
Honderd jaar geleden geboren zijn (+1972) is voor een kunstenaar-schilder, beeldhouwer, een gelegenheid om via een grote overzichtstentoonstelling uit de vergeethoek te breken of in de drukte van het hedendaagse kunstgebeuren zelfs voor de eerste maal ontdekt te worden. Met de tentoonstelling ‘Verboden kunst’ zou ‘wat niemand tot nu toe mocht zien’ getoond worden, ja zelfs schetsen waarvan Aad de Haas zelf bang was ze te vertonen. ‘Als ze deze tekeningen ontdekken, snijden ze mijn kop er definitief af’ zoals het Museum tijdschrift hem citeert.

Je kunt het werk inderdaad als figuratief expressionistisch karakteriseren, maar bekijk je het overzicht in https://www.aaddehaas.nl dan zul je waarschijnlijk eerder door het kleurengebruik dan door de figuratie zijn eigenheid definiëren. De ‘gestalte’ is vaak tot de essentie van een figuur beperkt, maar kleur en omgevingssfeer in verwante tonaliteiten zetten de verbeelding aan het werk.


Adrianus Johannes (Aad) de Haas , was een Nederlands beeldhouwer, graficus en kunstschilder, wiens werk meestal wordt gekarakteriseerd als figuratief expressionistisch. Hij groeide op in een katholiek milieu en studeerde, na de MULO, aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten. De Haas maakte het bombardement op Rotterdam mee. Zijn werk werd door de bezetter als ‘entartet' bestempeld en hij belandde in de gevangenis. In 1944 wist hij met zijn vrouw Nel naar Zuid-Limburg te vluchten, waar hij zijn verdere leven zou verblijven. Vanaf 1952 woonde hij in Kasteel Strijthagen in Schaesberg.

De Haas' naam wordt vooral verbonden met het conflict om zijn muurschilderingen in de Sint Cunibertuskerk te Wahlwiller. Tegen deze kruiswegstaties, die hij in 1947 voltooide, groeide weerstand van kerkelijke zijde, en ze moesten uiteindelijk op last van het Bisdom Roermond verwijderd worden. In 1981 konden ze pas, met hulp van bisschop Gijsen, terugkeren.

Het kunstprogramma ‘Tussen Kunst en Kitsch’ maakte daarover een mooi filmpje waarin ook het decoratiewerk in de kerk zelf aan bod komt.
Dat de kritiek op Aad de Haas’ kruisweg niet mis was kun je hier nog even smaken. In DNB vond ik enkele uitspraken die toen al door meer progressieve geesten gebundeld werden. Het is het katholieke Limburg van die tijd dat zijn perspennen scherpte:
‘Deze mens is een brandend requisitoir. Deze mens gaat ons aan, de katholieke Gemeenschap van Nederland’… De heer Lou Maas vindt geen woorden kras genoeg om de zielsgesteltenis van de Haas te beschrijven: ‘walging en weerzin’, ‘de zieke, in wiens “liggen en denken” de haat naar de waanzin groeit, wiens ene oog, afgewend van het kruis, de wereld en de maatschappij vervloekt, de hypochonder, met zijn ziekelijke aandacht voor het lichaamsgebeuren’. ‘Het werk van een verziekte, wiens hypochondrie nog over precies voldoende begrip en raffinement beschikt om de toeschouwers zo afzichtelijk mogelijk te kwetsen’… Wij weten niet wat de heer de Haas zelf over deze poëzie denkt. Wij hopen het van hem te horen.

Het maakt allemaal een tamelijk onfrisse indruk, als een opgeschroefde paniek bij een eigengemaakt strovuurtje; alle schaduwen zijn dreigend als reuzen, en men gaat er zelf in geloven. Vallen voor deze scribenten de contouren van Christendom en Kerk zo ongeveer samen met gekrakeel pro en contra rond iedere penseelstreek van de heer de Haas? Als dat zo is, dan schieten ze als ‘opvoeders’ van het christelijk publiek schromelijk tekort. (Streven Jaargang 9 1955-56 Aad de Haas en de recensenten)

In januari 1950 ontvangt de Haas in het Stedelijk Museum te Amsterdam de eerste Gerrit van der Veen-prijs. Uit het jurierapport:
“In het werk van Aad de Haas is de geest van het verzet in sterke mate aanwezig. Er spreekt de oprechtheid van de non-conformist uit. Men kan in zijn kerkschilderingen de innigheid bespeuren, die zich op de zaak zelve, op de devotie richt. Dat hij op grond hiervan in conflict komt met diegenen, voor wie slechts de dode vorm geldt, is karakteristiek voor de belijder. Het onconventionele van zijn werkwijze is kennelijk ontstaan uit de noodzaak om zich als modern mens die devotie, die overgave te realiseren. Dit duidt op de aanwezigheid van die zedelijke moed en die vastheid van karakter, die voor de kunstenaar nodig zijn om uit het conflict van krachten en tegenkrachten in de hem omringende wereld, de eigen vorm, dat is de enig levende, te scheppen.”

Of ‘de persoonlijke verborgen collectie’ mee gaat schuilen onder de brede parasol van ‘de verboden kunst’-tentoonstelling, het zal het beeld van de kunstenaar alleen maar verbreden. Niets menselijks mag ons vreemd zijn, al wordt de inhoud ‘menselijk’ door sommigen opieuw erg versmald. De tentoonstelling ‘Verboden Kunst’ loopt nog tot 14 maart 2021 in het Limburgs Museum te Venlo NL. Of zoals zij het zeggen:
Schilder en graficus Aad de Haas (1920 Rotterdam – Schaesberg 1972), doorbrak de regels die kerk en maatschappij hem oplegden. Hij schilderde figuratief én expressionistisch, religieus én pornografisch maar altijd uitzonderlijk artistiek. De expressie van zijn drift ging in de latere jaren alle grenzen te buiten. Veel van zijn werken gingen over de machtsverhoudingen tussen hem en de kerk, of tussen man en vrouw. Ze vertegenwoordigen het menselijk tekort in de harde, vaak meedogenloze maatschappij.

