Herfst, de kunst van het vallen

Four Putti flying Anonymus ? Volger van Cambiaso, Luca) XVI century Museo del Prado

Zwaartekracht schijnt voor deze vliegende putti onbestaand. Hun dartele manier van bewegen is eerder tuimelen. Onbevreesd in de diepte vallen waar op aarde Wassily Kandinsky met tinten blauw en groen omgeven, de vrucht- of bloemen dragende boom borstelde, herfst in Murnau. Kijk.

Gravity seems non-existent for these flying putti.  Their frisky way of moving is rather tumbling.  Falling fearlessly into the depths where on earth Wassily Kandinsky surrounded with shades of blue and green, brushed the fruit- or flower-bearing tree, autumn in Murnau.  See.

Vassily Kandinsky, 1908 Herfst in Murnau (klik op onderschrift om te vergroten)

In Arles
wisten twee met kleur doorweekte zielen
dat onvermijdelijk vallen
over de gekwetste tijden
uit te strijken.

In Arles
two colour-soaked souls knew
that inevitable falling
over the hurt times
out.

Paul Gauguin, Landscape in Arles near the Alyscamps, 1888, Musée d’Orsay, Paris, France.

The falling leaves drift by the window
The autumn leaves of red and gold
I see your lips, the summer kisses
The sun-burned hands I used to hold

Since you went away the days grow long
And soon I'll hear old winter's song
But I miss you most of all my darling
When autumn leaves start to fall

Het gevoel van dat noodzakelijke schoolopstel, een wandeling in de herfst, en dan vanuit je kamer dromen verzinnen -buiten is het nog te nat of gevaarlijk- en hoe zeere vallen z’af, de zieke zomerblaren van Gezelle daarna met puberstem op tape achterlaten want ik moet naar het zangkoor, ma- terwijl de lente in je lijf niet weet waar eerst uit te barsten, maar ook verloren lopen in weemoed, het wentelt onder ’t vallen en tenslotte voor levenslang sonnet 73 van de grote meester lezen en het jaren later begrijpen vanaf de eerste zin: ‘Dat jaargetij brengt mij in beeld voor jou.’



Dat jaargetij brengt mij in beeld voor jou,
als een of twee, of geen, geel blad nog hangt
aan takken die zich schudden in de kou-
naakt koorskelet, eens zoet van vogelzang.
Jij ziet in mij de schemer van de dag,
wanneer, ver west, het laatst, veeg licht vertrekt,
al haast vertreden door de zwarte nacht,
Doods schaduwbeeld, die 't al in doodsrust dekt.
Jij ziet in mij het gloeien van de gloed
die jeugdig vuur nog aanhoudt op zijn as
als op het doodsbed waar het sterven moet,
verteerd met dat wat eens zijn voedsel was.
Het sterkt je liefde, zou je daarvan leren
te minnen wat jou weldra zal mankeren.

(vertaling H.J.de Roy van Zuydewijn)

Denk je aan de titel van deze bijdrage: ‘Herfst, de kunst van het vallen’, dan gaat het de opsteller eerder over de diepte dan over het oplopen van kwetsuren. Denk aan Alice in Wonderland, zij valt in een konijnenpijp en komt daardoor in een absurde wereld terecht. Vallen is nieuwe evenwichten verkennen, jezelf bevragen, loslaten dus. De schrik voor de diepte overwinnen.

Wie ben jij?’ vroeg de rups.

Dat was geen bemoedigend begin voor een eerste gesprek. Alice antwoordde, nogal verlegen: ‘Ik… Ik heb geen idee, meneer, wie ik nu ben. Ik wist wie ik was toen ik vanochtend wakker werd, maar ik moet tenminste al wel zes keer veranderd zijn sindsdien.’ ‘Wat bedoel je daarmee?’ vroeg de rups streng. ‘Leg eens uit!’

‘Ik ben bang dat ik het niet zo goed uit kan leggen, meneer…’ stamelde Alice. ‘Omdat ik niet mezelf ben, ziet u.’

Het is maar één voorbeeld, maar in de kortende dagen, het vroege donker, de herdenking van wie ons voorgingen, de innigheid van de kersttijd, de hoop op het nieuwe jaar, spreekt het raadsel van wat, wie en waarom ons voortdurend aan. Je in de diepte toelaten kan voor wonderlijke dagen zorgen.



Herbsttag

Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr gross.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren lass die Winde los.
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;

gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süsse in den schweren Wein.
Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.

Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleeen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Rainer Maria Rilke

Herfstdag

Heer: het is tijd. De zomer was zeer groots.
Leg op de zonnewijzers thans uw schaduw,
en stel de velden aan de winden bloot.
Beveel de laatste vruchten rijp te zijn;

verleen hun nog twee zuidelijker dagen,
stuw hen naar de voleinding, Heer, en jaag
de laatste zoetheid in de zware wijn.
Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer.

Wie nu alleen is, zal het nog lang blijven,
zal waken, lezen, lange brieven schrijven,
in lanen rusteloos dwalen, telkens weer,
als op de wind de blaren zullen drijven.

Anton Korteweg
Foto door Pixabay op Pexels.com

De stilte als vindplaats (3)

Eigen foto Gmt
Wat is een gedicht?
 Een verstekeling in
 de stilte,
 op woorden betrapt.

(G. van der Graft)

De vindplaats een naam geven. Zeggen we: een gedicht. Het hoort perfect thuis in de stilte, maar…het blijft een ‘verstekeling’. Het ver-breekt de stilte. De woorden ervan verbergen zich in de stilte. Ze horen bij de stilte, zijn wellicht uit haar ontstaan maar verraden haar ook, doorbreken haar.

