bloemen voor een landschap (92)

227_26a4a175204abfcfb9218ce576fb2b37

Beste Theodore,

Herinner je nog de schilder Balthasar Van der Ast? De man van de schelpen en de bloemen.
Ik stuur je op de koude zondagavond een bloemenbundel van zijn leermeester Ambrosius Bosschaert de Oudere (een Antwerpenaar die naar Holland verhuisde!) wiens drie zonen bij Balthasar les volgden.
De bloemen staan in een prachtige loodglazen vaas beschut door de vensternis waarachter zich een dromerig landschap bevindt.
Wat de mensen ook van je beweren, hoe zwaar de woorden je ook om de oren zullen slaan, kijk naar de bloemen, en weet dat daarachter een land ligt waar je niet meer moe moet zijn.

Wat uit liefde ontstaat, overleeft de roddel.
Wat pijn heeft gedaan, kan geheeld worden. Bij degenen die je naar het leven staan en bij jezelf.

Ik zou willen dat ik een dichter was, maar ik moet het bij de psychiatrie houden, en al kunnen we zeldzaam genezen, nu en dan iets helen, we kunnen altijd troosten, zei één van mijn leermeesters.

Ik was zeer ontroerd door de schoolfoto uit 1900.
Wees niet bang van je liefde.
Ik geef je nog een mooi citaat mee van Longfellow: “Als we de verborgen geschiedenis van onze vijanden zouden kennen, zouden we in ieders leven genoeg zorgen en verdriet vinden om alle vijandelijkheid te ontwapenen.”

Je G. Dumortier, vriend


de dodenklas (91)

708_b97c96f18a123adcea5b253ae17a9b3f

Lieve Psychiater,

Deze prachtige foto van een dorpsschooltje ergens in Frankrijk anno 1900 stuur ik jou als antwoord op onze gemeenschappelijke kreupelheid.
Er is vooreerst de mooie tekst op het schoolbord: ” Le peuple qui a les meilleures écoles est le premier peuple, s’il ne l’ est pas aujourd’hui il le sera demain.”

Wat het “premier” zijn moet betekenen weet ik niet, het is nog maar 1900 en de grote bloedige Europese verhalen moeten nog over hun hoofdjes rollen. Laten we daar niet te streng in zijn, en het eerder als een moreel premierschap duiden.
Maar neem dan de tijd om naar de gezichten te kijken. Begin bij de meester en laat je ogen geduldig dwalen over al die kleine en grotere jongens. Ze staan er op hun paasbest bij, sommigen dragen hun grote strik, ze hebben allemaal schoenen aan (toen een ongehoorde luxe!) al dan niet van henzelf, en ze proberen naar 2005 en verder te kijken met de blik hen eigen. Ik bedoel: je moet nog geen groot psycholoog zijn om er al iets van hun karakter uit te halen: het slaperige, het guitige, het gehoorzame, en ga maar door. De twee hulponderwijzers geven nog het minste van hun gevoelens prijs, ze zijn daarvoor al te volwassen geworden.

De 20ste eeuw zal over hen heen rollen, en het zou natuurlijk een dikke roman zijn om ieder van hen door die eeuw te volgen al is het best mogelijk dat de volgende winter hun groep al zal uitdunnen, om maar te zwijgen van de eerste wereldoorlog, de Spaanse Griep, de crisis van de jaren twintig, enz. Wie van deze kinderen bereikt het jaar 1940, en wie leeft er nog in 1944?
In 2005 is het een dodenklas geworden om het woord van de Poolse theatermaker te citeren.
Toch is hun beweging niet voorbij. Hun tocht gaat verder. Niet alleen in hun verwanten, maar ook hun persoonlijke drama’ s. Wist iemand toen dat ze met zijn allen via iets “internet” de wereld konden rondreizen, dat op een tijdstip in 2005 nieuwsgierige mensen hen zouden bekijken, en zich zouden afvragen wat er met hen gebeurd is waar toen nog alles te gebeuren stond?

In het licht van deze verhalen, zouden wij toch het mede-lijden moeten opbrengen om elkaar niet te verketteren, want weldra zijn onze foto’ s hetzelfde lot beschoren en kijken kinderen en andere volwassenen uit 2110 met dezelfde verbazing naar al die gezichten die nu dit verhaal lezen.

Uw dienstwillige patient Theodore Silverstein