Kees Verwey, Bloemstilleven met witte kom, jaartal onbekend Olieverf op doek, 68 x 89 cm incl. lijst Collectie Stichting Kees Verwey.

Sommigen zullen bij het horen van zijn naam aan Albert Verwey denken. Dat is de neef van Kees. (Amsterdam, 20 april 1900-Haarlem, 23 juli 1995). Ik kan je allerlei dingen gaan vertellen over Kees Verwey, maar stel dat je daar nieuwsgierig naar bent dan is het een kleine moeite om langs Wikipedia te lopen met diverse andere bronnen in de dichte en iets verdere omtrek. In zijn bloemstilleven hierboven trof mij de stilte. Het grootste gedeelte van Kees Verweys’ werk bestaat uit bloemstillevens, maar het was vooral dit bovenstaande stilleven dat door kleur, opstelling en in combinatie met het lege kommetje het woordeloze nabij bracht. Rust. Het donkere, een vlek rood, wit dat naar mauve tinten uitloopt, de blauw-groene achtergrond, de ronding van het lege kommetje. Stilte.

Drie minuten zestien seconden duurt het mooie gezang hierboven, Voces8 zingt een motet van Anton Brückner: ‘Locus iste’. Vertaald: Dit is de plaats.

'Deze plaats is door God gemaakt, 
tot een sacrament
met niets te vergelijken,
onberispelijk.'

'Locus iste a Deo factus est, inaestimabile
sacramentum irreprehensibilis est.'
Deze Latijnse tekst wordt doorgaans gebruikt bij de wijding van een kerk of kapel, en Anton Brückner componeerde dit motet in 1869  voor de wijding van de votief kapel van de nieuwe kathedraal in het Oostenrijkse Linz, waar hij als organist werkzaam was. 

‘Een filosoof vroeg de Boeddha ‘Kunt u de waarheid vertellen zonder woorden en zonder woordeloosheid ?’ Waarop de Boeddha zweeg. Omdat echte stilte voorbij woorden en woordeloosheid ligt werd de filosoof door dit antwoord bevrijd van zijn illusies. (EoR 13:323)

Yves Klein, Éponge (SE251) (Sponge [SE 251]), 1961 · SFMOMA

Schrift en beeld vond plaats in een tijd van nieuwe stromingen zoals Fluxus, performancekunst, pop art en de ontluikende minimal art. Tegenover die tendensen nam deze tentoonstelling een conservatieve en defensieve positie in. Wat de nieuwe stromingen vooral onhandelbaar maakte, was dat ze geen enkele toegang boden tot een achterliggende betekenis. Eind jaren vijftig had Yves Klein al zijn aversie tegen het lezen van kunst geventileerd: “I can no longer approve of a ‘legible’ picture, my eyes are not made to read a picture but rather to see it. Painting is color, and Van Gogh exclaimed: “I want to be liberated from I don’t know what prison”. I think he subconsciously suffered from seeing color cut up by line and its consequences.”

"Ik kan niet langer een 'leesbaar' schilderij goedkeuren, mijn ogen zijn niet gemaakt om een schilderij te lezen maar om het te zien. Schilderen is kleur, en Van Gogh riep uit: "Ik wil bevrijd worden uit ik weet niet welke gevangenis". Ik denk dat hij onbewust leed onder het feit dat hij kleur versneden zag worden door lijn en de gevolgen daarvan.”

De Witte Raaf: Eenzame beelden: over vormen van taal in kunst, Margriet Schavemaker Editie 104, juli-augustus 2003

Rond dezelfde tijd betoogde Susan Sontag in haar essay Against Interpretation dat in veel van de nieuwe kunst geen sprake was van een diepere betekenis. Daarom was dit soort kunst ook niet geschikt om te analyseren en te interpreteren: “What we decidedly do not need now is further to assimilate Art into Thought.” 

Lees:

Stilleven met strohoed, eind nov.-half december 1881 Vincent Van Gogh Olieverf op papier op doek

Met het stilleven van Kees Verwey bracht ik je naar het begrip ‘stilte’. Niet als betekenis, maar als ervaring. De volgende stap ‘Locus Iste’ gezongen door de voortreffelijke Voces8 voerde ons naar een gewijde plaats, naar een werkelijkheid waarin een contact tussen ‘het totaal andere’ en de beschouwer centraal kwam.
Maar voorbij de woorden en de woordeloosheid zou je bij de bevrijding van je illusies uitkomen, besloten we met de Boeddha. Wat dat dan ook mag zijn.

Odilon Redon ‘L’ Art Céleste tekening Lithographie on paper

En als de cirkel rond is, kom je bij dezelfde kunstenaar, Odilon Redon, bij de stilte uit met dit bekende werk uit 1911. Het kreeg ‘stilte’ als naam. Stilte. Niet met de vermanende wijsvinger op de stoute lippen gedrukt, maar samen met wijs- en middelvinger, zoals je een kusje zou versturen naar de beminde. Vriendelijk verzoekend. Laten we stil zijn.

Odilon Redon ‘Silence ‘ c. 1911




Ik heb mij met moeite alleen gemaakt.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan - vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o - mijn vriend - deze wereld is niet de echte.

Hans Lodeizen


Ontdek meer van In de stilte

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 gedachten over “De stilte als vindplaats

  1. Het is zoals wij allen doen, zoeken, proberen, herbeginnen, loslaten. Soms fladdert de duif hoog in de luchten, soms schudt ze het mooie kopje. En hopen dat ze via lezers(essen) de weg naar huis vindt. Dankbaar voor het mild geven van de nodige goede moed.

  2. .
    Ik zou ook woordeloos kunnen blijven.

    U een wit veld sturen van dankbaarheid.
    Invulbaar door uw zwijgen.

    Maar ik ben zo beperkt dat ik woorden
    uit het wit moet snijden.

    Om u te danken. Neen, het is niet vanzelfsprekend.
    Dat ik zomaar, weliswaar met schroom,

    zomaar, herhaal ik, uw Blog mag lezen.
    Gratuit genieten van uw intellectuele arbeid.

    Ik dank u met bewondering.
    Het wonder van schrijven en lezen.

    Ik groet u.

Reacties zijn gesloten.