het offer (83)

966_7ce4c74e9390a4fb0e3dca96d437fcc2

Beste Psychiater,

Een mythe creëren vindt inderdaad vaak zijn oorsprong in diepliggende niet te verwoorden angsten die het voortleven van de stam bedreigen. Hoe meer bekrompen men op de eigen stam wil terugvallen, des te liever zal men teruggrijpen naar de verwoestende mythes die eigenzinnig gedrag veroordelen en bestraffen.
Het succes van de nationalisten ligt zeker in die vage angsten zichzelf te verliezen, en in die zin zouden we kunnen teruggrijpen naar de Kretenzische verhalen.

Ik denk aan Theseus, de held.
Hij droeg zijn haar aan de voorkant kort, beschrijft ons Roberto Calasso in zijn prachtig boek: “De bruiloft van Cadmus en harmonia”, wereldbibliotheek A’dam 1991.
Kort haar aan de voorkant en de krullen op zijn voorhoofd had hij in Delphi aan Apollo gewijd. Aan de achterkant was zijn haar lang, gevlochten.
Toen hij in de buurt van Athene verscheen was hij zestien. De arbeiders die aan Apollo’s tempel in Delphi bezig waren vroegen zich af wat een meisje van huwbare leeftijd hier alleen kwam doen.
Ze bespotten hem. Maar Theseus gaf geen kik, liep naar een kar waar een stier voor stond en even later zagen de werklieden het dier boven het onvoltooide dak van de tempel vliegen.
Het zou niet zijn laatste stier zijn want tot vreugde van de Atheners zou hij de stier van Marathon vangen, en zou hij zijn zwaard drijven in het jongenslichaam van de Minotaurus op Kreta, en een uit zee opgedoken stier zou de dood van zijn zoon Hippolytus veroorzaken.

De held is brutaal. Hij roemt zijn kracht. Hij laat de stier afbeelden op de munten in Athene. Maar hij is ook een losbol: hij verlaat Ariadne niet omdat hij aan een ander meisje denkt, hij vergeet haar gewoon. “Als Theseus zijn aandacht verliest, gaat iemand verloren”.(Calasso)

Tegen deze wat primitieve opvattingen die bijvoorbeeld opduiken in elke wraakgedachte hebben de goden een gemakkelijke partij: zij eisen offers.
Het begint al bij de grote witte stier van Poseidoon die uit de zee verschijnt en die Minos zelf wil houden in plaats van hem te offeren. Er zal dus een plaatsvervangend offer komen: de goden maken zijn vrouw ziek van liefde voor het dier en ze kruipt in een primitieve houten koe om zich te laten bevruchten door het wilde dier.
Het is die stier die daarna verwilderd rondzwerft en door Theseus in Marathon wordt overmeesterd en hij aan zijn pa aanbiedt, die hem aan Apollo offert.
“Van Poseidon naar Apollo, van Kreta naar Athene “die tocht trekt een spoor van slachtoffers. De stomme slachtoffers van het offer horen bij de rite. Maar de andere slachtoffers eist de mythe voor zichzelf op: degenen die om de offerplaats heen vallen: de verhalen vloeien voort uit het bloed en zo ontstaan de personages uit de tragedies.”(Calasso)

En hier kom ik op die primitieve drift in ons om de mythe van het offer in leven te houden: voor staat en vaderland, voor het hogere, voor heilige grond, voor deugden en zeden, we zijn bereid daarvoor mensenlevens te offeren. We horen nog altijd de stier briesen, maar beseffen niet dat hij IN ons huist.
Ik stuur je een prent op een schotel: Abraham die zijn zoon offert.
Als kind vond ik Abraham een lafaard en ik ben ooit buiten de klas gevlogen omdat ik vond dat die god die een mensenleven eist geen goede god maar een wreedaard is. Negen jaar was ik toen. Op mijn volgend opstel schreef ik dat ik Isaak Silverstein heette wat gezien mijn familienaam niet dadelijk misplaatst was.

Het offer van een mensenleven wordt nog in verschillende landen op het altaar van de rechtvaardigheid gebracht, doodstraf heet dat, maar ook het brandmerken van mensen is nog altijd erg in al heet dat dan nu veroordeling.

Uit schaamte heeft Minos’ vrouw zich opgehangen en de rij van doden rond het offer is lang, kijk maar in de Westhoek naar de kruisjes “unknow to God, mort pour la Patrie.
Zo lang wij deze rituelen niet uit onze zielen kunnen verbannen is er weinig hoop op een nieuw verhaal.