Toch kunnen ze niet zonder elkaar. Wellicht is het de bedoeling om met die woorden de essentie van de innerlijke stilte te benaderen, haar als water of vruchtbare aarde te beschouwen waaruit de woorden naar hun innigste betekenis zoeken, alle overbodigheid vermijden, om na hun verschijnen opnieuw in de stilte te verdwijnen

Maar…ze blijven ‘verstekelingen’. Blinde passagiers. Eens ontscheept (gelezen dus) bestaat de kans dat ze voor lange tijd bij jou blijven wonen.

Echter…eens het gedicht, of…de muziek in jouw wezen thuis is gekomen, verandert de wereld. De Zweedse dichter Lars Gustavson beschijft dat proces in ‘De stilte van de wereld voor Bach’. De muziek die zelfs het woord overstijgt.

"Er moet een wereld bestaan hebben voor
de Triosonate in D, een wereld voor de partita in A mineur,
maar hoe zag die wereld er uit?"

Hier kun je naar die prachtige triosonate luisteren:

DE STILTE VAN DE WERELD VOOR BACH
 
Er moet een wereld bestaan hebben voor
de Triosonate in D, een wereld voor de partita in A mineur,
maar hoe zag die wereld er uit?
Een Europa van grote lege vertrekken zonder weerklank,
overal onwetende instrumenten
waar Musikalisches Opfer en Das Wohltemperierte Klavier
nooit over een claviatuur waren gegaan.
Eenzaam gelegen kerken
waar de sopraanstem uit de Johannes Passion
zich nimmer in hulpeloze liefde slingerde
rond de mildere windingen van de fluit,
weidse zachtmoedige landschappen
waar alleen oude houthakkers met hun bijlen te horen zijn
het gezonde geluid van sterke honden in de winter
en - als een slingerklok - schaatsen klauwend in glansijs;
zwaluwen schermend in de zomerlucht
schelp waar het kind aan luistert
en nergens Bach, nergens Bach
schaatsstilte van de wereld voor Bach.
 
(uit De stilte van de wereld voor Bach, Lars Gustavson, vertaling en samenstelling  J, Bernlef, 1988)

De aria 'Zerfließe, mein Herze' uit de Johannes-Passion, hier uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging voor All of Bach. De Johannes-Passion was de eerste passiemuziek die Bach als cantor in Leipzig schreef. Het passieverhaal zoals dat wordt verteld in het evangelie van Johannes, verschilt van dat in de drie andere evangeliën – die van Matteüs, Lucas en Marcus. De nadruk ligt bij Johannes op de goddelijke afkomst van Jezus. Door het lijden heen blijft die goddelijke afkomst steeds een rol spelen, Jezus wordt nergens zo menselijk als in de andere evangeliën. 
Poetry of silence from Jaume Plensa i Suñé

Uit ‘The Aesthetics of Silence’ van Susan Sontag (1933-2004)

“De keuze van de voorbeeldige moderne kunstenaar voor stilte wordt zelden doorgevoerd tot dit punt van uiteindelijke vereenvoudiging, zodat hij letterlijk stil wordt. Typischer is dat hij blijft spreken, maar op een manier die zijn publiek niet kan horen…”

“De chronische gewoonte van de moderne kunst om haar publiek te ontstemmen, provoceren of frustreren kan worden gezien als een beperkte, plaatsvervangende deelname aan het zwijgideaal dat in de hedendaagse esthetiek is verheven tot een belangrijke norm voor “ernst”.

“Maar het is ook een tegenstrijdige vorm van deelname aan het zwijgideaal. Het is niet alleen tegenstrijdig omdat de kunstenaar kunstwerken blijft maken, maar ook omdat de afzondering van het werk van zijn publiek nooit duurt… Goethe beschuldigde Kleist ervan dat hij zijn toneelstukken had geschreven voor een “onzichtbaar theater”. Maar uiteindelijk wordt het onzichtbare theater “zichtbaar”. Het lelijke, disharmonische en zinloze wordt “mooi”. De geschiedenis van de kunst is een aaneenschakeling van succesvolle overtredingen.”

Illustration by John Vernon Lord from a rare edition of Through the Looking-Glass and What Alice Found There.

The exemplary modern artist’s choice of silence is rarely carried to this point of final simplification, so that he becomes literally silent. More typically, he continues speaking, but in a manner that his audience can’t hear…

Modern art’s chronic habit of displeasing, provoking, or frustrating its audience can be regarded as a limited, vicarious participation in the ideal of silence which has been elevated as a major standard of “seriousness” in contemporary aesthetics.

But it is also a contradictory form of participation in the ideal of silence. It is contradictory not only because the artist continues making works of art, but also because the isolation of the work from its audience never lasts… Goethe accused Kleist of having written his plays for an “invisible theatre.” But eventually the invisible theatre becomes “visible.” The ugly and discordant and senseless become “beautiful.” The history of art is a sequence of successful transgressions.

