Het momentele als waan of essentie (1)

“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten)
“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten en nog eens eens je in d’ Orsay bent beland.

Inderdaad, samen zijn dit 5 digitale versies van een en hetzelfde schilderij, niet eens groot 60 x 74cm zonder kader, origineel te bewonderen in het Musée d’ Orsay, Paris. Bovenste foto is een versie van Wikipedia via Google, de laatste komt uit het museum zelf, en dan heb ik het nog niet over de diverse kopieën die in de zgn. ‘kunsthandel’ te koop zijn. We zullen moeten gaan kijken, inderdaad en dan zullen we nog een aantal andere versies moeten verwerken al blijkt bij het kleuren zien de hersenwerking bij elke waarnemer identiek. maar de persoonlijke ervaring ervan is weer een ander hoofdstuk.

Maak ik een schermafbeelding van Googles opzoekingen dan zie je ongeveer dit:

In een nog recentere versie , februari 2024 resultaat van een opname in de tentoonstelling Colour & Light – The legacy of impressionism, Atheneum, 20 October 2023 – 25 February 2024 kan je een sterke rood-beklemtonende opname bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Chemin_montant_dans_les_hautes_herbes.png

…en terwijl je daar bent, daarnaast onderaan een erg getrouwe kopie uit het museum, en dan zijn we terug bij een mengeling van de opnames bovenaan.

Maar…er is slechts één verhaal.. De plaats: Essoyes. Of niet? Gaat het eerder over een ‘impressie’? Herinneringen? Maak een keuze tussen de eerste twee doeken bij het begin van deze bijdrage.

Het verhaal van "Chemin montant dans les hautes herbes":

Twee silhouetten bijna in het midden van het doek, het kleinere silhouet is van een kind, het andere van een vrouw. Loopt het kind voorop, bloemen in een van zijn handen terwijl de vrouw een rode parasol draagt. Zij lopen beiden naar een houten poortje, rechtsonder het schilderij. Mogelijk heeft Renoir Jean, zoon en Camille, vrouw van zijn vriend Monet verbeeld.
Voel je de zomerwarmte? Hoor je de krekels? De wind brengt een zoete geur van wilde bloemen mee. In de verte, op het pad achter het kind en de vrouw met de rode parasol zie je nog een stel, een man en een vrouw, in het zwart gekleed. Ook die vrouw beschermt zich met haar parasol.
De tuin zal meermaals in zijn werk verschijnen.

Pierre-Auguste Renoir Femme avec parasol dans un jardin 1875

Is het een herinnering van de schilder P.A. Renoir in Essoyes en beschrijving van de route “Chemin montant dans les hautes herbes”?

Auguste Renoir en Aline Charigot, afkomstig uit Essoyes, ontmoetten elkaar in Parijs. In de Rue Saint Georges, in een crémerie waar men in die tijd ook kon eten, charmeerde de jonge naaister uit de provincie Renoir. Hij was onder de indruk van de charme van deze 21-jarige vrouw en vroeg haar om in zijn atelier te komen poseren. Aline stemt toe en zo vindt de kunstenaar, die zich niet op zijn gemak voelt in de salons van de Parijse bourgeoisie, maar zich aangetrokken voelt tot de natuur en het gezonde leven van de plattelandsbevolking, de weg naar Essoyes. Maar dan zijn we de rumoerige jaren 1872-1877 net voorbij.

Renoir a 39 ans. Il est alors dans une période critique. Et comme ses amis Monet, Pissarro et Sisley, il traverse une période où le mouvement impressionniste s’essouffle. Comme eux, il la résoudra à sa façon. Contrairement à Monet, Cézanne et Degas, il ne peut vivre que de sa peinture. Voilà pourquoi il s’est lancé dans le portrait et ainsi s’est acquis la bourgeoisie parisienne. Mais c’est à Essoyes qu’il va retrouver l’ambiance, le cadre, les couleurs et la lumière de sa peinture. “Essoyes avait vraiment tout ce qu’il faut pour enchanter un peintre et lui faire découvrir des motifs à chaque pas ; un village où les toits étaient d’une belle couleur raisin de Corinthe, une rivière coulant paresseusement au pied des bouquets de saules argentés, un sol d’un ton cuivré et au-delà une épaisse forêt” 

(François Fosca / Editions Aimery Somogy).

Renoir Grand Vent (Le coup de vent) 1872

Dit werk hing ook op de eerste tentoonstelling van ‘de impressionisten’ in 1874 en zorgde voor de nodige negatieve commentaar. Stel je voor, een schilderij zonder figuratie, met de wind als onderwerp. Wind ja! En rond dezelfde tijd 1874-1876 dit portret: ‘Femme à l’ ombrelle et enfant’

Pierre-Auguste Renoir – Femme à l’ombrelle et enfant.jpg. (1874-76)

En of dit niet Camille Monet was? Maar vooral de mooie belichting, licht en schaduw zijn belangrijker dan de details van het kleed en de zomerse omgeving. Zijn we hier bij personages van de ‘Chemin montant?’ Alvast in dezelfde innigheid en atmosfeer. Het moment. Even maar en het is voorbij. Kunstenaars als Claude Monet, Pierre August Renoir, Edgar Degas, Camille Pissaro, Berthe Morisot stelden voor de eerste maal hun (vaak geweigerde) werken tentoon in 1874. Het statische beeld verdampte in de pijnlijke schoonheid van ‘let op, het duurt maar even en het is voorbij…’ En of je die momenten kon vastleggen; was dat geen contradictio in terminis? Zelfs het reproduceren van hun werken is geen makkelijke opgave zoals duidelijk bleek bij het begin van deze bijdrage. Een museum is een oplossing, of met de feestdagen in het achterhoofd geef en krijg mooie geïllustreerde kunstboeken.

Berthe Morisot painting entitled: Eugène Manet and his Daughter in the Garden

Voor mij bestaat een landschap nauwelijks als landschap, omdat het voortdurend van uiterlijk verandert; maar het leeft dankzij zijn omgeving, de lucht en het licht, die voortdurend variëren.
Claude Monet

Het Klaprozenveld in Argenteuil, 1873. Claude Monet
Neen. Het moment
is geen bevroren onderdeel
van een beweging.
Het moment suggereert
wat zichtbaar was of wordt,
maar
zonder nu
bestaat er geen verleden
noch toekomst.

(wordt dus vervolgd)

Renoir. Vrouw in de tuin

Aanvullend:

Is de mens een zachte machine? Een intro.

3e-eeuws reliëf van Prometheus die de mens schept (Louvre, Parijs)

“Dat ik geboren ben en niet gemaakt”, zei Mens. “Verwekt. Hoor je het ‘kwekkende’ in dat woord, -zie je ons bezig- Verwekt om geboren te moeten worden na negen maanden mogelijk gesukkel. Kijk naar de glanzende machines die mij omringen. Ontworpen, geoptimaliseerd, afgewerkt. Mama, het spijt mij. Maar wij zijn achterhaald door ons eigen technische kunnen. Als mens zijn wij kleiner dan onszelf. Draai de ratelaars, haal de klokken uit de lucht. ” (Gmt)

In zijn dagboek zou hij het ‘Prometheïsche schaamte’ noemen. (Über prometheische Scham) onderdeel van zijn filosofisch hoofdwerk Die Antiquiertheit des Menschen (De gedateerdheid van mensen), dat verscheen in 1956.

“Laat je broer nooit een opdracht van de glorierijke Zeus uitvoeren. Mijn broer Epimetheus moest voor elk levend wezen een vermogen bedenken. Ga je gang, zei ik vriendelijk. De antilope gaf hij snelheid, een dikke huid voor de olifant, ogen als een verrekijker voor de arend, scherpe klauwen voor de tijger, enz. Tenslotte bij de mens aangekomen…Inderdaad zijn mandje was leeg.’

Wat nu? Het idee was dat elke soort zich zou kunnen redden op aarde, niet in zijn geheel vernietigd zou worden. Maar daar stond de mens: naakt, ongeschoeid, onbedekt, ongewapend, onaangepast, onaf. Het was, in de woorden van een andere Duitse filosoof uit de twintigste eeuw, Arnold Gehlen, een nauwelijks levensvatbaar biologisch misbaksel.   (Tom Grosfeld DGA)

Een bekend verhaal. Prometheus steelt het vuur van de goden en dank zij dat vuur zou de mens zelf dingen kunnen creëren. Een wezen dus dat zichzelf moet maken. En juist nu, in deze ‘moderne’ tijden wil de mens gemaakt zijn, een product worden. Trots is zelfverachting geworden. De mens wordt vernederd door de machine.

Door AI gemaakte afbeelding

‘De triomf van Prometheus is in zekere zin te overweldigend geweest. De trots begint om te slaan in minderwaardigheid en zelfverachting. De wens van vandaag is om een product te worden. De mens wil gemaakt zijn.’ 

Is de werkelijkheid in data te vatten? In hoeverre zijn we met het internet, smartphone, laptop, diensten als ChatGPT vergroeid vraagt de auteur Tom Grosfeld zich af in ‘Een miezerig, gebrekkig omhulsel’.

(Een profiel van Günther Anders) De Groene Amsterdammer. 3 september 2025 nr 36) Aan te raden!

"Prometheïsche schaamte heeft zich in de mens genesteld. En zo bezien is het te begrijpen dat we graag op algoritmen leunen die keuzes voor ons maken en bepalen wat onze ‘persoonlijke’ smaak is. Waarom we creatieve processen uitbesteden aan kunstmatige intelligentie en zo druk zijn met protocolleren, standaardiseren en kwantificeren. We zoeken voor elk maatschappelijk probleem een technologische oplossing. We zijn heilig gaan geloven dat we de werkelijkheid kunnen vangen in data en durven het niet meer op te nemen tegen de machine. We vertrouwen nauwelijks meer op onze menselijke kwaliteiten." (ibidem)
Gemaakt door Jean Tinguely. Cercle et carré éclates (Cirkel en ontploft plein), 1981. Pirelli HangarBicocca, Milaan, 2024. MAH, Musée d’art et d’histoire, Ville de Geneve. Met dank aan Pirelli HangarBicocca, Milaan. Jean Tinguely – SIAE, 2024. Foto van Agostino Osio.

Mens

Mens is een zachte machine,
een buigbaar zuiltje met gaatjes,
propvol tengere draadjes
en slangetjes die dienen
voor niets dan tederheid
en om warmer te zijn dan lucht,
Och, hij heeft ademzucht
en hartarbeid.

Heeft hij een welvig lijfje,
hier en daar wat vetjes,
dan vindt hij iets niet netjes
en noemt zichzelf een wijfje;
bovenin zijn haarkleedje
draait hij dan vaak springveren.
Daar kan hij niet mee leren;
ze dansen alleen een beetje.

Het leren gebeurt in een kastje;
je mag dat niet openmaken,
wel teder, teder aanraken,
maar de rest van het zotte bastje
blijft ingepakt en bewaard,
want als het zich bepoedert,
ontwatert en ontvoedert,
ontroert, ontstemt, onthaart,
dan kruipt het een hokje in.
Een deurtje gaat op slot,
en het loopt niet naar buiten tot
het kleertjes heeft, kalmte en zin.

Maar soms voelt het zich zoet;
het bekje prevelt: ‘trouwen’,
het gladde buikje moet
een klein machientje bouwen.

God behoede de mens
en geve hem een zoen:
er is verder niets met hem te doen.
Streel zijn zoete pens,
want mens is een zachte machine,
een ingewikkeld liefje.
Verzilver zijn statiefje,
leidt hem in een vitrine,
doe bij hem een lichtje aan.

Loop zachtjes om hem heen en
ga elders om hem wenen,
maar laat hem staan.


LEO VROMAN
Dat hij de ‘ziekte van de sterfelijkheid’, een ziekte waar we allemaal aan lijden, zo licht opvatte, had vast ook van doen met zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Leo Vroman was behalve dichter ook hematoloog; zijn ontdekking dat stollend bloed op een oppervlak telkens nieuwe eiwitten afzet leeft voort als het ‘Vroman-effect’. Hij had een fascinatie voor biologische processen, ook voor het mysterie van de dood. Van het leven begrijpen we nog maar een heel klein beetje, stelde hij vaak, maar van de dood niets.

(Xandra Schutte. DGA. 26 februari 2014

Ben Tolman Detail uit “Apartments’. Inkttekening

“Die gevoelens van schaamte zijn alleen maar geïntensiveerd in de 21ste eeuw, onder meer door de komst van het internet, de smartphone, de zelfrijdende auto en de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. En zullen blijven intensiveren, aangezien we vastzitten in een vicieuze cirkel: hoe beter machines worden, hoe minder bekwaam mensen hoeven zijn en hoe minder ze zich dus zullen inspannen om bepaalde vaardigheden te verwerven. De mens zal aftakelen, steeds kleiner worden ten opzichte van de machine die grenzeloos lijkt in zijn mogelijkheden.” (Tom Grosfeld: Een miezerig, gebrekkig omhulsel)

Luister naar de oorspronkelijke tekst: Tom Grosfeld over de filosoof Günther Anders

Sources matérielles © CC BY 2.0/Carolyn P Speranza/Flickr

Smakelijke Symbolen

Het Museum van Stillevens in de Villa van de Medici in Prato biedt kleurrijke afbeeldingen van 17e-eeuws Italiaans fruit, waaronder deze peren, geschilderd door Bartolomeo Bimbi. Alinari Archives, Florence / Bridgeman Images

Deze collectie Italiaanse peren zijn niet alleen een vroege agrarische publiciteit maar tegelijkertijd een symbool. De peer stond in de 17de eeuw aldaar bekend als symbool voor de kindertijd en het paradijs na de dood, terwijl perziken de ouderdom symboliseerden , kersen het bloed van Christus en druiven, u raad het al, het goede leven, en hier gewoon ook een publiciteitsstunt waren om de de variëteiten te promoten.

Bartolomeo Bimbi Druivensoorten (klik op onderschrift om te vergroten)

Het fruitstalletje van Frans Snyders (1579-1657) en Jan Wildens (1584-1653) leert ons ook soorten ontdekken die intussen vergeten waren. Want vergis je niet de vrucht onder de madonna met kind van Della Ragione is wel degelijk een (lang vergeten) perensoort.

Het fruitstalletje Ermitage Imperial (klik op onderschrift om te vergroten)

Della Ragione. Madonna met peer (pera verdacchia!)

In Albrecht Dürer’s ‘Madonna en kind met een peer’ ontdekten deskundigen dat deze vrucht een appel was.

