tot aan de sterren? (68)

045_8b897d276fc063dceac6497b844adfd8

Beste G.

Ik kan je niet dadelijk iets uit het Paradise Lost van Milton sturen maar de heer Bartolozzi was ook in hogere sferen bekend, en daarom hierbij een mooie gravure die de muze URANIA voorstelt, de muze van de astronomie, de sterrenkunde, naam die ongeveer alle volkssterrenwachten over de hele aarde dragen.

Hesiodus vernoemt haar in zijn Theogony. Ze wordt voorgesteld met een bol en een sterrenkrans op haar hoofd, de blik naar boven.

Ook mijn geliefde dichter Brodsky uit Sint Petersburg heeft een mooi vers dat TO URANIA heet (1988) en dat ik hier graag in Engelse vertaling van de auteur zelf meestuur:

To I.K.

Everything has its limit, including sorrow.
A windowpane stalls a stare. Nor does a grill abandon
a leaf. One may rattle the keys, gurgle down a swallow.
Loneless cubes a man at random.
A camel sniffs at the rail with a resentful nostril;
a perspective cuts emptiness deep and even.
And what is space anyway if not the
body’s absence at every given
point? That’s why Urania’s older sister Clio!
in daylight or with the soot-rich lantern,
you see the globe’s pate free of any bio,
you see she hides nothing, unlike the latter.
There they are, blueberry-laden forests,
rivers where the folk with bare hands catch sturgeon
or the towns in whose soggy phone books
you are starring no longer; father eastward surge on
brown mountain ranges; wild mares carousing
in tall sedge; the cheeckbones get yellower
as they turn numerous. And still farther east, steam dreadnoughts or cruisers,
and the expanse grows blue like lace underwear.

En zo brengen we de Florentijnse Venetiaanse Engelsman bij de Sint Peterburgse en overal thuis zijnde dichter, een wonderlijke combinatie: deze koppeling doet de sterren helderder schijnen en maakt onze aardse kanten minder zichtbaar.
ik wens je een rustige nacht ook al zullen de honden morgen en de volgende dagen luid blaffen, maar: a perspective cuts emptiness deep and even, en dat perspectief is zeker in je leven aanwezig, nu nog de heilige leeegte.

Je broeder in bange dagen, Theodore SILVERSTEIN


en dan de lucht in (67)

511_c5d58af16c96ab5b2e812e29b973a2de

Beste Antikwaar,

Na nauwelijks één dag in je etalage is de prachtige prent van Hogarth al verkocht! Er zijn dus nog meer mensen met een uitstekende smaak, en ik wilde je verrassen met ze zelf te kopen maar je eerbare Klant was mij dus voor.

Je blijft voor spektakel zorgen want nu zie ik in je etalage weer zo’n mooie aanbiedingen, en laat het nu de gravure van Bartolozzi zijn die me in mijn archief liet duiken om jou een andere prent van deze meester-graveur te sturen.
Hier zie je de heer Lunardi met twee gezellen de lucht ingaan voor zijn derde tocht “in de ruimte”. Ik vond het verbluffend dat dezelfde man bij wie de heer Jozef Haydn op de bruiloft van zijn zoon kwam (de jongen trouwde met een befaamde pianiste) al op de rand staat van de moderne tijden.
Vaak denken wij dat het pruikerige verleden achter een gesloten deur zit, dat de tijdvakken werkelijke hokken zijn die je kunt afsluiten, maar in feite leven we inderdaad in hetzelfde hok.
Ik blijf me immers verbazen al ik ’s namiddags in Brussel vertrek en ’s avonds in Venetië rondwandel.

En weet je dat Bartolozzi zijn laatste Londense jaren voor hij naar Portugal vertrok doorbracht met het illustreren van Miltons Paradise Lost (Pardiso Perduto klinkt nog mooier!) Ik ga op zoek naar zijn prenten al vrees ik dat ze enkele prijsklassen hoger zullen liggen dan de mooie waar in jouw tijdeloze winkel.

Je zoekende psychiater G. Dumortier


Hot-air balloon ascent with Captain Vincenzo Lunardi, his assistant George Biggin and Mrs Letitia Anne Sage. Engraving by Francesco Bartolozzi, 1785, Bibliothèque nationale de France

zelfportret met hond (66)

574_ee0bcd209460c834b0c1b22bb9df8013

Goede Psych,

Terwijl Schubert in de nachtegaal zijn depressies in klanken omzet, stuur ik jou het mooie zelfportret van William Hogharth.
Hij kijkt ons aan in gezelschap van zijn lievelingshond.
Zou hij de mensen niet meer vertrouwen en heeft hij zich daarom met zijn trouwste vriend geportretteerd?
Of herkende hij het hondse in zichzelf, steeds op zoek naar een baasje, een kudde-leider?