‘The Aesthetics of Silence’ van Susan Sontag (1933-2004)

“Stilte” houdt nooit op haar tegendeel te impliceren en afhankelijk te zijn van haar aanwezigheid: net zoals er geen ‘op’ kan zijn zonder ‘neer’ of ‘links’ zonder ‘rechts’, zo moet men een omringende omgeving van geluid of taal erkennen om stilte te herkennen…

“Een echte leegte, een pure stilte is niet haalbaar – niet conceptueel en niet feitelijk. Alleen al omdat het kunstwerk bestaat in een wereld die is ingericht met vele andere dingen, moet de kunstenaar die stilte of leegte creëert iets dialectisch produceren: een volle leegte, een verrijkende leegte, een resonerende of welsprekende stilte. Stilte blijft, onontkoombaar, een vorm van spreken (in veel gevallen van klagen of aanklagen) en een element in een dialoog.” (ibidem)

A binaural torso for spatial recording inside the anechoic chamber at Orfield Laboratories.Credit…Alec Soth/Magnum, for The New York Times

De ’totale’ stilte maakt je inderdaad gek. De ervaringen in ‘de dode ruimte’ van een studio, een plaats met 0,0 echo-waarden, zijn geen waarborg voor een prettige verblijfplaats.


“You’ll hear your heart beating,” Orfield was quoted as saying. And: “In the anechoic chamber, you become the sound.” The experience was so “disconcerting,” The Daily Mail reported, that no one had ever “survived” a visit of longer than 45 minutes. (NY Times Could I survive the quietest place on earth?)

De geluiden van het dagelijks leven zijn dus niet altijd onmiddellijk storend, al verkies ik graag de stilte van het bos boven de ritmes van voorbijflitsende wagens op een autoweg. En luister naar deze opname:

De ‘drukke’ wereld blijft aanwezig, maar de rust van het kabbelend water zal je zonder veel moeite naar een bucolisch landschap voeren. Stilte is ook je van de drukte en haar geluiden kunnen ontdoen door je te concentreren op je al dan niet scheppend werk, om je innerlijke wereld vanuit de verworven stiltes ook te kunnen wapenen tegen het alledaagse geweld. De stilte van je innerlijk bestaan.

Johan Christian Dahl, Noors landschap met regenboog, 1821, Statens Museum for kunst, Kopenhagen

“Wanneer hij eenmaal is begonnen met praten, is het lastig Zwagerman te onderbreken. Voorbeelden van stilte in de literatuur, in zijn eigen werk of dat van Gerard Reve, en stilte en verdwijning in de kunst, zoals bij perfomance-kunstenaar Marina Abramovic, omschrijft hij kleurrijk.
‘Door zielsverhuizing weet je pas wat stilte is. Luister maar naar Prince, een volbloed romanticus. In een nummer dat If I was your girlfriend heet, eindigt hij met de zin ‘Now I know what silence looks like’. Kortom: de ik-figuur probeert door de stilte en in de stilte zijn geliefde te bereiken. En niet door zijn geliefde te bezitten en haar te willen, maar door de ander te willen zijn.’ Zelf hoopt hij nu een aanstekelijk beeld voor de lezer te hebben beschreven van deze zoektocht naar de stilte.”

(Het Parool: Laatste gesprek met Joost Zwagerman: over stilte en zelfverdwijning. Aimée Plukker en Kim Visbeen 10 sept. 2015)





De stilte als vindplaats (2)

‘Stilte’ Nikolai Doubovskoi Tretyakov Gallery Moskou Klik op onderschrift voor veroting

Deze versie van een dreigend onweer is al een copie van het oorspronkelijke doek van de Russische landschapsschilder Nikolai Doubovskoi, in 1890 tentoongesteld en door Tsaar Alexander III onmiddellijk aangekocht. Dat oorspronkelijke doek kun je hieronder bekijken:

‘Stilte voor de storm’ Nikolai Doubovskoi Russisch Museum Klik op onderschrift voor vergroting

Er zwerven zeker nog meer al dan niet ‘officiële’ versies rond in diverse uitvoeringen want het thema van ‘de dreigende stilte’ spreekt aan, heeft vaak al een eigen ervaringscontext. Herinner je. In mijn eigen kindertijd zijn ze met de augustus-onweders verbonden. Geen angst, maar gordijnen open en stoelen op een rij alsof we naar een toneelstuk zouden kijken, tussen bliksem en donder aftellend. ‘Ja, het komt dichterbij!’ Olim meminisse iuvabit, later zal de herinnering genoegen verschaffen. Ja, later. Dus is enige troost voor dat helaas te vlug voorbije ‘later’ best op zijn plaats. De prachtige stemmen van Voces8 zingen ‘May it be’, het ‘Liedje van Enya’ uit de Lord of the Rings. Het betoverde eiland. (3’44”)

Liedje van Enya

May it be an evening star
Shines down upon you
May it be when darkness falls
Your heart will be true
You walk a lonely road
Oh, how far you are from home
Mornie utulie
Believe and you will find your way
Mornie alantie
A promise lives within you now
May it be the shadow's call will fly away
May it be your journey on to light the day
When the night is overcome
You may rise to find the sun
Mornie utulie
Believe and you will find your way
Mornie alantie
A promise lives within you now
A promise lives within you now

(Songwriters: Howard Leslie Shore
Songteksten voor May It Be © New Line Tunes)

Lesser Ury Gare haute Bülowstrasse La Nuit 1922 (klik op onderschrift voor vergroting)

Ach, de nacht: verdoken en verdrongen
bezoeken
oude en vaak vertelde verhalen
de noodzaak
het wonder wakker te schudden;
onwetend hoe en waar het zal verschijnen
en of genezen of verschrikken
aan de orde is.

