaal is dat net zo: schitter niet door je verbale acrobatie, maar heb aandacht voor de aarzeling, voor het meerlagige van je personages waarvan karaktertrekken best in het donker, of in het schemerige mogen verblijven.

Natuurlijk heb je meer onmiddellijk succes met een makkelijke één-dimensionaliteit die het vlot weglezen mogelijk maakt, maar net zoals je na een flesje prik het koolzuur-gas kunt opboeren is de smaak van deze hapklare verhalen of romans vergeten bij de volgende lees-burger.

‘Bij het graven in mijn kindertijd (dat het op één na beste is na het graven in je eeuwigheid) zie ik het ontwaken van het bewustzijn als een reeks verspreide flitsen, waarvan de tussenruimten gaandeweg slinken totdat zich heldere blokken waarneming vormen die het geheugen een glibberig houvast verschaffen.’ (Vladimir Nabokov ‘Geheugen, spreek, p18-19)

Het gaat dus ook over het ‘niet-weten’, het vergeten, het on- of onderbewuste, een vaststelling die je zal verplichten je onderzoek ook associatief aan te pakken: door het oproepen van losse beelden ontstaat een geheel waarin je lezer nog thuishoort: je biedt hem ademruimte in tegenstelling met bijvoorbeeld de literatuur van de 19de eeuw die tot in het detail was uitgetekend en waarin je als lezer door de veelheid van details werd buitengesloten.

Nabokov heeft het in zijn ‘Geheugen, spreek’ over ‘optische versmeltingen’ wanneer hij vanuit de trein naar buiten kijkt:

‘De deur van de coupé was open en ik kon het gangraam zien, waar de draden -zes dunne zwarte draden- hun best deden omhoog te hellen, hemelwaarts te rijzen, ondanks de bliksemsnelle slagen die hen werden toegebracht door de ene telegraafpaal na de andere; maar juist als ze alle zes, met een triomfantelijke stoot van aandoenlijke vervoering, de bovenkant van het raam zouden bereiken, werden ze uiterst kwaadaardig teruggeslagen naar het laagste punt waar ze ooit waren geweest en moesten ze weer helemaal opnieuw beginnen.’ (ibidem, p 149)

Wat hij heeft ervaren als kind in de toenmalige ‘chique’ Nord-Express herkennen de meesten onder ons onmiddellijk.  De wonderlijke waarneming van schijnbare bewegingen vanuit ons rijdend standpunt.

Dat zou de volgende stap zijn: vanuit de beelden die je beetje bij beetje duidelijk maakt, heb je je persoonlijke kijk.  Hij sluit niemand uit.  Integendeel, toen ik de eerste keer ‘de optische versmeltingen’ las bij Nabokov kon ik die onmiddellijk in mijn eigen waarnemingen plaatsen. Hij haalde mij binnen in zijn eigen lang voorbije kindertijd.

Dat is het pad, de moeilijke weg waarmee je mensen naar je verhaal brengt.

P5150005.jpg

Je hebt het betegeld met ervaringen uit je eigen verleden, en zoals op mijn foto, bestaan ze niet uit duidelijke nette afgelijnde tegels maar vormen ze brokstukken waartussen aarde en licht de weg vervolledigen. In de structuur die jij bewandelt zullen de raadsels en je persoonlijke waarnemingen het met elkaar vinden. De lezer weet nog niet waar hij naar toe gaat net zo min als jij beseft wat je bij hem/haar teweegbrengt.

Een versmelting zoals het licht  van deze prachtige mei-dag zich met ons klein leven versmelt en wij hem zullen herinneren in het mysterieuze van de toekomende tijd. Intens.

Een intens leven wens ik je van harte toe.