Dalla Ragione found that the pear in Albrecht Dürer’s “Madonna and child with the pear” is actually an apple. Digital Image Library/Alamy

Het MSK, Museum voor Schone Kunsten in Gent heeft een mooi doek, ‘Stilleven met groenten en vruchten’ van barokschilder Jan Pauwel I Gillemans. (1618-1695). Je kunt het op allerlei manier bekijken en bestuderen. Fraai.

Bekijk en bestudeer:

https://www.mskgent.be/collectie/1901-a

 Tegen een donkere achtergrond staat centraal een Delfts blauwe kom met citrusvruchten. Ze wordt omringd met groenten en fruit uit verschillende seizoenen. Hieruit valt op te maken dat het stilleven geen momentopname is, maar een artificiële constructie. Dergelijke composities stonden symbool voor de vergankelijkheid. Over de symbolische betekenis van de afzonderlijke details bestaat er geen overeenstemming. (MSK)


Sinaasappel

In zijn wapenschild niet het hijgend hert,
en evenmin ’t gebrul van leeuwen,
zeker niet de gouden kroon
maar een sinaasappel in zijn citrusvel.

Reeds geplukt, al mag een twijgje
nog de boom herinneren, en een blaadje
dat hij zuiderluchten proefde.

De bittere schil geneest de krampen:
elixir aureant compositum.
Het vruchtvlees en een verborgen sappenschat
laten je bij het pellen watertanden.

Anders dan de slappe mandarijn
zit hij strak, weerbarstig in het vel
en bijt hij onder je nagelranden
voor hij zijn innigheid verkoopt
terwijl zoete tranen bij het breken
over je handen vloeien,
de mond hapklaar, de tong
een breed bed voor het geperste suikersap,
uren zon en tederheid van bijen
verheffen smaken tot een elfenlied.

In de tuin der hesperiden glom zijn vacht,
zijn geur vermengde zich met chocola
bij het liefelijk bedrog uit vroege kindertijd.

Zijn ronding roept ook ’t vrouwelijk zoete
voor de geest van hongerige mannen;
in de koele ziekenkamer geneest hij vaak
de bange eenzaamheid.

In mijn kaal geplukt wapenschild
glanst hij woordeloos.
Niet verwoest door vlijm of citruspers
vat hij de kern der dingen samen.

Gmt
Foto door Ryan Baker op Pexels.com

Het leven van Guillaume Apollinaire (1880–1918) is voor velen waarschijnlijk bekender dan zijn poëzie; zijn Poolse moeder en zijn nooit gekende Italiaanse vader, zijn vriendschappen met moderne schilders als Picasso, Matisse en Delaunay en zijn deelname aan het Franse leger in de Eerste Wereldoorlog, die hem bijna het leven kostte. Toen hij op zijn 38ste aan de Spaanse griep overleed, had hij twee baanbrekende dichtbundels gepubliceerd, Alcools en Calligrammes. Daarnaast liet hij honderden gedichten na. (Drukwerk in de Marge)
De mooie roodharige

Jullie wier mond naar Gods beeltenis is gemaakt
Mond die de orde zelf is
Wees mild wanneer jullie ons vergelijken
met degenen die de volmaakte orde waren
Terwijl wij overal het avontuur zochten
Wij zijn jullie vijanden niet
Wij willen jullie grootse en vreemde gebieden geven
Waar het mysterie zich in bloemen aanbiedt voor wie het wil plukken
Er zijn daar nieuwe vuren en nooit geziene kleuren
Duizend ongrijpbare fantasieën
Die werkelijkheid moeten worden

Vertaling: Kiki Coumans

Robert Delaunay, Fenêtres ouvertes simultanément _1912.jpg

Welke namen je ook aan het mooie fruit geeft, je zult het moeten proeven wil je zijn smaak leren kennen. Nu de herfst binnen drijft, open de ramen, pluk de vruchten van de voorbije zomers want de winter kan koud en lang zijn, maar de zolder van je ziel is ruim en geurend naar de vele voorbije zomers. En hoe oud je ook bent, er zal nog steeds een aantal lege planken blijven in de legkast voor het komende. Verlangens kunnen zich klein maken, wachtend om gesmaakt te worden en zich in jouw bestaan te ontplooien ook op winterse dagen.

Bartolomeo Bimbi. “Vijgen’ Klik op ondserschrift om te vergroten

Brieven aan Cecilia: ‘Het wiel belicht en beladen’

Het wiel van Rosmalen – Armando (Foto Historiek)

Je zou bij verjaardagen het beeld hierboven kunnen gebruiken, het wiel van Rosmalen. Ik lees in ‘Historiek’:

"Het Wiel van Rosmalen is een kunstwerk van Armando (pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd), dat in 1992 vlakbij een zandverstuiving in de Noord-Brabantse plaats Rosmalen werd geplaatst. . Het zwartbronzen kunstwerk staat ook wel bekend als het Wiel van Armando. " 


Zelf schreef hij in 1992 over het karrenwiel:

Het wiel van Rosmalen zal geen gaaf wiel zijn
Een wiel dat ‘schuldig’ en ‘onschuldige’
voertuigen voortbewogen heeft.
Dat kanonnen moest voortslepen,
maar thans tot rust is gekomen.
Het wiel van het slagveld,
maar ook het wiel als rad der geschiedenis.
Overwonnen beweging. Gestolde kracht.
Een wiel dat wellicht tot inkeer is gekomen.

Deze tekst is ook op de sokkel van het kunstwerk te vinden. Het kunstwerk van Armando vertoont gelijkenissen met het kleinere sculptuur Feldzug dat sinds 1989 bij de ingang van de begraafplaats Rusthof in Leusden staat.

‘Feldzug’, kunstwerk van Armando te zien bij de begraafplaats Rusthof in Leusden (CC BY-SA 3.0 – Willemnabuurs – wiki)

‘Ik heb in mijn werk steeds een voorkeur gehad voor eenvoudige vormen en begrippen: landschap, boom, vlag, ladder, kop. En de laatste jaren het wiel. Maar ik stel me niet tevreden met de simpele, schone vorm.
Een kunstenaar put uit jeugdervaringen en die moeten de vorm lading geven. In mijn jeugd stond de wereld in brand. Er was een vijand en zijn strijdwagens denderden over ons land.”

(Armando)

Dus, lotgenote mag ik met jou de stad herinneren waarvan ‘de strijdwagens’ dachten dat het voor duizend jaar hun hoofdstad was? Berlijn. Wij hebben er geleefd en gewerkt. En het wonderlijk wiel dat herinneren heet, draait het voorbije naar de rand van ons leven . Geboren onder hun grootspraak, het jaar nul van Europa, hebben wij er later verbindingen gevonden waarin beelden, verhalen en vertellingen hoor- en zichtbaar werden terwijl de Muur nog de wielen blokkeerde, maar de gedachten hun gangen gingen en je daarna met alles wat wielen had Oost en West kon bereizen. Dachten we. Hoopten we.

Soviet troops at the eastern boundary of Berlin, Germany, near the end of World War II in Europe. Photograph, 22 April 1945.

En tot in de eurolotterij geëerd, al mag de kans tot ‘fortuin” vrijwel minder dan nul zijn, het zit in de genen dit ‘Rad van fortuin’, een vreselijk wiel waarvan het draaien zelfs de politiek kan bepalen. (naar men zegt…)

Uit: Des faits et dits mémorables. 1413 Valerius Maximus.
En dan wordt hij koning en zit op zijn troon,
de omwenteling verloopt zo schoon,
hoog op het rad der geschiedenis
droomt hij dat hij een godje is,
hij klapt in zijn handjes maar dat is dom
want dan draait het wieletje nog eens om.

(Uit .W. Schulte Nordholt, Contrafacten – gedichten op reis en thuis (Baarn, z.j.) p. 20-21 )
Fresco in Tingsted (Denemarken) – het ‘rad van fortuin’ of het ‘wiel des levens’. wikimedia. De teksten – met de wijzers van de klok mee: regnabo, regno, regnavi, sum sine regno. (ik zal heersen, ik heers, ik heb geheerst, ik ben zonder koninkrijk

Orffs muziekstuk viel goed in de smaak bij iedereen, ook bij de Duitse nazi’s. Dat was volgens sommige historici wellicht zijn redding, want Orff stond binnen nazikringen op dat moment niet erg goed bekend. Integendeel, hij stond bekend als links, en verschillende leden van de nazipartij vonden daarom dat zijn werk niet verder verspreid zou mogen worden. De Carmina Burana bracht daar verandering in: het werd een bekend stuk in de kringen van de nazi’s en ze behandelden het als een kenmerk van ‘jeugdcultuur’ in het Derde Rijk. De krant van de Nazi’s, de Völkischer Beobachter, noemde Orffs cantate ‘het soort heldere, stormachtige en toch altijd gedisciplineerde muziek die onze tijd nodig heeft’.  (IsGeschiedenis)

Hij werd na de oorlog wegens zgn. nazi-sympathië voor de rechtbank gebracht maar wist zich voldoende te verdedigen om in eer hersteld te worden.

Lees zijn bio in “Klassiek in de Kapel”

Carl Orff ten tijde van de Carmina Burana

Werken met film en geluid veranderde wezenlijk tijdens onze levensloop. Waren het eerst nog de ‘wielen’ waarrond pellicule (celluloid) of magneetband was gewikkeld, -monteren betekende vooral ‘knippen en plakken- weldra verschenen de digitale mogelijkheden met de CD als overgang- en daarna de harde schijven die de montage via computer mogelijk maakten waarbij het ‘bewaren’ voor weer andere problemen zorgde omdat programma’s snel verbeterden en nieuwe versies de toegang tot vroegere edities bemoeilijkten.

Bijna dertig jaar geleden (1996) schreef Marcel Cobussen in De Groene Amsterdammer een tekst: ‘De terreur van het oog’. Een fragment:

"De pianist die in de beginjaren van de film, toen nog zonder geluid, de beelden auditief ondersteunde, deed dit volgens de Duitse filosoof Theodor Adorno om de angst bij het publiek weg te nemen. De abnormale stilte - doorgaans associatief verbonden met onbeweeglijkheid - van de stomme film stond in een dreigend contrast met de weergegeven bewegende visuele werkelijkheid. Wanneer het oor niets hoort, lijkt het oog ten prooi aan angst en onzekerheid. De begeleidende (film)muziek diende om gerust te stellen, op dezelfde manier als een kind dat fluit in het donker. Op onderdanige wijze, zich terdege bewust van zijn ondergeschikte positie, is geluid hooguit een medicijn voor het beeld.
Ik heb besloten dit de terreur van het oog te noemen."

De terreur van het oog DGA 10 januari 1996 Marcel Cobussen

Titiaan “Cupido met het wiel van de Tijd.” 1515-1520

Die ‘strijd’ hebben wij, denk ik, heel anders aangevoeld. Zocht ik vaak ‘geluidslandschappen’ (soundscapes) op, naar inspiratie van de Canadese componist Murray Schafer, jouw beelden lieten kijkers luisteren en begrijpen naar wat andere mensen als levensbelangrijk hadden ervaren. Een fraaie kruisbestuiving. Vaak verbond muziek de werelden van zien- en luisteren. Tijd om geluid en beeld in een mooie vriendschap te verbinden en je hiermee een gelukkige verjaardag te wensen.

En ‘Helena, de cassettes en de kinderen’, een radioportret uit de vroege jaren tachtig, voor wie -nu het frisser en vroeger donker wordt- knus wil luisteren, de herfst tegemoet.

Een mens ten voeten uit: Jean-François Millet (1814-1875) schilder

Le Moissonneur (De Maaier) – Jean-François Millet (1866-1867)
pastel op karton – 96 cm x 68 cm
Hiroshima Museum of Art

een GEÏNSPIREERDE of VAN ALLE MARKTEN THUIS?

Jean-François Millet stierf een jaar na de eerste tentoonstelling van de impressionisten, die veel te danken hadden aan het meesterschap van de schilder op het gebied van licht en sfeer. Millet, vooral bekend om zijn werken die hij eind jaren 1840-1850 in Parijs en Barbizon maakte en waarin hij het zware werk van landarbeiders met gratie en waardigheid weergeeft, werd vereerd door kunstenaars als Camille Pissarro, wiens stralende schilderijen van landarbeiders zijn invloed laten zien; Vincent van Gogh, die tot laat in de nacht Millett’s biografie bestudeerde en exacte kopieën van zijn werk maakte; en Salvador Dalí, die een boek publiceerde over Millet’s L’ Angélus (1859) en in 1933 zijn eigen eerbetoon aan het schilderij voltooide.

Diverse werken van ‘De Maaier’ van Millet
door (v.l.n.r.) Vincent van Gogh, Paul Cezanne, John Singer Sargent en Jacques Adrien Lavieille
Salvador Dali Angelus. 1933

Salvador Dalí was especially fascinated by this work and wrote a whole book on it in 1938, entitled The Tragic Myth of the Angelus by Millet.

Tegen het einde van de jaren twintig kwam Salvador Dalí, uitgaande van de theorieën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, tot de ontdekking van de paranoïde-kritische methode, een onderzoekssysteem dat de schilder omschreef als een “spontane methode van irrationele kennis, gebaseerd op de kritische en systematische objectiviteit van de associaties en interpretaties van delirante verschijnselen”. Een van de iconografische varianten in Dalí’s paranoïde-kritische repertoire zijn de zogenaamde ‘caprices’, of willekeurig gekozen onderwerpen. Een daarvan was Millet’s L’ Angélus (Het Angelus), een schilderij dat volgens de kunstenaar de christelijke moraal van de 19e eeuw illustreert en dat Dalí enorm bewonderde.

Het Angelus. 1857-59 (klik op schilderij om te vergroten)

L' Angélus, een tedere afbeelding van een man en een vrouw die aan het einde van een dag aardappelen oogsten en opgeroepen door het kleppen van het angelusklokje samen het voorgeschreven gebed bidden.

In onderstaande video van 5' te zien in het Dali museum in St. Petersburg (surrealistischer kan niet) beleef je een verdroomd bezoek aan zijn schilderij in een soort virtuele realiteit (360°) Een bezoek aan de wereld die dat Angelus bij Dali heeft nagelaten.

Naar de werkelijkheid, een schildersleven

Jean-François Millet werd op 4 oktober 1814 geboren in Gruchy, nabij Cherbourg, in een hecht gezin van bescheiden, maar niet arme boeren. Het gezin bestond uit een weduwe, haar zoon en zijn vrouw en acht kinderen. Ze hielden van lezen en hadden respect voor kennis. Hij kreeg er een gedegen opleiding en zijn cultuur zou zijn hele leven lang bewondering oogsten bij zijn vrienden en bezoekers. Zijn vader besefte dat zijn zoon een uitgesproken talent had voor tekenen:

"Mon pauvre François, je vois bien que tu es tourmenté de cette idée-là; j'aurais bien voulu t'envoyer te faire instruire dans ce métier de peintre qu'on dit si beau, mais je ne le pouvais; tu es l'aîné des garçons et j'avais trop besoin de toi; maintenant tes frères grandissent et je ne veux pas t'empêcher d'apprendre ce que tu as tant envie de savoir."