Gmt
De nacht Wassily Kandinsky

Op zoek naar allerlei nachtelijke deurtjes om ‘oh’ of ‘ah’ te kunnen zeggen, vond ik een mooie, zeldzame vertaalde tekst van Kahlil Gibran, Libanese dichter en romanschrijver, bijna bij iedereen bekend met zijn werk ‘The Prophet’ uit 1933. Een overzicht, overgenomen van ‘gedichten nl.’


[Bsharri 1883 –  New York 1931]
Kahlil  (óók gespeld als Khalil) Gibran was een Libanese dichter en romanschrijver.
Hij schreef zowel in het Engels als in het Arabisch.
Gibran verhuisde naar  New York in 1912. Hij combineerde elementen van Oosters en Westers mystiek denken. Hij werd  wereldbekend met aforistische, poëtische werken zoals De Profeet (1923) en Jesus, de Zoon van de Mens (1928).

Kahlil Gibran heeft met zijn poëtische werken geschiedenis geschreven; zijn boek 'De Profeet' is aangeslagen bij het publiek en wordt tot op de dag van vandaag door velen gebruikt als persoonlijke leidraad.

Hij staat in de Arabische wereld bekend als een onafhankelijk denker, die schreef met een voorkeur voor het kijken over grenzen en verschillen heen. Zijn werk is toegankelijk voor godsdienstigen en atheïsten. Behalve schrijven schilderde hij;  zijn boeken worden soms verluchtigd door eigen werken.

Werk:
Ara'is al-Muruj (Nymphs of the Valley, vertaald als Spirit Brides, 1906) al-Arwah al-Mutamarrida (Spirits Rebellious, 1908) al-Ajniha al-Mutakassira (Broken Wings, 1912) Dam'a wa Ibtisama (A Tear and A Smile, 1914) The Madman (1918) al-Mawakib (The Processions, 1919) al-‘Awāsif (The Tempests, 1920) The Forerunner (1920) al-Bada'i' waal-Tara'if (The New and the Marvellous,1923) The Prophet, (1923) Sand and Foam (1926) The Son of Man (1928) The Earth Gods (1929) The Wanderer (1932) The Garden of The Prophet (1933)
Een foto uit zijn jeugdjaren vult aan wat niet dadelijk in taal te duiden is:


The Seven Selves
By Kahlil Gibran

In the stillest hour of the night, as I lay half asleep, my seven
selves sat together and thus conversed in whisper:
 


First Self:  Here, in this madman, I have dwelt all these years,
with naught to do but renew his pain by day and recreate his sorrow
 by night.  I can bear my fate no longer, and now I rebel.
 


Second Self:  Yours is a better lot than mine, brother, for it is 
given to me to be this madman’s joyous self.  I laugh his laughter 
and sing his happy hours, and with thrice winged feet I dance
 his brighter thoughts.  It is I that would rebel against my weary 
existence.
 


Third Self:  And what of me, the love-ridden self, the flaming brand 
of wild passion and fantastic desires?  It is I the love-sick self
 who would rebel against this madman.
 


Fourth Self:  I, amongst you all, am the most miserable, for naught
 was given me but odious hatred and destructive loathing.  It is 
I, the tempest-like self, the one born in the black caves of Hell,
 who would protest against serving this madman.
 


Fifth Self:  Nay, it is I, the thinking self, the fanciful self,
the self of hunger and thirst, the one doomed to wander without rest in search of unknown things and things not yet created; it is
I, not you, who would rebel.
 


Sixth Self:  And I, the working self, the pitiful labourer, who,
with patient hands, and longing eyes, fashion the days into images 
and give the formless elements new and eternal forms—it is I, the 
solitary one, who would rebel against this restless madman.
 


Seventh Self:  How strange that you all would rebel against this 
man, because each and every one of you has a preordained fate to
 fulfill.  Ah! could I but be like one of you, a self with a determined 
lot!  But I have none, I am the do-nothing self, the one who sits
 in the dumb, empty nowhere and nowhen, while you are busy re-creating 
life.  Is it you or I, neighbours, who should rebel?
 


When the seventh self thus spake the other six selves looked with pity upon him but said nothing more; and as the night grew deeper
 one after the other went to sleep enfolded with a new and happy 
submission.
 


But the seventh self remained watching and gazing at nothingness,
which is behind all things.
This portrait of 15-year-old Kahlil Gibran was made in 1898 by one of his mentors, photographer and publisher Fred Holland Day. (Library of Congress)


De zeven zelven.
Kahil Gibran


In het stilste uur van de nacht, toen ik half lag te slapen, zaten mijn zeven zelven samen en spraken fluisterend met elkaar:

Eerste Zelf: Hier, in deze gek, heb ik al die jaren gewoond, met niets anders te doen dan zijn pijn overdag te vernieuwen en zijn verdriet ’s nachts te herscheppen. Ik kan mijn lot niet langer dragen en ik kom nu in opstand.

Tweede Zelf: Jij hebt een beter lot dan het mijne, broer, want het is mij gegeven om het vreugdevolle zelf van deze gek te zijn. Ik lach zijn lach en zing zijn gelukkige uren, en met drie gevleugelde voeten dans ik zijn heldere gedachten. Ik ben het die zou rebelleren tegen mijn vermoeiend bestaan.

Derde Zelf: En hoe zit het met mij, het door liefde geteisterde zelf, het vlammende merk van wilde passie en fantastische verlangens? Ik ben het liefdeszieke zelf dat in opstand zou komen tegen deze gek.

Vierde Zelf: Ik, onder jullie allen, ben de meest ellendige, want niets werd mij gegeven dan verfoeilijke haat en vernietigende afkeer. Ik ben het, het onstuimige zelf, geboren in de zwarte grotten van de Hel, die moet protesteren tegen het dienen van deze gek.