Uw vrij pessimistische Silverstein Theodore


de minotaurus (82)

668_593d13fec9d024c00f840cdc46232a73

Zondagse Theodore,

Je “dramatische” uiteenzetting, vertrekkende vanuit een 18de eeuwse H.Familie heeft me erg geboeid.
Ik wil nog een stapje verder gaan in ons onderzoek en me afvragen of de “dramatis personae” van toen ook nu nog dramatische waarde hebben, tenzij in een historische context.

Ik stuur je hierbij een vrij primitieve maar erg mooie afbeelding van de Minotaurus die ik in het Louvre zag. Half mens half stier zwierf hij rond in het labyrint. Elke zeven jaar werden hem 7 mooie meiden en 7 mooie jongens geofferd tot Theseus geholpen door Ariadne een einde maakte aan zijn monsterlijk bestaan.

De minotaurus was het product van een copulatie tussen Minos’ vrouw en een stier. Beschuldig haar niet te vlug want Minos, stichter en heerser over Kreta had om zijn macht te rechtvaardigen aan Poseidoon gevraagd hem een stier te sturen die hij dan aan de zeegod zou offeren. Natuurlijk doet hij dat niet, en Poseidoon maakt de stier razend en vervult Pasiphaé, zijn vrouw van liefde voor het dier. En uit die verbinding ontstaat de minotaurus, half mens, half stier.

In feite is Minos zelf de schepper van het monster: zijn overmoed, zijn drang naar macht, zijn ongehoorzaamheid aan de goden zorgen voor deze creatie die zijn vrouw, zijn dochter en zijn arme stiefzoon in zijn hybris (hoogmoed) betrekt.
De held Theseus die de minotaurus doodt zal dan nog een bron van ellende zijn voor de arme Ariadne die hij alleen op een eiland achterlaat en verantwoordelijk worden voor de dood van zij pa omdat hij vergeet de witte zeilen te hijsen die de overwinning op het monster moeten aankondigen.
Een ware slachtpartij dus omdat de mens in zijn overmoed de goden tartte.

Iedereen kon met dat beeld leven, de mythe zorgde voor duidelijke beelden: wees nederig, misbruik je macht niet, vrees de goden, net zoals Bartoli’s schilderij ons wijst naar het geluk van de innige verbinding die er tussen de leden van de heilige familie zou bestaan hebben. De mythes hadden inhoud, de dramatis personae waren diep in hun collectieve geheugen gegrift, of dat nu het heidense geheugen of het christelijke geweten was, de inhoud liet aan duidelijkheid aan niets te wensen over.

In deze tijden, de 21ste eeuw, zijn de verhalen uitverteld. Noch de mythologie, noch de verhalen uit het Oude of Nieuwe Testament hebben nog de diepe indruk op het collectieve geheugen zoals ze dat vroeger hadden. Ze zijn literaire teksten geworden, om hun schoonheid en diepzinnigheid geprezen, maar voor de rest laten ze ons meestal Siberisch koud.
Hoe mooi ik een koor een passie van bach hoor zingen, hoe mooi ook een groep zangers(essen) de Gregoriaanse gezangen vertolkt, in feite gaat het over historische interpretaties waarvan de algemeenheid zeker nog onze emoties bereikt, maar die niet meer verankerd zijn in onze levens.

We zijn acteurs geworden zonder stuk, en dat is niet makkelijk.
Improviseren is weinigen gegeven, zeker als van dat improviseren een levensverhaal verwacht wordt, een zingeving aan dit absurde bestaan.
En juist dan steken de nieuwe mythes hun hoofden op. En zoals altijd voeden ze elkaar. Het begint met iemand die weet dat die of die persoon zich daaraan heeft bezondigd (de seksualiteit is een bijzonder dankbaar onderwerp voor mythes) en onmiddellijk gaan anderen zich ook gebeurtenissen herinneren, of gebeurtenissen kaderen in dat vermeende kader van misdaad. Het wordt een sneeuwbal, een lawine, en voor zich iemand kan afvragen wie die aan het rollen bracht, is het kwaad geschied: de ware angsten worden inderdaad bedolven onder een oncontroleerbare vracht, het onbespreekbare wordt nog onbespreekbaarder, en het labyrint vergroot bij elke verhaal zodat de minotaurus schrikwekkender kan zijn dan iemand zich ooit kon voorstellen.

De nieuwe Theseus hult zich in juridische of psychiatrische kleren om het monster te doden, maar daarna zal hij nog groter leed veroorzaken omdat hij de ware oorzaak voor het lijden niet bij zichzelf heeft gezocht en het projecteerde op het labyrint waarin schaamte, valse woede en zelfbeklag de gangen vormen. De draad van Ariadne knapt nog voor hij weer buiten is: de doder wordt het nieuwe monster, en dat blijft zo maar doorgaan.