Cette période de la vie de Millet reste fortement restée ancrée dans son coeur :
 
"Paysan je suis né, paysan je resterai".

In 1833 schreef zijn vader hem in Cherbourg in bij het atelier van Mouchel, een schilder naar de school van David. Na de dood van zijn vader ging hij naar het atelier van Langlois, een leerling van Gros. Maar Langlois voelde dat hij Millet niets meer kon leren, dus wendde hij zich tot de gemeenteraad van Cherbourg die hem in 1837 een beurs toekende zodat hij beeldende kunst kon studeren in Parijs.

De houtzagers. 1848

"Ce fut un samedi de janvier que j'arrivai le soir à Paris, par la neige; la lueur des réverbères presque éteints par le brouillard, la quantité immense de chevaux et de voitures qui se heurtaient ou s'entrecroisaient, les rues étroites, l'odeur et l'air de Paris, me portèrent à la tête et au coeur, au point de me suffoquer.... 
C'est ainsi que j'accostai Paris; sans le maudire, avec la terreur de ne rien comprendre à sa vie matérielle et spirituelle, et aussi avec l'envie et la volonté de voir ces fameux maîtres dont on m'avait tant parlé et dont j'avais entrevu quelques bribes au musée de Cherbourg.”

januari 1837
Zelfportret 1845-46

In het jaar 1839 eindigde zijn beurs en werd zijn eerste bijdrage voor het Parijse Salon afgekeurd. In 1840 werd zijn werk wel geaccepteerd. Hij pendelde heen en weer tussen Parijs en Cherbourg, waar hij zich thuis voelde. Hij schilderde daar portretten, zelfportretten en mythologische afbeeldingen. Maar…In 1849 verlaat Millet Parijs om zich te vestigen in Barbizon, een klein gehucht aan de rand van het bos van Fontainebleau. Hij sluit zich aan bij een groep kunstenaars die beïnvloed zijn door het landschap en het licht van deze regio, waaronder Théodore Rousseau, Camille Corot en Charles-François Daubigny. Samen richten ze de École de Barbizon op, een artistieke beweging die het schilderen in de open lucht en een meer spontane benadering van het landschap promoot.

Man met de hak. 1860-62

En Van Gogh als bewonderaar? Een fragment uit ‘Het Heilig land’ van Koen Kleijn De Groene Amsterdammer nr 43 2019

“Van Gogh had Het angelus nooit zelf gezien, maar er waren reproducties in omloop, en het had in die tijd de kranten gehaald omdat het in 1872 voor 38.000 franc aan de Brusselse verzamelaar John Wilson was verkocht – een bijzonder hoog bedrag voor een levende kunstenaar. Als Van Gogh in 1882 de biografie van Millet door Sensier in handen krijgt, schrijft hij aan Theo: ‘Zeg Theo wat was die Millet een kerel! (…) Het interesseert mij zoo dat ik ’s nachts er van wakker wordt en de lamp aansteek en blijf lezen. Want overdag moet ik werken.’

Jean-François Millet (4th Oct, 1814 – 20th Jan, 1875)
Faucheur, vu par derrière
Credit: 
Photo (C) RMN-Grand Palais (musée d’Orsay) / Thierry Le Mage
Paris, musée d’Orsay, conservé au musée du Louvre

In de ontwikkeling van Van Gogh tot kunstenaar is Millet een permanente stem, bijna een obsessie, en de verbinding is in een tentoonstelling dus gauw gelegd, en toch is dat in dit geval eigenlijk niet meer dan aan de aanleiding. Van Goghs werk is hier zelfs een beetje bijzaak, een voetnoot, bijna, omdat hij zich als kunstenaar immers pas manifesteerde toen Millets invloed zich al decennialang over de kunstwereld had verbreid. Van Gogh was een nakomertje, maar wel een fanatiek nakomertje; boven alles bewonderde hij in Millet diens radicale en diepgevoelde engagement met de verworpenen der aarde.”

Vanuit Londen schrijft hij bijvoorbeeld al in 1874 naar Theo: ‘Uit je brief zag ik dat je hart hebt voor kunst, & dat is een goed ding, kerel. Ik ben blij je van Millet, Jacque, Schreijer, Lambinet, Frans Hals &c. houdt, want, zoo als Mauve zegt “dat is het”. Ja, dat (schilderij) van Millet, L’angelus du soir, “dat is het” – dat is rijk, dat is poesie.’ (ibidem)
Jean-François Millet, Rustende oogsters (Ruth en Boaz), 1850-1853. Olieverf op doek, 67,3 x 119,7 cm. Legaat van mevrouw Martin Brimmer © Museum of Fine Art, Boston Klik op onderschrift om te vergroten.


Van 1850 tot 1853 werkte Millet aan Oogsters die rusten (Ruth en Boaz), een schilderij dat hij als zijn belangrijkste beschouwde en waaraan hij het langst werkte. Het was bedoeld als concurrentie voor zijn helden Michelangelo en Poussin, en het was ook het schilderij dat zijn overgang markeerde van de weergave van symbolische beelden van het boerenleven naar die van de hedendaagse sociale omstandigheden. Het was het enige schilderij dat hij ooit dateerde, en het was het eerste werk dat hem officiële erkenning opleverde, een tweedeklas medaille op de Salon van 1853.

Jean-François Millet Des glanseuses 1857. De arenlezers. Klik op beeld om te vergroten.

Dat zo’n ingetogen schilderij als De arenlezers op de Salon van 1857 als schandalig en verontrustend werd onthaald is begrijpelijk. Dit is een afbeelding van onderhorig werk door boerenvrouwen aan de rand van het bestaan. Er is geen vals sentiment, geen schijn van ‘nobele armoede’. Millets vrouwen zijn toonbeelden van uitputting en honger, ze bevinden zich in een vernederende, hulpeloze positie, net als de uitgemergelde landarbeider in Man met hak, die in een staat van rauwe wanhoop verkeert. Daarin zijn ze verontrustend. Frankrijk was mid-negentiende eeuw nog voor het overgrote deel een agrarische samenleving, en de massa doodarme dagloners op het land was veel en veel groter dan het industrieel proletariaat in de steden. Die groep werd grondig uitgebuit – het arenlezen, wat sinds mensenheugenis een vorm van liefdadigheid was, werd in 1850 commercieel uitgebuit – en dus herkende de bourgeoisie in Millets werk niet meer de idylle ‘des gerusten landmans’, die ‘zijn zalig lot/ voor geen koningskroon zou geven’, maar de paukenroffel van een ontwakende reus. (DGA Koen Kleijn ibidem)

Jean-François Millet, Deux hommes labourant, 1866, crayon pastel et noir sur papier tissé, 69,9 x 94 cm, Musée des Beaux-Arts de Boston, Etats-Unis © Musée des Beaux-Arts de Boston

Félix Feuardent
Le peintre Jean-François Millet et sa famille
1854
daguerréotype
© Musée d’Orsay, Dist. RMN-Grand Palais / Patrice Schmidt
Félix Feuardent (1819 – 1907)

In 1841: Hij trouwt met Pauline-Virginie Ono, dochter van een kleermaker, met wie hij naar Parijs vertrekt om zijn geluk te beproeven. Hij leeft van gelegenheidswerken, wat hij zijn “bloemrijke stijl” noemt, met een min of meer ‘losbandige’ inslag, in de stijl van Watteau en Boucher.
In 1844: Na de dood van Pauline-Virginie in april keert hij terug naar Cherbourg.
Met zijn nieuwe partner, Catherine Lemaire, een meisje van zeventien, vertrekt hij eerst naar Le Havre en vervolgens naar Parijs, waar hij zich mengt in de artistieke kringen en bevriend raakt met Troyon, Diaz de la Pena, Honoré Daumier, enz.
In 1846: geboorte van Marie, zijn eerste dochter (er volgen nog acht andere)

Millet, Jean-Francois; A Woman Adjusting Her Stocking; Glasgow Museums; http://www.artuk.org/artworks/a-woman-adjusting-her-stocking-85344

Een chronologische lijst met zijn werken kun je hier raadplegen:

https://fr.wikipedia.org/wiki/Liste_de_peintures_de_Jean-Fran%C3%A7ois_Millet

Jean-François Millet – Fishing Boat – 17.1530 – Museum of Fine Arts
Jean-François Millethttps://www.mfa.org/collections/object/fishing-boat-31646

Het droevige van voorlopers is dat zij de essenties aangeven zonder daar zelf de verdiensten van te hebben geoogst.
Millet schilderde zelden in de natuur, hij maakte daar tekeningen, schetsen die hij daarna in zijn atelier als basis voor een schilderij zou gebruiken. Dichtbij de mensen, weten wat handenarbeid is, de honger herkennen en oog hebben voor het feestelijke van het licht en de seizoenen, maar ook voor de onmacht, de sociale ongelijkheid, de jaren voor en na 1848, de moeilijke weg naar een meer democratisch bestel tijdens een eeuw waarin de afstanden verkleinden maar slechts een beperkte middenklasse van het nieuwe comfort kon genieten.
Millet stierf een jaar nadat de impressionisten hun eerste tentoonstelling lanceerden en spot en gejoel voor hun werk kranten en tijdschriften vulden.
Vincent van Gogh herkende het wel en heeft dat duidelijk gemaakt in geschriften maar vooral met zijn werk.
En of ook hun werk vandaag niet alleen commercieel in de belangstelling komt maar naar zijn ware betekenis wordt geschat mag in deze opnieuw onrustige tijden meer dan een vrome wens zijn.

Boer die een ent plaatst op een boom 1855

Wat hang ik aan de muren van de kamer?

Walt Whitman (1819-1892). Library of Congress

Het was deze historische foto van de Amerikaanse dichter Walt Whitman die het artikel van Elisa New in de New York Times van 6 juli ll. opende. (‘Walt Whitman would have hated this’). Onder de foto een vers uit 1865 van de dichter uit “When Lilacs last in the Dooryard Bloom’d “

 "O what shall I hang on the chamber walls?
And what shall the pictures be that I hang on the walls,
To adorn the burial-house of him I love?"
"Wat zal ik aan de muren van de kamer hangen?
En welke schilderijen zal ik aan de muren hangen?
Om het graf van hem die ik liefheb te versieren?"
"Ik moest dit voorjaar aan Whitman denken toen we zagen hoe de regering Trump en haar ministerie van Overheidsefficiëntie de culturele infrastructuur van de natie afbraken. Deze roekeloze en kortzichtige bezuinigingen hebben onze bibliotheken en musea getroffen, onze publieke media-instellingen, onze lokale raden voor de kunsten en geesteswetenschappen en de langdurige schenkingen - waaronder de National Endowment for the Arts en de National Endowment for the Humanities - die de afgelopen 60 jaar voor financiering hebben gezorgd. 

Deze instellingen zijn de entiteiten die we hebben belast met het ophangen van foto's aan de muren van de nationale vergaderzaal; ze zijn opgericht om het principe te vertegenwoordigen en uit te voeren dat een groot land en een grote beschaving zelfbegrip nodig heeft en dat een dergelijk begrip niet voortkomt uit politici of toewijzingen van het Congres, maar uit blijvende werken van reflectie die verleden, heden en toekomst met elkaar verbinden."
(NY Times ibidem)

Als alternatief voor de brede financiering voor de kunsten en geesteswetenschappen heeft de heer Trump opdracht gegeven om een project te financieren, een beeldentuin uit te voeren , “Garden of Heroes” waarbij hij de namen van 250 mensen die hij levensgroot afgebeeld wil zien, evenals de materialen waarin ze mogen gegoten worden en de uitvoeringsstijlen die realistisch of klassiek maar niet abstract mogen zijn. Ook Walt Whitman komt in aanmerking. (NY Times ibidem)

Walt Whitman

Whitman werkte als verpleeghulp in Washington tijdens de Burgeroorlog en nadat hij ’s avonds laat de ziekenzalen had verlaten, liep hij soms achter de koets waarin een slapeloze Abraham Lincoln langzaam door de straten reed. De dichter hield van Lincoln en toch onthielden de “foto’s” die hij aanbood in antwoord op zijn eigen verzoek zich van schetsen of zelfs maar het noemen van Lincoln en vermeden ze elke vorm van heldenverering of portrettering. Whitman gaf de voorkeur aan een breder panorama en schreef over “foto’s” van groeiende lente en boerderijen en huizen” en “alle scènes van het leven en de werkplaatsen en de werklieden die huiswaarts keerden”.(ibidem)

Abrham Lincoln. 1865
The poet argued, above all, for American memory, and he knew that in the many years hence we would need songs and pictures of our history in all its variety, in all its ups and downs, its eras of heroism and its lesser moments, too. “What shall I hang on the chamber walls?” leads toward a beautiful abstraction, the ideal of a more perfect union. It’s an ideal that has always informed our greatest cultural institutions, the ones now being hobbled and slashed — an ideal for which many of the heroes who might reside in the proposed sculpture garden struggled, and for which we must continue to struggle together." (NY Times ibidem)

Foto door Mark Direen op Pexels.com
Lied van mezelf
(Vertaling: Jules Grandgagnage)

1.

Ik vier mezelf, bejubel mezelf,
en wat ik ontvang, ontvang jij ook,
want elk atoom in mij is ook van jou.

Ik slenter, en nodig mijn ziel uit,
Ik buig over een halm zomergras die ik op mijn gemak observeer.

Mijn tong, al de atomen van mijn bloed, gevormd door de aarde hier,
de lucht hier, mijn geboorte, hier, van ouders die hier zelf zijn geboren,
zoals de ouders van hun ouders voor hen,
Zevenendertig op deze dag, volmaakt gezond, begin ik,
In de hoop pas op te houden tot ik sterf.

Alle geloof verworpen, de scholen verworpen,
Afgezonderd van hen, ken ik nu hun juiste waarde, zonder te vergeten,
Ik verwelkom al het goede en het slechte,
laat het zich uiten, onbeperkt in pure energie.