Vijfde Zelf: Nee, ik ben het, het denkende zelf, het fantasierijke zelf, het zelf van honger en dorst, degene die gedoemd is zonder rust rond te dwalen op zoek naar onbekende dingen en dingen die nog niet geschapen zijn; ik ben het, niet jij, die in opstand moet komen.

Zesde Zelf: En ik, het werkende zelf, de meelijwekkende arbeider, die met geduldige handen en verlangende ogen de dagen tot beelden boetseert en de vormloze elementen nieuwe en eeuwige vormen geeft – ik ben het, de eenzame, die in opstand moet komen tegen deze rusteloze gek.

Zevende Zelf: Hoe vreemd dat jullie allemaal in opstand zouden komen tegen deze man, want ieder van jullie heeft een voorbeschikt lot te vervullen. Ach! Kon ik maar zijn als een van jullie, een zelf met een vastbesloten lot! Maar dat heb ik niet, ik ben de nietsdoener, degene die in het stomme, lege nergens en nu zit, terwijl jullie druk bezig zijn met het herscheppen van het leven. Zijn jullie het of ik, buren, die in opstand moet komen?

Toen het zevende Zelf aldus sprak, keken de andere zes zelven met medelijden naar hem maar zegden niets meer; en naarmate de nacht dieper werd, viel het een na het ander zelf in slaap, omhuld met een nieuwe en gelukkige overgave.

Maar het zevende zelf bleef kijken en staren naar het niets, dat achter alle dingen ligt.

(vertaling Gmt)

Designed and created by Kahlil George Gibran, a bronze plaque of Gibran holding a copy of The Prophet—one of the best-selling books of all time—was set atop inscribed granite in 1977 at the edge of Boston’s Copley Square, where it memorializes the writer and artist’s legacy of humanitarianism and generosity.

Bezoek: The borderless World of Kahlil Gibran

https://www.aramcoworld.com/Articles/July-2019/The-Borderless-World-of-Kahlil-Gibran

De stilte als vindplaats

Kees Verwey, Bloemstilleven met witte kom, jaartal onbekend Olieverf op doek, 68 x 89 cm incl. lijst Collectie Stichting Kees Verwey.

Sommigen zullen bij het horen van zijn naam aan Albert Verwey denken. Dat is de neef van Kees. (Amsterdam, 20 april 1900-Haarlem, 23 juli 1995). Ik kan je allerlei dingen gaan vertellen over Kees Verwey, maar stel dat je daar nieuwsgierig naar bent dan is het een kleine moeite om langs Wikipedia te lopen met diverse andere bronnen in de dichte en iets verdere omtrek. In zijn bloemstilleven hierboven trof mij de stilte. Het grootste gedeelte van Kees Verweys’ werk bestaat uit bloemstillevens, maar het was vooral dit bovenstaande stilleven dat door kleur, opstelling en in combinatie met het lege kommetje het woordeloze nabij bracht. Rust. Het donkere, een vlek rood, wit dat naar mauve tinten uitloopt, de blauw-groene achtergrond, de ronding van het lege kommetje. Stilte.

Drie minuten zestien seconden duurt het mooie gezang hierboven, Voces8 zingt een motet van Anton Brückner: ‘Locus iste’. Vertaald: Dit is de plaats.

'Deze plaats is door God gemaakt, 
tot een sacrament
met niets te vergelijken,
onberispelijk.'

'Locus iste a Deo factus est, inaestimabile
sacramentum irreprehensibilis est.'
Deze Latijnse tekst wordt doorgaans gebruikt bij de wijding van een kerk of kapel, en Anton Brückner componeerde dit motet in 1869  voor de wijding van de votief kapel van de nieuwe kathedraal in het Oostenrijkse Linz, waar hij als organist werkzaam was. 

‘Een filosoof vroeg de Boeddha ‘Kunt u de waarheid vertellen zonder woorden en zonder woordeloosheid ?’ Waarop de Boeddha zweeg. Omdat echte stilte voorbij woorden en woordeloosheid ligt werd de filosoof door dit antwoord bevrijd van zijn illusies. (EoR 13:323)

Yves Klein, Éponge (SE251) (Sponge [SE 251]), 1961 · SFMOMA

Schrift en beeld vond plaats in een tijd van nieuwe stromingen zoals Fluxus, performancekunst, pop art en de ontluikende minimal art. Tegenover die tendensen nam deze tentoonstelling een conservatieve en defensieve positie in. Wat de nieuwe stromingen vooral onhandelbaar maakte, was dat ze geen enkele toegang boden tot een achterliggende betekenis. Eind jaren vijftig had Yves Klein al zijn aversie tegen het lezen van kunst geventileerd: “I can no longer approve of a ‘legible’ picture, my eyes are not made to read a picture but rather to see it. Painting is color, and Van Gogh exclaimed: “I want to be liberated from I don’t know what prison”. I think he subconsciously suffered from seeing color cut up by line and its consequences.”

"Ik kan niet langer een 'leesbaar' schilderij goedkeuren, mijn ogen zijn niet gemaakt om een schilderij te lezen maar om het te zien. Schilderen is kleur, en Van Gogh riep uit: "Ik wil bevrijd worden uit ik weet niet welke gevangenis". Ik denk dat hij onbewust leed onder het feit dat hij kleur versneden zag worden door lijn en de gevolgen daarvan.”