Volgende keer meer, waarde Theodore,

G. Dumortier, psychiater bij wiens genade?


drama (81)

376_d9652b8706ea933e8b8bf66758c5924f

Beste Heer G.

De zonen van goudsmeden hebben zowat de 17de en de 18de eeuw met schilderkunst gevuld, lijkt het mij want ook de schilder van het doek dat je me stuurde, Pompeo Batoni kwam uit zo’n goudsmedengezin. Ik was jaren geleden in zijn mooie geboorteplaats Lucca en kocht er een lindenhouten beeldje van een engel op een antiekmarkt, en nu breng jij mij terug naar die plaats waar in 1708 Batoni Pompeo het levenslicht zag.
Ik weet dat hij in Rome een atelier had waar hij al de sjieke en rijke Engelsen die een “grand tour” deden portretteerde.

Uit mijn collectie stuur ik je dit mooie beeld van de heilige famlie, ook van Pompeo’ s hand.
Ik heb het altijd een mooi en tegelijkertijd grappig schilderij gevonden. Maria is duidelijk het centrum, het licht vertrekt vanuit haar wezen. Sint Jan is op bezoek en zal weldra over de hond struikelen. Kind Jezus strekt zijn armen uit naar grootmoe Anna en op de achtergrond bladert de bebaarde Jozef in een bijbel (wil hij lezen wat hen te wachten staat?) Boven hun hoofden doen putti hun best om ook nog wat te fladderen en hen van heilige attributen te voorzien.

Je zou zeggen dat het een rustig, bijna aandoenlijk tafereel is, maar het prentje steekt volhandeling, drama. Niks te beschouwen, hier wordt cinema opgevoerd. Het kindje en Anna die naar elkaar reiken, Sint Jozef bladert, Sint Jan nadert, terwijl Maria zich naar hem draait en zijn schouder vasthoudt, de engeltjes fladderen en duwen elkaar weg, kortom er staat niets stil in dit heilige doek.
Ik dacht als kind dat Sint Jan in de tenen van het Jezuskind ging bijten (hij wil ze kussen zei mijn grootmoe Baumgarten!) en ik vroeg me af waarom Jozef zijn hoofd houdt weggedraaid. Verveelt hij zich, gebeurt er nog iets op de achtergrond?

We zijn volop in de 18de eeuw beland. Als Pompeo in 1787 in Rome sterft, staat de Franse revolutie voor de deur, wordt de grondwet van de USA opgesteld en publiceert het echtpaar Lavoisier de Méthode de nomenclature chimique waarin zij de zuurstof als oorzaak van verbanding noemen.

De negentiende eeuw zal een eeuw vol drama zijn waarin de grote schouwspelen van de 20ste eeuw worden voorbereid. We horen de stoomtreinen de wereld verkleinen, de industriële revolutie verdrijft voor altijd de stilte uit het landschap en de steden worden places to be.

Ik begrijp dus volop de romantiek als een reactie op deze helse machine die Europa zal moderniseren, we worden voor altijd gespleten, en misschien proberen we in deze tijden de delen weer te lijmen.

En het kindje, het kindje wil bij zijn oma zijn want wellicht moet Maria aan haar carrière denken.

Van harte gegroet vanuit de stilte van mijn werkkamer waarin de getuigen van de voorbije tijd mij soms verwijtend aankijken.

Je patiënt, Theodore.

muziek en meetkunde (80)

119_f6210169e22702949e6f44057cf47404

Beste Theodore,

Na je dubbelbrief stuur ik jou een mooi schilderij van Batoni waarop hij muziek en meetkunde verenigt.
Toen ik je betoog las en ik hoorde dat Balthasar een weeskind was, dacht ik -een psychiater heeft zo zijn afwijkingen- aan de lege schelpen op al zijn schilderijen: het lege, onbewoonde huis uit zijn kinderjaren.

Er is over de kinderjaren al heel wat inkt gevloeid.
Het vreemde is dat er altijd door volwassenen over geschreven wordt. Ik heb een hekel gekregen aan zogenaamde auteurs die zich terug kind wanen en van daaruit hun (of een ander) verhaal vertellen. De vervalsing van de kinderjaren. Wel kun je als volwassene proberen te beschrijven wat je hebt meegemaakt, maar er is altijd de hinderlijke ballast van wat jij in een toneelstuk ooit “de verdwenen kinderen” noemde.
Hoe klein je de ballast ook probeert te maken, de werkelijke kindertijd blijft steeds onzichtbaar.
Probeer eens te beschrijven wat je vorig jaar ervaarde, of vijf jaar geleden, of tien, en je zult merken dat ook daar al allerlei vervalsingen optreden naarmate de stemming of de situatie waarin je nu verkeert, primeert.