Walt Whitman (uit de bundel 'Leaves of Grass', 1855)

Foto door Alex P op Pexels.com

De dichter pleitte bovenal voor het Amerikaanse geheugen, en hij wist dat we in de vele jaren daarna liederen en beelden nodig zouden hebben van onze geschiedenis in al haar verscheidenheid, in al haar ups en downs, haar heroïsche tijdperken en ook haar mindere momenten. “Wat zal ik aan de muren van de kamer hangen?” leidt naar een prachtige abstractie, het ideaal van een meer perfecte unie. (Elisa New NY Times)
Toen ik luisterde naar de geleerde astronoom

Toen ik luisterde naar de geleerde astronoom,
Toen de bewijzen, grafieken, tabellen voor mijn neus verschenen,
Toen hij me z’n kaarten, diagrammen toonde om ze te plussen, te minnen en te waarderen,
Toen ik daar zat te luisteren naar de astronoom terwijl hij onder veel applaus sprak achter zijn spreekgestoelte,
Werd ik al snel zo ellendig, moe en afwezig,
Dat ik ten slotte afgemat opstond en wegliep
In de mystieke, klamme nacht, en zo nu en dan
Opkeek in volmaakte stilte naar de sterren
Foto door brenoanp op Pexels.com

Lees ook: (en volgenden)





Foto door Pixabay op Pexels.com

Het geheim van de slak in middeleeuwse handschriften

Foto door cassius cardoso op Pexels.com


De slak
Draag ik mijn huis en ben ik nergens thuis

en kan ik nergens voor de regen schuilen,

dan in de schelp, die ik niet om kan ruilen

voor ooit een ander, niet mijn eigen huis.

Ken ik de aarde, maar de hemel niet,

de groene haag, maar niet de bloesemknoppen,

de helling wel, maar nooit de heuveltoppen.

Laat ik geen sporen na dan van verdriet.

Ben ik maar voor eenzelvigheid geschapen

en voor de regen, die mij buiten drijft

en voor de weg, die zonder einde blijft.

En voor de kinderen, die slakken rapen,

maar ’s avonds thuis en bij elkander slapen.

Harriët Laurey (1924-2004)

uit: Loreley (1952)
Foto door Carla op Pexels.com

Het begint al met een duidelijke ‘waardering’ in psalm 58. In niet mis te verstane woorden wordt er over de van de God vervreemde gepraat met de opdracht hem ‘de tanden uit de mond te slaan’. en even verder (9)

(9) als een slak die kruipend oplost in slijm,
als een misgeboorte die nooit de zon ziet,
(10) als een doorntak die in de storm verwaait,
nog voor hij de pot kan verhitten.

In dezelfde atmosfeer kun je in verschillende middeleeuwse handschriften illustraties vinden waarin afbeeldingen voorkomen van ridders die in vol ornaat de strijd aangaan met slakken. Jelmar Huggen, universiteit Utrecht beschrijft dit fenomeen in ‘Een onverwachte vijand’:

"Deze afbeeldingen zijn doorgaans te vinden in de marges van handschriften en daar met veel detail aangebracht door rubricators. Ze komen in handschriften van over heel Europa voor, dus het gaat beslist niet om de creatieve uitspattingen van een enkele kopiist. Maar waarom er nu juist met slakken gevochten wordt, is nog altijd een mysterie."

Boekverluchters uit de dertiende, veertiende eeuw houden blijkbaar van het thema. De slakken-bevechters verschijnen eerst in het Noorden van Frankrijk (Parijs is op dat ogenblik het centrum van de boekproductie). Ook de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, bezit een brevarium waar een aantal van deze koldereske afbeeldingen worden gebruikt (nu in Koninklijke Bibliotheek van Brussel). Je ziet dus die slakken vooral vechten in ‘dure’ boeken. (Bijbels, Psalmenboeken). Te midden van de vrij ernstige teksten duiken daarin deze humoristische afbeeldingen op. Was het om de lezer van al deze ‘ernstige stuf’ te belonen met een grapje? Maar je vindt ze ook op kapitelen van Franse kathedralen. Hun betekenis??

Bréviaire dit de Marguerite de Bar, 1302-1303, VERDUN, Bibliothèque Municipale, ms. 107, fol. 89r

Was volgens sommigen de slak een symbool van goddeloosheid, zie bovenstaande psalm, ze kon ook een positief symbool zijn van Christus’ verrijzenis. Het schijnbaar lege huisje krijgt zijn betekenis als de slak levend en wel in volle glorie verschijnt. Anderen zien er een symbool in van de maagdelijkheid van Maria. In die middeleeuwse tijd wist men nog niet hoe slakken zich voortplanten.

“Als slakken al zwanger kunnen worden van de dauw van de lucht dan is het toch geen mirakel dat God een maagd zwanger kan maken.” Een tekst uit dat tijdperk.

Kijk ook naar de mooie ‘visitatie’ van de Italiaanse schilder Francesco del Cosa. Midden op de gepolijste vloer zie je een kruipende huisjesslak, een duidelijke link met het gegeven.

De Boodschap aan Maria. Francesco del Cosa (-1477). ,Klik op onderschrift om te vergroten.

En er zijn nog tal van interpretaties al dan niet seksueel getint, tot en met een symbool van een opstand waar de lagere klassen de heersers bevechten. Waarom echter deze illustraties eind dertiende, begin veertiende eeuw plots zo’n rage werden blijft een raadsel.

A Knight losing against a giant snail (Ormesby Psalter, England, c. 1300).


Ook in de heraldiek kunnen slakken gevonden worden. In Guillim (1724: 203) wordt een Engels familiewapen genoemd waarin slakken voorkomen. Als betekenis wordt vermeld: “The Bearing of the Snail doth signify, that much deliberation must be used in Matters of great Difficulty and Importance”. We vonden verschillende gemeentewapens uit de Franse Pyreneeën met daarop één of drie slakken; sommige slakken, bijv. op het wapen van de gemeente Saléchan, zijn verwijzingen gevonden (Bram Breure)

Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v

Historica Lilian Randall heeft gesuggereerd dat de slakken de Longobarden voorstellen, een Germaans volk dat van 568 tot 774 na Christus over het grootste deel van het Italiaanse schiereiland heerste. Tegen de tijd dat de slakken-marginalia frequent begonnen te worden (rond de 13e eeuw), waren de Longobarden een impopulaire groep in Europa, met de opvatting dat ze banen monopoliseerden, geld leenden tegen onredelijke tarieven en in het algemeen een verraderlijke, zondige, ridderloze bende waren. Hen in de marge plaatsen dient als een soort xenofobische grap en zou verklaren waarom ze vaak worden afgebeeld terwijl ze vechten met ridderlijke ridders – een soort ‘goede idealen vs. slechte idealen’. Velen hebben deze theorie echter in twijfel getrokken, zoals de British Library uitlegt: dit “verklaart niet waarom de ridder vaak aan de verliezende hand wordt afgebeeld, of waarom deze specifieke afbeelding zo populair werd in de marge van niet-historische teksten zoals Psalters of getijdenboeken”.

This time the snails are being ridden by naked jousters (Lectura super Institutionibus, France, 1480 – 1481).

Een aantal bronnen zijn hier al vermeld. Een voorname bron was VRT-1, ‘De wereld van Sofie’ een podcast waar Jonas Roelens, historicus aan de UGent, op een amusante en begrijpelijke manier de verschillende verhalen onderzoekt.

Aan te raden:

https://www.vrt.be/vrtmax/luister/radio/d/de-wereld-van-sofie~11-65/de-wereld-van-sofie~11-27258-0/fragment~5044cc6c-1859-4a42-a2eb-0157bfa5fc3d/?ndl=true

En pdf:Op slakkenjacht: oude afbeeldingen van (land)slakken in de kunsthistorie en letterkunde
Susan de Heer & Bram Breure

Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v

Je kunt het ook op een amusante grafische manier vertellen zoals in onderstaand YouTube gebeurt. Prettige vakantiedagen gewenst!

DROMEN MET OPEN OGEN?

In a short film titled “Snovník,” or “Dreamer,” Czech Republic-based filmmaker Laura Boráros introduces a bright red protagonist who is unable to sleep when he can’t ignore the rowdiness resonating from above his bedroom ceiling. Taking matters into his own hands, he makes his way upstairs and knocks on his neighbor’s door—and...? (Colossal)

In de kortfilm “Snovník”, of “Dromer”, introduceert de in Tsjechië gevestigde filmmaakster Laura Boráros een knalrode hoofdpersoon die niet kan slapen als hij de luidruchtigheid niet kan negeren die van boven het plafond van zijn slaapkamer weerklinkt. Hij neemt het heft in eigen handen, baant zich een weg naar boven en klopt op de deur van zijn buurman – om vervolgens …

Bleek het in Picasso’s droom nog de droomster zelf het onderwerp en kon de kijker naar eigen nood en vermogen de inhoud aanvullen, dan was in de kinderlijke droomwereld de nachtmerrie een verwilderd paard dat je net voor de afgrond in de diepten van het eindeloos vallen kon werpen. Hieronder is wellicht de droomster de gedroomde.

Pablo Picasso De Droom. 1970

De gedroomde. Hoe zij in het mooie doek ‘Paysage Bleu’ uit 1949 de kijker aankijkt. Zij verbindt ons met de voorstelling die eerder in het onderbewuste huist. Het deel van de geest dat niet onmiddellijk toegankelijk is voor het bewuste denken maar wel invloed heeft op gedachten, gevoelens en gedrag zoals A.I. dat keurig formuleerde.

Marc Chagall, Paysage Bleu, 1949

Lees en bekijk: A clearing house for dreams and visions: Joseph Cornell.

Detail from the Garden of Earthly Delights (left panel)
1500–1505, oil on oak by Hieronymus Bosch (c.1450–1516)

Detail from the Garden of Earthly Delights (left panel)

De grenzeloze capaciteit die de droom en de artistieke verbeelding delen, werd levendig opgeroepen in de hersenschimmen van de Nederlandse schilder Jeroen Bosch (ca. 1450-1516), waarin mensen samensmelten met uitvergrote weekdieren en flanerend onder het vorstelijke plantenleven, zoals te zien is in het laat vijftiende-eeuwse drieluik 'De tuin der lusten'. (ArtUK 2020 The art of dreams. Chloe Nahum)
Foto door Robert Clark op Pexels.com
De laatste brief

De wereld scheen vol lichtere geluiden
en een soldaat sliep op zijn overjas.
Hij droomde lachend dat het vrede was
omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was
niet ver van hem tussen de warme kruiden.
en hij werd niet meer wakker want het gras
werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen herbegon
achter de grijze lijn der horizon
het bulderen - goedmoedig - der kanonnen.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,
bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:
liefste de oorlog is nog niet begonnen.

Bertus Aafjes
Oorlog in Oekraïne

Kijk en lees

Herinneringen als toekomstvisie?

Das in der Lufft seglende Schiff, Detail, Illustration aus: Eberhard Werner Happel: Vierter Theil Grösseste Denkwürdigkeiten der Welt Oder so genandte Relationes Curiosae, Hamburg 1689, Kupferstich © Staatsbibliothek zu Berlin, Abteilung Handschriften und Historische Drucke

Op 8 april 1665, om 14.00 uur, zien volgens contemporaine verslagen zes vissers die voor de kust van Stralsund op haring vissen en  hoe zwermen vogels in de lucht  in oorlogsschepen veranderen die in een daverend luchtgevecht verwikkeld zijn. Op het dek wemelt het van de spookachtige figuren. Als er tegen de avond “een platte, ronde vorm als een bord” boven de Sint-Nicolaaskerk verschijnt, slaan de vissers op de vlucht. De volgende dag - zo wordt gemeld - trillen ze helemaal en klagen ze over pijn. Toen vijf jaar daarna op dezelfde kerk de bliksem insloeg werd dat als een teken van Gods toorn gezien.  Beschrijvingen en afbeeldingen van de gebeurtenis riepen een mysterieus verband op met de verwoesting van Babylon door een gigantische molensteen, zoals beschreven in het Boek Openbaring van de evangelist Johannes..

Dit fenomeen, dat in de 17e eeuw werd vastgelegd, vormde de basis voor talrijke historische illustraties. (zie hierboven)
Optische verschijnselen zoals de breking van zonlicht komen in tekeningen en gravures voor als hemelse wonderbaarlijke tekenen. Afbeeldingen van fenomenen die buiten de wetten van de natuurkunde vallen, dateren al van het einde van de 17e eeuw
Schiffstreit in der Lufft/ bey Stralsund, Illustration aus: Erasmus Francisci: Der Wunder-reiche Uberzug unserer Nider-Welt/ Oder Erd-umgebende Lufft-Kreys/ […], Nürnberg 1680, Kupferstich, © Staatsbibliothek zu Berlin, Abteilung Handschriften und Historische Drucke

Het collectieve beeld van de luchtslag boven Stralsund wordt echter niet alleen geduid door de media, overtuigingen, ontwerpen en mythen uit de barokperiode. Het onthult ook wat in die tijd niet voorstelbaar was. Geen enkele 17de-eeuwse bron maakt bijvoorbeeld melding van buitenaardsen in verband met onverklaarbare hemelverschijnselen. Toch was de menselijke verbeelding al lang zover dat men zich expedities naar bewoonde planeten en bijbehorende voortstuwingssystemen kon voorstellen. Waarom niemand er ooit aan gedacht heeft dat buitenaardsen met vliegende machines in ons luchtruim zouden kunnen verschijnen, is een van de vele mysteries die de tentoonstelling “UFO 1665 ‘Die Luftschlacht von Stralsund’ (Kunstbibliothek Berlin 2023) probeerde op te lossen.”

So sehr war nie erzürnet Gott, Detail, emblematische Darstellung aus: Daniel Meisner: Politica – Politica, Newes Emblematisches Büchlein, I–VIII, Nürnberg 1700, Kupferstich © Staatliche Museen zu Berlin, Kunstbibliothek


Nicht nur das religiöse Weltbild, sondern auch das Bilddesign hatte einen maßgeblichen Einfluss auf die mediale Transformation der Luftschlacht. Eine besondere Rolle spielten futuristische Visionen von Luftschiffen, für welche sich die Menschen des 17. Jahrhunderts begeisterten. Mehr als 100 Jahre vor dem ersten bemannten Ballonflug hatte Francesco Lana Terzi (1631–1687) den Entwurf eines von Vakuumkugeln getragenen Flugboots publiziert, der europaweit Furore machte. Dass das Vorhaben nie realisiert werden konnte, tat der Euphorie keinen Abbruch. Die Menschen träumten von der Eroberung des Luftraums.

Entwurf einer schwimmenden Untertasse, Detail, Illustration aus: Gaspar Schott, Technica Curiosa, Nürnberg/Würzburg, 1664, Tafel XXX © Staatliche Museen zu Berlin, Kunstbibliothek

Niet alleen het religieuze wereldbeeld, maar ook het beeldontwerp had een belangrijke invloed op de mediale transformatie van het luchtgevecht. Futuristische visioenen van luchtschepen, waar mensen in de 17de eeuw enthousiast over waren, speelden een speciale rol. Meer dan 100 jaar voor de eerste bemande ballonvlucht had Francesco Lana Terzi (1631-1687) een ontwerp gepubliceerd voor een vliegende boot gedragen door vacuüm bollen, die furore maakte in heel Europa. (zie bovenste afbeelding) Het feit dat het project nooit gerealiseerd kon worden, temperde de euforie niet. Mensen droomden ervan het luchtruim te veroveren. SF uit de Baroktijd?

