homeboaboa-envsrcboawebsitesite_mediabig-julie.jpg

Het zou een manier van associërend denken kunnen zijn:  je brengt elementen samen die op het eerste gezicht zelfstandig genoeg betekenis hebben om op zichzelf af te zijn, maar die verwijzend en zelfs samengebracht wegen openen die je eigen denken en invoelen uitdagen, en je de moed geven uit je ‘comfort-zone’ te komen zonder in eindeloze en onvruchtbare interpretaties te vervallen.

Meestal is ons ‘verzamelen’ van elementen gebonden aan te vaste uitgangspunten (illustraties) en worden onderdelen alleen maar bewijzen voor het uitgangspunt dat op die manier zijn avontuurlijkheid verliest.
In de lagere school moesten wij voortdurend ‘prentjes’ verzamelen bij de lesonderwerpen, een educatieve poging van de overigens bekwame broeders van liefde om hun onderwijs ‘aanschouwelijk’ te maken.
Je zou dus ook moeten investeren in ‘beschouwend’ onderwijs, dat naast het ‘aandachtige’ aspect het bespiegelende, overdenkende en overwegende element aanbrengt.

Is het uitgangspunt: ‘wat denk jij over dit onderwerp’ al een stap in die richting, de vraag ‘denk-jij?’ is wellicht belangrijker.  Het ontwikkelen van de veelvuldige denkkracht van een groepje mensen zou zich niet tot het verwerken van leerstof mogen beperken waaraan vaak ten onrechte het denkvermogen wordt afgemeten. Een klas bestaat uit een aantal verschillende ‘zelven’ die op hun manier zich van de werkelijkheid bewust zijn en van nieuwe werkelijkheden bewust kunnen worden.
De leerstof-school vergeet dat het ‘zelf’ als ‘zelfproces’ een noodzakelijke voorwaarde tot bewustzijn is. Ontleed je dat proces dan kun je dat proces langs twee gezichtspunten bekijken.  

contrast-of-object-1930.jpg


‘Het ene is het gezichtspunt van een waarnemer die een dynamisch object taxeert: het dynamisch object dat bestaat uit bepaalde werkingen van een geest, bepaalde kenmerken van gedrag en een bepaalde levensgeschiedenis.  Het andere gezichtspunt is persoonlijk en heeft een beperkte reikwijdte. Het is het gezichtspunt van het zelf als kenner, het proces dat een richtpunt geeft aan onze ervartingen en ons uiteindelijk over die ervaringen laat nadenken.’
(Antonio Damasio, Het zelf wordt zich bewust, Hersenen, bewustzijn, ik, p20)

En nog belangrijker:
‘-wat het de geest mogelijk maakt te weten dat zulke domeinen -lichaam, geest, heden en verleden en al het andere- bestaan en toebehoren aan hun mentale eigenaars, is dat de waarneming van elk van deze dingen emoties en gevoelens wekt en dat gevoelens op hun beurt scheiding aanbrengen tussen de inhouden die tot het zelf behoren en de inhouden die dat niet doen. Vanuit mijn perspectief werken zulke gevoelens als stempels.  Zij zijn de op emotie gebaseerde signalen die ik somatische stempels noem.  Wanneer inhouden die tot het zelf behoren zich in de stroom van het bewustzijn voordoen, wordt er een stempel op gezet dat zich in de bewustzijnsstroom voegt als voorstelling, naast de voorstelling die daartoe aanleiding heeft gegeven.  Deze gevoelens brengen een onderscheid aan tussen zelf en niet-zelf. Ze zijn, in een notendop, gevoelens van kennen.’ (p21-22)

Het denken is dus een erg lichamelijke bezigheid door het unieke feit dat onze hersenen steeds in contact blijven met dat lichaam waardoor wij voorstellingen kunnen maken van onze eigen lichamelijkheid en haar gevolgen.   

the-woman-and-the-child-1922.jpg


‘Vanwege deze merkwaardige ordening kan de representatie van de wereld buiten het lichaam slechts de hersenen binnenkomen via het lichaam zelf, namelijk via de oppervlakte ervan.Het lichaam en de omringende omgeving zijn met elkaar in interactie en de veranderingen in het lichaam die door de interactie worden veroorzaakt, worden in de hersenen in kaart gebracht.  Het is zeker waar dat de geest via de hersenen van de buitenwereld op de hoogte wordt gesteld, maar het is even waar dat de hersenen slechts via het lichaam kunnen worden geïnformeerd.’ (p112)

Ik vermeld deze kenmerken rondom ‘gevoelens’ en ‘lichamelijkheid’ die de hedendaagse neurologie wetenschappelijk probeert te duiden om de plaats van beide componenten te beklemtonen in de vorming van het zelf dat zich bewust wordt.
Vaak zijn het de grote afwezigen in onze leerprocessen of wat dat daarvoor moet doorgaan.
De oude tegenstelling tussen geest en lijf blijkt hardnekkiger te zijn dan wat we nu wetenschappelijk kunnen duiden net zoals gevoelens nog steeds aan het denken worden ondergeschikt waar ze in feite bij de oorzaken ervan horen.
En dan wordt het tijd om naar filosoof Ernst Cassirer te gaan luisteren:

‘De logica is zich pas bewust geworden van haar eigenlijke filosofische taak en haar systematische vorm doordat ze zich gelijktijdig ontwikkelde met het wetenschappelijk denken en zich hierop gelijktijdig steeds oriënteerde.’

En zo begint een opstel van deze wijze man waarin de begripsvormen van het mythische en het symbolische denken worden onderzocht.
Hebben we uit angst voor de lange nacht voor en na onze dag van de roos Gabriël en Hermes opgeroepen of speelt de mythe een wezenlijke rol in het begrijpen van de hedendaagse mens?

mohikanen.jpeg