Om dus de meetkunde en de muziek te verzoenen heb je ook maar één stelling, namelijk dat muziek bijna meetkunde is, terwijl je zeldzaam zult horen beweren dat meetkunde-beoefenaar muziek in zijn hoofd hoort als hij met zijn stellingen bezig is.
Hier kun je van dezelfde vervalsing spreken: je hebt een constructie die meetkundig te benaderen is, je kunt Bach werkelijk met zuivere meetkunde vergelijken, maar boven die constructie zijn we terug bij de esthetica van zowel de meetkunde als van de muziek, en de ongrijpbaarheid daarvan in architectuur en kamermuziek bijvoorbeeld behoort tot het wezenlijke van beide disciplines.
Ons onderwijs zal op een vlotte manier meetkunde doceren en ook het vak muziek vindt er (veel te weinig) zijn plaats, maar van beide zal de kern ontsnappen als we het bij de kennis-maatschappij houden en onze zielen niet voor de schoonheid kunnen openzetten.
En schoonheid heeft inderdaad met emoties te maken, en laten we daar nu zo’n angst voor hebben!

Kijk naar de zusterlijke vereniging en voel er zelf de hemelse sferen bij mocht je daar nood aan hebben want de volle maan van de voorbije nacht heeft zo zijn nawerkingen.

Je lunatieke psychiater G. Dumortier


bloemen en schelpen (79)

640_c111cf7438ab550716a01067f5bd4512

Goede Psychiater en vriend,

Kun je als schilder onzichtbaarder worden dan in een serie (meesterlijke) stillevens van bloemen met schelpen?
Wie zou zich in deze drakentijd nog aangetrokken voelen om een nature morte te schilderen tenzij iemand met de ambities van een copieerder of leerling aan een plaatselijke academie? (waarmee ik ook niets afdoe aan de verdiensten van beide groepen schilders!)

In de kennis-maatschappij kun je bloemen digitaal fotograferen en via fotoshop en dergelijke software tot op de stengel en kleinste wortelhaartje ontleden, en schelpen zijn in alle collecties van natuurhistorische musea aanwezig zodat je ook daar terecht kunt met je digitaaltje of zelfs met je mobieltje.

Maar ik keer terug naar Richard Rorty, die de filosoof Dewey zeer bewonderde en over hem schreef:
“In zijn ideale maatschappij is cultuur niet langer gedetermineerd door het ideaal van objectieve kennis, maar bij dat wat het esthetische vermeerdert. In die cultuur, zoals hij zegt, zijn kunsten en wetenschappen ‘unforced flowers of life’.

En nu kom ik bij mijn schilderij.
Bloemen en schelpen van de Nederlander Balthasar van der Ast. (1593-1656) Waar ter wereld ik ook kwam telkens als ik zijn naam noemde kwamen schelpen en bloemen te voorschijn, een voor ons onwaarschijnlijke combinatie, maar door deze samenvoeging ben ik telkens weer ontroerd omdat er iemand met kleur, vorm, compositie en vakmanschap de warme en koelere elementen van het bestaan zo kernachtig weet uit te drukken.

Hij was een weeskind en woonde een hele tijd bij zijn zus Maria die trouwde met de grote schilder Bosschaert de Oudere en met haar drie zonen had. Balthasar werd hun lesgever.
En zo verbinden we dus weer eens Richard met Balthasar, een filosoof en een schilder. Een bewoner van de 17de eeuw en een twintigste-eeuwer.
Er zullen zeker andere combinaties mogelijk zijn, en wetenschappelijk, filosofisch of picturaal zal er nog heel wat te vertellen zijn over deze bloemenstudies met schelpen, maar voor mij vormden ze in deze vriesnacht een troostend teken van leven, een stille onzichtbaarheid.

Ik laat dus de bloemen bloeien, de schelpen hebben het geluid van de zee bij, en het middernachtelijke uur laat de donderdag naar de vrijdag kieperen.

Uw antiquair Silverstein Theodore


de draak (78)

431_5119d10d501c7cb53e2d0ef4239d6daa

Goede Psychiater,

Om met Richard Rorty te beginnen: “On the periphery of the history of modern philosophy, one finds figures who, without forming “a tradition”, resemble each other in their distrust of the notion that man’ s essence is to be a knower of essences.
Goethe, Kierkegaard, Santayana, William James, Dewey, the later Wittegenstein, and the later Heidegger, are figures of this sort. They are often accused of relativism or cynism.”