Darstellung eines fantastischen Luftschiffs aus dem Hochzeitsfest Kaiser Leopolds I., Detail, Illustration aus: Sieg-Streit deß Lufft und Wassers Freuden-Fest, Wien, 1667 © Staatliche Museen zu Berlin, Kunstbibliothek

De wereld als AI

De Franse auteur Hervé Le Tellier speelt met een soortgelijk idee in zijn roman “Anomaly”, gepubliceerd in 2020. Op weg van Parijs naar New York vliegt een Boeing 787 door een elektromagnetische orkaan, maar komt ondanks zware turbulentie veilig neer. Na de landing in maart landt hetzelfde vliegtuig opnieuw in juni met dezelfde passagiers: de personages in dit verraderlijk geconstrueerde verhaal bestaan twee keer. Hoe kan dit? Aan de ronde tafel discussiëren wetenschappers ook over de mogelijkheid dat de wereld een algoritme is, een harde schijf van onpeilbare datagrootte, bestuurd door wezens op een hoger niveau – en wiens proefkonijn, de mensheid, aan een stresstest zou kunnen worden onderworpen door de anomalie van de dubbele Boeing. (Jens Hinrichsen Monopol M+)

Wonderbaarlijke tekenen boven Neurenberg en Bayreuth, Anno 1630. 19 Aprilis Het ongewone teken rond de zon is hier in Neurenberg ’s morgens vroeg rond 7 en 8 uur de hele dag onbeschermd gezien door Jeterman. […], Neurenberg 1630, koperplaatgravure, Staatsbibliotheek Berlijn, afdeling Handschriften en Historische prenten

Hoe kunnen we het tegendeel bewijzen als de wereld, inclusief alles wat kruipt, vliegt, denkt, poëzie schrijft en ufologenconferenties bijwoont, slechts een AI is? Dan zou de Chinese kunstenaar Cao Fei zowel gelijk als ongelijk hebben: “Alle menselijke en niet-menselijke zintuigen en ruimtes vormen de werkelijkheid. Het zou verkeerd zijn om de virtuele wereld te zien als een ruimte die tegenover deze conventionele werkelijkheid staat, ze bestaan naast elkaar,” legt de mediakunstenaar uit in het Monopol-interview. Maar in een algoritme bestaan de zintuigen en ruimtes niet naast elkaar, ze bestaan gewoon - of bestaan niet, in de zin van het liedje “We are data, data, data” van Peter Weibel met het Hotel Morphila Orchestra. (ibidem)


ster

Ik zag vanavond voor het eerst een ster.
Hij stond alleen, hij trilde niet.
Ik was ineens van hem doordrongen,
ik zag een ster, hij stond alleen,
hij was van licht, hij leek zo jong en
van vóór verdriet.

(M. Vasalis uit Vergezichten en gezichten)
Foto door Ahmet Yu00fcksek u272a op Pexels.com

Astronomen nemen al tientallen jaren aan dat het universum aan dezelfde snelheid uitzet in alle richtingen. Een nieuwe studie gebaseerd op gegevens van röntgen-observatoria doet nu veronderstellen dat deze uiterst belangrijke vooronderstelling van de kosmologie verkeerd zou kunnen zijn. Clusters van sterrenstelsels blijken zich verschillend te gedragen afhankelijk van de richting waarin men kijkt.

Luc De Roy. De Standaard 10 april 2020

Lees en bekijk:

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/04/09/moet-kosmologie-herdacht-worden-expansie-van-het-universum-is-m/

We willen hier geen discussies uitlokken omtrent de stand van de wetenschap, de toekomst van SF of AI maar zoals de 18de-eeuwers hun SF voorstelden beseffen wij ook dat onze hedendaagse pogingen ten zeerste aan hedendaagse voorstellingen (vorm en inhoud) van het heelal zijn gebonden en in de verre toekomst wel eens met dezelfde glimlach zouden kunnen bekeken worden zoals wij de voorstellingen van de barokkunstenaars bekijken, verondersteld dat er nog iemand deze rumoerige tijden heeft overleefd. Een boeiend initiatief daaromtrent brengt de tentoonstelling ‘Parallax’ in het Hollands College (Leuven) tot eind 2025. De rode draad doorheen de tentoonstelling zijn ‘herinneringen’. ‘Zowel onze eigen herinneringen als die van onze ouders en grootouders, beïnvloeden ons nu en in de toekomst.’

Lees:Kunst en wetenschap in dialoog met elkaar: ‘Beide groepen zijn pioniers van de verandering en van de revolutie’

https://www.veto.be/cultuur/kunst-en-wetenschap-in-dialoog-met-elkaar-beide-groepen-zijn-pioniers-van-de-verandering-en-van-de-revolutie/356047

Een goed voorbeeld daarvan is het werk van de Iraanse kunstenaar Mahmoud Saleh Mohammadi, die zich liet inspireren door de figuur van Georges Lemaître – de Belgische priester en kosmoloog achter de oerknaltheorie. Mohammadis werk, gebaseerd op tapijtstructuren uit Noord-Iran, hangt in de kapel van het College. 'Die plek vond mijn werk', zegt Mohammadi. 'De stilte, het hout, de geur, de akoestiek – alles draagt bij tot de ervaring. De ruimte en het werk versmelten.'

De sculptuur van Mohammadi, vervaardigd uit traditionele Iraanse tapijten in plaats van uit marmer, verenigt het aardse met het verhevene. De vorm, een monumentale trechter­structuur, is geïnspireerd op de parallelle assenstelling, een wiskundig resultaat dat beschrijft hoe massa zich rond verschillende assen beweegt. Door die abstracte formule om te zetten in een tastbare vorm, verweeft de kunstenaar wetenschap met poëzie.

(Veto, onafhankelijk studentenblad)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Pinksteren

O Geest, toen Gij ternederkwaamt
En voor hun oog gestalte naamt,
Doorzonk de hemel ademloos
Een stille witte vlammenhoos.

Boven hun lichaams donkre zuil
Verscheen een zacht bewogen tuil
Van licht, en glinsterende gleed
Het neder langs hun schamel kleed.

Hun mengelmoes van woorden vaal
Klonk ieder als zijn moedertaal.
In mensenwoord, op mensenwijs
Geeft God zijn heilgeheimen prijs.

Geen is zo druk, geen leeft zo snel,
Of hij hoort Uw vermaning wel:
De storm steekt op, de noodklok luidt,
De wereld wijkt, o mens, trek uit!

Die U in vlammen openbaart,
Wiens adem door de wereld vaart,
Die 't al bezielt, doordringt ons 't meest,
Ken ons, dat wij U kennen, Geest!

De steile tocht (1924-1928)
Schrijver: Willem de Merode
Foto door Jaxon Castellan op Pexels.com

Een nar, of de wijsheid van het ongerijmde?

Maître de 1537, Portrait of a fool looking through his fingers. Former Netherlands, c. 1548.rs, circa 1548 (fragment)

“De figuur van de dwaas liep van de marge van middeleeuwse manuscripten naar de wereldse hoven van de Renaissance en keerde vervolgens terug op papier als Yorick van Hamlet,” schrijft Dominic Green van de Wall Street Journal. “ Later, in het tijdperk van rede en democratie, werd de parodist van koninklijke waardigheid een spiegel van de universele conditie: Dostojevski’s ‘heilige dwaas’ en Picasso’s groezelige clowns; Stan Laurel en Oliver Hardy om Buster Keaton niet te vergeten.”

In medieval times, the definition of the fool was derived from the Scriptures, particularly the first verse of Psalm 52: ‘Dixit insipiens…’ (The fool has said in his heart, ‘There is no God’). Madness was primarily seen as ignorance and an absence of love for God, but there were religious fanatics too, such as Saint Francis. So in the thirteenth century, the idea of madness was inextricably linked to love and its measure or excess in the spiritual, then the earthly realm. (Codart)

Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516), The Ship of Fools (detail), ca. 1500-10
Musée du Louvre, Paris

De status van de nar verschoof van mystiek en symbolisch naar politiek en sociaal: in de veertiende eeuw werd de hofnar de geïnstitutionaliseerde antithese van koninklijke wijsheid en zijn ironische of kritische observaties werden steeds meer geaccepteerd. Er ontstonden nieuwe beelden waarin de nar werd afgebeeld met een opvallend kostuum: een bauble (schijnscepter), een gestreepte of ‘half en half’ outfit, een pet en bellen. (ibidem)

Lucas van Leyden (Netherlandish, ca. 1494–1533). A Fool and a Woman, 1520. Etching and engraving,

A kind of mirror, it was also a reminder of the vice of vanity. The fool could as easily succumb to narcissism as anyone else.

Jacquemart de Hesdin, The Fool (detail) from Psalter of the Duke of Berry, ca. 1386
Ontworpen als illustratie bij psalm 52 van het psalter van de hertog van Berry, toont deze afbeelding de dwaas gedeeltelijk ontkleed, knuppel in de hand, terwijl hij in een brood of een wiel kaas bijt. Deze afbeelding, een van de vroegste die te zien is, is gebaseerd op het gevestigde archetype van de “arme stakker” met een knuppel. De Hesdin ontleende deze compositie aan het eerdere getijdenboek van Jeanne d'Évreux (1324-28), maar hij plaatste zijn nar in een bos met een achtergrond met rode patronen. Er is ook iets bijna adelijks aan deze man op blote voeten; zijn gedrapeerde witte doek is smetteloos, waardoor hij er elegant uitziet. De lange wandelstok op zijn schouder lijkt nauwelijks op een wapen, maar eerder op een sportstok, zoals de stokken die Franse aristocraten zouden hebben gebruikt bij veel 14e-eeuwse bowl games. (ARTnews)

Photo : Photo A.Gossens/Museum Kurhaus Kleve – Ewald Mataré-Sammlung,

Volgens de Nederlandse kunsthistoricus Guido de Werd diende dit beeld als morele waarschuwing: pas op voor de vrouw die van het rechte pad afdwaalt, ze zal uiteindelijk haar verstand verliezen. Geleerden weten nog steeds niet zeker of dit werk bedoeld was voor een patriciërsinterieur of een herberg; het laatste zou logischer zijn aangezien de vrouwelijke figuur hetzelfde gezicht heeft als Van Trichts voorstelling van Maria Magdalena, de beschermheilige van boetvaardige zondaars en seksuele verleiding, die hij maakte voor het altaarstuk van de Sint-Nicolaaskerk in Kalkar, Duitsland. (ibidem)

Naar Hiëronimus Bosch ‘Concert in een ei”. Midden 16de eeuw.

In de Middeleeuwen was de figuur van de nar nauw verbonden met religieuze en morele kwesties. De nar, symbool van de ‘goddelozen’, leefde in de marge van de maatschappij en tartte de goddelijke en sociale orde. Zijn toestand werd als besmettelijk beschouwd, vooral wanneer er liefde en passie in het spel waren – twee overweldigende en oncontroleerbare krachten. Net als in epische cycli, de Arthur- en Karolingische legenden, waar hoofdpersonen ver verwijderd van de codes van hoofse liefde werden meegesleurd in een draaikolk van verlangen, lust en verderf.

Sociaal gedefinieerd door zijn verschil, verwerpt en fascineert de dwaas tegelijkertijd, waardoor hij al snel niet alleen de rol van een moreel symbool aanneemt, maar ook een specifieke sociale functie. Met zijn bellen, gestreepte mantel en kap betreedt de nar het hof en wordt hij de onmisbare tegenhanger van de koninklijke macht: een satirisch en subversief personage, de enige die het gezag in twijfel mag trekken. (Domus Giorgia Aprosio)

Quinten Metsys ‘Hou je mond dicht’. Rond 1528

In de Vlaamse traditie is de nar de figuur van de dwaas als een spiegel van menselijke tegenstrijdigheden vaak met een ironische en visionaire benadering. Kijk ook maar eens naar de Vlaamse Spreekwoorden (1607) van Pieter Brueghel, een visionaire encyclopedie van alledaagse dwaasheden waarbij populaire gezegden en spreekwoorden vertaald worden in surrealistische en satirische beelden. ‘Het schip der dwazen’ van Jheronimus Bosch is een ander voorbeeld. Van de minder bekende Marx Reichlich ‘ een fraai portret van ‘Een Nar’, begin zestiende eeuw.

‘Het Schip der Dwazen’ (ca. 1500), van Jheronimus Bosch. RMN-GRAND PALAIS (MUS-E DU LOUVRE)/FRANCK RAUX
In de vastelavondliteratuur (vastelavondviering) is het narrenschip het vervoermiddel bij uitstek van allerlei "buitenmaatschappelijken'; dronkelappen, overspelige vrouwen, hoerenlopers en ander maatschappelijk wrakhout worden uitgenodigd aan boord te komen. Door omkering van de moraal en door middel van felle satire benadrukt men dat allen die niet aan de eisen van de geordende samenleving voldoen, zich moeten aanpassen of verdwijnen. (DBNL 2012 'nar')
Marx Reichlich, A Jester. Tyrol (ca. 1519-1520). © Yale University Art Gallery.

De hofnar

Een der beroemdste narren was Triboulet, de nar van Frans I. Gewoonlijk droeg deze tabletten bij zich, op welke hij den naam der hovelingen schreef, die zich, volgens hem, door gekke daden onderscheidden. Eens vernam hij dat Karel V door Parijs komen zou en zich dus als het ware aan zijnen mededinger overleverde.
‘Die prins,’ zeide Triboulet, ‘is gek en verdient op mijne lijst te staan!’
‘Maar,’ vroeg de koning, ‘als ik hem laat doorgaan, wat zult gij dan zeggen?’
‘In dat geval, Sire, zal ik zijnen naam van mijne tabletten vegen, en er den uwe op schrijven.’

Uit ‘De Belgische Illustratie’ Jaargang 6. (1873-1874)

Aquamanile (waterkan) : Aristotle and Phyllis. South Netherlandish, (ca. 1380). © The Metropolitan Museum of Art.