De Witte Raaf: Eenzame beelden: over vormen van taal in kunst, Margriet Schavemaker Editie 104, juli-augustus 2003

Rond dezelfde tijd betoogde Susan Sontag in haar essay Against Interpretation dat in veel van de nieuwe kunst geen sprake was van een diepere betekenis. Daarom was dit soort kunst ook niet geschikt om te analyseren en te interpreteren: “What we decidedly do not need now is further to assimilate Art into Thought.” 

Lees:

Stilleven met strohoed, eind nov.-half december 1881 Vincent Van Gogh Olieverf op papier op doek

Met het stilleven van Kees Verwey bracht ik je naar het begrip ‘stilte’. Niet als betekenis, maar als ervaring. De volgende stap ‘Locus Iste’ gezongen door de voortreffelijke Voces8 voerde ons naar een gewijde plaats, naar een werkelijkheid waarin een contact tussen ‘het totaal andere’ en de beschouwer centraal kwam.
Maar voorbij de woorden en de woordeloosheid zou je bij de bevrijding van je illusies uitkomen, besloten we met de Boeddha. Wat dat dan ook mag zijn.

Odilon Redon ‘L’ Art Céleste tekening Lithographie on paper

En als de cirkel rond is, kom je bij dezelfde kunstenaar, Odilon Redon, bij de stilte uit met dit bekende werk uit 1911. Het kreeg ‘stilte’ als naam. Stilte. Niet met de vermanende wijsvinger op de stoute lippen gedrukt, maar samen met wijs- en middelvinger, zoals je een kusje zou versturen naar de beminde. Vriendelijk verzoekend. Laten we stil zijn.

Odilon Redon ‘Silence ‘ c. 1911




Ik heb mij met moeite alleen gemaakt.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan - vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o - mijn vriend - deze wereld is niet de echte.

Hans Lodeizen

Vrouwelijkheid met verve geconterfeit

Gerard van Honthorst ‘Margaeeta Maria de Roodere en haar ouders. 1652
Margareta de Roodere zit achter haar schildersezel. Ze kijkt ons aan, wijzend op een geschilderd portret van haar vader waar haar moeder naar kijkt. Gerard van Honthorst heeft het drietal op zijn beurt geportretteerd. Complimenteert Honthorst zijn leerlinge hier met haar vaardigheden als kunstenaar? Of strijkt hij zelf, als goede leermeester, de eer op? In tegenstelling tot het werk van haar leermeester is er van Van De Roodere zelf geen enkel schilderij bewaard gebleven. Kunst gemaakt door vrouwen werd eeuwenlang als inferieur aan dat van mannen gezien. (Centraal Museum Utrecht)

De sociale status van de schilders in de Republiek varieerde van dagloners via zelfstandige meesters tot goed beloonde hofkunstenaars zoals Michiel van Miereveld en Gerrit van Honthorst, die zich specialiseerden in het portretteren van hoge ambtenaren. In één zo’n portret vertegenwoordigde van Honthorst weer een ander type schilder: een welgestelde amateur die voor zijn plezier schilderde. Verschillende vrouwen werden op deze manier volleerde schilders. De meeste meesters waren mannen, maar er zijn meer dan een dozijn vrouwen geregistreerd die de status van meester hebben bereikt, met als bekendste Judith Leyster (1609-1660).

Maar…de allegorie van de schilderkunst van Gerard van Honthorst wordt door een vrouw gepresenteerd.

De Allegorie van de de Schilderkunst Gerrit van Honthorst 1648

Ze waren aanwezig! In de Barok. Ook als kunstenaressen.

Sofonisba Anguissola, Lavinia Fontana, Fede Galizia, Artemisia Gentileschi, Elisabetta Sirani, Virginia Vezzi, Orsola Maddalena Caccia en Giovanna Garzoni zijn de acht barokke dames die hun leven wijdden aan de schilderkunst. Sommigen onder hen leerden de schilderstiel in het atelier van hun vader.  Ook bij 'In de stilte' goed vertegenwoordigd. 
Isaac Claesz van Swanenburg (1568) vs. Sofonisba Anguissola (1556)

Het museum voor Schone Kunsten in Gent kondigt alvast voor 2026 een tentoonstelling aan met als werktitel ‘Vrouwelijke kunstenaars tussen 1600 en 1750’.

Nooit eerder werd een tentoonstelling volledig aan dit thema gewijd. Bezoekers zullen voor het eerst ervaren dat vrouwelijke kunstenaars in de Nederlanden allerminst zeldzaam waren. Ze speelden daarentegen zelfs een wezenlijke en onmisbare rol in de bloeiende artistieke economie van de lange 17de eeuw. Daarmee wordt 'Dames van de Lage Landen' een waardevolle nieuwe stap in het onderzoek naar vrouwelijke kunstenaars, en een verdere verbreding van thema's die het MSK in 2018 voor het eerst aanhaalde in de tentoonstelling 'De dames van de barok. Vrouwelijke schilders in het Italië van de 16de en 17de eeuw'.


Met werk van: Judith Leyster, Alida Withoos, Clara Peeters, Anna Maria Janssens, Johanna Koerten-Block, Rachel Ruysch, Geertruydt Roghman, Anna Maria van Schurman, Maria Faydherbe, Margareta de Heer, Maria Strick-Becq, Maria Sybilla Merian… en tal van anonieme kunstenaressen actief in de productie van kant- en borduurwerk.
Clara Peeters Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen (fragm)

En je moet al naar de blinkende rand van de kruik gaan kijken om een weerspiegeling van de schilderes Clara Peeters te vinden. En de naam van de kunstenares vind je aan de zijkant van het mes onder het schilderij.

