Vliegers in de voorjaarslucht

Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com


Wat ik zou willen kunnen, zei je mij, en nog niet kan, is dichter bij het licht komen. Kijk, het is de duiven gegeven, de musjes zelfs, en ook de kleinste vliegjes verlaten moeiteloos de aarde. Waarom zijn wij zo zwaar?

In het moderne tijdperk is ‘kunst’ een van de meest actieve metaforen voor het spirituele project. De activiteiten van de schilder, de musicus, de dichter en de danser zijn, toen ze eenmaal samengebracht waren onder die generieke naam (een relatief recente stap), een bijzonder geschikte plek gebleken om de formele drama’s die het bewustzijn teisteren op te voeren, waarbij elk individueel kunstwerk een meer of minder scherpzinnig paradigma is om deze tegenstellingen te reguleren of te verzoenen. Natuurlijk moet de site voortdurend worden opgeknapt. Welk doel er ook voor de kunst wordt gesteld, uiteindelijk blijkt het beperkend te zijn, afgezet tegen de breedste doelen van het bewustzijn. Kunst, zelf een vorm van mystificatie, ondergaat een opeenvolging van demystificatiecrises; oudere artistieke doelen worden aangevallen en ogenschijnlijk vervangen; verouderde kaarten van het bewustzijn worden hertekend. (Susan Sonntag)

In the modern era, one of the most active metaphors for the spiritual project is “art.” The activities of the painter, the musician, the poet, the dancer, once they were grouped together under that generic name (a relatively recent move), have proved a particularly adaptable site on which to stage the formal dramas besetting consciousness, each individual work of art being a more or less astute paradigm for regulating or reconciling these contradictions. Of course, the site needs continual refurbishing. Whatever goal is set for art eventually proves restrictive, matched against the widest goals of consciousness. Art, itself a form of mystification, endures a succession of crises of demystification; older artistic goals are assailed and, ostensibly, replaced; outworn maps of consciousness are redrawn. (Susan Sonntag)
Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com
DE VLIEGERS
Het zijn de zielen die je ter aarde bestelt
en de lichamen die ten hemel stijgen
verpakt in hun armzalige houten maatkostuum.
Zo zie je wel eens doodskisten
als grote vliegers door de lucht zweven

(waar ’s nachts verbluft de honden tegen blaffen).

© Vertaling: 2007, John Fenoghen
André Schmitz
Belgie 1929

Foto door Jozef Fehu00e9r op Pexels.com

Draak
 
Ik was de meeuw, ik hing
 aan het touwtje van een jongen,
 die in De Panne van op 't strand,
 mijn vleugeling hield in de hand
 en langs de draad een boodschap zond
 omhoog en 't antwoord niet verstond
 omdat de wind het zelf wou horen.
 
 Gedrieën zijn ze in zee gesprongen,
 Met wind en al, een buiteling,
 De meeuw had beet, een sprieteling,
 de vlieger ging voorgoed verloren.
 
 Ik was de draak, ik was de jongen,
 die heb ik niet teruggevonden,
 het was zijn moeder die hem vond.
 't Touw had zich rond zijn pols gewonden.
 
 Ik ben 't die 't liedje heb gezongen.
 
 uit: Kornoeljebloed. Gedichten (2000)
Hubert van Herreweghen
Foto door Ketan Shekhar op Pexels.com
If I Must Die

If I must die,
you must live
to tell my story
to sell my things
to buy a piece of cloth
and some strings,
(make it white with a long tail)
so that a child, somewhere in Gaza
while looking heaven in the eye
awaiting his dad who left in a blaze —
and bid no one farewell
not even to his flesh
not even to himself —
sees the kite, my kite you made, flying up above,
and thinks for a moment an angel is there
bringing back love.
If I must die
let it bring hope,
let it be a story.
Refaat Alareer (1979–2023) was a professor of world literature and creative writing at the Islamic University of Gaza and the editor of Gaza Writes Back: Short Stories from Young Writers in Gaza, Palestine (2013). He was killed by an IDF airstrike on December 6, 2023, along with his brother, nephew, his sister, and three of her children.

What I would like to be able to do, you told me, and cannot yet do, is get closer to the light. Look, it is given to the pigeons, the sparrows even, and even the smallest flies leave the earth effortlessly. Why are we so heavy?

Saeed Ashraf bought this kite for himself and his younger brother, Murad [Ruwaida Amer/Al Jazeera]

Judas Iskariot, een portret?

Judaskus 14de eeuw Fresco.

Lees ik je verhalen door de eeuwen heen dan heb je bijna elk menselijk lot gedeeld: van de vuigste verrader tot de hemelse uitverkorene. Enkele evangelies zwijgen over je dood. Buiten de vier evangeliën kom jij, Judas nauwelijks ter sprake. De eerste dertig, veertig jaar na dato is het opvallend stil rond zijn persoon, schrijft Arie W. Swiep in zijn ‘Judas Iskariot: de rare sprongen van een kat met (minstens) negen levens’. (Vrije universiteit Amsterdam 2020)

Hans Holbein D.Ä. Christus gevangenname. 1501

Is er sprake van een doofpotaffaire vraagt de onderzoeker zich af.

‘Werd hij misschien doodgezwegen? Daar was in elk geval alle reden toe. De Judas-affaire moet een zwarte bladzijde in het geheugen van de eerste christenen zijn geweest. Het paste niet goed in hun kijk op Jezus. Als Jezus, toen hij Judas als discipel uitkoos, niet wist hoe het met Judas af zou lopen, wat zegt dat dan over hem? Dat hij een fatale inschattingsfout had gemaakt? En als Jezus het wel van tevoren wist, wat zegt dat dan? Heeft hij Judas er dan ingeluisd? Volgens sommige onderzoekers wijst dat erop dat Judas een verzonnen figuur is, resultaat van vroegchristelijke legendevorming, omdat er nu eenmaal een zondebok gevonden moest worden om de pijn wat te verzachten. Maar waarom zou iemand het in zijn hoofd halen om zo’n bizarre figuur te verzinnen? (ibidem)

De hedendaagse bespreker maakt er zich van af dit verzwijgen een typisch voorbeeld van Freudiaanse repressie van het collectieve geheugen te noemen. En dit verzwijgen te verbinden met de Neurenberger processen na de Tweede Wereldoorlog waarin de daders, kampbeulen hun gruwelijkheden verdrongen is een betwistbare stelling.

“Uiteindelijk hebben de pogingen om Judas dood te zwijgen echter niet geholpen: de verhalen over hem konden niet onderdrukt of verzwegen worden en op een gegeven moment barstte de bom …” 

The Kiss of Judas. (fragment) Photograph: HKI Institute/The Fitzwilliam Museum, Image Library

Zet ik dan de versies bij elkaar dan zie je een merkwaardige verzameling van menselijke mogelijkheden:

Judas hangt zichzelf op.
Judas sterft door een dodelijke val.
Pogingen om deze versies te harmoniseren.
Judas bezwijkt aan een dodelijk gezwel
Judas wordt overreden door paard en wagen
Judas werpt zichzelf in zee met een molensteen om zijn hals
Judas sterft aan het kruis in plaats van Jezus
Judas wordt gestenigd (verdwijnt in een wolk?)
Judas sterft aan difterie en een zenuwaandoening
Judas sterft een natuurlijke dood
Judas wordt vermoord door twee medediscipelen
Judas wordt 30 jaar later door de Romeinen gekruisigd (roman Jeffrey Archer)
Judas onderneemt een (mislukte) hemelvaart.

Het document kun je raadplegen:

‘The Disembowelment of Judas’ by Giacom/ Giovanni Canavesio (1491)

Ik wil je het besluit van deze studie niet onthouden:

‘Hoe kan ik voorkomen dat mijn manier van Bijbellezen destructief uitwerkt
en eerder schade aanricht dan dat die heilzaam is. Voor de teksten over Judas geldt: Handle with (extreme!) care. Zo bezien is de kwestie Judas een feilloze graadmeter om erachter te komen waar we staan, wie we zijn als lezers, hoe we de ander respecteren of niet: een testcase die helaas zijn waarde in de geschiedenis maar al te vaak heeft bewezen.’ (Arie W Swiep)

Er is ook het boek van Peter Stanford, Nederlandse versie :

Judas: de verontrustende geschiedenis van de afvallige discipel, Peter Stanford. De Bezige Bij 2016

Judas Iskariot. (1878) Eilif Petersen. (Noorse schilder. 1852-1928)

Peter O’Neill:

I am always reminded of the Rolling Stones song on Exile of Main Street in which Jagger sings ‘don’t talk to me about Jesus, I just want to see his face!’ And of course, Oscar Wilde’s unforgettable lines taken from The Ballad of Reading Goal:

Yet each man kills the thing he loves,
By each let this be heard,
Some do it with a bitter look,
Some with a flattering word,
The coward does it with a kiss,
The brave man with a sword!
Judas. Carravaggio


She goes unmentioned in the Bible, but Mrs Judas Iscariot is finally getting recognition thanks to her first-ever portrait, which is the star attraction at a new exhibition of paintings set to tour cathedrals.

The show, inspired by ancient stories that fleshed out Biblical characters centuries afterwards and even added new ones, seeks to give a voice to unnamed and forgotten women in the scriptures.

Artist Chris Gollon has painted 17 new works for Incarnation, Mary & Women from the Bible, which opens at Chichester Cathedral next week and will subsequently travel to the cathedrals of Durham and Hereford.

One of the most striking new works is the portrait of Judas’s wife, a figure who does not feature in the Bible but begins to be referenced in story fragments from as early as the fifth century. (Independent. 2015. Nick Clark)

Gollon’s ‘Judas’s Wife’
(Chris Gollon)

“In de Bijbel is Judas een van de figuren die de meeste vragen oproept – het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen hem een achtergrondverhaal begonnen te geven.”

“Een papyrusfragment met Koptische tekst dateert uit de vijfde eeuw en vertelt het verhaal van Judas’ vrouw die hem overtuigt om Jezus te verraden en vervolgens weigert wroeging te voelen nadat hij dat heeft gedaan.


In dit detail uit het "Laatste Avondmaal" van Andrea del Castagno (ca. 1423-1457) zien we Judas (zittend tegenover Jezus). De andere twee discipelen zijn Petrus (links) en Johannes (rechts).
“Verraad is de enige waarheid die blijft hangen." - Arthur Miller
Judas brengt de zilverstukken terug en gooit ze voor de voeten van het Sanhedrin op de grond.(klik op onderschrift om te vergroten en 2x om terug te keren)

Rembrandt’s Judas geeft de dertig zilverlingen terug, voltooid in 1629, toen hij net drieëntwintig jaar oud was, wordt al lange tijd gezien als het eerste volwassen werk van de kunstenaar, zijn eerste meesterwerk. Het schilderij toont veel van de kenmerken die Rembrandts stijl zouden gaan bepalen: dramatische belichting, een ritmische harmonie van compositie en zijn uitzonderlijke vermogen om de emotionele dramatiek van een scène over te brengen.(Morgan Library)


Completed when he was just twenty-three years old, Rembrandt’s Judas Returning the Thirty Pieces of Silver has long been recognized as the artist’s first mature work, his first masterpiece. The painting demonstrates many of the characteristics that would come to define Rembrandt’s style: dramatic lighting, a rhythmic harmony of composition, and his exceptional ability to convey the emotional drama of a scene. (Tekst Morgan Library NY)

Judas' plan


Hij, die jongeman
die geneest
en goede woorden
brood en vissen voor de hongerigen
deelt incluis de raad
met anderen te doen
wat je wenst dat aan jezelf wordt gedaan;
boze geesten verjaagt
en lammen lopen laat;
hij die jongeman
van nauwelijks dertig
die zich de zoon des mensen noemt.

Stel dat ik hem overlever.
Voor een beetje geld, de schone schijn nietwaar.
Zal hij dan eindelijk in volle glorie verschijnen
en de machtigen het zwijgen opleggen?