Wat er in de 18de-19de eeuw met de nar gebeurde, de verwarde mens die zorg nodig had, is een ander verhaal. Waan en/of waanzin was geen straf van God, maar ging namen krijgen die -hoopten wij- voor zorg, troost en/of heling zouden zorgen. De titel van het boek ‘De waan van de waanzin. De psychiatrie als voortzetting van de inquisitie” (Thomas S. Szasz) voorspelde alvast niet veel goeds, maar dat boek is intussen vijfenvijftig jaar oud. Toch? Dat enkele hofnarren intussen koningsgewaden hebben aangetrokken waarborgt ook niet dadelijk de vrijheid van het menselijk denken. Hoe de moderne nar in de twintigste en eenentwintigste eeuw theaters en schermen ging bevolken kun je alvast in diverse media zelf nog dagelijks in levende lijve meemaken.

Hierbij nog een zeldzame foto van Buster Keaton, acteur, regisseur. (1895-1966). The Great Stone Face. Virtuoos in de visuele komedie. En daaronder een suite van fragmenten waarin hijzelf duidelijk aanwezig is, en er ook zelf elke halsbrekende stunt uitvoerde. Een heuse nar uit de twintigste eeuw. De weemoedige verliezer die steeds weer opnieuw wil beginnen.

Buster Keaton met zijn zoontjes James en Robert 1928

De schoonheid van het alledaagse: Harold Harvey (1874-1941)

Harvey, Harold C.; A Kitchen Interior; 1918; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; This domestic scene depicts Harvey’s wife Gertrude in their kitchen at Maen Cottage.

De Newlyn School-schilder Harold Harvey (1874-1941) staat bekend om zijn portretten van het dagelijks leven van Cornish-vissers, mijnwerkers, boeren en figuren in huiselijke interieurs evenals voorstellingen van het Cornish landschap. Hij werd geboren in Penzance, volgde zijn opleiding bij Norman Garstin aan de Académie Julian in Parijs en bleef in Penzance wonen totdat hij er Gertrude Bodinnar ontmoette, collega en model aan de Stanhope Forbes School of Painting. Na hun huwelijk in 1911 woonden ze in Maen Cottage in Newlyn. Gertrude poseerde vaak voor Harvey in zijn schilderijen van huiselijke interieurs en ze waren bevriend met zowel Laura en Harold Knight als Dod en Ernest Procter, waarmee ze in de jaren 1920 een schilderschool runden.

(David Saywell. ARTUK)

Harold Harvey ‘Winding wool’


De onderwerpen die hem inspireerden waren de onderwerpen die hij voor zijn deur vond: Cornish’ mensen aan het werk, spelende kinderen en intieme interieurs. Veel van zijn tijdgenoten in Newlyn waren bezoekende ‘waarnemers’, maar voor Harold Harvey, die Cornwall zelden verliet, hoewel hij regelmatig exposeerde in de Royal Academy, was het schilderen van de Cornish-wereld zijn hele leven.

While his early work is very much of the style of the founders of the Newlyn School, in the early 1900s the colony itself began to change and new influences made their mark. Laura and Harold Knight arrived in the village in 1907 and Ernest Procter and his later wife Doris (Dod) Shaw in the same year. Not far away, in the Lamorna valley, worked Samuel John 'Lamorna' Birch, Robert and Eleanor Hughes, Frank and Jessica Heath, and Charles and Ella Naper.

Harold Knight. “A Cornish Boy’. 1917. Oil on canvas Maas Gallery

Rond de Eerste Wereldoorlog gingen Harold en Laura Knight vaak op schildervakantie in Cornwall. Ze verbleven in caravans bij hun vrienden Harold en Gertrude Harvey en Charles en Ella Naper. Harold Harvey schilderde onmiskenbaar dezelfde jongen in 1917 (Narcissen, Christie’s 28 november 1996), naar ons kijkend met een mand bloemen in zijn typisch brede hand. Knight gaf de voorkeur aan een hard profiel en een vlakkere behandeling en schilderde dezelfde jongen in hetzelfde jaar, met een hoed die typisch is voor vissers uit Newlyn (Knight droeg er zelf ook een).

Harold Harvey
Daffodils
Oil on Canvas
20 x 16 in.

In het vissersdorp Newlyn, in het Engelse Cornwall, vlak bij Penzance, bestond van omstreeks 1880 tot in het begin van de twintigste eeuw een artiestenkolonie, de Newlyn School genoemd. Het dorp was aantrekkelijk voor schilders: mooi licht, goedkoop leven en betaalbare modellen. Vaak was het strand, de haven van Penzance, de zee of het harde leven van de vissers onderwerp van hun schilderijen. Over Walter Langley, de eerste schilder die er zich vestigde, maakten we in 2006 een bijdrage: ‘Armoede en sentiment: Walter Langley’, hier te raadplegen.

Harold Harvey ‘Springtime in the Orchard’

En dan is er het licht. Vanuit het raam, over de blonde hoofdjes van de twee kleine kinderen, weerkaatst door het witte tafelkleed en verzacht met het tedere geel van de sjaal om moeders schouders. Het kleine meisje drinkt, moeder geeft een bord door aan de nabije jongen. Man en zoontjes wachten. Het is nog vroeg in de morgen. Links in beeld een kom met een goudvisje. Er is een zekere gelatenheid, maar ook rust. Thuis zijn, nog even voor het uitzwermen naar school en werk. Stilte. Nog even en dan begint het tafereel te bewegen en kan ik mij de lege tafel voorstellen.

Familie aan tafel circa 1912

This superb British figurative interior oil painting is by noted Newlyn school artist Harold Harvey. Painted circa 1912 the composition is a Cornish family, bathed in golden light, seated around a table having a simple meal. The mother, dressed in a yellow shawl and standing next to her husband is passing a plate to her son. The two younger children, sat in the bay window, are drinking their tea. The wall paper is also yellow with flowers and the children's hair gleams like gold. There are some lovely little details such as a gold fish in a bowl on a nearby dresser and bellows hanging by the fire surround. The British Impressionist brushwork and impasto are superb. This is a really warm and intimate portrayal of a family and a lovely example of Harvey's earlier work with good provenance. (Richard Taylor Fine Art)
The young Ménage. (1932)

Met de kinderen verschuift de tijd. Het licht is genadig, belicht ’the young ménage’ in het tijdperk tussen de wereldoorlogen, maakt de aarzelingen zichtbaar, de nieuwe modes en oude gewoonten en hoe we daarmee de dag doorkomen. Kritisch? Inderdaad.

Harvey, Harold C.; The Critics; Birmingham Museums Trust; http://www.artuk.org/artworks/the-critics-33954
Harvey, Harold C.; At the Dressing Table; Merthyr Tydfil Leisure Trust; http://www.artuk.org/artworks/at-the-dressing-table-153512

Gertrude and Harold Harvey set up home at Maen Cottage, Newlyn, high above the rest of the village, with a magnificent view of Newlyn Harbour, Mount’s Bay and Penzance. Gertrude was proud of her house and garden, and Harold’s own love for his home is evident in his paintings. The house, the garden, the view and Gertrude herself all feature regularly in Harvey’s work, although he also had a studio in the village.

Rear view of a woman (Gertrude Harvey) standing to the right of a dressing table by a window, adjusting her hair (1920)

Harvey, Harold C.; Mother and Child; Amgueddfa Cymru – National Museum Wales; http://www.artuk.org/artworks/mother-and-child-161017
Harvey painted a number of works with this theme. Harold and Gertrude loved children but did not have any of their own. It is felt by some that works such as this one express this lack in his life. The models for this painting are Nannie Pearce Tregenza Tregenza and her son Joseph. (ART UK)
Harvey, Harold C.; St Just Tin Miners; Royal Institution of Cornwall; http://www.artuk.org/artworks/st-just-tin-miners-13945

De twee mannen op de voorgrond zijn Nicholas Grenfell en Sidney Angove, die in de mijnen Geevor en Botallack in de parochie St Just werkten. Achter hen heeft Harvey een tinmijn in Maleisië geschilderd. Aan het eind van de jaren 1920, met de opening van alluviale tinafzettingen in Malaya, werd de prijs van Cornish tin onderboden, waardoor veel mijnwerkers naar Zuidoost-Azië, de VS, Australië en Zuid-Afrika emigreerden op zoek naar werk. Dit werk werd in 1936 tentoongesteld in de Royal Academy. (Art UK)

HAROLD HARVEY 1874-1941 O/C IMPRESSIONIST PAINTING “PIONEER OF AERIAL NAVIGATION”

Harold Harvey died on Monday 19 May 1941 at his home in Maen Cottage, aged 67. Stanhope Forbes wrote ‘…Cornwall may indeed be proud to have produced so fine and sincere an artist.’ Judging by the warmth of affection with which his work is held in his native county, Cornwall is still justly proud.

‘De natuurlijke standen der Troniën’

Willem Goeree, Jan Luyken, Maet-redige tronie-stellingh, (Drawing heads according measuring), Four Natural positions of Heads.1682.
In Goeree’s General Art of Painting the importance of philosophers, mathematics, geometry, symmetry,Liberal Arts and Cesare Ripa’s Iconologia is mentioned, in the Art of Drawing, the use of ovals, of a grid, diagonals and a lead-line as an axis of symmetry while drawing after plaster statue, is recommended. This practice is in the 18 th century also used by artists, like Gerard De Laraisse and Abraham Bosse. (The hart of Rembrandt Symbolism and geometry in the Dutch 17th century. by Theo Elsing)

In 1670 publiceerde Willem Goeree (1635-1711) een kleine verhandeling getiteld: Inleyding tot de practijck der algemeene schilder-konst Acht jaar later publiceerde Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zijn langere Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst . Hun interesses waren zeker niet beperkt tot de beeldende kunst. Na het publiceren van verschillende titels over kunst, richtte Goeree zijn aandacht op andere kennisgebieden, zoals theologie en wereldgeschiedenis. Van Hoogstraten schreef, naast zijn verhandeling over schilderkunst, als ondertitel: De zichtbaere werelt, een pendant getiteld: De onzichtbare werelt.
De exacte inhoud blijft onbekend, omdat het boek nooit gepubliceerd is, maar experts vermoeden dat het over filosofische zaken ging.

Uit: ‘Willem Goeree versus Samuel van Hoogstraten ‘ (Gijsbert M. van de Roemer)

Dit om duidelijk te maken dat de theorieën die beide heren kunstenaars verspreidden niet alleen over maten en gewichten handelden, kennis omtrent het in beeld brengen van de werkelijkheid, (de natuurlijke uitzichten van de tronies) maar de werkelijkheid zelf in haar filosofische en technische gedaantes als onderwerp kreeg.

"As a prolific author, publisher and bookseller operating between Middelburg and Amsterdam, Goeree represents a remarkable case study through which to investigate the processes of producing, printing and publishing knowledge in the Dutch Republic. As his early biographer David van Hoogstraten remarked, Goeree demonstrated “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – an affection for knowledge in the widest sense, as understood at a time when disciplinary boundaries were still in flux. Goeree’s diverse interests and vast erudition are reflected in his own books, in which he discusses topics ranging from the art of painting to the history of the Jews, from cosmological theories to the ideas of Descartes. Similarly, his library suggests a learned owner conversant with natural history and ancient civilisations, curious about the latest philosophical debates and recent developments in the field of medicine." (Workshop Willem Goeree and the production of knowledge in the early Modern Netherlands)
Syrian Sheep Or Ram, Jan Luyken, Willem Goeree is a drawing by Jan Luyken And Willem Goeree

Als productieve auteur, uitgever en boekverkoper die opereerde tussen Middelburg en Amsterdam, vormt Goeree een opmerkelijke casestudy aan de hand waarvan de processen van het produceren, drukken en uitgeven van kennis in de Nederlandse Republiek kunnen worden onderzocht. Zoals zijn vroege biograaf David van Hoogstraten opmerkte, gaf Goeree blijk van “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – een genegenheid voor kennis in de breedste zin van het woord, zoals begrepen in een tijd waarin disciplinaire grenzen nog in beweging waren. Goeree’s uiteenlopende interesses en enorme eruditie worden weerspiegeld in zijn eigen boeken, waarin hij onderwerpen bespreekt die variëren van schilderkunst tot de geschiedenis van de Joden, van kosmologische theorieën tot de ideeën van Descartes. Ook zijn bibliotheek suggereert een geleerde eigenaar die vertrouwd is met natuurlijke historie en oude beschavingen, nieuwsgierig naar de laatste filosofische debatten en recente ontwikkelingen op het gebied van geneeskunde.” (Werkplaats Willem Goeree en de productie van kennis in de vroegmoderne Nederlanden)

In het biografisch woordenboek der Nederlanden deel 7 wil ik je graag de samenvatting van zijn bio meegeven:

GOEREE (Willem), zoon van den voorgaande, werd te Middelburg den 11den December 1635 geboren. Hij toonde van zijne jeugd af aan eene groote neiging voor de beoefening van kunsten en wetenschappen, en vond, meer tot jaren gekomen, zijn grootste vermaak in den omgang met geleerde mannen. Tot zijn ongeluk verloor hij vroeg zijn vader, en geraakte daardoor onder de tucht van een onkundigen en strengen stiefvader, die hem, niet willende toestaan dat hij zich aan de studie toewijdde, noodzaakte eene andere werkkring te zoeken. Hij koos hierop den boekhandel, doch vergat daarbij echter de kunsten en wetenschappen niet

A.J. Van der Aa. 1862

In 2004 schrijft Inger Leemans in ‘Nederlandse Letterkunde Jaargang 9: “De weg naar de hel is geplaveid met boeken over de bijbel
Vrijgeest en veelschrijver Willem Goeree (1635-1711)”.

Of hoe je ook nog in deze eeuw op de brandstapel kunt belanden. Vandaar de aandacht van universiteiten om geschiedenis, wetenschap en letterkunde vanuit de tijd waarin ze ontstonden te onderzoeken zoals Weststeijn, T dat deed in 2013 met “The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678): painter, writer, and courtier. (University of Amsterdam) en te raadplegen:

Samuel van Hoogstraten
Self-Portrait
c. 1643 and 1650
170 x 135 mm
Pen and brush in brown with red and black chalk
Institut Néerlandais, Frits Lugt Collection, Paris

En bezoek ook:

Hanneke Grootenboer schrijft in ‘De Witte Raaf’, editie 217 van mei-juni 2022 een heel mooie tekst over een ook door mezelf gekoesterd schilderijtje van Rembrandt. ‘Inrtieme ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst.’ Een fragment.

