
Tijdens mijn kleine kindertijd waren bruggen een verschrikking. Nog in de oorlog geboren leerde ik, als kleuter, bruggen kennen als een onbetrouwbare verbinding tussen twee oevers. De vooroorlogse exemplaren immers waren door naoorlogse ‘voorlopige’ houten staketsels vervangen. Dat was tijdens een overtocht met de grote Studebaker van mijn oom best hoorbaar. Bij schoolreisjes klonk het ‘voeten naar boven!’ als het zo ver was. Grappig bedoeld tenzij voor dat bange jongetje wiens geburen enkele weken terug met hun voertuig door de reling van de ‘voorlopige’ Wijnegemse brug waren gereden waarna hun volledige huisraad als openbare verkoop de noodlottige afloop duidelijk maakte.

Enkele malen probeerde Lorenzo Quin (jaja, de zoon Antony) symbolische handen als overbrugging tijdens de Biënnales in Venetië, leuk als symbool, maar probeer maar eens via die handen aan de overkant te geraken, en je merkt dat het thema ‘van op de brug’ weg wil van een enkelvoudige symbolisering. Over bruggen hebben we als enkele bijdrages gepubliceerd en die kun je onderaan raadplegen.

‘Fliegende Blätter’ was een Duits humoristisch weekblad dat van 1845 tot 1944 de samenleving in al haar aspecten kritisch-humoristisch benaderde. En daarin verscheen deze mooie uitspraak:
‘Het genie springt over de afgrond heen, het talent bouwt een brug.’
De auteur Julian Barnes schrijft in zijn prachtig boek ‘Flauberts papegaai’:
"A pier is a disappointed bridge; yet stare at it for long enough and you can dream it to the other side of the Channel."
"Een pier is een teleurgestelde brug; maar kijk er toch lang genoeg naar en je kunt hem naar de andere kant van het kanaal dromen."

Onder mij het water, ja zelfs de Styx zou kunnen:
eens voorbij de zware moederarmen,
eens de rivier de zee nabij weet
en licht draagt als een school kinderen
die de speelplaats oversteken, op weg naar huis
en in het zoute water later hun dromen pekelen
terwijl deze sukkel letters vist.
Van op de brug bekeken
denkt hij de maan
te strikken.

Below me the water, yes even the Styx might:
once past the heavy mother's arms once the river the sea
knows near and bears light like a school of children
who cross the playground, on their way home
and in the salt water later pickle their dreams
while this sucker fishes letters.
Viewed from the bridge
he thinks he is trapping the moon
snare.

Spreken over kunst is moeilijk omdat iedereen weet en voelt hoe overbodig en misplaatst het is. Goede kunst spreekt immers voor zichzelf, en behoeft geen commentaar. Bij kunst, zoals bij vele belangrijke dingen in het leven, vinden we het zwijgen beter passen dan het spreken. En waarom is dat zo? Omdat woorden bijna leeg zijn, en omdat het spreken openlegt, uitplooit, breed maakt, aanlengt, terwijl in het omgaan met kunst de ‘ervaring’ telt. En een ervaring is vanzelf dicht, vol, geconcentreerd. Ze is onmiddellijk en valt samen met een moment. En ervaring kan je nu eenmaal niet voor woorden ruilen. Als een beeld of een kunstwerk gezegd kan worden, waarom zou het dan nog gemaakt moeten worden?
Bart Verschaffel ‘De Witte Raaf. Editie 60. maart-april 1996

Het egocentrisch heelal
Zeggen wij woorden, gedichten.
bedoelen wij: mensen, gezichten.
Wij spreken
een dubbele taal:
iedereen, allemaal,
eeuwigheid, overal,
betekenen: jij en ik,
ademval,
ogenblik.
Ellen Warmond (1930-2011)

Excuus
Om het inoperabel tekort
van gebaren die onvoltooid
en gedachten die verzwegen
blijven om alles wat nooit
kan worden prijsgegeven
beroep ik me op het gedicht
als machteloos tegenwicht.
Ellen Warmond (1930-2011)

Kunst ontdekt niet en zegt zelden iets nieuws, maar wekt een verhevigd, dwingend besef van wat iedereen doorgaans allang weet, maar, omdat weten en weten twee zijn, en weten ook vergeten is, altijd ook niet weet. Confronteren met algemene waarheden. En het belang dat mensen hebben bij het vrijwillig aanschouwen van onplezierige waarheden en bij dat bijzondere ‘betrokken’ weten – zo zegt een traditie die bij Aristoteles begint – is de eigenaardige verzoening en troost die voortvloeien, niet uit het romantisch sentimentele zich herkennen of kunnen ‘invoelen’ in een ander (‘ook ik…’), maar uit het zien dat het inderdaad, wèrkelijk zo is dat dé mens een maat te klein is voor zijn lot. Wat telt in kunst is zo niet wàt ze zegt of leert, maar het doordrongen worden van wat men weet. Het gaat om intensiteit, om verhevigd besef. En inderdaad, mevrouw, mijnheer, die intensiteit kan slechts ervaren worden, en niemand kan ze ‘nazeggen’.
Bart Verschaffel ‘De Witte Raaf. Editie 60. maart-april 1996