Dat heb je goed gedaan, zal hij daarna zeggen.
Kom ga naast Johannes zitten.
En wees met hem de leerlingen
die ik het meest heb lief gehad.

Taferelen uit het lijden van Christus. Nederrijn ca. 1480. Museum Catharijne Convent

Te bezoeken:

https://adlib.catharijneconvent.nl/Details/collect/466200

Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (3)

Doodstrijd in de tuin van Olijven. Francisco Goya 1819

De schilder maakte dit paneel voor 'de vrome scholen' in Madrid, een instelling van de Orde der Piaristen, een orde die als doel had onderwijs en opvoeding te bieden aan de zgn. 'onderkant' van de samenleving.

De omgeving is zwart. Duisternis in alle betekenissen van het woord. Na hun laatste avondmaal waren ze met zijn allen naar de tuin bij de Olijfberg gegaan. (hof van Gethsemane) De leerlingen legden zich neer en vielen in slaap. Hij kende het vervolg van de nacht en de volgende dag. Door diepe angsten aangegrepen vraagt hij : Wilt ge deze drinkbeker van mij wegnemen, maar niet mijn maar uw wil geschiede.

Andrea Mantegna. Gebed op de Olijfberg circa 1455
In veel van Mantegna's werk komen harde, kale rotspartijen voor. Hier lijkt hij het 'godverlaten' en woeste karakter van het stenige landschap te gebruiken om de eenzaamheid en angst van Jezus te benadrukken.

Drie volgelingen liggen te slapen terwijl Jezus in doodsangst tot zijn vader bidt. Hij voelt zijn einde naderen. Dat naderen wordt ook letterlijk getoond door het groepje mannen rechts: Judas en de soldaten die Jezus zullen arresteren. Rechts is de lucht al lichter aan het worden; de nieuwe dag is aanstaande. (Bijbelse Kunst)

Giovanni Bellini. Gebed in de hof van Gethsemane 1465

Uit het lijdensverhaal volgens Marcus:

‘Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: ‘Blijft hier zitten terwijl Ik bid.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen. Hij sprak tot hen: ‘Ik ben bedroefd. tot stervens toe. Blijft hier en waakt.’ Nadat Hij een weinig verder was gegaan wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was,aan hem mocht voorbijgaan. ´Abba,Vader,’-zo bad Hij- ‘voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.’ Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: ‘Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken? Waakt en bidt dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.’ Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden. En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden. Toen Hij voor de derde maal terugkwam sprak Hij tot hen: ‘Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Staat op, laten we gaan: mijn verrader is nabij.’

Paul Gaugain Christus in de Olijventuin. 1889
 Gij badt op eenen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle
Christus op de Olijfberg. Sandro Botticelli. 1499

In het evangelie van Marcus dat, als dc oudste bron, gewoonlijk als het betrouwbaarst wordt beschouwd, wordt Jezus als een volstrekt normaal mens voorgesteld, met ouders en broers en zusters. Er waren geen engelen die zijn geboorte aankondigden of boven zijn kribbe zongen. In zijn jeugd of jongelingsjaren onderscheidde Hij zich in geen enkel opzicht van anderen.
Toen Hij zijn leer begon te verkondigen waren zijn Nazareense stadsgenoten stomverbaasd dat de zoon van de plaatselijke timmerman opeens zo’n wonderkind bleek te zijn. Marcus laat zijn verhaal direct bij Jezus’ loopbaan
beginnen. (Karen Armstrong 'Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
De tuin van Getsemane (CC BY-SA 4.0 – Tango7174 – wiki)

“Net als de rabbijnen geloofde Jezus dat de Heilige Geest niet slechts voor een geprivilegieerde elite was weggelegd, maar voor alle mensen van goede wil; sommige bijbelpassages suggereren zelfs dat Jezus geloofde, opnieuw zoals enkele rabbijnen, dat zelfs de gojiem de Heilige Geest konden ontvangen. Als zijn discipelen ‘geloof” hadden, zouden ze zelfs opzienbarender dingen kunnen doen. Niet alleen zouden ze zonden kunnen vergeven en boze geesten kunnen uitdrijven, maar ze zouden zelfs een berg de zee in kunnen slingeren. Ze zouden merken dat hun broze, sterfelijke leven was getransfigureerd door de ‘krachten’ van God die in de wereld van het messiaanse koninkrijk aanwezig en werkzaam waren.
”

(Karen Armstrong ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)

Antonie Wierix II Christus in de hof van Getsemane (Rijksmuseum)
Gethsemane
 
Zij gingen zóó zich in hun leed verdiepen,
Dat zij, schoon op hun elleboog geleund
Om Hem te zien, wel zeiden: hoe Hij kreunt,
Maar dan stil schreiden, snikten en weer sliepen.
 
Hij bad tot God, Wiens grimmigheid Hem trof.
Die zag in Hem den vuigen mensch der zonde.
En toen Hij nergens troost erlangen konde,
Kroop Hij, een worm, wanhopig in het stof.
 
Toen sterkte God Hem, dat Hij op kon staan.
Hij riep de jongren: Laat ons henengaan!
Reeds rinkelde het harnas der soldaten.
 
De fakkels vlamden over schild en kling.
Toen Hij zich overgaf en medeging,
Had zelfs Johannes Hem verschrikt verlaten.


Willem de Merode

Gethsemane, 1944 by Mark Rothko



The Old and New Testaments also became a rich source of inspiration, as seen in Gethsemane. The title refers to the garden near Jerusalem that was the scene of the agony and betrayal of Christ.

In a radio broadcast Rothko responded thoughtfully to the question:

Are not these pictures really abstract paintings with literary titles? If our titles recall the known myths of antiquity, we have used them again because they are the eternal symbols upon which we must fall back to express basic psychological ideas. They are the symbols of man’s primitive fears and motivations, no matter in which land or what time, changing only in detail but never in substance….Our presentation of these myths, however, must be in our own terms which are at once more primitive and more modern than the myths themselves–more primitive because we seek the primeval and atavistic roots of the ideas rather than their graceful classical version; more modern than the myths themselves because we must redescribe their implications through our own experience….The myth holds us, therefore, not through its romantic flavor, not the remembrance of beauty of some bygone age, not through the possibilities of fantasy, but because it expresses to us something real and existing in ourselves, as it was to those who first stumbled upon the symbols to give them life.

(Masterpieces by Mark Rothko)

Number 14, by Mark Rothko

Zijn deze schilderijen niet eigenlijk abstracte schilderijen met literaire titels? Als onze titels herinneren aan de bekende mythen uit de oudheid, dan hebben we die opnieuw gebruikt omdat het de eeuwige symbolen zijn waarop we moeten terugvallen om fundamentele psychologische ideeën uit te drukken. Het zijn de symbolen van de primitieve angsten en drijfveren van de mens, ongeacht in welk land of welke tijd, alleen in detail veranderend maar nooit in substantie….Onze presentatie van deze mythen moet echter in onze eigen termen zijn, die tegelijkertijd primitiever en moderner zijn dan de mythen zelf – primitiever omdat we op zoek zijn naar de oeroude en atavistische wortels van de ideeën in plaats van naar hun sierlijke klassieke versie; moderner dan de mythen zelf omdat we hun implicaties opnieuw moeten beschrijven aan de hand van onze eigen ervaring…. De mythe houdt ons daarom vast, niet door haar romantische smaak, niet door de herinnering aan schoonheid van een vervlogen tijdperk, niet door de mogelijkheden van fantasie, maar omdat ze voor ons iets wezenlijks en bestaands in onszelf uitdrukt, zoals het was voor degenen die voor het eerst op de symbolen stuitten om ze leven te geven.

Blue, Green, and Brown (1952) by Mark Rothko

In Blue, Green, and Brown (1952), color and structure are inseparable: the forms themselves consist of color alone, and their translucency establishes a layered depth that complements and vastly enriches the vertical architecture of the composition. Variations in saturation and tone as well as hue evoke an elusive yet almost palpable realm of shallow space. Color, structure, and space combine to create a unique presence. In this respect, Rothko stated that the large scale of these canvases was intended to contain or envelop the viewer--not to be "grandiose," but "intimate and human."



Misschien kon ik geen betere week uitkiezen dan deze die nu net voorbij is. Gebeurtenissen in een gevangenis en legereenheid sluiten zonder veel omwegen bij mijn onderwerp aan.
Vernederingen, lijfelijk leed, aanslagen op je geestelijk welzijn.
De stilte van de mensentuin wordt door het lawaai van het naderend geweld teniet gedaan.
Een van de twaalf zal hem verraden met een kus.
Een andere van de twaalf zal weldra verklaren dat hij niets met deze man heeft uit te staan.
De andere tien slaan op de vlucht en alleen Johannes keert terug tot onder het kruis.
Als een misdadiger zal hij voor de geestelijken van het Sanhedrin verschijnen, voor de plaatselijke autoriteit Herodes en voor de vertegenwoordiger van het Romeinse gezag, Pilatus.
Hij is dan tussen dertig en drieëndertig. Het volk dat hem enkele dagen geleden toejuichte, schreeuwt dat hij gekruisigd moet worden.
Met het gevoel van de totale verlatenheid tot diep in zijn ziel.

Mark Rothko, Reds no. 5, 1961, Staatliche Museen zu Berlin, Neue Nationalgalerie / Giotto di Bondone, Kreuzigung Christi, ca. 1315, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie © VG Bildkunst Bonn, 2008, Foto: Volker-H. Schneider / © Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie Foto: Jörg P. Anders

Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (1)?

Foto door Masi op Pexels.com
intermezzo

(laatste liefdesbrief)

  gisteren nog waren wij geliefden
  p.s.
  waar ben je?


Glenn Sluisdom
Foto door Anya Juu00e1rez Tenorio op Pexels.com

Hij dacht, het is tijd om naar de hoofdstad te gaan.

De intocht van Christus in Brussel. James Ensor. 1888 Klik op ondertitel om te vergroten

De kijker ziet een carnavaleske stoet vol maskers, tronies, clowns en karikaturen op zich afkomen, die hem dreigt te verpletteren. De Christus in het midden van het gewoel, enigszins verdoken tussen de menigte op een ezel, heeft gelaatstrekken die wel sterk op Ensor lijken: de kunstenaar als visionair ingehaald door de massa. Ondanks de fanfare en het gejuich, drukt het volgens Ensors biograaf Eric Min vooral zijn eenzaamheid en miskenning uit. Vooraan staan verwaande rechters, zelfvoldane burgers, vissersvrouwen, een dokter met tovenaarshoed, een stel muzikanten, een bespottelijk verliefd koppeltje en een pompeuze bisschop die tamboer-majoor speelt (met de trekken van Émile Littré). Rechts op het verhoog dragen de burgemeester en zijn schepenen een clownkostuum. De optocht marcheert onder een groot banier met de tekst “Vive la Sociale”. Het is duidelijk dat Kerk noch socialisme worden gespaard. Ensor klaagt de maatschappij aan en zet de bevolking voor gek. (wikipedia)

'Het probleem bij complotdenken is dat je elke norm voor waarheid en waarachtigheid verlaat, terwijl elke speculatie of associatie die je maakt even geldig of nog meer geldig lijkt dan de versie die officieel wordt verteld. Dat is een groot probleem. Zoals ik schets vanuit Machiavelli, maakt argwaan tegenover de overheid deel uit van wat een kritische burger is. Een democratie heeft kritische burgers nodig. Maar als die kritische houding leidt tot een projectie van je eigen fantasie, heb je een immens probleem. En dat is exact onze situatie.’ (Tinneke Beeckman over boek 'Macht en Onmacht in Veto)
Jos De Mey ‘Ingekeepte massa, nr 10/11. 1972 olieverf op doek

Elias Canetti, die beroemd werd met Het Martyrium, schreef in een weergaloze stijl een wetenschappelijk hoofdwerk, Massa en Macht, dat ook buiten de wetenschap iconisch werd. Het geeft in bijzonder beeldende taal en met vele voorbeelden een diepte- en massapsychologische analyse van groepsvorming. Canetti toont hoe uit een schijnbaar heterogene groep mensen één nieuw en onheilspellend brullend wezen kan ontstaan.