Rembrandt. ‘De filosoof mediterend’ Klik op onderschrift om te vergroten

“Rembrandt is een schilder van denkers. In 1632 maakte hij een paneeltje van een filosoof die met de handen over de buik gevouwen in een kamer zit. Goud licht valt door het raam. Met het hoofd iets naar voren geleund neemt hij een typerend peinzende pose aan. Het grote folio dat opengeslagen op tafel ligt is wellicht de aanzet geweest tot de mijmeringen waaraan hij ten prooi is gevallen. Terwijl hij niets doet dan denken, als het vleesgeworden vita contemplativa, staat rechtsonder de tegenhanger: de vrouwelijke belichaming van het vita activa, het actieve leven, die met een pook het vuur onder een kookpot opstookt. De twee figuren, hun rol en de verschillende ruimtes rondom hen (de private ruimte van het huishouden en de intieme ruimte van het innerlijk) worden gescheiden door een opvallende s-vormige wenteltrap die beschouwers al kijkend kunnen betreden, tot ze blijven steken in de duistere bocht halverwege, en hun ogen de spiraal naar boven afronden via de onderkant van de trap. De binnen- en buitenzijde van de trap zijn als een DNA-streng helemaal verwikkeld geraakt. Moeten vita contemplativa en vita activa als twee gescheiden leefwijzen gezien worden, of vormen ze samen een wenteltrap, als twee in elkaar gedraaide vormen die elkaar volledig aanvullen?”

Dit kleine paneeltje van 28 bij 34 centimeter – de afmetingen van een iPad – zit vol met gedachten, die zich niet alleen in het hoofd van de oude man afspelen, maar ook de binnenruimte lijken te vullen. Als dit vertrek een metafoor is voor zijn denkruimte, dan speelt de opvallende wenteltrap een grote rol, als een denkfiguur waarmee de filosoof hoger of dieper in zichzelf kan spiralen. Wenteltrappen werden vaker afgebeeld in combinatie met filosofen, zoals in een tafereel van Salomon Koninck – ongeveer een decennium later gemaakt, en met bijna dezelfde afmetingen – dat lang als een pendant is gezien van Rembrandts paneel.

Hanneke Grootenboer “Intieme Ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst” (fragment) De witte raaf. editie 217. mei-juni 2022

Een versie van deze tekst is uitgesproken op 13 mei als oratie van de auteur als hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lees:

Rembrandt. De filosoof mediterend. Klik op afbeelding om te vergroten

Er is dus meer dan ‘de natuurlijke stand der troniën’. Er is nieuwsgierigheid. Aanvoelen. Kiezen. Nieuwsgierig zijn en blijven. Soms vragen stellen, twijfel uitdrukken, vooral: waar-nemen. Je toont niet alleen het denken, je zet aan tot denken. Nog even Hanneke aan het woord:

“Rembrandts paneeltje kan bekeken worden met de definities van Van Hoogstraten of Goeree in het achterhoofd, maar het roept, als verbeelding van het denken, ook de fundamentele vraag op die door Hannah Arendt zo helder is geformuleerd in haar meesterwerk The Life of the Mind uit 1971. Ze vraagt zich af wat we precies doen als we denken. Wat is het dat ons aanzet tot denken, en waar en wanneer grijpt het denken plaats? Arendt laat zien dat we ons moeten afsluiten van de wereld om ons heen vooraleer een denkproces te kunnen starten. We moeten ons terugtrekken uit de publieke sfeer en de private sfeer betreden – of juister nog: een domein binnen die private sfeer, een intieme ruimte waarin een denker slechts van gedachten vergezeld wordt, en zo met zichzelf in gesprek kan gaan. Denken valt altijd buiten de gewone bezigheden en staat daarmee in contrast, schrijft Arendt:
‘Het onderbreekt telkens weer de gewone levensprocessen, juist zoals het gewone leven telkens weer het denken onderbreekt.’
Een denker heeft altijd een object nodig: hij of zij denkt niet ‘iets’, maar denkt na over iets. Zo’n object noemt Arendt een thought-object, een ‘denkding’. Kunstwerken zijn voor Arendt denkdingen bij uitstek, en betrokkenheid bij kunstwerken leidt niet zozeer tot kennis (of tot waarheid), maar gaat juist voorbij aan de grenzen van kennis en leidt tot betekenisgeving. “(ibidem)

In het zeventiende eeuwse Parijs werd Aristoteles’ filosofie op onderstaande manier verbeeld. Het zal dus eerder bij tuinieren dan bij diep zuchten te zoeken zijn.

Meurisse and Gaultier’s Artificiosa totius logices descriptio, 1614 — Source.

Lees en bekijk:

https://publicdomainreview.org/essay/the-art-of-philosophy-visualising-aristotle-in-early-17th-century-paris/

Nog steeds niet voorbij: Tom Duncan, sculptor (1939)

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

Tom Duncan werd in 1939 in Shotts, Schotland geboren. Zijn jeugd kreeg vorm door het geschreeuw van sirenes, vluchten naar schuilkelders en de ervaring waar zijn moeder door nazi-piloten gedood kon worden. Als toevluchtsoord begon Duncan met het maken van kunst toen hij 4 jaar oud was. In 1947 verhuisde zijn familie naar de Verenigde Staten. Op 20-jarige leeftijd ging hij naar de kunstacademie, maar werd hij ontmoedigd door medestudenten die dachten dat abstract impressionisme “de enige echte kunstvorm” was. Tom werkte als modelbouwer voor de NYC Port Authority, inclusief het maken van de architecturale modellen voor de geplande World Trade Center Towers. Getuige van de instorting van deze torens vanop het dak van zijn studio, 11 september 2001, versterkte deze gebeurtenis voor hem nog meer de onvoorspelbaarheid van het leven. In een interview zegt hij: “I’m not sure if I would say I’m an inventor. But I love to make things and find out how things work. I guess I’d prefer to say I’m a sculptor.”

Tom Duncan (b. 1939)
Portrait of Tom with a Migraine Headache (No. 3), 2020
Found objects, acrylic, graphite, collage and tin cutouts
42.5 x 25.75 x 2 inches
Portrait of Tom with a Migraine (2020), is a double relief, consisting of found objects, collage, and tin cutouts. The work consists of two reliefs– green on the verso and red on the recto. The two busts are placed within a frame with curving embellishments. Considerable open space occurs. Both figures’ bodies incorporate found objects that make their torsos more intricate, even if we don’t really know what these objects symbolize. Their heads, too, are filled with unknowable things–an obvious reference to the migraine Duncan is referring to. The manufacture of the sculpture is fairly rough, yet the overall effect is cultivated in some idiosyncratic, nearly 19th-century manner. Duncan communicates the migraine in subtle ways despite the work’s aura of directness.  (Whitehot Magazine. Jonathan Goodman. 2023)
Tom Duncan (b. 1939), Portrait of Tom with a Migraine Headache, 2013, Mixed media, 128.5 x 61.5 inches
 

Een ander werk, met dezelfde titel als het eerste reliëf dat in de recensie wordt genoemd, “Portrait of Tom with a Migraine“, is gemaakt in 2013. Het toont een robotachtige vorm in het wit, bestaande uit verschillende doosvormige objecten die op elkaar gestapeld zijn. Er is een hoofd bovenaan de kolom, maar het lijkt meer op een dier dan op een persoon. Het hoofd, dat herkenbare gelaatstrekken heeft, geeft enige menselijke zwaarte aan het object, maar het suggereert ook een brute achtergrond: we weten niet of het werk een zelfportret is, of een afschuwelijk wezen met pijn. Een aantal pijplengtes lopen van het middenrif van het beeld naar de sokkel. Deze laatste, onregelmatig gevormd maar met rechte randen, ondersteunt het werk van bijna 130 centimeter hoog. Terwijl de titel duidelijk maakt dat het werk verwijst naar de kunstenaar zelf, is er ook het gevoel dat deze werken emblematisch zijn voor de menselijke conditie in het algemeen. Het ogenschijnlijke gebrek aan academische verfijning in veel van Duncans sculpturen kan de toevallige kunstkijker voor de gek houden door te veronderstellen dat hij directe communicatie wil tussen hem en zijn publiek. Dat is niet echt het geval. In plaats daarvan zou je kunnen veronderstellen dat zijn rauwe benadering van het werk een manier is om contact te maken met een groter publiek dan degenen die zich doorgaans bezighouden met beeldende kunst. (ibidem)

Tom Duncan (b. 1939)
The Blue Madonna and her Friends, 1981
Wood, collage, paris craft, acrylic, lights, found objects
79 x 42 x 12 inches

Duncan cites Flannery O’Connor as an abiding influence. His images evoke the uncanny and can be unsettling, involving viewers in a narrative much like good fiction. Set as they are within seductively theatrical cabinets (that some pieces resemble altars seems no accident), the dramatic scenes possess at once the depth of storytelling as well as the epiphanic flash of poetry. In his recurring depictions of wartime violence as seen through the eyes of a child, history is particularized, personalized, and charged with mystery. The past, as another Southern author, William Faulkner, once said, isn’t dead, it isn’t even past. (Andrew Edlin Gallery. NY)

Bezoek:

https://www.edlingallery.com/artists/tom-duncan

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

“Een van de eerste herinneringen waar ik bijvoorbeeld een stuk over maakte, was de eerste zomer dat ik in Amerika was toen ik op kamp ging. Ik was nog nooit bij mijn moeder weg geweest. Ik ging twee weken op slaapkamp. Ik kreeg ruzie met kinderen. Er was een stationwagen die ons over een grindpad naar het zwembad bracht. Ze stapten in de stationwagon en ik hing aan de achterkant van de auto en ze sloegen me en sloegen me eraf. Ik hield me vast. Ik ben erg vasthoudend. Plotseling reed de auto weg en de kinderen sloegen me nog steeds op mijn handen om me eraf te krijgen. Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik los moest laten. Ik liet los en rende zo snel als ik kon. Ik probeerde mezelf overeind te houden, maar dat lukte niet en ik maakte een buiksprong op het grindpad. Ik sneed mijn hele borst open. Ik kwam terug bij de kleedkamer en een non kwam naar me toe en zei: Ga naar het kampziekenhuis. De non smeerde me in met mercurochrome en ik had een knalrode borst die er de hele tijd dat ik op kamp was niet afwaste. Alle kinderen kwamen naar me toe en vroegen: “Kun je je borst aan mijn vriend laten zien? En dan tilde ik mijn shirt op. Het voelde alsof ik een stigmata had, maar ze behandelden me met ongelooflijk respect. ( Westbeth home tot the arts Terry Stoller)

The Mercurochrome Kid Finally Comes Home. 1988. Mixed media, 16 x 25 x 2½ inches.

Lees:

Kijk naar zijn werk ‘dedicated to Coney Island’ waar hij vijftien jaar aan werkte. (werking zie YouTube)

Tom Duncan (b. 1939)
Dedicated to Coney Island, 1984-2002
Mixed media
96 x 90 x 84 inches

In werking? Kijk naar:

Coney Island, vijftien jaar werkplezier


Dedicated to Coney Island, a giant three-dimensional scene and vivid recreation of the amusement park. This recreation of the New York City landmark is based on Tom Duncan's memories of growing up near Coney Island. The myriad details of the work show, among other things, the beach crowded with bathers, various amusement rides, a balloon, trains... By pushing buttons, the viewer can activate different moving parts of the work such as the Wonder Wheel and the trains. In this video, Andrew Edlin introduces us to the fantastical world of Tom Duncan, who was strongly influenced by his childhood in World War II Scotland and postwar New York. (Vernissage TV)

Tommy and the Scottish Sky. 2007. Mixed media, 47½ inches in diameter, 1½ inches deep.

“I apparently was strafed while I was out in the brandy by a German plane when I was 2 years old. The brandy was a cow pasture that doubled as a playground. My mother heard the siren and came running to get me. I don’t remember the event of the strafing. I know unconsciously I must have seen the bombers. Whether I saw them in Edinburgh or in Shotts, it doesn’t matter. For me it’s an iconic image that reappears in my work.” (Westbeth Home to Arts)

Tom Duncan (b. 1939)
Homage to William Blake, 1982
Mixed media
11 x 14 x 1.5 inches

De kunst van Tom Duncan wordt gekenmerkt door een kinderlijke kijk op zowel trauma als plezier in al zijn vormen. Zijn kunstwerken staan ook vol eerbetoon aan de vele fascinerende en krachtige vrouwen die hij in zijn leven heeft gekend. Duncan maakte een werk als eerbetoon aan zijn tante Meg die Tom voor het eerst boetseerklei gaf. Gekleed in haar uniform van het Woman’s Air Corps herinnert Tom zich hoe tante Meg hem stiekem chocolaatjes van de zwarte markt gaf en hem leerde om miniatuurkelkjes van de wikkels te maken. Nonnen waren ook een vast onderdeel van Duncan’s jeugd en adolescentie. Tom Duncan’s 500 nonnen doneren hun hersenen aan de wetenschap in de iconische Duncan-stijl, het waar gebeurde verhaal van de zusters van de Notre Dame, in de leeftijd van 75-106 jaar, die er moedig voor kozen om deel te nemen aan een historische studie die meerdere decennia duurde. Het onderzoek onder leiding van Dr. David Snowden van de Universiteit van Kentucky in Lexington, naar veroudering, beroerte en de ziekte van Alzheimer. “Ik beschouw mezelf als ex-katholiek nadat Vaticanum II niet ver genoeg ging in het doorvoeren van hervormingen, maar ik heb mijn liefde voor de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament en al mijn spiritualiteit behouden.” (American Visionary Art Museum)

Tom Duncan (b. 1939)
Dream Nun, 2000
Mixed media
13 x 10 x 2.5 inches

Hij zal nu 86 worden. Maar zijn werk blijft het mooie van de kinderlijke inspiratie hebben, aangevuld met de angsten en waarderingen met wat ons allen op allerlei leeftijden overkomt. Zijn werkwijze steunt op ervaringen, op een sterke open kijk waarin eerder een ‘art brut’ het haalt op een modieuze afstandelijkheid. De intensiteit van herinneringen en verwachtingen behoudt juist daardoor haar herkenning die ook vaak de onze mag worden.

My Guardian Angel and My Devil Fighting Over My Soul From My Conception to My Death, 2014
Mixed media
28 x 11 x 11 inches

Bezoek ook:

De dromer gedroomd (George Dance The Younger)


Het zuchtje licht kust je,
verbindt je
uiteindelijk,
dat alles inclusieve woord
waarin wij allen zullen slapen.
Het puntje bij het paaltje.