Een palet, boeken en een hond.
Een verre voorloper van His Masters Voice.

De nacht brengt me naar Italië, naar het Cavalieri Hilton in Rome waar ik ooit een prachtige Giuseppe Zais-schilderij zag: droomlandschappen en ruïnes, een mooi evenwicht voor het hondse in ons allen. (in feite vind je er vier schilderijen van deze meester!)
Bij wijze van voorbeeld een landschap met rivier en brug c 1740 van deze schilder, nu in de Gallerie dell’ Accademia in Venetië te bezichtigen. De kunstenaar stierf in complete armoede in Treviso (1784).

Uw Theodore Silverstein


Landscape with River and Bridge, c. 1740. Gallerie dell’Accademia, Venice. https://en.wikipedia.org/wiki/Giuseppe_Zais#/media/File:Landscape_with_River_and_Bridge.jpg

(klik op onderschrift om te vergroten)

uni sono (65)

467_17bc79a2912599d228fd486499abdcb6

Waarde Theodore,

Met afgunst zie ik dat je een prachtige gravure van William Hogarth te koop aanbiedt.
Onbewust hebben we vaak dezelfde bronnen want deze Hogarth is altijd één van mijn voorkeurartiesten geweest.
Weet je dat zijn vader leraar latijn was? En die was latijn en leerlingen beu, begon dan in Londen een koffiehuis maar geraakte daardoor zo zeer in de schulden dat hij in de gevangenis moest.
Waarschijnlijk heeft de jonge William hem daar bezocht of hoorde hij de verhalen vertellen van zij pa zelf want in al zijn werk is de mens in al zijn bekrompenheid aanwezig zoals je dat zelf wel kunt vaststellen op die erg mooie ets “An election” .
Bekrompen zeg ik, maar tegelijkertijd met een soort humor voor die alledaagse mens die toch een mild hart verraadt al zou je dat niet op het eerste gezicht zeggen.

Ik stuur je hier nog een copie van een andere mooie ets waarop een koor staat te zingen. Erg hemels moet hun muziek niet klinken vermoed ik want als je hun gezichten bekijkt, dan is dat zogenaamde “edele” eerder in hun delen dat in hun hart te zoeken, en toch heb ik het voor hen omdat ze zo op ons lijken. Ze zijn wie ze zijn, net zoals wij, met al onze kleine kantjes die vaak talrijker zijn dan we wel durven toegeven.
Na de mooie cupido’ s en de overdaad aan hartjes en zoetigheid is deze prent helemaal op zijn plaats.
Misschien staan we wel mee te zingen.
Het verbaast me dus niets dat William het voortdurend aan de stok kreeg met de autoriteiten. Hij hield hen iets te duidelijk een spiegel voor, en spiegelaars zijn blijkbaar alleen aan Tijl en consoorten voorbehouden.

Met dit gezang groet ik je,

Je confrater,

G. Dumortier, psychiater


in de nacht van (64)

646_0d8b4351365764e75d51a8c5cde8e697

liedje

Zal ik over kussen zingen,
als zij mijn mond hebben dichtgeslagen?

Zal ik over strelen zingen,
als zij mijn handen aan elkander smeedden?

Zal ik over luisteren spreken,
als zij mijn oren hebben vol geroepen?

Zal ik aan lopen denken,
als zij mijn benen gebroken hebben?

Zal ik over de schoonheid schrijven,
als zij mijn hart onder vonissen begraven?

Tussen mijn gezwollen lippen
fluit ik zacht een liedje.
Een leeg gelopen liedje van niks.


zo zeker als de bloemen wederkomen (63)

596_c779b532724a17a21d3252b7adb58c21

Lieve Patiënt,

Om je mooie vers aan te vullen, een vergeten gedicht van P.C. Boutens:

Sponsae Aeternae

Ik weet dat gij mij nog verschijnen zult,
Zo zeker als de bloemen wederkomen:
Der dingen dove dek hebt gij genomen,
Het donkre leven dat de steden vult,

Den winterwind die klaagt door dorre bomen,
Ten sluier die uw eeuwgen glimlach hult…
Ik zou gelukkig zijn, als slechts geduld
Den slaap kon vinden om van u te dromen.