Uit “Philosophy and the Mirror of Nature”, William Rorty.

Beste G. ik ben geen groot denker, noch minder een geschoold filosoof, ik hou van de schoonheid in al haar verschijningen, maar ik kan me erg goed vinden in dit wantrouwen.
Het wantrouwen dat de mens een kenner van essenties moet zijn.
Dat je daarom van relativisme of cynisme beschuldigd wordt, bevestigt de angst dat je hun “vakgebied” (een kennisvak!) binnendringt als ongelovige, als twijfelaar aan het grote heil van de wetenschap die duidelijk van religie, kunst, politiek moet gescheiden blijven.

Het pragmatisme van Rorty is in hun ogen een draak, een draak die de filosofie met zijn wauwelig vuur zal vernietigen. De filosie wordt in hun ogen DOOD verklaard.

“Er is geen enkele gevaar dat de filosofie aan zijn einde komt,” zegt Rorty zelf. “Religie kwam ook niet aan haar einde in de eeuw van de Verlichting, noch de schilderkunst tijdens het Impressionisme.”

Lieve Psychiater, wij maken de draken zelf. Ons geloof in systemen, ons smartelijk onderwijs dat wel met computers werkt maar naar inhoud nog in de 18de eeuw wortelt, onze eindeloze onderverdeling in segmenten, hokjes, specialisaties, en utilitaire denkpatronen , zijn een broedplaats voor alle mogelijke drakeneieren.

“We zijn de erfgenamen van 300 jaar retoriek over het belang van scherp onderscheid tussen wetenschap en religie, wetenschappen en politiek, wetenschap en kunst, wetenschap en filosofie, enz.”
“Het resultaat was dat hoe meer “wetenschappelijk” en “rigoureus” de filosofie werd, ze minder en minder te maken had met de rest van de cultuur, and hoe meer absurd haar traditionele pretenties bleken.”

Haal je de geest weg van het lijf , scheid je het lichaam van het voelen, dan zal de hitte van dit onmenselijk kennen ons verschroeien.

Moeten we daarom cynisch genoemd worden, of relativisten, omdat we de oude verbindingen willen opsporen die er altijd hebben gelegen maar door de scheiding van ziel en lichaam verdroogden? Natuurlijk twijfelen wij aan de pretentie van elke wetenschap zonder haar verdienste oneer aan te doen, maar het menselijke herleiden tot de uiteindelijke chemische formule doet verdacht veel aan de alchimie denken die door diezelfde wetenschap zo verketterd werd en wordt.

Ik groet je van harte,

Je antiquair, Theodore Silverman


winter (77)

943_557f7ad8e127145c61365c6bcadb5505

Goede Silverstein,

Als woorden uit de eigen ziel moeilijk te vinden zijn, ziehier een mooi gedicht van Ted Van Lieshout.

Winter

Nu is het verboden de wereld te betreden. Alles gaat kapot
als iemand durft om met zijn vieze vuile voeten rond te stempelen.
Iedereen moet binnenblijven en de autosleuteltjes verstoppen
en alle schoenen opsluiten en voor het raam gaan staan en kijken.

Een mus hupt zenuwachtig rond van de kouwe voetjes of van
de weg kwijt; het zal je ook maar gebeuren dat plotseling het licht
zwaar van bevroren verdriet uit de lucht gevallen is. Het is niet niks
als de kleuren die je had onthouden plotseling zijn toegedekt.

Een stelletje rotkinderen richt in de verte schade aan; ik wou
dat hun pikkies bevroren en eraf vielen en dat hun schaatsen
zich lelijk het ijskoude water in sneden, met hun rooie jas en das
en schaterlach. Dom kind! Ja, bouw maar weer je man met hoed.

Maar dan mag ik het raam open, de vensterbank strelen, zien dat
verdriet smelt tot tranen op mijn blote vingers. Ik begraaf ze
in de sneeuw en laat ze daar heel lang en stil. Ik bijt op mijn lip
en verdraag de kou: ik wil het voelen sneeuwen uit mijn ogen.

Je altijd trouwe Dumortier G.


met het hoofd net boven water (76)

694_96132270d5c370b2cc57b2cd7f78f702

Beste Psychiater,

 

Op mijn zoektocht door de cyber kwam ik terug uit bij een ware filosoof: Richard Rorty. Ik zag van hem een lang gesprek in de mooie serie van de VPRO over de schoonheid en de troost van Keyser. Een citaat van deze Richard:

Een wereld die die ene roos heeft gekend, die ene bijzondere vlinder, een wereld die Nabokov heeft voortgebracht, die wereld is beter af dan de wereld waarin dat alles niet opdook. Ik weet niet hoe ik dat moet beargumenteren. Met filosofie heeft het niets te maken.