Casper Thomas beschreef in nummer 47 (23 november 2022 ) van De Groene Amsterdammer een rake en gecondenseerde samenvatting van het hoofdthema van het boek. (Ik citeer hem graag maar raad de lezer aan zelf met dit maandblad kennis te maken. Het kost je nauwelijks tien euro per maand.)

“De Kaap, Zuid-Afrika, 1857. In de vroege ochtend gaat een jong meisje van het inheemse Xhosa-volk water halen bij de rivier. Daar ziet ze vreemde gedaanten. Geschrokken rent ze door de velden naar huis. Haar oom Umhlakaza maakt de tocht naar de rivier en ziet de gedaanten zelf ook. Ze geven hem een opdracht. Keer terug naar huis, voer rituelen uit en slacht een os ter ere van de doden. Op de vierde dag moet de oom opnieuw naar de rivier komen. Umhlakaza gehoorzaamt. Aan de oever ziet hij nog meer gedaanten. Tot zijn verbazing herkent hij zijn broer, die allang overleden is. Umhlakaza krijgt nadere uitleg en instructies. Hij moet zijn volk uitleggen dat de doden zijn teruggekeerd van overzeese slagvelden om de Xhosa te helpen de gehate Engelse kolonisten te verdrijven. De belangrijkste opdracht die Umhlakaza meekrijgt is de leiders van zijn volk te vertellen dat ze zo veel mogelijk dieren moeten slachten en opeten.

Al snel gaat het verhaal rond binnen de Xhosa. Leider na leider omarmt de opdracht van de gedaanten, de vetste ossen gaan op de slachtbank en het volk viert dagenlang feest. Umhlakaza verkrijgt al gauw de status van profeet. Hij staat met zijn nichtje in de rivier en vertelt de Xhosa die zich langs de oevers verzamelen dat de geesten van de overledenen zich aan het beraadslagen zijn over de toekomst van de mens. Hun honger is onstilbaar. Na het vee moeten ook de graanvoorraden worden aangesproken. Pas als het laatste dier is geslacht en de laatste graankorrel verorberd, zal de dag van verlossing aanbreken. De Britten zullen worden vernietigd door een hemel die op ze neer zal vallen. Nog vetter en melkrijker vee zal de aarde bewandelen en oneindige graanvelden zullen uit de grond omhoogschieten met aren zo groot als geen Xhosa ooit heeft gezien.

“Het eten is snel op. Er breekt hongersnood uit. Met hun laatste krachten leggen de Xhosa graanschuren aan en worden er hekken om veeweiden geplaatst om de toekomstige overvloed te kunnen ontvangen. Soldaten bewapenen zich voor de eindstrijd tegen de Britten. Als de langverwachte dag aanbreekt gebeurt er niets. Het bezeten enthousiasme van de Xhosa slaat om in wanhoop, gevoeld in duizenden lege magen. Hele gezinnen sterven vanwege voedselgebrek. Een exodus van uitgemergelde mannen, vrouwen en kinderen begeeft zich richting de grenzen van de Britste kolonie, bedelend om eten. In minder dan een jaar tijd wordt de Xhosa-bevolking van meer dan honderdduizend zielen gedecimeerd tot minder dan veertigduizend overlevenden van de collectieve zelfbegoocheling.”

(Casper Thomas 23 november 2022. verschenen in nr 47. De Groene Amsterdammer)

Elias Canetti 1973. © Brigitte Friedrich / Sueddeutsche Zeitung / ANP

Maak kennis met De Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/

"Midden in de compacte massa kan men niet omvallen. Het is daarom de ideale plaats voor mensen die niet op eigen benen kunnen staan."
― Antoon Vloemans
Vlaams schrijver en filosoof 1898–1982
Xi’ an Terracotta krijgers

Maar...Vandaag 1 maart 2024. Moskou: De begrafenis van Navalny.  "Mensen blijven toestromen-Politie arresteert prominente aanwezigen" (De Standaard)


Uit ‘Geen gedicht in veertig dagen’ van Borys Hoemenjoek (Oekraïne)

Poëzie zag mensen sterven
Poëzie stopte gebruikte kogelhulzen in haar oren
Poëzie wordt liever blind
Dan dat ze elke dag lijken ziet

Poëzie is de kortste weg naar de hemel
Poëzie tuurt in de leegte
Als je valt
Herinnert ze je aan de weg terug
Poëzie trok naar plaatsen
Waar geen plaats is voor poëzie

Poëzie was getuige van alles
Poëzie was getuige van alles

(De Standaard
Een jaar geleden stuurde de dichter Borys Hoemenjoek een laatste bericht. 24 uur lang hadden hij en twee andere Oekraïense soldaten onder meedogenloos Russisch vuur gelegen. Het regende granaten op hun loopgraaf net buiten de oostelijke stad Bachmoet. “Onze munitie raakt op. Tot de laatste kogel”, sprak Hoemenjoek via een krakende radio. Het waren zijn laatste woorden. (De Standaard 30 december 2023)
Aanhouding bij herdenkingsbijeenkomst Moskou. 18 februari 2024 ANP

Het is de kracht van elke demonstratie, met of zonder rellen of standbeelden die worden omgetrokken, het zit in de optelsom van al die afzonderlijke lichamen. Ze gaan als het ware op in een soort superlichaam dat machtiger is dan een individu ooit kan zijn. De overredingskracht schuilt in de massa, niet alleen voor de toeschouwers of onwillige luisteraars ervan, maar zeker ook voor de deelnemers zelf.

In de massa wordt de mens bevrijd van zijn eigen onbeduidendheid, schreef Gustave Le Bon eind negentiende eeuw. In haar boek Blood Rites omschrijft Barbara Ehrenreich het gevoel als een ‘natural high’. Het opgaan in een massa veroorzaakt een roes, een soort dronkenschap, en geeft een gevoel van euforie dat nog het best te vergelijken is met seks. Omdat we onszelf erin kunnen verliezen.
Dit is waar ieder mens naar verlangt, zegt Ehrenreich, een overgave aan iets wat groter is dan onszelf. Of je dat grotere nu liefde, kunst, god, volk, vaderland of een strijd voor rechtvaardigheid noemt, volgens haar komt het uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer: niet meer onbeduidend willen zijn. (…)
Soms moet je gewoon kiezen aan welke kant je staat.
Marian Donner DGA 17 juni 2020.

Beeld: Herman van Borstelen (De Groene A’dammer)

Moet je, zoals Milo Rau zou willen, in Wenen ‘een vrije republiek’ voor kunst en politiek protest oprichten? Ik voel meer voor haar plaats overal waar mensen telkens weer een nieuwe dag (moeten) beginnen. Hoe allerlei kunstvormen jezelf kunnen veranderen, de werkelijkheid op jouw (onze) manier vorm geven, de afstand tussen museum en huiskamer in het dagelijkse verkleinen. Zij zal je niet altijd troosten, maar een beetje meer moed schenken, je blik verdiepen, je zin voor humor aanscherpen. Mensen in de massa onderscheiden als aparte mensen met een verhaal, met een kijk op het alledaagse, met verbindingsmogelijkheden.

Intussen (2024, tien jaar later) aan te vullen met bezette Palestijnse gebieden, Zuid-Soedan, Oekraïne, Sahel, Myanmar, Burkino Faso, Soedan. Je moet niet bijzonder gevoelig zijn om het lijdensverhaal van een mens als Jezus in deze dagen op weg naar Pasen een menselijke vorm te geven. Elkaars nabijheid ten zeerste aanbevolen.

Robert Desnos: J’ ai tant rêvé de toi

Met de nasmaak van Valentijn? Of toch, eerlijk, geënt op hetzelfde verlangen -maar in de diepte of de hoogte, deze klassieker, dit surrealistisch doorvoelen van wat vrijwel niet in taal of beeld is uit te drukken, geschreven door een man die in 1945 in het concentratiekamp van Terezin, Theresienstadt aan tyfus sterft: dichter, schrijver Robert Desnos. (1900-1945)

'Ainsi Robert Desnos sortait-il de l'anonymat d'un simple numéro de matricule tatoué sur son bras. À peine la nouvelle de sa mort était-elle connue qu'une légende prit naissance. D'un poème qu'il avait écrit en 1926 J'ai tant rêvé de toi, la dernière strophe, à travers des traductions en tchèque et en français, devint pour la conscience collective l'ultime message du poète à la femme aimée sous le titre Le Dernier Poème. La voix de Robert Desnos résonne désormais dans un poème qui a cessé de lui appartenir pour devenir la voix de tous.' (Robert Desnos Association)

'J' ai tant rêvé de toi.'



J’ai tant rêvé de toi que tu perds ta réalité.
Est-il encore temps d’atteindre ce corps vivant
et de baiser sur cette bouche la naissance
de la voix qui m’est chère ?
J’ai tant rêvé de toi que mes bras habitués en étreignant ton ombre
à se croiser sur ma poitrine ne se plieraient pas
au contour de ton corps, peut-être.
Et que, devant l’apparence réelle de ce qui me hante
et me gouverne depuis des jours et des années
je deviendrais une ombre sans doute,
Ô balances sentimentales.

J’ai tant rêvé de toi qu’il n’est plus temps sans doute que je m’éveille.
Je dors debout, le corps exposé à toutes les apparences de la vie
et de l’amour et toi, la seule qui compte aujourd’hui pour moi,
je pourrais moins toucher ton front et tes lèvres que les premières lèvres
et le premier front venu.

J’ai tant rêvé de toi, tant marché, parlé, couché avec ton fantôme
qu’il ne me reste plus peut-être, et pourtant,
qu’à être fantôme parmi les fantômes et plus ombre cent fois
que l’ombre qui se promène et se promènera allègrement
sur le cadran solaire de ta vie.

Robert Desnos “A la mystérieuse”, in Corps et Biens, 1930

Kijk naar de geanimeerde kortfilm, groot scherm aangeraden:


Ik heb zoveel van je gedroomd dat je je realiteit aan het verliezen bent.
Is er nog tijd om dit levende lichaam te bereiken
en op deze mond de geboorte te kussen
van de stem die mij dierbaar is?
Ik heb zoveel van je gedroomd dat mijn armen, gewend om je schaduw te omarmen
te kruisen over mijn borst, niet wilden buigen
naar de contouren van je lichaam, misschien.
En dat, geconfronteerd met de echte verschijning van wat me heeft achtervolgd
en me al dagen en jaren beheerst
Ik ongetwijfeld een schaduw zou worden,
Oh sentimentele weegschaal.

Ik heb zoveel van je gedroomd dat er waarschijnlijk geen tijd meer voor me is om wakker te worden.
Ik slaap rechtop, mijn lichaam blootgesteld aan alle verschijningen van het leven
en van de liefde en jij, de enige die er vandaag voor mij toe doet,
Ik zal je voorhoofd en lippen minder snel aanraken dan de eerste lippen
en het eerste voorhoofd dat voorbij komt.

Ik heb zoveel van je gedroomd, zoveel met je geest gelopen, gepraat en geslapen
dat er voor mij misschien niets anders overblijft, en toch
maar om een geest onder de geesten te zijn en honderd keer meer een schaduw
dan de schaduw die dwaalt en gelukkig zal dwalen
op de zonnewijzer van je leven.

Robert Desnos (1900-1945)
Marc Chagall, Around Her, 1945. Oil on canvas, 131 × 109.5 cm. Centre Pompidou, Paris, Musée national d’art moderne
I’ve dreamed of you so much

I’ve dreamed of you so much that you are losing your reality.
Is there still time to touch this living body
And to plant on this mouth the birth
Of the voice that I hold dear?

I’ve dreamed of you so much that my arms accustomed
In embracing your shadow to crossing over my chest would not reach
Around your body, perhaps.
And that, before the real semblance of what has haunted
And governed me for days and years,
I would become a shadow, doubtless.
Oh sentimental hesitations.