Het dromen
hoort bij leven
te gebeuren.
‘Man in Hammock’. Albert Gleizes. 1913

Je zou het niet van een Engelse stadsarchitect verwachten, zelfs niet met de nogal bewegelijke naam ‘George Dance the Younger’, net tweehonderd jaar geleden overleden (1741-1825) schepper van innovatieve plannen voor gebouwen die op dit ogenblik in meerderheid zijn geslecht, tekende hij, samen met zijn vriend architect William Daniel, ook voortreffelijk -hoofdzakelijk voor de vriendenkring- grappige scenes uit het alledaagse leven naast fraaie portretjes van huisgenoten en bekenden. Maar, naar goede Britse traditie, ook dit:

George Danse A ghost appearing to a group of figures
Repose & Exertion
George Dance RA

Hoewel de schetsen over het algemeen zwelgen in het absurde, zijn sommige duidelijk beïnvloed door hedendaagse gedachten en historische gebeurtenissen. Dance gaf het album zelfs de titel “The Sublime and the Beautiful”, een luchtige verwijzing naar Edmund Burke's zeer invloedrijke On the Sublime and the Beautiful uit 1756. Een reeks karikaturen van hoogwaardigheidsbekleders satireert ineffectieve buitenlandse overheden en ten minste één kan specifiek in verband worden gebracht met de gebeurtenissen tijdens de Peninsulaire Oorlog, waaraan Dans zoon William deelnam. Een aantal tekeningen is ook verbonden met toneelstukken en opera's die in die periode werden opgevoerd. Dit is misschien niet verwonderlijk gezien de sterke theaterconnecties van de familie Dance. James, de oudste van de gebroeders Dance (gestorven in 1774), was een ietwat guitige acteur en schrijver die een theater runde in Richmond en optrad in Drury Lane en zijn zoon William (gestorven in 1840) was muzikant in het King's Theatre Orchestra.
George Dance. ‘Both Cosey’

Je kunt ze zelf bekijken:

https://www.royalacademy.org.uk/art-artists/search/works-of-art?procedure_id=G383

A skeleton and two figures in a Gothic building
George Dance RA (1741 – 1825)

Deze belangstelling voor spoken en griezels zal een blijvend thema zijn in de Angelsaksische literatuur, kijk maar even bij onze serie ‘The turn of the screw” naar het bekende en vaak gedramatiseerde verhaal van Henry James.

Dance’s profile portraits were well known to his contemporaries but his caricatures seem to have been reserved for his own private entertainment and that of his family and friends. Nevertheless, while staying with Sir George Beaumont at Coleorton, Dance frequently entertained his host and patron by ‘drawing humorous figures’. The album was possibly assembled for Dance’s own family, and the inscription on the first page reminding “Nobody (so well known to Everybody)” to “put their fingers, toes, or elbows &c. upon the Gigs in pensil only” certainly suggests that he anticipated its use by persons perhaps less respectful than Sir George Beaumont. (RA)

George Dance The Younger ‘The Peep Show’. Vergroot door klik op onderschrift

Dance was a sociable man. He played musical instruments and drew for the amusement of others. This included satirical drawings and portraits. Some were published, and over 200 of his portraits survive in various collections, including four at the Soane Museum. Dance’s portraiture style was meticulous, usually depicting the subject seated, at half-length, and produced in short strokes with hatching, usually in pencil and sometimes with colour in wash or chalk. Dance described his portraits as ‘relaxation from the severer studies and more laborious employment of professional life’. Between being widowed in 1791 and left to care for three young sons, and his busy professional activities, Dance’s life may have been onerous, and drawing portraits offered relaxation and sociability. This informal likeness of George Soane (1789-1860), the younger son of John and Eliza Soane, was probably produced at a social gathering: as Soane’s architectural master, Dance became a close family friend. (Sir John Soane's Museum London)

Dance was een gezellige man. Hij bespeelde muziekinstrumenten en tekende voor het vermaak van anderen. Hieronder vielen ook satirische tekeningen en portretten. Sommige werden gepubliceerd en er zijn meer dan 200 van zijn portretten bewaard gebleven in verschillende collecties, waaronder vier in het Soane Museum. Dance’s portretstijl was nauwgezet, meestal zittend, op halve lengte, en uitgevoerd in korte streken met arceringen, meestal in potlood en soms met kleur in was of krijt. Dance beschreef zijn portretten als “ontspanning van de strengere studies en het meer arbeidsintensieve werk van het professionele leven”. Omdat Dance in 1791 weduwnaar werd en de zorg voor drie jonge zonen op zich moest nemen, en zijn drukke professionele activiteiten, kan zijn leven zwaar zijn geweest en het tekenen van portretten bood ontspanning en gezelligheid. Deze informele beeltenis hierboven van George Soane (1789-1860), de jongere zoon van John en Eliza Soane, werd waarschijnlijk gemaakt tijdens een sociale bijeenkomst: als architecturale meester van Soane werd Dance een goede vriend van de familie

George Dance the Younger ‘A Man doing the Splits’

En nu?…NOG STEEDS bang in het donker?





Binnen lig ik in mijn bed
met gedachten aan daarbuiten
waar kabouters vrolijk fluiten,
want die hebben altijd pret.

Binnen in mijn warme hol
hoor ik mijn gedachten lopen,
die tevoorschijn zijn gekropen
en ik voel me boordevol.

Vol verwarring en plezier
om de koude nacht daarbuiten,
klamme handjes op de ruiten
van het een of andere dier.

Vast een soort van chimpansee.
Zal ik hem eens binnenlaten?
Nee, in godsnaam laat maar praten,
ik zit genoeg in de puree.

Lekker is het hier in bed.
'k Heb mijn allermooiste dromen
nu vanavond laten komen
en de wekker afgezet.

Maar des nachts om twaalf uur
komt een kerel van de zolder
met een grote zak vol kolder
en een fles vol apezuur.

Daarvan ben ik toch wel bang,
maar gelukkig gaan mijn kleren
dan elkaar weer mores leren
en ze rennen door de gang.

De zanger en de verteller, beiden in 1944 geboren. Kind in de wederopbouw, vaak in denkpatronen terug naar de jaren dertig eens de overlevenden in de vijftiger jaren weer thuis waren. De oorlog onder de mat geschoven tot de Frankfürter processen (1963-65) een fel ontwaken veroorzaakten.

De grote beeldbak, televisie begon aarzelend de avonden te vullen. Ruimte om te vertellen bij het invallend duister bleef voorradig. Zelfs de ‘acht-uren-moeder’ (Kempische uitspraak “Muiër”) bleek nog wel eens op pad te zijn om kinderen die rond die tijd nog buiten speelden schrik aan te jagen, en naar verteld werd, ja zelfs mee te nemen. Op zijn vraag ‘waar naar toe?’ kreeg hij een onduidelijk antwoord. Het donker echter, vooral de diepe nachtelijke duisternis, bleef op hem wegen. Maar, zei men, er kwam een nieuwe tijd, een tijd waarin de wetenschap die oude angsten zou oplossen. En het zou nooit meer donker worden.

Robert Dickerson (1924-2015). Man sleeping on the steps. (1952)

Lees ook:

Lees: George Dance the Younger Sets Guildhall Alight

Now anonymous artist, A View of the Illuminations and Rejoicing in the City on the Evening of the Jubilee Day Oct 25, 1809, 1809. Engraving, 40 x 67 cm. © London Metropolitan Archives (City of London).

-klik op gravure om te vergroten – daarna terug op titel buiten het blog –

Egon Schiele: DE LAATSTE JAREN

Egon Schiele, Transfiguration (The Blind II), 1915 © Leopold Museum, Vienna | Photo: Leopold Museum, Vienna

Transfiguratie (De blinde II) werd geschilderd in de eerste helft van 1915 en is een van de meest raadselachtige werken uit deze tijd. Twee figuren lijken te zweven boven een fragmentarisch, gestileerd landschap, waarbij de onderste figuur steviger geworteld is in de grond. In dit dubbelportret is de kunstenaar, die zichzelf vroeger vaak afbeeldde als een “ziener”, nu ook blind. Een mogelijke interpretatie is dat Schiele afscheid neemt van zijn vroegere zelf en zijn jeugdige narcisme, dat “blind was voor anderen”, terwijl de meer volwassen Schiele, die geaard blijft, “blind is voor zichzelf” – voorlopig. (Jane Kallir. Leopoldmuseum. Wenen)

Halverwege een carrière die in 1909 begon en nauwelijks tien jaar duurde, nam het leven van de in Tulln geboren kunstenaar Egon Schiele (1890-1918) een dramatische wending. De troonopvolger van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk werd op 28 juni 1914 vermoord en in augustus was het grootste deel van Europa in oorlog. In november 1914 trouwde de favoriete zus van de kunstenaar, Gertrude “Gerti” (1894-1981), na een tumultueuze buitenechtelijke relatie met zijn vriend en oud-klasgenoot Anton Peschka (1885-1940). In dezelfde periode nam Schiele geleidelijk afstand van zijn oude metgezellin, Walburga “Wally” Neuzil (1884-1917). Vlak voordat hij in militaire dienst ging, eerst in Praag en daarna in Neuhaus in Bohemen, trouwde hij op 17 juni 1915 met het ingetogen buurmeisje Edith Harms (1893-1918). 
3 portretten van Edith

De familie Harms, bestaande uit Edith, haar oudere zus Adele en hun ouders Johann en Josefine, verhuisde begin 1913 naar het pand tegenover het atelier van de kunstenaar aan de Hietzinger Hauptstrasse. De zussen groeiden op in een beschermde omgeving; ze leerden allebei naaien en koken en spraken vloeiend Engels en Frans. Schiele maakte schijnbaar voor het eerst contact met de twee vrouwen in januari 1914, een relatie die in december van dat jaar intensiever werd. Begin 1915 bekenden Egon en Edith hun liefde voor elkaar.

Egon Schiele Woman removing her Blouse (presumably. Edith schiele). 1917

Slechts drie dagen na hun huwelijk en een korte huwelijksreis in Praag moest Schiele Edith op 21 juni achterlaten in een hotel in Praag en zich melden bij zijn regiment. De 21-jarige vrouw was nog nooit alleen geweest en vond het extreem moeilijk om de langdurige afwezigheid van haar man te verdragen. In haar dagboek – dat ze oorspronkelijk als schetsboek van Egon had gekregen en sinds hun huwelijk bijhield – schreef ze onder andere over ondraaglijke eenzaamheid.
Ediths wisselende stemmingen, die vooral te wijten waren aan haar langdurige eenzaamheid, brachten Egon ertoe om te worstelen met menselijke intimiteit op een manier die voor hem volkomen onbekend was. In zijn portrettekeningen werd hij zeer ontvankelijk voor elk van haar vluchtige stemmingen, die hij met grote gevoeligheid vastlegde.

Egon Schiele. Edit Schiele in an striped Dress, Seated. 1915. Photo Leopold Museum Vienna

In juni 1916 – een jaar waarin Schiele vanwege de oorlog slechts negen schilderijen voltooide – schilderde hij een oude molen aan de rivier de Erlauf bij Mühling in Neder-Oostenrijk, waar hij gestationeerd was. Het werk is ongewoon gedetailleerd en heeft een bijna documentaire-achtige objectiviteit. Kort daarna noemde de kunstenaar dit schilderij “waarschijnlijk mijn beste landschap”. Het onderwerp kan ook worden gelezen als emblematisch voor die tijd: als afspiegeling van de turbulente omstandigheden lijkt het krachtige, kolkende water op het punt te staan de vervallen molen omver te werpen. De symbolische weergave van vergankelijkheid, van leven en dood, maar ook van eeuwigdurende vernieuwing, komt in het hele oeuvre van Schiele terug.

Egon Schiele, Decaying Mill (Mountain Mill), 1916 © State Collections of Lower Austria | Photo: State Collections of Lower Austria

Als je Schiele’s enige bekende zelfportret als soldaat (midden) vergelijkt met een zelfportret uit 1912 (links), wordt het sterke contrast in stijl en expressie meteen duidelijk. Het portret uit 1916, geschilderd met een soms losse maar assertieve potloodstreek, toont de kunstenaar op een ongewoon realistische manier – zijn blik is sceptisch en plechtig, zijn voorhoofd licht gegroefd en zijn vermoeide ogen donker gearceerd. Er is geen spoor van de theatrale posering of expressionistische vervormingen die kenmerkend zijn voor zijn eerdere werken. Het rechtse portret van een Russische krijgsgevangene toont vooral de menselijke kant van het gebeuren, de hulpeloosheid.

Egon Schiele, Self-Portrait in Uniform, 1916 © Private collection, Courtesy Richard Nagy Ltd., London | photo: Private collection, Courtesy Richard Nagy Ltd., London

De vrouwelijke figuur

Toen Schiele in februari 1917 terugkeerde naar zijn Weense atelier en weer toegang had tot modellen, vertoonden zijn werken in dit genre een duidelijke stilistische verschuiving ten opzichte van eerdere werken.

De figuren werden merkbaar meer sculpturaal, met een nadruk op vrouwelijke rondingen. “Nu zijn het lichamen, gezwollen van leven,” merkte de schilder Anton Faistauer op, verwijzend naar de late werken van zijn vriend. Bovendien demonstreerde Schiele zijn steeds verfijndere vaardigheid door middel van weloverwogen poses en geraffineerd gebruik van perspectief. Bepaalde houdingen – hurkend, liggend, staand of buigend – werden herhaaldelijk onderzocht, verfijnd en geperfectioneerd.

Zijn omgang met kleur in werken vanaf 1914/15 onderstreept Schiele’s interesse in plasticiteit. De weergave van de huid werd steeds genuanceerder en vertoonde vaak meer detail en differentiatie.

Egon Schiele, Reclining Female Nude, 1917 © Moravská galerie v Brně/Moravian Gallery in Brno | Photo: Moravian Gallery in Brno

In de laatste twee jaar van zijn leven begon Schiele te werken aan een cyclus van allegorische naaktportretten, die hij wilde presenteren in een speciaal daarvoor gebouwd mausoleum. Deze cyclus, ontworpen om de grote thema’s van het aardse bestaan, de dood en wederopstanding te behandelen, was zowel een samenvatting van de levenslange spirituele verkenningen van de kunstenaar als een poging om de immense menselijke verliezen van de Eerste Wereldoorlog te verwerken.

Kaurendes Menschenpaar. ‘Die Familie’ (1918)

Het gezin dat nooit de werkelijkheid zou halen. Edith sterft in oktober 1918, zes maanden zwanger. Egon drie dagen later. De Spaanse griep. Schieles moeder, Marie, zou hen zeventien jaar overleven.

De Dood en het meisje (1915), Belvedere, Wenen

Deze bijdrage werd samengesteld met o.a. teksten rond de net geopende tentoonstelling: Egon Schiele Last Years. Leopold Museum 28/3-13/07/25 Wenen.

bezoek:

https://www.leopoldmuseum.org/de/ausstellungen/digitale-ausstellungen/egonschiele/en

„Eine Epoche zeigt der Künstler ein Stück seines Lebens. Und immer durch ein großes Erlebnis im Sein der Künstlerindividualität beginnt eine neue Epoche die kurz oder länger dauert […].“

Egon Schiele, Manifest der Neukunstgruppe, 1909

Edith 1917-Edith met Egon en haar neefje Paul Erdmann rond 1915