Het MSK werkt voor deze tentoonstelling samen met het National Museum of Women in the Arts (NMWA, Washington D.C.), hét pioniersmuseum inzake onderzoek en tentoonstellingen over historische vrouwelijke kunstenaars. De tentoonstelling, die eerst in Washington zal te zien zijn tijdens het najaar van 2025, heeft als doel de rol van vrouwen binnen de diverse domeinen van de artistieke (luxe)productie zoals papierknipkunst, glasetskunst, kant- en borduurwerk, kalligrafie, beeldsnijkunst, grafiek en schilderkunst te belichten en in hun context te plaatsen.

https://www.mskgent.be/tentoonstellingen/vrouwen-van-de-lage-landen

Clara Peeters – Mesa (Prado) 01 (zonder verborgen kenmerken)

Bekijk uit onze collectie volgende afleveringen:

Boy Playing the Flute, early 1630s, by Judith Leyster. The Nationalmuseum, Stockholm. Source: Wikimedia.

Een mooie collectie vind je bij ‘Art herstory’: “A dozen great women artists, Rennaissance and Baroque:

https://artherstory.net/a-dozen-great-women-artists-renaissance-and-baroque/

Mary Wither of Andwell, early 1670s, by Mary Beale.


Wat zij wilde schilderen

Zij schildert wat zij niet kan eten
niet kan bezitten niet beschrijven.
Zij schildert wat niet stil blijft
zitten niet gelijk blijft niet
verandert. Zij schildert wat zij
niet kan kweken niet kan vangen
niet vergeten. Zij schildert
wat zij niet kan raden pakken
of begrijpen. Wat ze niet
omhelzen kan verwennen
of verwijten. Verwaarlozen,
laten verwilderen. Omhakken,
verscheuren. Verbranden.
Betreuren. Zij schildert
waar zij niet van slapen kan
wat ze zich niet herinnert,
niet in kleur. Wat zij niet zingen
kan niet juichen.
Het onomlijnde blijft
onomlijnbaar lokken.

Judith Herzberg 1996

Self-Portrait at the Easel, c. 1548, by Catharina van Hemessen. The Kunstmuseum Basel. Source: Wikimedia.

Later wordt het, maar nooit te laat(?) (3) ‘Devouring Time’

The Boy with the Arrow (Portrait of the Artist’s Son) (1903), Douglas Volk -Smithsonian American Art Museum-

Ook hier is een toevallige vondst, een schilderij: ‘The Boy with the Arrow’ van de Amerikaanse schilder Douglas Volk (1856-1935) een aanleiding om het over een aspect van de ‘tijd’ te hebben. Laten we maar meteen de meester citeren: ‘Devouring Time’, of het negentiende sonnet van William Shakespeare:

19

Devouring Time, blunt thou the lion's paws
And make the earth devour her own sweet brood,
Pluck the keen teeth from the fierce tiger's jaws
And burn the long-lived phoenix in her blood,
Make glad and sorry seasons as thou fleet'st,
And do whate'er thou wilt, swift-footed Time,
To the wide world and all her fading sweets.
But I forbid thee one most heinous crime:
O carve not with thy hours my love's fair brow
Nor draw no lines there with thine antique pen.
Him in thy course untainted do allow,
For beauty's pattern to succeeding men.
   Yet do thy worst, old Time. Despite thy wrong
   My love shall in my verse ever live young

Tijd, veelvraat, leg de leeuwenklauw aan banden,

Voer aarde op wat ze heeft uitgebroed,

Ontdoe de tijger van zijn rotte tanden,

Bereid de oude fenix in zijn bloed,

Maak de seizoenen goed of laat ze kwijnen,

Doe wat je wilt, jij gluiper Tijd, je ziet

Al wat de wereld mooi maakt weer verdwijnen.

Maar er is één ding dat ik je verbied.

Kerf niet je uren in mijn liefs gezicht,

En trek daar met je oude pen geen sporen,

Spaar hem, een nieuwe generatie richt 

Zich op zijn schoonheid, die mag niet verloren.
   
Ach, oude Tijd, doe maar je kwade werk.
   
Mijn vers houdt mijn lief levend, jong en sterk.

vertaling: Willem van der Vegt 2008

The boy in the painting is Volk’s own son Leonard during that time in a boy’s life where he is no longer a boy yet not quite a man either. This painting was displayed around the time that Peter Pan was first introduced to the public. It’s thought that Peter Pan had many thinking about this time in a boy’s life called adolescence and might have influenced how popular this painting was at the time.
The painting depicts young Leo sitting in the woods on a large rock while holding an arrow and looking into the distance as if contemplating some major decision. He is dressed as a typical American boy of the period and sits in the shade of a large tree.

Je moet al een beetje verder gaan zoeken naar de biografische achtergrond. Leo, eerste zoon van schilder en kunst-pedagoog Douglas Volk is heel jong gestorven. Nauwelijks acht jaar geworden. De dromerige jongen hierboven een voorloper van de geciteerde Peter Pan is een poging van de schilder de ‘devouring Time’ toch nog even te verschalken, of is de toewijzing gewoon een fout in het biografisch materiaal? Maar ook dan blijft het een poging om het snel voorbijgaan van de tijd te isoleren in een portret dat voor altijd het jeugdige bevriest. Er zijn immers talrijke vormen van aanwezigheid. Het beeld. Een gedicht. Zoals je de woorden uitspreekt, hun melodie hoort en de betekenis weer op een heel andere manier tot je doordringt. Luister. Een minuut veertien seconden.