Een prins, te vroeg ontwaakt in wintermorgen,
Dwaalt als een vreemde door zijn kille huis
Tussen de trage slaven die bezorgen
Huns heren  dag met onbeheerd gedruis, –

Zó moet ik waken tot gij wederkomt
En u nog eens  in mensenaanschijn momt.

En met deze troostende woorden maken we de lelijkheid een beetje meer onzichtbaar, ter ere van het jongetje op de dolfijn.
Uw toegewijde en meevoelende psychiater G. Dumortier.


the little Love-god lying once asleep (62)

528_acf54cb0c49c6ac6eea4640b96cbff59

Beste Psych,

Beter dan met eigen woorden ter ere van het Liefdesfeest de mooie tekst van William Shakespeare, zijn laatste sonnet (nr54)

The little Love-god lying once asleep
Laid by his side his heart-inflaming brand,
Whilst many nymphs that vowed chaste life to keep
Came tripping by; but in het maiden hand
The fairest votary took up that fire,
Which many legions of true hearts had warmed;
And so, the general of hot desire
Was, sleeping, by a virgin hand disarmed.
This brand she quenchèd in a cool well by,
Which from Love’ s fire took heat perpetual,
Growing a bath and healthful remedy
For men diseased; but I, my mistress’ thrall,
Came there for cure, and this by that I prove:
Love’ s fire heats water, water cools not love.

En in de mooie vertaling van H.J.de Roy van Zuydenwijn, De Arbeiderspers, A’dam 1997:

Eens sliep de kleine Amor, toorts ter zijde,
waar menig hart door tot ontvlammen kwam,
toen trippend een, de kuisheid toegewijde,
rij meisjes hem passeerde; ’t mooiste nam
de toorts ter hand waardoor in legioenen
getrouwe harten liefde was ontbrand;
zo werd de vorst der hete visioenen,
in slaap, ontwapend door een meisjeshand.
De fakkel bluste ze in het koele nat,
dat hitte van dit eeuwig vuur aannam
en zieke mannen ’t heil schonk van zijn bad;
maar ik, slaaf van mijn meesteresse, kwam
daar voor een kuur en zag slechts dit bewezen:
van liefdes hitte kan geen bad genezen.

En deze verschenen voor de eerste keer in 1609!
Uw dienstdoende Theodore Silverstein


ook met boog (61)

319_e18c6dcca5e885dcf12d5c58c92ead3d

Beste Theodore

Sluit morgen het water af, blokkeer de voedseltoevoer en veroorzaak een onherstelbare electriciteitspanne en wat er dan na drie dagen nog overblijft van cultuur, zal makkelijk op dit lijntje aan te vullen zijn. Vrijwel NIETS.

In gedachten zag ik je tussen de kudden liggen (we hopen tenslotte tot aan onze laatste ademsnik dat er een engel verschijnt!) en vrede op aarde voor de mensen van goede wil zal inderdaad net zo ver weg geweest zijn als de leegte aan cultuur die ik hierboven schetste.
Onze families weten wat vluchten, onderduiken en strijden om het bestaan betekent: de strijd om een beetje warmte, licht en voedsel en al de rest is geneuzel voor de scenario-schrijvers. Ik besef het als ik de foto’ s bekijk en hun afwezige stemmen hoor die toen nog vol vertrouwen onze kant uitkeken.

Toch stuur ik je een andere eros (cupido) nu we weldra de onbestaande heilige valentijn moeten gedenken.
Al zie je zijn boog niet, hij is er nog altijd en zijn trefzekerheid is groot. Hij heet in het latijn “spes” en dat is dat ouderwetse woord “hoop”.

In de grootste verlatenheid raakt hij onze harten net zo goed als in de euforie van betere tijden. Niet dat hij de prins op het witte paard zal zijn, degene die ons uit een lange dodenslaap moet wakker kussen. Hij is de schoonheid zelve en waarschijnlijk heeft hij zelfs zijn onzichtbare boog niet nodig en volstaan enkele blikken van zijn prachtige ogen om je te verwarmen.

Wij zijn de vreselijke verhalen van de feuilletons en goedkope afleveringen gewend geworden, maar ik denk dat je met minder wonderen toch je wonderlijk kunt voelen.
Zijn alomtegenwoordigheid, ook in deze grauwe regendagen, zijn moeilijk te bereiken woorden of gebaren, ik denk dat hij in de naderende lente schuilt als in de ogen van de kleine Hazelaar waarover je zo mooi schreef.