I’ve dreamed of you so much that there is
Doubtless not time for me to wake up now.
I sleep standing up, my body exposed
To all semblance of life
And love and you, the only one
Who matters to me now,
I would be less able to touch your forehead
And your lips than the first lips
And first forehead to come my way.

I’ve dreamed of you so much, walked, spoken,
Slept with your ghost so much
That all that remains for me to do perhaps,
And yet, is to be a ghost
Among the ghosts and a hundred times
More shadow than the shadow which strolls
And will stroll blithely
On the sundial of your life.
Les comptes du poète (crayon sur papier). Robert Desnos



De eerste gedichten van Desnos (onder invloed van Rimbaud) verschenen al in 1917 in La Tribune des Jeunes. Door Benjamin Péret werd hij vervolgens geïntroduceerd in het dadaïstische en surrealistische milieu van Parijs (André Breton, Louis Aragon, Paul Eluard). Het resulteert in de poëziebundel Rose Sélavy (1922-1923), waarin hij een lans breekt voor de ‘écriture automatique’ en de droomwereld gebruikt als sleutel naar het onderbewuste. Ook Corps et Biens (1930) bevat veel van dergelijke experimenten en kan gelden als typisch voor wat de surrealisten in de jaren 1920-1930 zochten en beproefden. In 1930 brak Desnos echter met Breton en zijn medestanders, stellende dat hij zich niet meer kon vinden in het tot systeem gevonden surrealisme. (Wikipedia)


De dichter Robert Desnos schreef op 8 februari 1944 in zijn dagboek: ‘Wat ik hier of elders schrijf zal in de toekomst zonder enige twijfel maar een paar nieuwsgierigen, verspreid over de jaren, interesseren.

Om de vijfentwintig of dertig jaar zal men in vertrouwelijke publicaties mijn naam en een paar fragmenten uit mijn werk, steeds dezelfde, naar voren brengen. De gedichten voor kinderen zullen iets langer overleven dan de rest. Ik behoor toe aan het hoofdstuk van de beperkte belangstelling. Maar dat zal langer duren dan veel van huidige schrijfsels’.

(Dick Broer, Robert Desnos, de onbekende)


 Zeg voor mij gedag aan het meisje van de brug
aan het kleine meisje dat van die mooie liedjes zingt
aan mijn boezemvriend die ik verwaarloosd heb
aan mijn eerste minnares
aan hen die haar je weet wel hebben gekend
aan mijn echte vrienden hen zal je gemakkelijk herkennen
aan mijn zwaard van glas
aan mijn sirene van was
aan de monsters aan mijn bed
Wat jou betreft waar ik meer dan wat ook ter wereld van hou
Ik zeg je nog geen gedag
Ik zal je weer zien
Maar ik ben bang dat ik je nog maar even kan zien

(fragment uit het lange gedicht Siramour uit 1942)


Twee kleine bijlagen (3:19″): ‘The description of a dream: ook in de radiostudio was hij thuis. In 1938 maakt hij er onder de algemene noemer ‘Fantomas’ ‘The house of hidden knowledge, of de geschiedenis van een droom, een verhaal met geluiden en muziekfragmenten. In een blog waar het ‘hoorspel’ in al zijn gedaanten thuis is mag dit niet ontbreken.


Desnos was een flamboyante verschijning in het Parijs van het interbellum. Niet alleen bewoog hij zich te midden van avant-gardistische schrijvers, maar ook schreef hij scenario’s voor experimentele films, zoals Emak Bakia (1927) en L’étoile de mer (1928) van Man Ray. Hij was veelvuldig te zien in het uitgaansleven, werd zwaar verliefd op chanteuse Yvonne George en trouwde met de extravagante Youki Foujita. In de jaren dertig had Desnos ook een spraakmakend radioprogramma op de nationale, genaamd ‘Fantomas’. Hij was bevriend met artistieke grootheden als Pablo Picasso, Ernest Hemingway en John Dos Passos. (wikipedia)

Bezoek de (tanende) website:

https://web.archive.org/web/20100702080246/http://www.robertdesnos.asso.fr

Een beetje frisser, hedendaagser:

https://www.robertdesnos.com/biographie

Achter de titel van deze bijdrage, foto van Youki en Robert Desnos



“Que ferai-je à l’avenir? Si tous les projets ne se mesuraient à la longueur de la vie, je voudrais reprendre des études mathématiques et physiques délaissées depuis un quart de siècle, rapprendre cette belle langue. J’aurais alors l’ambition de faire de la “Poétique” un chapitre des mathématiques. Projet démesuré certes, mais dont la réussite ne porterait préjudice ni à l’inspiration, ni à l’intuition, ni à la sensualité. La Poésie n’est-elle pas aussi science des nombres?»

Robert Desnos. (Fortunes, 1942, nu Collection Poésie/Gallimard (nr 42) 1969)

Het zelfportret geportretteerd (2):


God hath given you one face and you make yourselves another.’

William Shakespeare, Hamlet.

De beschrijving van ‘het Zelf’ zou je langs kronkelige (pseudo) filosofische paden kunnen leiden, een euvel dat beeldende kunstenaars aardig wisten te vermijden door zichzelf woordeloos te verbeelden zodat toeschouwers alle mogelijke wegen ter interpretatie kunnen debiteren. 
Richten we ons met deze bijdrage tot de letteren als materiaal voor het zelfbeeld, dan versmallen de wegen tot paadjes naar wat als ‘innerlijk’ kan doorgaan. Het wezen van ‘het Zelf’ beletteren vraagt alleszins meer wikken en wegen al blijft de schone schijn en het paadje van zelfbeklag ook letterkundig te bewandelen. 

Wil je als intro een combinatie, dan vond ik een fraai gedicht van Ann Van Dessel die met fotograaf Joost Bataille op stap ging. Haar gedicht: ‘fotograaf zoekt sanseveria’ mag van beide betrokkenen een zelfbeeld geven. Elk portret is een zelfportret, althans volgens ‘Meander’ waar de tekst gepubliceerd werd in 2014 zonder echter de naam van de dichteres te vermelden.


fotograaf zoekt sanseveria

of hij mij op een ijskoude zondag in maart
honderd keer mag nemen want ik rijm zo mooi
met de troosteloze straat waarin ik woon

en inderdaad; de huizen staren uit hun ramen
gordijnen vriezen in hun vouwen vast
een bloempot beeldt een orchidee uit

ik mag niet lachen. hij wel. zijn ogen spreken
de straat aan en af. hij lacht naar de lantaarnpaal
en onder zijn blik staan de beukenhagen te blozen

hij kleeft mij midden op het kruispunt. ik versteen,
verkleed als een koud meisje met te veel armen
om ergens te laten en een gezicht dat pret verbijt

we ontdooien in een warm huis, snijden rug aan rug
groenten en trekken een fles wijn later
een ijzige lentenacht over ons heen

Ann Van Dessel. (Uit de bundel: Ik voel me verf samengesteld door fotograaf Joost Bataille) (2014)

Vijftig portretfoto’s van Nederlandse en Vlaamse stadsdichters. En hun gedichten over het maken ervan.

Te doorbladeren: (de eerste foto is Ann Van Dessel, ikzelf vond nergens een betere afdruk, excuses daarvoor.)


Ann Van Dessel (1961) is dichter en schrijfdocent aan de SchrijversAcademie in Antwerpen. In 2012 verscheen haar poëziedebuut ‘Een kei in duren’ (2012), daarna de bundels ‘Toverstroming’ (2017) en ‘Als de lucht valt’ (2021). Samen met enkele bevriende dichters schreef ze ook ‘Een kier in het rumoer: gedichten over stilte' (2015) en ‘Lopen op los zand: gedichten om kanker neer te schrijven’ (2017). Samen met Hans Claus en Nicole Van Overstraeten is zij samensteller van 'Het was de achtste dag: gedichten bij de Verklaring van 30 november' (2022). Alle uitgaven werden verzorgd door Uitgeverij P in Leuven.

https://annvandessel.com

http://www.joostbataille.nl

Self Portrait, Cat Graffam, Oil on Panel, 2016.

Self-Portrait in the Bathroom Mirror

Some days, everything is a machine, by which I mean remove any outer covering, and you will most likely find component parts: cogs and wheels that whirr just like an artificial heart, a girl in a red cap redacting the sky, fish that look like blimps and fish-like blimps, an indifferent lighthouse that sweeps the horizon. I wasn’t a child for long and after I wasn’t, I was something else. I was this. And that. A blast furnace, a steel maze inside, the low-level engine room of an ocean liner. My eye repeats horizontally what I by this time already know: there is no turning back to be someone I might have been. Now there will only ever be multiples of me.

Mary Jo Bang (1946-)

From A Doll for Throwing by Mary Jo Bang. Copyright © 2017 by Mary Jo Bang. Used by permission of The Permissions Company, Inc., on behalf of Graywolf Press, www.graywolfpress.org.

Zelfportret in de Badkamer-Spiegel

Op sommige dagen is alles een machine, en dan bedoel ik dat je alle buitenste bedekkingen moet verwijderen en dan zul je waarschijnlijk onderdelen vinden: radertjes en wieltjes die zoemen als een kunsthart, een meisje met een rode pet die de lucht bewerkt, vissen die eruitzien als blimps en visachtige blimps, een onverschillige vuurtoren die de horizon schoonveegt. Ik was niet lang een kind en toen ik dat niet meer was, was ik iets anders. Ik was dit. En dat. Een hoogoven, een stalen doolhof binnenin, de lage machinekamer van een oceaanstomer. Mijn oog herhaalt horizontaal wat ik nu al weet: er is geen weg terug om iemand te zijn die ik had kunnen zijn. Nu zullen er alleen maar veelvouden van mij zijn.

Mary Jo Bang (1946-)

Mary Jo Bang was born on October 22, 1946, in Waynesville, Missouri, and grew up in Ferguson, which is now a suburb of St. Louis. She received a BA and an MA in sociology from Northwestern University, a BA in photography from the Polytechnic of Central London, and an MFA in creative writing from Columbia University.
David Hockney

En graag wil ik nog een voorbeeld van de Poolse dichter Adam Zagajewski meegeven, dichter die in ons blog meermaals aan het fraai en dichterlijke woord kwam, zie verwijzingen onderaan.

Self-Portrait

Adam Zagajewski
1945 –
2021

Between the computer, a pencil, and a typewriter
half my day passes. One day it will be half a century.
I live in strange cities and sometimes talk
with strangers about matters strange to me.
I listen to music a lot: Bach, Mahler, Chopin, Shostakovich.
I see three elements in music: weakness, power, and pain.
The fourth has no name.
I read poets, living and dead, who teach me
tenacity, faith, and pride. I try to understand
the great philosophers—but usually catch just
scraps of their precious thoughts.
I like to take long walks on Paris streets
and watch my fellow creatures, quickened by envy,
anger, desire; to trace a silver coin
passing from hand to hand as it slowly
loses its round shape (the emperor’s profile is erased).
Beside me trees expressing nothing
but a green, indifferent perfection.
Black birds pace the fields,
waiting patiently like Spanish widows.
I’m no longer young, but someone else is always older.
I like deep sleep, when I cease to exist,
and fast bike rides on country roads when poplars and houses
dissolve like cumuli on sunny days.
Sometimes in museums the paintings speak to me
and irony suddenly vanishes.
I love gazing at my wife’s face.
Every Sunday I call my father.
Every other week I meet with friends,
thus proving my fidelity.
My country freed itself from one evil. I wish
another liberation would follow.
Could I help in this? I don’t know.
I’m truly not a child of the ocean,
as Antonio Machado wrote about himself,
but a child of air, mint and cello
and not all the ways of the high world
cross paths with the life that—so far—
belongs to me.

From Mysticism for Beginners by Adam Zagajewski, translated by Claire Cavanaugh. Translation copyright © 1997 by Farrar, Straus & Giroux, LLC. Reprinted by permission. All rights reserved.

