muziek en meetkunde (80)

119_f6210169e22702949e6f44057cf47404

Beste Theodore,

Na je dubbelbrief stuur ik jou een mooi schilderij van Batoni waarop hij muziek en meetkunde verenigt.
Toen ik je betoog las en ik hoorde dat Balthasar een weeskind was, dacht ik -een psychiater heeft zo zijn afwijkingen- aan de lege schelpen op al zijn schilderijen: het lege, onbewoonde huis uit zijn kinderjaren.

Er is over de kinderjaren al heel wat inkt gevloeid.
Het vreemde is dat er altijd door volwassenen over geschreven wordt. Ik heb een hekel gekregen aan zogenaamde auteurs die zich terug kind wanen en van daaruit hun (of een ander) verhaal vertellen. De vervalsing van de kinderjaren. Wel kun je als volwassene proberen te beschrijven wat je hebt meegemaakt, maar er is altijd de hinderlijke ballast van wat jij in een toneelstuk ooit “de verdwenen kinderen” noemde.
Hoe klein je de ballast ook probeert te maken, de werkelijke kindertijd blijft steeds onzichtbaar.
Probeer eens te beschrijven wat je vorig jaar ervaarde, of vijf jaar geleden, of tien, en je zult merken dat ook daar al allerlei vervalsingen optreden naarmate de stemming of de situatie waarin je nu verkeert, primeert.

Om dus de meetkunde en de muziek te verzoenen heb je ook maar één stelling, namelijk dat muziek bijna meetkunde is, terwijl je zeldzaam zult horen beweren dat meetkunde-beoefenaar muziek in zijn hoofd hoort als hij met zijn stellingen bezig is.
Hier kun je van dezelfde vervalsing spreken: je hebt een constructie die meetkundig te benaderen is, je kunt Bach werkelijk met zuivere meetkunde vergelijken, maar boven die constructie zijn we terug bij de esthetica van zowel de meetkunde als van de muziek, en de ongrijpbaarheid daarvan in architectuur en kamermuziek bijvoorbeeld behoort tot het wezenlijke van beide disciplines.
Ons onderwijs zal op een vlotte manier meetkunde doceren en ook het vak muziek vindt er (veel te weinig) zijn plaats, maar van beide zal de kern ontsnappen als we het bij de kennis-maatschappij houden en onze zielen niet voor de schoonheid kunnen openzetten.
En schoonheid heeft inderdaad met emoties te maken, en laten we daar nu zo’n angst voor hebben!

Kijk naar de zusterlijke vereniging en voel er zelf de hemelse sferen bij mocht je daar nood aan hebben want de volle maan van de voorbije nacht heeft zo zijn nawerkingen.

Je lunatieke psychiater G. Dumortier


bloemen en schelpen (79)

640_c111cf7438ab550716a01067f5bd4512

Goede Psychiater en vriend,

Kun je als schilder onzichtbaarder worden dan in een serie (meesterlijke) stillevens van bloemen met schelpen?
Wie zou zich in deze drakentijd nog aangetrokken voelen om een nature morte te schilderen tenzij iemand met de ambities van een copieerder of leerling aan een plaatselijke academie? (waarmee ik ook niets afdoe aan de verdiensten van beide groepen schilders!)

In de kennis-maatschappij kun je bloemen digitaal fotograferen en via fotoshop en dergelijke software tot op de stengel en kleinste wortelhaartje ontleden, en schelpen zijn in alle collecties van natuurhistorische musea aanwezig zodat je ook daar terecht kunt met je digitaaltje of zelfs met je mobieltje.

Maar ik keer terug naar Richard Rorty, die de filosoof Dewey zeer bewonderde en over hem schreef:
“In zijn ideale maatschappij is cultuur niet langer gedetermineerd door het ideaal van objectieve kennis, maar bij dat wat het esthetische vermeerdert. In die cultuur, zoals hij zegt, zijn kunsten en wetenschappen ‘unforced flowers of life’.

En nu kom ik bij mijn schilderij.
Bloemen en schelpen van de Nederlander Balthasar van der Ast. (1593-1656) Waar ter wereld ik ook kwam telkens als ik zijn naam noemde kwamen schelpen en bloemen te voorschijn, een voor ons onwaarschijnlijke combinatie, maar door deze samenvoeging ben ik telkens weer ontroerd omdat er iemand met kleur, vorm, compositie en vakmanschap de warme en koelere elementen van het bestaan zo kernachtig weet uit te drukken.

Hij was een weeskind en woonde een hele tijd bij zijn zus Maria die trouwde met de grote schilder Bosschaert de Oudere en met haar drie zonen had. Balthasar werd hun lesgever.
En zo verbinden we dus weer eens Richard met Balthasar, een filosoof en een schilder. Een bewoner van de 17de eeuw en een twintigste-eeuwer.
Er zullen zeker andere combinaties mogelijk zijn, en wetenschappelijk, filosofisch of picturaal zal er nog heel wat te vertellen zijn over deze bloemenstudies met schelpen, maar voor mij vormden ze in deze vriesnacht een troostend teken van leven, een stille onzichtbaarheid.

Ik laat dus de bloemen bloeien, de schelpen hebben het geluid van de zee bij, en het middernachtelijke uur laat de donderdag naar de vrijdag kieperen.

Uw antiquair Silverstein Theodore