Hij is schaamteloos mooi, laat zich niet van de wijs brengen door wat anderen voorschrijven (of bang voor zijn). Net zoals de donkerte van de nacht is hij aanwezig in de onzichtbaarheid van de essentiële dingen: brood, woorden op straat geroepen, een flard muziek, een kus.

Silverstein, de onzichtbaarheid heeft zijn prijs, maar wie de moed heeft hem te betalen zal de schoonheid van de onzichtbare boog smaken.

Je psychiater G. Dumortier


als herder vermomd (60)

365_8ecb741f43a38a00664bbeea58579a3f

Goede Psychiater,

Tijdens de heldere vriesnachten zag ik Orion mooier dan ooit.

Even voelde ik mij niet meer monddood. Ik werd de herder die bij de kudden lag, in warme wol van hun vachten gewikkeld, zonder enig kerstgevoel overigens.
Het waren geen hymnes, noch minder edele gevoelens of wraakgezangen, maar woorden die de verlatenheid probeerden te ondersteunen.
Ik kwam niet verder dan het vrijwel klassieke verlangen naar het morgenlicht, een mok warme melk, een snede brood.
Met zoveel sterren boven mij was dat een magere oogst, dat geef ik toe.
Vroeger vermoedde ik Eros als medeherder, maar als Sebastiaan doorboord, werd hij een heilig slachtoffer.

Een wolkje adem duidt aan dat ik nog leef.

Geen pijlen schiet hij,
hij wijst naar de aarde
waar liefdes weer molshopen werden.

Orion schittert boven zijn bevallig hoofd.

Uw Theodore Silverstein


het licht van de februari-dagen (59)

449_b623c1c5a4ca9abed056209301e967bd

Beste Theodore,

Zullen we beiden enkele dagen zwijgen en genieten van het licht?

De lucht is koud, en daardoor tekent het licht de omtrekken scherper. In de heuvels zul je de sterrren zien tijdens de vriesnachten. Trekken we lijnen van al die aardse ogen die naar de verre gaswolken kijken, die het licht dat vaak honderden jaren onderweg was, in februari 2005 waarnemen.

Zwaai maar, en als ons gezwaai in die onbekende verte zal aankomen, behoren wij al lang tot het stof waaruit de sterren zijn gemaakt.

Ik wens je veel innigheid.

Uw psychiater, G. Dumortier


de eeuw der verlichting (58)

501_8f40fa9138fc7fabe268ca0d80490185

Goede Psychie,

Wil je langzaam onzichtbaar worden dan merken de poezen en de honden dat eerst. Ik dacht dat ze je zouden negeren, dat ze bijna door je heen konden lopen, maar niets is minder waar.
Voor ons is de ziel van de zogenaamde huisdieren net zo onzichtbaar als de onze voor hen zichtbaar zou zijn.
Je kunt ze aan je binden door ze te overstelpen met hapjes, ze trainen met beloningen na elk kunstje (neen, we spreken niet over opvoeding, of toch?) en je op te stellen als boven-dierlijke godheid in hun levensloop.

Toch begrijpen wij NIETS van hen. Wij herkennen hun instincten, hun wil tot zelfbehoud of voortplantingsdriften. Wij beschrijven hun levensloop en hun biotoop zonder ook maar 1cm door te dringen in hun werkelijk wezen.
Ik stuur je een prent uit 1751: de rhinoceros, ten toon gesteld in Venetië. Toevallig publiceert in dat jaar Denis Diderot samen met d’ Alembert zijn ” Encyclopédie ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, par une Société de Gens de lettres.” en Carolus Linnaeus zijn “Philosophia Botanica”
De stap is gezet: les Gens de lettres proberen de werkelijkheid in beeld te brengen door haar te verzamelen en onder te verdelen.

Kijk naar mijn prent: gemaskerde Venetianen staren naar de vreemde verschijning van de rhinoceros (denk aan Fellini’s film “Et la nave va”.) De wetenschap zal hen weldra elementen aanreiken om naar hun denken deze “vreemdheid” te lijf te gaan met de wetenschap, om de mens uit zijn goddelijke rol weg te halen en hem te plaatsen als een schakel in de biologische evolutie.

Maar hebben deze verklaringen ons dichterbij de filosofische werkelijkheid gebracht? Ons eigen lot te doorgronden, in de hand te nemen en daardoor met “mede-lijden” elkaar tegemoet te treden?
Dat is het onzichtbaar worden van de angsten die steeds die andere tot rinoceros verklaren, tot gepansterd monster.
Of hebben wij nood aan dergelijke monsters om onze eigen lot te camoufleren, slachtoffer te spelen waar we als volwassen mens tijd en ruimte hebben om onze eigen wondes te likken en ermee te leren leven?