Zelfportret


Tussen de computer, een potlood en een typemachine
gaat de helft van mijn dag voorbij. Op een dag zal het een halve eeuw zijn.
Ik woon in vreemde steden en praat soms
met vreemden over zaken die mij vreemd zijn.
Ik luister veel naar muziek: Bach, Mahler, Chopin, Sjostakovitsj.
Ik zie drie elementen in muziek: zwakte, kracht en pijn.
Het vierde heeft geen naam.
Ik lees dichters, levende en dode, die me leren
vasthoudendheid, geloof en trots. Ik probeer
de grote filosofen te begrijpen -maar vang meestal slechts
flarden van hun kostbare gedachten op.
Ik maak graag lange wandelingen door de straten van Parijs
en kijk naar mijn medemensen, opgewonden door afgunst,
woede, verlangen; om een zilveren munt te volgen
dat van hand tot hand gaat terwijl het langzaam
zijn ronde vorm verliest (het profiel van de keizer wordt uitgewist).
Naast me bomen die niets anders uitdrukken
dan een groene, onverschillige perfectie.
Zwarte vogels lopen over de velden,
geduldig wachtend als Spaanse weduwen.
Ik ben niet meer jong, maar iemand anders is altijd ouder.
Ik hou van diepe slaap, wanneer ik ophoud te bestaan,
en snelle fietstochten over landwegen wanneer populieren en huizen
oplossen als cumuli op zonnige dagen.
Soms spreken de schilderijen in musea tot me
en is ironie plotseling verdwenen.
Ik kijk graag naar het gezicht van mijn vrouw.
Elke zondag bel ik mijn vader.
Om de week spreek ik af met vrienden,
en bewijs zo mijn trouw.
Mijn land heeft zich van een kwaad bevrijd. Ik wens
dat er nog een bevrijding zou volgen.
Zou ik daarbij kunnen helpen? Ik weet het niet.
Ik ben echt geen kind van de oceaan,
zoals Antonio Machado over zichzelf schreef,
maar een kind van lucht, munt en cello
en niet alle wegen van de hoge wereld
kruisen paden met het leven dat – tot nu toe –
mij toebehoort.

eigen foto

Lees ook:


Zelfportret



Je ziet een man in de tuin

hij lijkt verzonken in zichzelf

die man ben ik, ik weet het

maar als je lang kijkt naar een foto

van jezelf verval je in gepeins -

wie je bent en wie je bedoelt

als je ik zegt, enzovoort

ik kijk en kijk in dat gezicht

en inderdaad – ben ik dat?

over het ik is veel nagedacht

ook door mij, maar de meningen

lopen nog steeds ver uiteen

ook die van mij – zoals dat gaat

met woorden die niet kunnen

worden begrepen

niemand heeft ooit zichzelf gezien

maar het verlangen blijft

naar het onzichtbare ik

je zoekt in wat er van je

overbleef een man in de tuin

Rutger Kopland

Doordeweekse deemoed (2): Ons soortelijk gewicht

Jules De Bruycker. Zelfportret. 1933


Korte overweging over reageerbuizen

Je neemt
  een stuk vuur, een stuk water,
  een stuk konijn of een stuk boom,
  of een willekeurig stukje mens,
  je mengt het, schudt het, kurkt het,
  legt het op een warme, donkere, lichte, koude plek,
  laat het een poos met rust - zelf niet gerust -
  maar dat is nu juist de grap.

Na die poos
  ga je kijken - en ziedaar, het groeit,
  een klein zeetje, klein vulkaantje,
  en klein boompje, klein hartje en klein kopje,
  zo piepklein dat je het niet eens hoort lamenteren
  dat het eruit wil,
  maar dat is nu juist de grap: niet horen.

Dan loop je weg
   en schrijft alles op, allemaal streepjes of
   allemaal kruisjes, een enkele met uitroepteken,
   allemaal nullen, allemaal cijfers, sommige met uitroepteken,
   dat is nu juist de grap: eigenlijk is een reageerbuis
   een toestel om nullen te veranderen
   in uitroeptekens.

Dat is nu juist de grap:
  een poos lang vergeet je
  dat je het eigenlijk zelf bent.

In de reageerbuis.


Miroslav Holub
vertaling Kees Mercks
Miroslav Holub (Pilsen, 13 september 1923 – Praag, 14 juli 1998) was een Tsjechische dichter, arts en immunoloog.

Holub werkte als wetenschappelijk medewerker aan het biologisch instituut in Praag. Pas tijdens de dooi (van de 'verbanning' van kunst in de USSR) in de tweede helft van de jaren 50 publiceerde hij zijn gedichten. Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift 'Kveten' (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse Lente werd hij na de inval ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982. (Wikipedia)

Jakup Ferri. (Pristina °1981). Untitled. 2023

Untitled (2023). In dit werk openbaart zich een andere inspiratiebron van de kunstenaar, namelijk de eigenaardige micro-organismen (schimmels, virussen, bacteriën) gezien door een elektronenmicroscoop. Met iedere nieuwe blik door de microscoop openbaart zich een nieuw micro-universum bevolkt door sprookjesachtige figuren waarvan de contouren zich continu transformeren. De naamloze man uit het laboratorium komen we vaker tegen in Jakup Ferri’s eigen micro-universums: hij rijdt, jongleert, eet, speelt instrumenten, of gaat op in alledaagse activiteiten. (Andriesse eyck galerie Amsterdam)
Jakup Ferri Kunstmuseum Luzern. ‘We, We or Me

Nullen in uitroeptekens veranderen? Een fraaie poëtische analyse van Miroslav Holub. Kun je nog de nullen achter winstcijfers kwijt, de analyse zal menselijk al te menselijk zijn, het eeuwige leven glimlacht geduldig als het onze berekeningen van zich afduwt en ons het begrip van kortstondigheid aanreikt bij gebrek aan kinderlijke dromen. Laten we de dichter in zijn volgend werk het woord aan Einstein geven, niet de eerste maar wellicht nog vaak de beste als het over denken gaat.


Korte overweging over de relativiteitstheorie

Albert Einstein, in gesprek-
/Knowledge is discovering
what to say/ - in gesprek dus
met Paul Valéry,
kreeg de vraag:

Meneer Einstein, hoe doet u dat nu
met uw gedachten? Tekent u ze op
zodra ze in u opkomen? Of pas
de avond of ochtend erna?

Albert Einstein antwoordde meteen:
Meneer Valéry, in ons métier
zijn gedachten zo zeldzaam dat
als je er al op eentje komt,
je die beslist niet zult vergeten

Zelfs niet een jaar erna.

Miroslav Holub
vertaling Kees Mercks

Paul Valéry. Yun Gee

Wat menselijker is.

-Sommigen geloven dat de levensduur van werken van hun ‘menselijkheid’ afhangt. Ze proberen waar te zijn. Maar hoe staat het dan met de langere duur van werken die met fantasie geschreven zijn?…

Het onware en het wonderbaarlijke zijn menselijker dan de ware mens.

-Angst voor het belachelijke. Terreur van het banale. Nagewezen worden met de vinger, niet opgemerkt worden. Twee afgronden.

-Een groot mens is wie de anderen in verwarring achter zich laat.

-De meest bijzondere kunstwerken, de subtiliteiten van de lijnen, het proeven van de finesses en van de overeenstemmingen met een volmaakte taal, de bijzonderheden van bepaalde mathematische dubbelzinnigheden, de precisie die men bij het onderzoek van de ziel kan bereiken - dat alles is een zaak die zich tussen een paar personen afspeelt. Neem ze weg - wie zou over zo'n groot verlies zijn twijfels hebben?

(Paul Valery, vertaling Jan Fontijn)



Biographie

Le parcours du poète et philosophe français Paul Valéry (1871-1945) est particulier. Influencé par Verlaine et Mallarmé, il écrit une centaine de poèmes symbolistes. Un bouleversement passionnel le fait renoncer à la poésie. Après vingt ans de silence, elle le rappelle. Le mécanisme de la création poétique le fascine ; en quête d’idéal de poésie pure, il crée un langage dans le langage, une union intime entre parole et esprit, une magie poétique pour des poèmes refusant toute finalité. Difficultés, contraintes, art classique et obscurité sont des conditions requises. Il est membre de l’Académie française.

Doordeweekse weemoed bracht twee dichters en een tekenaar samen bij mogelijkheden van zelfonderzoek: bleef het bij nullen die in uitroeptekens veranderden, of ervaarde je ook de clementie, het mededogen met onze beperktheden, met de schaafwonden van de droom, genade voor het bijna mogelijke, het geduld bij verwarring, een huis voor herinneringen, de stilte waarin ze openbloeien? Ons soortelijk gewicht.

Doordeweekse deemoed (1). Blaise Pascal (1623-1662)

Alec Soth, “Cammy’s View. Salt Lake City,” 2018.Credit…© Alec Soth Courtesy of Sean Kelly, New Yorkal)
Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos dans une chambre. (Blaise Pascal)

Zoek je het begrip ‘deemoedig’ op bij van Dale, dan krijg je eerst: ‘vol nederige onderworpenheid’. Of als synoniem: ’Ootmoedig: ‘nederig’. Niet dadelijk woorden om een zeker enthousiasme op te wekken. De auteur van de bovenstaande beschrijvingen, Blaise Pascal, Frans wis-en natuurkundige en filosoof (1623-1662), publiceerde o.a. in zijn ‘Pensées’ voornamelijk deze gecondenseerde wijsheden.


L'homme , qui n'aime que soi , ne hait rien tant que d'être seul avec soi.
De mens die slechts zichzelf bemint, haat niets zozeer, als met zichzelf alleen te zijn.
Blaise Pascal

-deemoed zn. 'ootmoed, onderworpenheid'
-categorie: leenwoord, leenvertaling in brontaal
-Vnnl. demoedt 'ootmoed' [1591; WNT versiering].
-Dit woord moet zijn ontleend aan het Nederduits, vermoedelijk in de context van de Moderne Devotie; de Nederlandse ontwikkeling zou hebben geleid tot *diemoed. Kiliaan noemt het bijwoord deemoedichlick in zijn Tetraglotton van 1562 "ger.sax.sic.", d.w.z. Duits, Saksisch, Sicambrisch (= Ripuarisch).
-Ohd. thiomuoti is een zeer vroege vertaling van de christelijke notie vervat in Latijn humilitas; mhd. diemuot (nhd. Demut) en mnd. demot (15e eeuw) en vnnl. demoed. Het eerste element, pgm. *þew-, drukt dienstbaarheid uit, vgl. ohd. dio, oe. þēow, got. þius, 'knecht, slaaf'; < pgm. *þewaz 'dienaar'; en -thu- in onl. underthudig 'onderhorig' [10e eeuw; W.Ps]. Zie verder deern, dienen. Het oudere Nederlandse woord is ootmoed.
◆ deemoedig bn. 'ootmoedig'. Mnl. demoedich 'id.' [1477; Teuth. ootmoedich], naast demoedelick 'id.' [1501; WNT waalsch]. Afleiding van deemoed met het achtervoegsel -ig.
-Fries: deemoed◆deemoedich`(etymologisch woordenboek)

Deemoedig is in de zestiende eeuw, waarschijnlijk in christelijke kringen, ontleend aan het Duits: het Duitse woord is Demut. Dat is te herleiden tot het Oudhoogduitse thiomuoti, en uiteindelijk gaat het daarbij om een vertaling van de christelijk-Latijnse term humilitas, ‘nederigheid’.
Een ander oud woord voor ‘nederig, onderdanig’ is ootmoedig. (Onze Taal)

Edv. Munch: De nachtwandelaar

Bij leven en werken heb ik zowel Blaise Pascal’ s driehonderdjarige geboortedatum (1623 Clermont) als zijn driehonderdjarige sterfdatum (1662 Parijs) mogen gedenken. Niet eens veertig is hij geworden.