Lang heb ik niet over haar durven schrijven...
Lang heb ik niet over haar durven schrijven
uit angst voor één kunstzinnig woord.
Omdat ik van haar houd
mag zij gedichten in,
zoals ze meegaat naar de Hema
- voorzichtig bij het serviezenvak -
licht gebogen al,
zonder de begerigheid
die hier hoort.
Ed Leeflang
Uit: Bewoond als ik ben (1981)

Tenslotte, kort. Veel van wat over kunst gezegd wordt, is irritant gezwam, en is niet beter dan de meeste kunst die gemaakt wordt. Waarom spreken over kunst? Niet alleen voor de kunst, ook omwille van het denken. Het analyseren en interpreteren test niet enkel het werk, maar stelt ook het denken op de proef. Want dit heeft zo zijn gewoontes en voorkeuren en zijn beproefde strategieën. Het beschikt over een stock van gedachten en argumenten die massaal verspreid zijn en zolang gebruikt worden tot ze helemaal afgesleten zijn en er geen scherpe kant meer op zit. Denken dat noodgedwongen binnen moet blijven – binnen de ‘wetenschappen’, binnen het onderwijs, binnen de media – verliest zijn lenigheid, krijgt een verstopte neus, komt niets meer op het spoor. Natuurlijk zijn er belangrijker dingen dan kunst. Maar omdat kunst zo concreet en zo onoverzichtelijk is, omdat het zo moeilijk is er iets over te zeggen en men bij elk werk opnieuw moet beginnen, omdat er vanzelf dissensus heerst, is kunst belangrijk: het is een slijpsteen voor het denken.
Bart Verschaffel ‘De Witte Raaf. Editie 60. maart-april 1996
De tekst bij deze aflevering is voor de samensteller van deze aflevering geen algemeen geldend standpunt, slechts een aanleiding tot nadenken, het scherpen van de geest. Het woord is mij dierbaar en uiteraard al wat je dierbaar is wordt ook hanteerbaar en kwetsbaar. Het beeld in de hedendaagse kunst lijdt vaak ook aan 'beeldend gezwam'. Kwaliteit is zeldzaam en dat geldt voor beeld en woord. En er is het korreltje zout dat bij alle te uitgesproken standpunten zijn diensten bewijst.
Het mag duidelijk zijn
dat van op de brug
de sterkte van de stroming
de bloemen op de oevers
fraai
te beschrijven zijn
maar
ware kennis
vereist waarschijnlijk
wandelschoenen
en een zwembrevet.

Alle foto’s © Olivier Grossetête
Bekijk andere zwevende bruggen van Olivier Grosstête:
En bezoek ons blog:
Ontdek meer van In de stilte
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Heel knap!
De tekst bij deze aflevering is voor de samensteller van deze aflevering geen algemeen geldend standpunt, slechts een aanleiding tot nadenken, het scherpen van de geest. Het woord is mij dierbaar en uiteraard al wat je dierbaar is wordt ook hanteerbaar en kwetsbaar. Het beeld in de hedendaagse kunst lijdt vaak ook aan ‘beeldend gezwam’. Kwaliteit is zeldzaam en dat geldt voor beeld en woord. En er is het korreltje zout dat bij alle te uitgesproken standpunten zijn diensten bewijst.
Het tijdelijke is het lot van het bestaande, maar wat er stond was er even, en ‘al staat er niet wat er staat’, het heeft je alvast aangescherpt tot het formuleren van je standpunt, waarvoor dank.
Bij kunst, zoals bij vele belangrijke dingen in het leven, vinden we het zwijgen beter passen dan het spreken. En waarom is dat zo? Omdat woorden bijna leeg zijn, en omdat het spreken openlegt, uitplooit, breed maakt, aanlengt, terwijl in het omgaan met kunst de ‘ervaring’ telt. En een ervaring is vanzelf dicht, vol, geconcentreerd. Ze is onmiddellijk en valt samen met een moment. En ervaring kan je nu eenmaal niet voor woorden ruilen. Als een beeld of een kunstwerk gezegd kan worden, waarom zou het dan nog gemaakt moeten worden?
+++
Ieder zijn Waarheid.
U bewijst het tegenovergestelde.
Neem uw woorden weg en dit Blog bestaat niet meer.
En jawel:
‘De dood is te groot voor woorden.’ – Stef Bos.
Maar… gelukkig zijn er woorden. Zwijgen kan dodelijker zijn.
En zelf was ik een vijftal jaren “M-bassadeur” in M.
Tot ik stopte omdat ik verdrietig werd van elke tentoonstelling.
Ik spreek de taal van verf niet. (Zeker niet van installaties en constellaties.)
Maar ik werd blij wanneer ik een woord vond in het Museum.
En de mooiste schilderijen waren voor mij de grote vensters,
met het Blauw van Picasso, waarin wolken als schapen voorbij dreven.
Wederom moet ik u danken voor ‘deze pier’ naar de Troost van Schoonheid.
.
.