Dat is een mooie gedachte, en als ik daar het prachtige schilderij van de Franse schilder Berjon bijvoeg, dan voel ik steeds een beetje grond onder de geestelijke voeten.

Uw zoeker naar gelatenheid, Theodore Silverstein


de schoonheid van het gelaat (en de gelatenheid) (75)

058_eb62f53601d6e5bd7f3f64e322d22ec8

Lieve Theodore,

Eén van de elementen waarmee de onzichtbaarheid zeker gediend is, mag het “MASKER” zijn. Ik ken je afschuw van de schrijfsels (vaak via de telefoon gemaakt) die een krant of tijdschrift moeten vullen. Zij willen voortdurend ont-maskeren, door de schone schijn prikken, en zeker zal dat in een ondemocratisch land van grote waarde kunnen zijn.
Vaak echter word je te kakken gezet om het anaal uit te drukken, verander je van aanschijn, krijg je eerder een masker opgezet en word je in die tooi voor de leeuwen geworpen.

Toch stuur ik je met heel andere bedoelingen dit mooie Japanse masker. Immers in veel culturen is het masker geen manier om je te verstoppen maar een weg naar de diepere aanwezigheid, of we die dan goden of geesten noemen, het zijn en blijven woorden waarmee we essentiëlere dingen uitdrukken dan wat wij als verschijnsel mens in feite maar voorstellen.
Het masker of “persona” geeft je toegang tot een andere, meestal meer metafysische persoonlijkheid, al kan dat net zo goed een hemelbewoner of een duistere werkelijkheid zijn.
Achter het masker krijg je meer mogelijkheden om de kleinheid van je eigen persoon te vergeten, om in een andere persona diepere gevoelens en ideeën op te doen, al dan niet in een trance.

Toen ik deze brief naar je schreef trof mij de verbondenheid van het woord “gelaat” met “gelatenheid”.
Al zijn ze niet dadelijk etymologisch met elkaar te verbinden denk ik, toch is gelatenheid meer dan het je m’ en fous, of je laten wegglijden in passiviteit.
Gelatenheid vertrekt of zoekt naar de innerlijke leegte.
Het ontdoet onze zielen van de smetten die we er zelf of door anderen op gekregen hebben. Gelatenheid LAAT TOE. Laat je veranderen in de meest mooie zin van het woord: het ver-ANDEREN. Het laat je toe je eigenbelangen te vergeten en inderdaad de andere in je op te nemen, te overdenken en met die nieuwe inzichten wijzer te handelen.

Zo wordt je masker een innerlijke schuilplaats waaruit je als wijzer mens te voorschijn komt.

Uw soms wijze maar toch vaak lacherige, Dumortier G., psychiater.


journalistiek (74)

903_4748388439ec81303697105b0008738f

Als veren plukken zij de levende woorden.
Hun bedreven kippenpluimers-monden
vangen het gestolde bloed op witte bladen.
Hun warme adem ruikt naar hijgen.

Uit hun vingers schudden zij het kwaad
in voorgeschreven formules, hun tong
tussen de lippen als zij op de machine
de vruchten van hun arbeid oogsten.

Uit: De Wanhoopscollectioneur


perspectief-vervalsing (73)

maurice-denis-psyche-panel-1-eros-is-struck-by-psyche-1039-s-beauty-1908-trivium-art-history

Waarde Theodore,

Natuurlijk bedoel ik met “perspectief-vervalsing” niet de opzettelijke fouten in de perspectief-leer.
Ook niet het aanbrengen van verschillende vluchtpunten in een beeld (verschillende horizon-punten) zoals mijn gewaardeerde kunstenaar David Hockney dat prachtig toepaste. (bv. The Grand Canyon)
Ik wil het hebben over een innerlijk perspectief, narratieve interpretaties naast al dan niet opzettelijke verdraaiingen van de context.

Als voorbeeld gebruik ik het wat zoeterige prentje van de Franse schilder Denis Maurice (1870-1943), ooit de spreekbuis van Nabis (de profeten) een groep symbolisten, en een vurig bewonderaar van Gaugain. Dat ik hem koos was louter toevallig omdat hij de eerste in mijn virtueel museum was die ik deze nacht tegenkwam.
Ik stuur je een beeld mee van een schilderij uit 1908 (het is het eerste uit een serie waarin het verhaal van Eros en Psyche wordt verteld.): Je ziet de naakte Psyche bij haar gezelschap staan terwijl hoog in de lucht Eros afremt omdat hij door haar schoonheid is getroffen.
Voor Psyche (met de voeten in een beekje) staat een vriendin die haar een bloemenkrans wil omhangen, en een naakte vriend houdt liefdevol de schouder van deze vriendin omklemd. Beneden kijkt een ander zittend koppel toe terwijl in de verte nog twee figuren komen aangerend.