Zijn onderzoekingen omtrent de luchtledige ruimte naar aanleiding van de proeven van Torricelli hielden indertijd de natuurkundigen bezig. Op technisch gebied ontwerpt hij, twintig jaar oud, een rekenmachine, die hij in de handel wil brengen. Hij wil deelnemen aan de uitvoering van het droogleggen der plassen van Poitou en aan het organiseren van een busdienst met een karos. Maar zijn belangrijkste reputatie kreeg Pascal als auteur van de Lettres Provinciales en van de Pensées. (H. Robbers. Streven jaargang 15. 1961-62)

Hannah Vandenbussche, lange afstandsloper en filosofe, schreef ‘Noch engel, noch beest’- Het bittere mensbeeld van Blaise Pascal als pleidooi voor mildheid- (Houtekiet) Een geïllustreerde intro kun je hier raadplegen:

Met Jacotte Brokken had zij een uitgebreid gesprek op radio 1 bij ‘Voorproevers’ en dat kun je via Vrt max en deze links beluisteren. Lekker warm bij het vuur. Pascal zou het hoofdschuddend gewaardeerd hebben. (25′)

https://www.vrt.be/vrtmax/podcasts/radio1/v/voorproevers/2/wat-filosoof-blaise-pascal-ons-nog-te-vertellen-heeft/

Blaise Pascal. Versailles
"Les discours d'humilité sont matière d'orgueil aux gens glorieux, et d'humilité aux humbles."

“Betogen over ootmoed vormen stof tot trots voor de trots en en tot ootmoed voor de nederigen.”

Een “Pascaline” rekenmachine gesigneerd door Pascal in 1652

Achttien werd ik vooraan in dat jaar toen wij Pascals driehonderdste sterfdag herdachten, 1962 dus, tijdspanne dat de eerste paperbacks op de markt waren gekomen en je voor weinig geld heuse boeken kon aanschaffen. Mijn ‘Pensées’ met slappe kaft waarop de genaamde je levenslang zou aankijken werd uitgegeven door Editions du Seuil, texte établi par Louis Lafuma met Préface d’ André Dodin in de serie ‘Livres de Vie’.
Eerlijkheidshalve (mooi woord, vooral wegens die ‘helft’) moet ik zeggen dat de Franse taal waarmee wij toch zeven jaar waren opgeleid van een ander gehalte was dan wat wij in de cursus Frans hadden opgedaan. (Combien de marins…-gedicht ‘Oceano nox’ van Victor Hugo waarbij je als extra tachtig onderdelen van een toenmalig zeilschip in het Frans moest van buiten leren!)

Oh ! combien de marins, combien de capitaines
Qui sont partis joyeux pour des courses lointaines,
Dans ce morne horizon se sont évanouis !
Combien ont disparu, dure et triste fortune !
Dans une mer sans fond, par une nuit sans lune,
Sous l'aveugle océan à jamais enfouis !

Dessin de Victor Hugo pour son roman”Les Travailleurs de la mer”

Mooi, maar de eigenlijke tekst heb ik jaren later mogen ontdekken.
Les pensées op goedkoop papier zag er niet dadelijk aantrekkelijk uit. Je moest op zoek. Wat sprak je op dat moment aan? Tussen toen en nu verschilde dat wel eens. De omstandigheden, zoals dat heet?

343(691)
Propheties. Le grand Pan est mort.
361
Es-tu moins esclave pour être aimé et flatté de ton maitre; tu as bien de bien, esclave, ton maitre te flatte. Il te battra tantôt.
Ben je minder een slaaf om geliefd en gevleid te worden door je meester; je hebt veel goeds, slaaf, je meester vleit je. Hij zal je spoedig slaan.

18.
Les inventions des hommes de siècle en siècle vont de même, la bonté et la malice du monde en général en est de même.
De uitvindingen der mensen gaan van eeuw tot eeuw vooruit; de goedheid en de slechtheid der wereld blijven in 't algemeen onveranderd.

Maar dan ben je toch al twintig en dertig jaar verder.
En zo zijn de pensées, met hier en daar een lichtflits steeds met mee gereisd. Levenslang. Alle huizen. Soms als een tedere herinnering, soms als een zucht. Soms, zoals vandaag met deze pas ontdekte vraag:

68
Quand je considère la petite durée de ma vie absorbée dans l’ éternité précédente et suivante - le petit espace que je remplis et même que je vois abimé dans l’infinie immensité des espaces que j’ ignore et qui m’ ignorent, je
m’ effraye et m’étonne de me voir ici plutôt que là, car il n’y a. point de raison pourquoi ici plutôt que la, pourquoi a présent plutôt que lors. Qui m’y a mis?
Par l’ordre et la conduite de qui ce lieu et ce temps a(-t-)il été destiné à moi ?
68
Als ik denk aan de kleine duur van mijn leven geabsorbeerd in de voorafgaande en volgende eeuwigheid - de kleine ruimte die ik vul en zelfs die ik beschadigd zie in de onmetelijkheid van de ruimten die ik negeer en die mij negeren, dan ben ik bang en verbaasd om mezelf hier te zien in plaats van daar, omdat er geen reden is waarom hier in plaats van daar, waarom nu in plaats van toen. Wie heeft me daar neergezet?
Door wiens bevel en leiding was deze plaats en tijd voor mij bestemd?
Foto door Felix Mittermeier op Pexels.com

Le nez de Cléopâtre: s'il eût été plus court, toute la face de la terre aurait changé.

Wensen met ‘wee-moed’

Diana Calvert Stella by the fire 

Warmte voor wie, alleen in koude dagen,
vermoeid is van het jachten en het jagen.

F.E. Laszlo: Honert, Taco Hajo and his sister Henriette 1905

Gezelschap
en
een boek:
het geraas
is even zoek

Jons Jeronimus Nostalgia

Foto


Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.


Herman de Coninck
uit: Met een klank van hobo (1981).

Volgens van Daele zou ‘weemoed’ een zacht treurige stemming zijn. Er blijken meer betekenissen of schakeringen aanwezig, maar daar moet je voor betalen. Ik ga niet betalend op zoek naar ‘de dichtwerken van P.A. de Génestet. (auteursrechtvrij!) In 1869 schrijft hij dit mooie vers:

XCVII.  Weemoed en Hope

Op den bodem van het leven,
In de diepte van het hart
Rust de Weemoed
En de Smart;
Maar de hope rijst er neven,
In’t geslingerd menschenhart

Tusschen weemoed, strijd en hope
Vliedt het leven snel voorbij:
Waakzaam, werkzaam
Wachten wij
Dat het Raadsel zich ontknoope,
Wat ons leven zij

Het gaat over een raadsel dat zich moet ‘ontknopen’, en ‘wat ons leven zij‘ daar ben je dus wel even zoet (weemoedig) mee. Nog een geluk dat ‘de hope rijst er neven’. Wanhoop ongewenst. Het blijft bij dat trage ‘ontknopen’, en daar zijn niet alleen kunstenaars maar ook wij allen een tijdje mee bezig, vrijwel levenslang.

Frits van den Berghe. ‘De val van de heiligen’

Misschien verwachtte je een avondlandschap, een weemoedige zonsondergang maar ‘de val van de heiligen’ van schilder Fritz van den Berghe (1883-1939) maakt duidelijk dat je toch niet in hogere sferen moet verkeren om aan de aardse zwaarte te ontsnappen. Het is hier op aarde dat het hart ‘ontknoopt’ moet worden, ‘wat ons leven zij.’ De weemoed schuwt humor niet. ‘Door het verleden wordt het (de liefste dingen) bij elkaar gehouden’ (Herman de Coninck) Al moet ik toegeven dat op 8 oktober 2014 een asteroïde (10074) naar Van den Berghe werd genoemd,. Hoe diep je ook valt, de hoogte is bereikbaar. Kijk naar zijn fantastische ‘Boom in bloei’ (jaartal onbekend) als je graag met beide voeten op de grond blijft.

‘Boom in bloei’ olieverf op doek Frits van den Berghe

Je zou denken dat weemoed vooral een beetje bedroefd zijn is om iets fijns dat voorbij ging: met weemoed terugkijken op je voorbije jeugd, om één van de beschrijvingen weer te geven. Nostalgie, melancholie, spleen. Of: wat toen belangrijk was, is het niet meer. Dichtbij de saudade huist het heimwee.
Onderzoek of het voorbije juist door zijn afwezigheid overgewaardeerd is geweest, het verleden als barmhartige samaritaan; meestal vergeten we één belangrijk aspect van weemoed: de kracht erin vinden om het verlies om te zetten in het tweede deel van het woord: wee-moed. Moed om wakker te blijven, waakzaam te zijn, verder te studeren, je medemensen te waarschuwen voor wat helaas aan rampzaligheid onderweg blijkt te zijn, enz. Wee-MOED als dunamis, power, kracht.
Om aan te sluiten bij kunstenaar-schilder Frits van den Berghe, bekijk een aspect van zijn werk dat niet zo bekend is gebleven:



Van 1931 tot aan zijn dood in 1939 was Frits Van den Berghe, een van de grootste Belgische expressionistische/surrealistische schilders, huistekenaar bij de krant Vooruit. Schitterend zijn de karikaturen die hij maakte voor het humoristisch weekblad Koekoek, waarin hij vooral het opkomend nazisme en fascisme op de korrel nam. Zeer volks en bijzonder grappig is de stripreeks Brieven van Pierken (in het Gents dialect) die hij samen met schrijver en redacteur Richard Minne maakte. Behalve de kranten zelf en de nummers van Koekoek bezit Amsab-ISG ook heel wat originele tekeningen. Verder ontwierp Frits Van den Berghe, die bij Vooruit signeerde met FREE, ook enkele erg sterke affiches. (Amsab ISG)

Je vindt voorbeelden van zijn 124 van zijn tekeningen bij:

https://www.amsab.be/beleef/topstukken/124-tekeningen-frits-vandenberg

Of hij bij de heiligen hoorde die uit de hemel vielen? (nvdr)

Het gloednieuwe jaartal 2024 honderd jaar terugdraaien naar 1924, dan kom je bij de bovenstaande figuratie uit bij de man die net, na de mislukte putch van november 1923, de gevangenis heeft verlaten en succesvol aan zijn (haken)kruistocht begint. 1924 als kanteljaar. (Titel van het boek van Peter Ross Range, nog bij de Slegte verkrijgbaar)

“Met zijn aanspraak op de mantel van de filosoof-politicus’ – een moderne versie van de ‘filosoof-koning’ – had Hitler de sluitsteen geplaatst in de psychologische triomfboog die hij bouwde. Zoals een van zijn helden, Napoleon, zichzelf tot keizer had gekroond in 1804, zo had Hitler zichzelf gezalfd als de grote man van zijn tijd. (…) Uit dat model groeide de Führermythe, die unieke vorm van dictatuur, waarmee hij later Duitsland overheerste en ruïneerde.” (272)

(bronnen geciteerd uit 'Historiek' online geschiedenismagazine )
Chaplin bestreed H. met zijn film The Great Dictator

Ja, weemoed en kunst? Gerard Walschap hield er een fraai betoog over in…1941. Je kunt zijn bijdrage lezen in de Nederlandse bibliotheek voor de Nederlandse letteren, maar ik wil je het citaat waarmee hij besluit niet onthouden. Het komt van Goethe: “Gefühl habt ihr alle, aber kein Geist.” De interpretatie laat ik aan de lezer over maar het is duidelijk dat weemoed ons makkelijk in haar emoties vangt zodat we eerder de moed verliezen dan haar in de veelvuldigheid van mogelijkheden als zachte kracht leren gebruiken om wat verloren dreigt te gaan weer nieuwe vorm en inhoud te geven: het voorbije met het toekomende te verbinden in het dagelijks bestaan dat zelfs 366 dagen voor ons open ligt in 2024. (schrikkeljaar)

Een onbekende meester uit het gevolg van de schilder L. Cranach schilderde in 1528 deze mooie versie van ‘Allegorie van Melancholia’ 

Melancholie, dat in 1983 door het Musée d'Unterlinden werd aangekocht, is ongetwijfeld geïnspireerd op een gravure over hetzelfde thema die Dürer in 1514 maakte. Melancholie, een onderwerp van reflectie sinds de Oudheid, maakt deel uit van de medische theorie van de vier humeuren, waarvan het relatieve evenwicht bepalend is voor de gezondheid van de mens. In tegenstelling tot de Middeleeuwen waardeerde de Renaissance deze toestand en associeerde het met het artistieke temperament, waardoor het de gisting van alle schepping werd. Cranach leende motieven van Dürer, maar transponeerde ze om een van Luthers preken te illustreren waarin melancholie werd gehekeld als een toestand die eigen is aan een wezen dat door Satan is beïnvloed en waartegen men moet eten en drinken. (Wikipedia)

Vlieg met de gevleugelde vrouw in deze schilderij. Laat jouw dromen en wensen voor 2024 meespelen. Wij wensen je een behouden maar durvende vaart want er schuilen meer landschappen in onze zielen dan wij vermoeden. Een mooie ontdekkingstocht gewenst.