Hoe gemakkelijk kunnen we elke mislukking op de schouders van onze voorouders leggen, op de omstandigheden, op de opvoeding, op de verkeerde vrienden(innen), de lijst is lang.
Op dat moment zetten we ons bij de gemaskerde Venetianen en kijken we met angst en sensatie naar de rhinoceros die we weghaalden uit zijn milieu, opvoeren als circusdier en hem elk misgedrag dat hij dan vertoont, op de rekening van zijn vreemde verschijning schuiven.

Wij, de mensen-broeders, het is om het uit te schateren als het niet zo droevig was.
Verwende scheten van dit halfrond steken we onze hand in eigen boezem, ook al zijn we nog zo gepansterd door het luxe-leventje dat we tot op vandaag hebben geleid.

Ik breng beelden uit de verre bossen voor je mee en wil daar mijn onzichtbaarheid verder plannen.

Uw dienstwillige rhinoceros, Theodore Silverstein


kaars en bril (57)

508_409c324fa8c74e7a8485dcaae758b236

Beste Theodore Silverstein,

De gespletenheid waarover jij schreef, gaat mij zeer ter harte.
Kenden we vroeger de werking van de dingen die ons omringden, de eenvoudige apparatuur die het leven verlichtte, nu hebben we enige notities (in het beste geval) maar voor de meesten onder ons blijft het innerlijk van de computer, de straalverbinding, de medische beeldvorming, enz. een raadsel. De aan- en uitknop is al heel wat, en fabrikanten ontwerpen de meest eenvoudige toetsenbordjes of afstandsbedieningen om het de consument maar niet te moeilijk te maken.

De wetenschap overheerst de meesten van ons, wij gebruiken het comfort ervan maar over de werking en zijn consequenties kunnen we ons verder geen zorgen maken.
Doorgedreven specialisatie brengt ons op een eiland, en de veerdiensten tussen de verschillende eilanden zijn vaak al lang buiten dienst.

Toch blijven wij met zijn allen de driftmatige vaak nog primitieve mens met behoeften aan warmte, voedsel en soortgenoten. Wij horen dezelfde levensklokken tikken, en wij weten dat we met zijn allen weer van deze aardbodem zullen verdwijnen, en dat het een soort eenparig versnelde beweging lijkt naarmate je ouder wordt en de zwaarte aan herinneringen je belet de magere toekomst voor je uit te dragen.

Ik stuur je dit mooie uiltje, in feite een prachtige beker in de vorm van een uil, in Mechelen gemaakt. Tenslotte is hij het symbool van de wijsheid. Hij kan haarscherp vliegen in het donker, hij heerst zelfs over de fabeltjeskrant.
Wij, arme mensen, botsen in de duisternis overal tegenaan, en in plaats elkaar de hand te reiken, lopen we over elkaar heen want dan staan we hoger en denken we eerder het licht waar te nemen.

Deze mooie zilveren uil is nauwelijks 17cm hoog en en hij is gemaakt in het eerste kwart van de 17de eeuw. Ik vond hem op een van mijn tochten door het Sint-Peterburgse Hermitage-museum, op zoek naar documentatie over mijn en jouw familie.
Dat hij dan nog uit onze streken kwam, troostte mij, want de wijsheid moet zijn vleugels kunnen strekken zodat we de tik van de grote klok dapper ondergaan.

Uw reizende psychiater G. Dumortier


de duistere middeleeuwen (56)

597_0e8372d95fecc47eb124b75a7f34fe15

Waarde G. Dumortier,

Als kind was ik gefascineerd door het begrip “de duistere middeleeuwen”.
Ik stelde mij daarbij donkere burchten en ridders voor, en de aanpalende dorpen en steden waren in een eeuwigdurende duisternis gehuld zodat alleen een beetje kaars- en fakkellicht voor zichtbaarheid kon zorgen.

Later, toen ik het begrip ook transitief leerde gebruiken probeerde ik af te wegen of pest, brandstapels, wereldse pausen en te katholieke keizers opwogen tegen de schoonheid van de vroeg polyfonische muziek, de kleurenpaletten van de Vlaamse Meesters, en de mysteries van de vreemde bouwwerken die men kathedralen noemde.