Soms komt er een woord op bezoek. Een vermoeid woord. Vragen om onderdak.

Woord op bezoek

Gewoon een vermoeid woord was het,
-of het enkele weken mocht logeren
 in de stille hoeken van het huis –
er zijn als ik naar de rood verkleurende
wingerd keek achter in de tuin, of naast de kat
mocht slapen die zacht kreunend droomde,
vier witte voetjes bij elkaar, kussentjes als
uitstekende rustplaats voor een vermoeid woord.
Ook in het strijklicht van de late middag in de veranda
zou het zich ontrollen, zijn letters loslaten
in de spiegeling van het vijverwater op de zoldering.

Onuitgesproken kon het zijn klanken 
met de vroege avond laten vallen.
In het donker van mijn ogen slapen
was veel gevraagd, maar het kon.

Van de boeken bleef het ver vandaan,
het was maar een eenvoudig woord, zei het,
wars van literaire pretenties,
maar niet zo simpel of zo slaafs als een lidwoord,
wel te lui  voor dubbelzinnigheid.

Graag ontdaan van zijn betekenis zou het
doorzichtig en onzichtbaar zijn,
-ik dacht aan het volle maanlicht in het trappenhuis-
maar in haar sluimerslaap schrok de poes
toen het smartelijk om verloren letters riep.

Die nacht, in het donker van mijn ogen,
droomde ik zijn verlangen om bij het ander woord te zijn.
Met enkele krullen en wat streepjes meer
zou het van zijn woordblindheid genezen.
Een woordspeling hoefde niet,
gewoon samen in het woordenboek wonen
zoals ‚gaandeweg’ of ‚pepermunt’.

We werden heel vroeg wakker,
droevig om elkaars tekort.

'On' en 'af', twee vermoeide woorden in een winternacht.
Wie ons verenigde, herkende wel
het eigen heimwee naar verloren letters en dies meer.

Onaf maar onafscheidelijk.

Gmt
Man in Hammock Albert Gleizes, 1913



Word on visit

Just a tired word it was,
-whether it could stay for a few weeks
in the quiet corners of the house -
being there when I looked at the red discoloured
vine at the back of the garden, or next to the cat
was allowed to sleep groaning softly dreaming,
four white feet together, cushioned as an
excellent resting place for a weary word.
Even in the floodlight of late afternoon in the veranda
it would unfurl, releasing its letters
in the reflection of the pond water on the ceiling.

Unspoken it could let its sounds
drop with the early evening.
Sleeping in the darkness of my eyes
was asking a lot, but it could.

From the books it stayed far away,
it was just a simple word, it said,
averse to literary pretensions,
but not as simple or as slavish as an article,
too lazy for ambiguity, though.

Gladly stripped of its meaning, it would
transparent and invisible.
-I thought of the full moonlight in the stairwell-
but in its slumber the cat was startled
as it cried out grievously for lost letters.

That night, in the darkness of my eyes,
I dreamed its desire to be with the other word.
With a few more curls and a few more dashes
would cure it of its word blindness.
There was no need for a pun,
just live in the dictionary together
like 'ongoing' or ‘peppermint'.

'On' and 'off', two tired words on a winter night.
Those who united us did recognise
their own nostalgia for lost letters and the like.

Undone but inseparable.

Gmt
Slapende vrouw met Kat Władysław Ślewiński, 1896

Er is het beeld, de poëzie om jou uit de muil van de verslindende tijd terug te halen, hoe tevergeefs ook. Maar ook de muziek. ‘Come again, sweet love doth now invite.’ van John Dowland naar een anonieme tekst. Uitvoering Konstantin Mizkevitch en ensemble. Full page is de tekst goed leesbaar.

Come again
Sweet love doth now invite
Thy graces that refrain
To do me due delight
To see, to hear
To touch, to kiss
To die with thee again
In sweetest sympathy
Come again
That I may cease to mourn
Through thy unkind disdain
For now left and forlorn
I sit, I sigh
I weep, I faint
I die, in deadly pain
And endless misery
Gentle love
Draw forth thy wounding dart:
Thou canst not pierce her heart;
For I that do approve
By sighs an d tears
More hot than are
Thy shafts, did tempt while she
For scanty tryumphs laughs

Het beeldtype stelde Hypnos voor als een adolescent of, in sommige varianten, als een nog jonger kind. Hij werd voorwaarts rennend afgebeeld, met klaprozen in zijn rechterhand en een drinkhoorn in zijn linker, waaruit hij vermoedelijk een slaapdrankje goot. Op dit hoofd is te zien hoe vleugels uit zijn slapen ontsprongen en zijn haar was uitvoerig gerangschikt in een reeks weelderige lokken, sommige vielen vrij, andere waren vastgebonden in een knoop achter op het hoofd.
Hypnos duikt voor het eerst op in de mythologie in het werk van een van de vroegste Griekse dichters, Hesiod (leefde rond 700 voor Christus), waar Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) de verschrikkelijke zonen van Nyx (Nacht) waren. Hypnos werd echter over het algemeen gezien als goedaardig voor de mensheid. De god werd vaak genoemd in literaire bronnen en werd geassocieerd met klaprozen en slaapmiddelen. De vleugels van Hypnos stelden hem in staat om zich snel over land en zee te verplaatsen en om het voorhoofd van de vermoeiden te wapperen tot ze in slaap vielen. Zijn zoon was Morpheus, de personificatie van dromen.