Nu beginnen we met de vervalsing.
In feite zal de zittende vriendin (uit jaloezie wat dacht je wel!) het gerucht verspreiden dat de staande vriendin stiekem verliefd is op Psyche en dat haar vriend haar niet liefdevol omknelt maar haar van elke toenadering wil weerhouden.
De naakte man is daarbij duidelijk meer met de aankomende naaktfiguurtjes bezig in zijn gedachten, jongens die een ander gerucht zullen verspreiden: ze hebben Psyche op het strand zien strippen om een centje bij te verdienen.
Je begrijpt nu het gebaar van Eros daarboven: hij heft zijn arm op om al deze viezigheid niet langer te moeten bekijken.

Nog erger zal het worden als we deze scène moeten weder-samenstellen, eventueel jaren nadien. De zedenpolitie leidt het onderzoek naar wat er nu in feite op dat strand zou gebeurd zijn.
Het gaat over intimiteit, innerlijkheid, seksualiteit, en niets is zo makkelijk als deze onderwerpen om mensen beschaamd te maken. Door die schaamte gaan ze de gebeurtenissen ook anders bekijken. Wat verwacht de intussen geëvolueerde(?) maatschappij van hen? Stel dat puriteinen aan de macht gekomen zijn (de heer B. bezoekt toevallig dit land) en het hoogst onfatsoenlijk geworden is je naakte knie te laten zien in het openbaar.

Moet er nog een schuldige zijn om dit gedrag nu te duiden en te bestraffen? Dat is wel makkelijk want dan kun je een voorbeeld stellen en de mensen nog banger maken. Bange mensen zijn makkelijk te manipuleren.
Het zal je dan ook niet verbazen dat Psyche intussen hoofdredactrice is geworden van een mannenblad en haar vriendinnen een kledingszaak in te dure modieuze spullen hebben geopend terwijl de aanstormende figuren nu poten rammen en bij bepaalde partijen dat ook vrijuit mogen doen.
Perspectief-vervalsing ontstaat door angst, manipulatie, tekort aan zelfanalyse. Daarnaast is het ook goed als je de zogezegde feiten uit de context kunt halen, dat wekt nog vlugger schaamte op.

En Eros? Zou hij presentator van open-en-bloot geworden zijn, of leeft hij op een ver eiland waar nu en dan een mooie meid of jongen aanspoelt? Ik kan de vraag niet beantwoorden maar laat ze aan de fantasie van de lezer over, want zo lang je immers de vervalsing niet persé in andere hoofden wil timmeren blijft ze een leuk spelletje, onze eigen valse natuur ter ere.

Uw dienstbare Psychiater, G. Dumortier


aangeschoten wild (72)

950_1a8aec2532485b3f7b6541d4c88243ac

Goede Psychie,

Tenslotte zijn wij allen voortdurend ‘aangeschoten wild.’ Wederzijds. Ik denk dat het gezamenlijk wonden likken een begin van heling kan zijn. Elke pijn die wij veroorzaakten of ons wordt aangedaan hoeft niet gefixeerd te worden in nog meer pijn.

Spreken wij met elkaar om te beginnen.

Je patiënt, Silverstein


een dodenmasker (71)

255_6c689ce3822bccd6e94c992b4645d963

“Uit ervaring leren we, dat men nooit iets leert uit ervaring.”
Dat zijn de gevleugelde woorden van de man wiens dodenmasker ik naar je doorstuur, waarde Theodore. Je zult hem ook wel herkennen aan zijn stijl, zijn dwarsliggerij, zijn bewondering voor Ibsen: George Bernard Shaw.

Ik val dus met de deur in huis zonder aanspreking deze keer omdat ik weet dat de bovenste zin elke formaliteit kan vervangen.

De onzichtbaarheid van de heer Shaw (hij leefde van 1856 tot 1950) is dus tegengewerkt door dit dodenmasker dat blijkbaar moet bewijzen dat deze flamboyante heer werkelijk op de Engelse aarde heeft rondgelopen en zich verder onsterfelijk heeft gemaakt met toneelwerk van Pygmalion tot Saint Joan, het eerste was de basis voor my fair lady, het tweede en door mij zeer bewonderd stuk over Jeanne D’ Arc (Ben je niet bang Jeanne?–Ja, ik ben bang, maar ik heb met die schrik leren leven)

Ik heb nooit goed begrepen waarom mensen nog een afdruk van de laatste gelaatsuitdrukking wilden bewaren. Die is meestal door de doodstrijd of het afscheid al niet fraai, al moet ik ook zeggen dat de dood door zijn gehele ontspanning bij menig mens die bij leven nooit glimlachte iets dergelijk op zijn koude lippen produceerde.