Over ‘De Melancholie’ maakten we in 2005 enkele korte afleveringen waarin het terrein werd beschreven. De eerste aflevering vind je hier:

Gelukkig dat het licht bestaat

Federico Barocci, Nativity (1597; oil on canvas, 134 x 105 cm; Madrid, Museo del Prado)

Schilder Federico Barocci (Urbino, 1535-1612) staat misschien net zoals de twee herders in dit werk bijna verborgen achter de deur van de kunstgeschiedenis. We zullen bij leven en welzijn in 2024 over hem een uitvoerige bijdrage publiceren maar gebruiken zijn werk hier hier als zeldzaam voorbeeld van ‘among the most tenderly maternal of all the many thousands of nativity scenes in western art’ zoals we in een bijdrage van The Guardian lazen. 

"Of all the many thousands of nativity scenes in western art, this one is among the most tenderly maternal. Mary kneels humbly before her God, but she is equally full of love for her newborn baby. Mother and child gaze into each other’s eyes and the whole composition emphasises their mutual bond. The art of Barrocci, until recently one of the most overlooked of Italian masters, was especially popular with women in his lifetime and it is not hard to see why from this nativity, in which the radiant child illuminates the exquisitely loving face of Mary."

“Van alle duizenden kerststallen in de westerse kunst is deze een van de meest tedere en moederlijke. Maria knielt nederig voor haar God, maar is even vol liefde voor haar pasgeboren baby. Moeder en kind kijken elkaar in de ogen en de hele compositie benadrukt hun onderlinge band. De kunst van Barrocci, tot voor kort een van de meest genegeerde Italiaanse meesters, was tijdens zijn leven vooral populair bij vrouwen en het is niet moeilijk om te zien waarom in deze kerststal, waarin het stralende kind het prachtige liefdevolle gezicht van Maria verlicht.”



Of hoe dat heet

Gelukkig dat 

Het licht bestaat

en dat het met 

me doet en praat

en dat ik weet
dat ik er vandaan

kom, van het licht 

of hoe dat heet.


Hans Andreus
(Uit: holte van licht
Haarlem 1975
)

Mooie kerstdagen gewenst
al kan het donker zijn,
de dagen lengen weer.

En daarna ging de oorlog gewoon verder.

Woord zoekt onderkomen, een kortverhaal

Liquidnight: Duy Huynh Star Catcher – Acrylic on wood, 2009

‘Niet aan beginnen,’ zei het woord.
Ik zweeg, schudde het moeë hoofd en probeerde: ‘Sinister.’
Het bleef even stil. Er werden smalle schoudertjes opgehaald.
‘Je hoort toch dat er te veel “i’s” in zitten? ‘Stekelig. Riekt naar het Latijnse ‘sinister’ dat je met ‘links’ kunt vertalen. ‘Iemand links laten liggen.’ Als je onderweg bent en iets links laat liggen, ga je er niet naartoe . Links was de kant waar het ongelijk vandaan kwam, dus de kant die je moest mijden. Vergeet ‘sinister’.
‘Ik vond het wel mooi klinken.’
‘Maar ik moet erin rondlopen. ‘Daar heb je ‘Sinister’, hij wist er niets van te bakken, meneer de minister.’
‘…maar mist er geen moment van en vist er verborgen verzen uit, lieve sinister’.
‘Links lullen en rechts vullen.’
‘…maar ik wilde links en rechts net uit hun politieke hemdjes halen, lief woord.’
‘Sinister.’
Het woord legde zich tussen de woordenboeken, een plaats waar nog betekenisloze woorden graag toeven, en zuchtte.

Lisa Aisato

‘Besef je nog niet dat ik een vrij woord wil blijven. Morgen ben ik ‘angstzweet’, overmorgen ‘eindstreep’ en volgende week ‘notendop’.
‘Dat zijn drie woorden.’
‘Eens ik in jou geschrijf kom wonen is er geen ontsnappen aan. Je staat er als ‘qui-vive’ of ‘stroomversnelling’ te koop, voor eens en altijd. En dan heb ik het nog niet over ‘uitbrander’, ‘pappenheimer’ of ‘hoogvlieger’.’
‘Wacht even: er loopt een zwarte vogel die een boom draagt op zijn rug en boven op zijn takken staat er een huis met op het dak een ladder tot aan de maan waarop een andere zwarte vogel zit. Wel?’
‘Dat is een tekening! Ik ben maar een woord. Je hebt er een boel nodig om een tekening te vertellen, neem dus een potlood en ga naar een academie om er de stiel te leren.’

Toni De Muro

‘Ik kan een kroonprins van je maken, of een komeet, of wat denk je van ‘heelmeester’?’
‘Eens je mij neerschrijft en ik later gedrukt de wereld in ga, is het te laat. Ik wil een vrij woord blijven, een zwerfwoord.’
‘Wat denk je van ‘woordeloos’?
‘Wacht even. Zegt het nog eens.’
‘Woordeloos.’
‘Ik ben dan een woord zonder woord te zijn.’
‘Sinister, niet?’
‘Niet dadelijk de vriend van een schrijver, geef ik toe.’
‘Maar dan kan ik nooit nog een ander woord worden. Het verlossende woord, bijvoorbeeld? Of het laatste woord hebben?’
‘Je bent dan helemaal woordeloos.’
‘Het is een prachtig woord. Want wanneer ben je woordeloos?’
‘Op momenten dat je over je woorden zou struikelen, dat iets of iemand te groot voor woorden is, het laatste woord heeft gehad of het verlossende woord heeft gesproken of de daad bij het woord heeft gevoegd.’
‘Maak ‘woordeloos’ van mij.’
‘Het is niet zo’n leuk woord voor een schrijver.’
‘Maar we zullen elkaar dagelijks tegenkomen en als het echt niet lukt dan besef je dat ’woordeloos’ de geliefde van een woord is dat je terugvindt als je aan ‘muziek’ denkt. Familie zijn van ‘schoonheid’ is niet iedereen gegeven.
Zullen we samen ‘woordeloos’ zijn? Althans voor even?’
De schrijver knikte.
Hij begreep dat je best ‘woordeloos’ als goede vriend(in) kon hebben op momenten van gemis en genot waar woorden overbodig worden.
Om de daad bij het woord te voegen luisterden ze naar Schuberts ‘An die Musik’. Om samen woordeloos te zijn.


Je kunt het kortverhaal ook voorlezen of er zelfs een gespeelde dialoog van maken op deze en komende zalige zelfs heilige avonden. 
Wassily Kandinsky, Winterlandschap met kerk, ca 1910-1911

Kleine recepten voor de kortste dagen (2): mistige mysterieuze maanden

Foto door Trace Hudson

‘We kunnen ons verbergen, Jonathan, en wachten tot de mist optrekt.’
‘Ben jij een ridder, Johan of een schijtluis?’
‘Liever een levende schijtluis dan een dode ridder!’
‘Bon. Dan ga ik alleen naar het kasteel.’
‘Grapje, Johan. Maar…je ziet geen hand voor je ogen!’
‘Ik hoef geen hand te zien. Dit zwaard wil een kop!’
‘Daar gaan we dan. Open de poort. Blaas de trompetten.’
‘Geen getoet. Dit is een geheime missie. Daar gaan we.’

Op de achtergrond roept iemand: vergeet je lunchdoos niet!


'We can hide, Jonathan, and wait for the fog to lift.'
'Are you a knight, Johan, or a shit louse?'
'Better a live shit louse than a dead knight!'
'Bon. Then I'll go to the castle alone.'
'Just kidding, Johan. But...you can't see a hand in front of your eyes!'
'I don't need to see a hand. This sword wants a head!'
'There we go, then. Open the gate. Blow the trumpets.'
'No tooting. This is a secret mission. Here we go.'

In the background, someone shouts: don't forget your lunch box!
Foto door Quang Nguyen Vinh

Herinner je.
De twee ridders zijn in dit tafereel tien, elf jaar, op weg naar hun school in een kleine provinciestad (1954). De school ligt (nog steeds) dichtbij een groot jachtslot van de Brabantse hertogen, door water omgeven. Het is december. Dikke morgenmist. Vrieskoud. Een schimmige wereld. Herinner je.

Remember.
In this scene, the two knights are 10-11 years old, on their way to their school in a small provincial town (1954). The school is (still) near a large hunting lodge of the dukes of Brabant, surrounded by water. It is December. Thick morning fog. Freezing cold. A shadowy world.
Remember.


"Mistig. Plotseling zijn we de controle over onze wereld kwijt. Toen ik vanochtend voor zonsopgang naar buiten ging, was de november-duisternis vervangen door iets bijna tastbaars. De lucht was ingevallen. Het was alsof ik door een wolk fietste: een nevel van microregen, het weer manifest gemaakt. Hoe ongemakkelijk dit "weergebeuren" (zoals we het waarschijnlijk moeten noemen) ook is, er is iets heerlijks, wonderlijks transcendent aan het idee dat de elementen onze wereld zo volledig kunnen overnemen. Ik betwijfel of iemand die op het opstijgen van zijn vliegtuig staat te wachten het daarmee eens is, maar er schuilt schoonheid in dit ongeziene herfstbezoek, een gevoel van mysterie dat terugreikt tot in ons collectieve verleden."
(Philip Hoare The Guardian)

“Fog-bound. Suddenly, we have lost control of our world. This morning when I ventured out, before dawn, the November darkness had been replaced by something almost tangible. The sky had fallen in. Cycling was like riding through a cloud: a mist of micro-rain, weather made manifest. As inconvenient as this “weather event” (as I suppose we must call it) is, there is something gloriously, wondrously transcendent in the notion that the elements could so utterly take over our world. I doubt that anyone waiting for their plane to take off would agree, but there is beauty in this unseeing autumnal visitation, a sense of mystery which reaches back into our collective past.” (Philip Hoare. The Guardian)

Foto door Alex Fu

As a child and also as a slightly older child, I found and still find fog mysterious to use an obvious pun. You could recreate the environment in your imagination. The high walls of the Clarissen convent became an impregnable fortress, the streets escaped time, people disappeared in hasty shadows, bushes and hedges seemed to be on the loose, every depth hid dangers, every horizon was closed off from the whole by a light but impenetrable yet hazy curtain. Dimensions took on new meaning.

Als kind en ook als iets ouder kind vond en vind ik mist nog altijd mysterieus om een voor de hand liggende woordspeling te gebruiken. Je kon in je verbeelding de omgeving herscheppen. De hoge muren van het clarissenklooster werden een oninneembare vesting, de straten ontsnapten aan de tijd, de mensen verdwenen in haastige schimmen; struiken en hagen leken los te lopen, elke diepte verborg gevaren, elke einder was door een licht maar ondoordringbaar en toch wazig gordijn afgesloten van het geheel. Dimensies kregen een nieuwe invulling.

Foto door Chanita Sykes

Maybe not to be is to be without you being,
without you cutting through the midday
like a blue flower, without you walking
later through the fog and the bricks,

without that light you carry in your hand
that maybe others won't see golden,
that perhaps no one knew it grew
like the red origin of the rose,

without you being, in the end, without you coming
abrupt, inciting, to know my life,
a gust of rosebush, wheat of the wind,

and since then I am because you are,
and since then you are, I am and we are,
and for love I will be, you will be, we will be.


Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)
Foto door Johannes Plenio

Misschien is er niet zijn zonder dat jij er bent,
zonder dat jij het middaglicht snijdt
als een blauwe bloem, zonder dat jij loopt
later door mist en stenen,

zonder het licht dat je in je hand draagt
dat anderen misschien niet als goud zien,
dat misschien niemand geloofde dat het groeide
als de rode oorsprong van de roos,

zonder dat jij bent, op het einde, zonder dat jij komt
abrupt, inspirerend, om mijn leven te kennen,
een vlaag van de rozenstruik, tarwe van de wind,

en sindsdien ben ik omdat jij bent,
en sindsdien ben jij, ben ik en zijn wij,
en uit liefde zal ik zijn, zal jij zijn, zullen wij zijn.

Pablo Neruda
Foto door Nici Gottstein

Het is tenslotte een mooi beeld: door het mistige kun je op zoek gaan naar de helderheid van het ware: het ontdoen van overbodigheid, valse schijn en verdorrende angsten. In de zachtheid van de mist is de kern van de helderheid aanwezig, worden wellicht essenties zichtbaar.

After all, it is a beautiful image: through the foggy you can look for the clarity of the true: stripping it of superfluity, false appearances and withering fears.  In the softness of the fog, the core of clarity is present, perhaps essences become visible.
Foto door Johannes Plenio

Tal vez no ser es ser sin que tú seas,
sin que vayas cortando el mediodía
como una flor azul, sin que camines
más tarde por la niebla y los ladrillos,

sin esa luz que llevas en la mano
que tal vez otros no verán dorada,
que tal vez nadie supo que crecía
como el origen rojo de la rosa,

sin que seas, en fin, sin que vinieras
brusca, incitante, a conocer mi vida,
ráfaga de rosal, trigo del viento,

y desde entonces soy porque tú eres,
y desde entonces eres, soy y somos,
y por amor seré, serás, seremos.

Pablo Neruda Soneto LXIX (Tal vez no ser es ser sin que tu seas)

Foto door Pixabay

Kleine recepten voor de kortste dagen (1): “Winterwende”

Eigen foto

En alle goede werken worden wakker, haasten zich naar die van goede wille zijn terwijl het in de straten lichtjes regent en elk marktplein de zwervenden van drank en drukte wil voorzien. Winterwende. En met dat woord hoor ik het, lees ik het uitgesproken en beschreven door de dichter Albert Verwey in de bundel: ‘De figuren van de sarkofaag’. (1930) Het derde deeltje in Winterwende: ‘Een nieuw patroon’. (pagina 23)

 Temidden van de drift, de jacht, de woeling,
 Stil in de wereld staan, gevoelloos voor
 De vormen die bekoorden, die ontroerden:
 Een stilstaand oogenblik, volkomen nieuw,
 Maar dat opmerkzaam is op de ongesproken
 Inwendig ritselende wil. Daarna
 De daad, het grijpen, of een snel gebaar,
 Waarmee ge u invlecht in het weefwerk van
 De Tijd, als een patroon naast andre, tevens
 Saam met die andere in een vast verband.
 De Tijd weeft voort. Hij is die raadselgeest
 Die in u werkte en naar u greep: uw greep
 Was toch de zijne: en zijn voorteekening
 Bepaalde alreeds de vorm naar u genoemd.
(foto Metaal Kathedraal)

Dat is mijn eerste receptje, terugkeren, of het ontdekken van de dichter-schrijver Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937) We hebben al eens bij de bespreking van de schilder Jan Veth Verwey’s prachtig jeugdig portret getoond.( 19 augustus 1922) Hier met graagte bij deze winterwende:

Jan Veth. Portret van Albert Verwey. 1885

Dit portret om niet te vergeten dat, hoe ver terug ook, er steeds weer jonge mensen waren en zijn met hun eigen ideeën en eigen schriftuur, zichtbaar in hun werk, aanwezig ook in deze rumoerige tijden.

Een mooi memento met een overzicht van dit boeiende leven vind je in de tekst van Onno Blom die op 5 oktober 2011 op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk bij de onthulling van het gerestaureerde graf van Albert Verwey deze mooie rede uitsprak. Neem je tijd. Lees ze in de stilte van de winterwende en ga op ontdekking. Hier alvast de inleiding:

‘De dood zat in u en ge wist het niet’

Als voorjaarswinden blazen / Bloeien uw tuinen / Als najaarsstormen razen / Schutten uw duinen,’ dichtte Albert Verwey over Noordwijk aan Zee, het dorp waar hij de laatste zevenenveertig jaar van zijn leven woonde. In 1890 betrok de jonge dichter samen met zijn echtgenote Kitty van Vloten Villa Nova, op de helling van een duin op de hoek van de Nieuwe Zeeweg. Het statige huis lag aan de rand van het destijds nog allerminst mondaine vissersdorpje. Er heerste volmaakte rust. Met aan de ene zijde uitzicht op de duinen en aan de andere zijde op ‘de toegedekte landen’, in de lente een waar bloementapijt. Het enige wat er te horen viel, was het fluiten van de zeewind om het huis en het knarsen en piepen van het stoomtrammetje naar Leiden, dat onder het duin doorreed.

En verder dan:

https://www.textualscholarship.nl/?p=10042

Jan Toorop. Portret van Stefan George en Albert Verwey. 1896

En een jongere versie van Chopin’s winter Wind!

‘De figuren van de Sarkofaag’, dichtbundel (1930) kun je volledig raadplegen in de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren:

https://www.dbnl.org/tekst/verw008figu01_01/verw008figu01_01_0005.php

Ontwapenend (5) Je eigen mythe ontvouwen

Human ornithopter, 1800-30
UNFOLD YOUR OWN MYTH

Who gets up early to discover the moment light begins?

Who finds us here circling, bewildered, like atoms?

Who comes to a spring thirsty

and sees the moon reflected in it?
Who, like ]acob blind with grief and age,

smells the shirt of his lost son

and can see again?

Who lets a bucket down and brings up

a flowing prophet? Or like Moses goes for fire

and finds what burns inside the sunrise?
Jesus slips into a house to escape enemies,

and opens a door to the other world.

Solomon cuts open a fish, and there’s a gold ring.

Omar storms in to kill the prophet

and leaves with blessings.

Chase a deer and end up everywhere!

An oyster opens his mouth to swallow one drop.

Now there’s a pearl.

A vagrant wanders empty ruins.

Suddenly he’s wealthy.

Bur don’t be satisfied with stories, how things

have gone with others. Unfold

your own myth, without complicated explanation

so everyone will understand the passage ’
We have opened you.

Start walking toward Shams. The teacher, the sun..
Your legs will get heavy

and tired. Then comes a moment 

of feeling the wings you’ve grown,

lifting.

(Rumi 1207-1273)
ONTVOUW JE EIGEN MYTHE


Wie staat er vroeg op om het moment te ontdekken waarop het licht begint?
Wie ziet ons hier rondcirkelen, verbijsterd, als atomen?

Wie komt er dorstig bij een bron 
en ziet de maan erin weerspiegeld?
Wie, zoals Jacob, blind van verdriet en ouderdom, 
ruikt het hemd van zijn verloren zoon 
en kan weer zien?

Wie laat een emmer zakken en haalt 
een flierefluitende profeet naar boven? Of zoals Mozes 
op zoek gaat naar vuur en vindt wat brandt in de zonsopgang?
Jezus glipt een huis binnen om aan vijanden te ontsnappen 
en opent een deur naar de andere wereld.

Salomo snijdt een vis open en daar ligt een gouden ring.

Omar stormt binnen om de profeet te doden 
en vertrekt met zegeningen.

Achtervolg een hert en kom overal terecht!

Een oester opent zijn mond om een druppel in te slikken.

Nu is er een parel.


Een zwerver zwerft door lege ruïnes.

Plotseling is hij rijk.

Maar wees niet tevreden met verhalen 
over hoe het bij anderen is gegaan. Ontvouw 
je eigen mythe, zonder ingewikkelde uitleg 
zodat iedereen de passage zal begrijpen.
We hebben je geopend.

Begin in de richting van Shams te lopen, 
de leraar, de zon.
Je benen worden zwaar en moe. 
Dan komt er een moment 
dat je de vleugels voelt die je hebt gekregen.

(Rumi 1207-1273)


Ja, het klinkt mooi, ‘je eigen mythe ontvouwen’, en ja hij is veelvuldig gebruikt deze letterlijk eeuwenoude tekst van Rumi.  Wie deze ‘Rumi’ werkelijk geweest is hebben we al eens met allerlei voorbeelden beschreven in een bijdrage.  Graag uitgenodigd om langs te lopen bij ‘Nooit vult de wereld de zadeltassen’.

In het Standaard Weekblad van vandaag schrijft Ludo Abicht: “Wij weten nog steeds niet helemaal hoeveel onze westerse culturele bloei tijdens het humanisme en de renaissance aan de Arabisch-Joodse vroegrenaissance te danken heeft.” Het is dus duidelijk dat het ontwikkelen van je eigen mythe de bronnen erkent en de nood ervaart elkaars culturele en wetenschappelijke rijkdom niet alleen te erkennen maar samen te leggen.

‘Misschien kan Israël economisch en militair overleven zonder niet-Joden. Al vrees ik dat het niet lang zal duren voor het land in de greep zal komen van een etnisch verkrampte, zogeheten religieus gedreven minderheid.” (ibidem)

Met die droom begint hij zijn bijdrage:

“In 1779 schreef de Duitse cultuurfilosoof Gotthold Ephraim Lessing Nathan de wijze, een filosofisch toneelstuk over religieuze en levensbeschouwelijke verdraagzaamheid als kern van de verlichting. Na meer dan duizend jaar ideologische hegemonie van de rooms-katholieke kerk, gevolgd door eeuwen van haat, vervolging en oorlog tussen katholieken en protestanten, was het meer dan tijd voor een nieuw pleidooi. Lessing beschreef een ontmoeting in een imaginair Jeruzalem tussen drie mannen: de islamitische heerser Saladin, een christelijke ridder en de wijze oude Jood Nathan.
Nathan vertelt zijn gesprekspartners het verhaal van de ring, een erfstuk van een vader die zijn drie zonen even graag ziet en daarom twee identieke ringen laat bijmaken. Na zijn dood denken de zonen alle drie dat ze de ware erfgenaam zijn, wat leidt tot een nauwelijks op te lossen conflict. De oplossing van Lessing is even geniaal als eenvoudig: omdat we onmogelijk kunnen weten wie de echte ring bezit —lees: wie de waarheid in pacht heeft — volstaat het dat ze alle drie zo eerlijk mogelijk volgens hun waarheid proberen te leven. Tot ze, samen met het verlichte 18de-eeuwse publiek, tot de conclusie komen dat het er niet op aankomt Wie nu de ‘echte’ waarheid bezit, zolang ze maar beseffen dat ook de anderen oprecht van hun gelijk overtuigd zijn.” (Ludo Abicht Standaard Weekblad 4 november 2023)

De titel van zijn bijdrage: ‘Een Israel zonder Palestijnen is fataal voor de Joodse ziel.’

The photo attached is by Mahmoud Al Tamimi, 11. ‘’Art for Peace” project for Jerusalem children in Jerusalem.

	

Ontwapenend (4) Bij het opwaaien van de zielen


Drieëndertig

En zegt zij, -met de stem van de jonge onderwijzeres-
‘Je moet zo ver niet zoeken.’
Ik herken haar lachje uit de laatste dagen
waarin verwarring maar ook rust van het uiteindelijke.

Uit het eindelijke.

En papa, beetje plagerig, zijn manier haar woorden
van hun zwaarmoedigheid te ontdoen.
‘Je moet zo ver niet zoeken.
Hier is het altijd nu.'

Drieëndertig jaar
een weeskind
maar steeds
dichterbij.

Woordeloos
weldra.

Ba – vogel uit het Oude Egypte

Tijd om te luisteren?