Ik stuur je hierbij een afbeelding van een prachtig instrument, een astrolabium.
Het is een Grieks woord dat letterlijk ‘steropnemer’ zou betekenen. De Grieken waren de uitvinders en het vermakelijke verhaal bestaat dat Ptolemaius met een hemelglobus in de hand op zijn ezel ergens naar toe reed. Hij liet de bol vallen, de ezel trapte hem plat, en voilà er lag een astrolabium klaar.
Is het een niet al te historisch verhaal, het geeft toch de kern van een astrolabium aan: het is een 2-dimensionele weergave van de hemel in relatie met de horizon van een gegeven specifieke plaats op een vastgesteld tijdstip.
Met behulp van een verwisselbaar stel cirkels van constante hoogte kon uit de gemeten zonshoogte de tijd worden bepaald. (nog even ter aanvulling: het waren vooral Islamitische geleerden die grote verbeteringen aanbrachten in het Griekse model en het via Spanje over de hele wereld verspreidden)

Mij treft dat je via een twee dimensioneel model de drie dimensionele werkelijkheid leert begrijpen en hanteren.
Werd het astrolabium na enkele honderden jaren snel achterhaald door meer nauwkeurige instrumenten, en kan het kleinste kind met een muisklik een projectie in alle mogelijke drie dimensionele kanten omzetten en bekijken, toch blijf ik mij een vraag stellen.
Blijft ons denken, ondanks de hedendaagse technologie, niet steken in het tweedimensionele werkelijkheidservaren? Ik bedoel: zijn we met onze instrumenten en technologie niet in de vierde dimensie beland terwijl ons denken is blijven steken in mijn duistere middeleeuwen?

Ik neem voorzichtig het astrolabium in de hand, waarde psychiater en verken mijn eigen beperkte geest in de hoop andere eilanden te ontdekken waarmee ik op een menselijke manier de horizon van ons kennen en kunnen mag analyseren.

Uw trouwe Silverstein Theodore


de tijd aan den lijve (55)

228_5ec910aebb76e778de0e6c68e072321b

Zeer jarige Theodore Silverstein,

Dat je van verjaardagen niet zo veel moet weten, besef ik, maar in het weinige dat we in de donkere dagen te vieren hebben, kan misschien deze verjaardag je enigzins troosten: draai het getal om van je bereikte ouderdom en er staat je nog een frisse toekomst te wachten.

Solidair met de lijdende Paus ben je ook, je griep -een cadeau van je Hazelmanneke- kun je dan ook met waardigheid dragen ook al zal er voor jouw ziektebeeld niet zo veel belangstelling bestaan als voor dat van de Heilige Vader.
Gelukkig maar, hoor ik je zuchten. Je houdt van de onzichtbaarheid en de spoken die ze al op jou hebben afgestuurd (hoe minder zichtbaar, hoe vreselijker eigenschappen aan iemand worden toebedeeld) zullen je ziel niet raken.

Ik stuur je voor je verjaardag een mooie prent van je geliefde Chardin: apricots.
Opgelegde abrikozen in brandewijn met drie glazen op de tafel, een grote ronde kaas, een nog niet opengemaakt pakje, een mooi kopje, mes en wat brood: het wacht op jou, en ieder van de onderdelen zal naar het mysterieuze van de gewone dingen smaken.

En als je door de griep nog een helder moment vindt, glimlach, waarde Theodore. Het is een vorm van begrijpen en genieten, en als die twee samengaan, mag je ziel echte troost verwachten.

Je solidaire Psychiater, G. Dumortier


de jaloezie (53)

Luca_Ferrari_-_Allegory_of_Jealousy_-_WGA07830

Tijdsgevoelige,

De ene ondeugd, en waarschijnlijk ook de enigste, is de jaloezie. Zij is de ware tijdsverslindster.

Zij fixeert zich op de vernietiging van de persoon waarop ze haar aandacht richt.
Uit louter onmacht de tijd met elkaar te delen mikt ze op datgene wat zij niet bezit en haar vijand(en) wel blijkt te hebben. Geluk. Ook al zal die vernietiging haar geen stap dichterbij brengen bij wat ze benijdde, toch slaat ze toe.

In de puinhopen van van gebombardeerde geest dwaalt zij lachend rond.

De schilder heeft haar treffend uitgebeeld.
Zij ziet zichzelf als enige koningin, ook al bestaat haar rijk alleen nog uit lijken en getergde mensen.
Maar heersen zal ze.

Als ze in je nabijheid komt, glimlach en zij loopt krijsend weg.

Je zielehoeder, G. Dumortier, psychiater of zoiets.

Edvard-Munch-celos