Scio expertum, ik weet bij ervaring, en het is dat zinnetje dat hij dadelijk op losse schroeven zet. Wij weten niets. Het weinige dat we verwerven hebben we nodig om de ingewikkelde machine met andere machnines te laten communiceren en te consumeren. Een soort veredelde instincten die Jung de grootste vijand van het bewustzijn noemt. (uit die vijandschap zou ons bewustzijn trouwens ontstaan en voor alle mogelijke problemen zorgen)

Sommigen proberen ons bij lijden en leven al een dodenmasker op te zetten. Je hebt er fraai over geschreven in je vorige brief.
De letters waarmee wij elkaar wurgen, de uitspraken, het vervalsen van het geheugen, ze proberen het leven uit ons weg te halen nog voor we onze laatste adem hebben uitgeblazen.
Maar hij blijft glimlachen, George Bernard Shaw. Door de plaaster heen. Zijn onzichtbaarheid leeft in de andere woorden, woorden die leven schenken, die je wel eens plat slaan, maar dan om verlicht weer rechtop te kunnen lopen, woorden die onze verstarde hersenen door elkaar rammelen en ons de moed geven te zijn wie we zijn wat de anderen daar ook van willen maken.

Ik groet je van harte,

Je (onwetende) psychiater, G. Dumortier


licht en donker (70)

805_6d06e383af4fbdadc260ab613ad21d41

Waarde Heer Dumortier,

Van harte bedankt voor je verhaaltje waarin de monsters steeds in anderen herkend worden. Het is een bekend verhaal. Laten we de goden bidden dat zij de omstandigheden waarin wij leven mogen begunstigen zodat we uit het donker durven komen, niet meer bang voor wat we maar zijn.

Tenslotte wordt het licht alleen maar zichtbaar door het duistere. Dat begrepen de 17de eeuwse schilders zoals Caravaggio en Georges de la Tour heel goed.
Ik stuur je hierbij een mooi schilderij van de la Tour: de jonge Jezus in de timmerwerkplaats van zijn pa.
Hij houdt de kaars vast, dekt ze zelfs een beetje af met zijn handje terwijl zijn bebaarde vader met een scheepsboor een gat maakt in een blok hout.
De lamp maakt de duisternis voelbaar en omgekeerd zorgt de donkerte voor de duidelijke aanwezigheid van het schijnsel. Latour was heel populair in zijn tijd (1593-1652) en werd daarna compleet vergeten om in de 20ste eeuw weer ontdekt te worden.

Er zijn maar enkele werken van hem die ik graag herbekijk waaronder dit mooie duo, en een jonge Johannes in de woestijn. Natuurlijk werd de la Tour geprezen om zijn lichteffecten en vaak gingen die effekten het affekt overheersen zoals dat wel meer met affecties gebeurt. Maar in de meest menselijke werken is de wonderlijke werking tussen licht en donker verwant met onze innerlijkheid waarin het duistere herkent wordt bij gratie van het lichte.
Waar zou de kleine Jezus naar kijken, heb ik me afgevraagd. Komt zijn jonge moeder binnen, zeggen dat het tijd is om te gaan slapen, of ziet hij in de donkerte achter zijn vader de vage omtrekken van veel pijn en lijden?

Misschien belichten wij elkaar ook te selectief en oordelen of veroordelen wij elkaar vanuit één segmentje van een persoonlijkheid terwijl de schoonheid in het donker blijft.
Ziet het kind die naderende pijn, de pijn van woorden. Ook in woorden kun je verdrinken of stikken.

De boor dringt schroefsgewijze door in het hout, zo wreten woorden die weldra weer overal te koop zijn mij aan, mij en de mijnen.
Een ander schilderij van de la Tour stelt een jongen voor die het licht uitblaast. De kortste weg naar de onzichtbaarheid.

Je vriend in licht en duisternis, Theodore Silverstein


de beul (69)

930_32ca161d4fc29f1536a68cfa87979d58

Beste Theodore,

Vaak zijn wij elkanders beul. Het zou een beschaving sieren deze eigenschap in elkaar te er- en te herkennen.  Hoofden afhakken is een vermoeiende zaak.  Laten wij ze bij elkaar steken.

Uw psychiater G. Dumortier