een dodenmasker (71)

255_6c689ce3822bccd6e94c992b4645d963

“Uit ervaring leren we, dat men nooit iets leert uit ervaring.”
Dat zijn de gevleugelde woorden van de man wiens dodenmasker ik naar je doorstuur, waarde Theodore. Je zult hem ook wel herkennen aan zijn stijl, zijn dwarsliggerij, zijn bewondering voor Ibsen: George Bernard Shaw.

Ik val dus met de deur in huis zonder aanspreking deze keer omdat ik weet dat de bovenste zin elke formaliteit kan vervangen.

De onzichtbaarheid van de heer Shaw (hij leefde van 1856 tot 1950) is dus tegengewerkt door dit dodenmasker dat blijkbaar moet bewijzen dat deze flamboyante heer werkelijk op de Engelse aarde heeft rondgelopen en zich verder onsterfelijk heeft gemaakt met toneelwerk van Pygmalion tot Saint Joan, het eerste was de basis voor my fair lady, het tweede en door mij zeer bewonderd stuk over Jeanne D’ Arc (Ben je niet bang Jeanne?–Ja, ik ben bang, maar ik heb met die schrik leren leven)

Ik heb nooit goed begrepen waarom mensen nog een afdruk van de laatste gelaatsuitdrukking wilden bewaren. Die is meestal door de doodstrijd of het afscheid al niet fraai, al moet ik ook zeggen dat de dood door zijn gehele ontspanning bij menig mens die bij leven nooit glimlachte iets dergelijk op zijn koude lippen produceerde.

Scio expertum, ik weet bij ervaring, en het is dat zinnetje dat hij dadelijk op losse schroeven zet. Wij weten niets. Het weinige dat we verwerven hebben we nodig om de ingewikkelde machine met andere machnines te laten communiceren en te consumeren. Een soort veredelde instincten die Jung de grootste vijand van het bewustzijn noemt. (uit die vijandschap zou ons bewustzijn trouwens ontstaan en voor alle mogelijke problemen zorgen)

Sommigen proberen ons bij lijden en leven al een dodenmasker op te zetten. Je hebt er fraai over geschreven in je vorige brief.
De letters waarmee wij elkaar wurgen, de uitspraken, het vervalsen van het geheugen, ze proberen het leven uit ons weg te halen nog voor we onze laatste adem hebben uitgeblazen.
Maar hij blijft glimlachen, George Bernard Shaw. Door de plaaster heen. Zijn onzichtbaarheid leeft in de andere woorden, woorden die leven schenken, die je wel eens plat slaan, maar dan om verlicht weer rechtop te kunnen lopen, woorden die onze verstarde hersenen door elkaar rammelen en ons de moed geven te zijn wie we zijn wat de anderen daar ook van willen maken.

Ik groet je van harte,

Je (onwetende) psychiater, G. Dumortier


licht en donker (70)

805_6d06e383af4fbdadc260ab613ad21d41

Waarde Heer Dumortier,

Van harte bedankt voor je verhaaltje waarin de monsters steeds in anderen herkend worden. Het is een bekend verhaal. Laten we de goden bidden dat zij de omstandigheden waarin wij leven mogen begunstigen zodat we uit het donker durven komen, niet meer bang voor wat we maar zijn.

Tenslotte wordt het licht alleen maar zichtbaar door het duistere. Dat begrepen de 17de eeuwse schilders zoals Caravaggio en Georges de la Tour heel goed.
Ik stuur je hierbij een mooi schilderij van de la Tour: de jonge Jezus in de timmerwerkplaats van zijn pa.
Hij houdt de kaars vast, dekt ze zelfs een beetje af met zijn handje terwijl zijn bebaarde vader met een scheepsboor een gat maakt in een blok hout.
De lamp maakt de duisternis voelbaar en omgekeerd zorgt de donkerte voor de duidelijke aanwezigheid van het schijnsel. Latour was heel populair in zijn tijd (1593-1652) en werd daarna compleet vergeten om in de 20ste eeuw weer ontdekt te worden.

Er zijn maar enkele werken van hem die ik graag herbekijk waaronder dit mooie duo, en een jonge Johannes in de woestijn. Natuurlijk werd de la Tour geprezen om zijn lichteffecten en vaak gingen die effekten het affekt overheersen zoals dat wel meer met affecties gebeurt. Maar in de meest menselijke werken is de wonderlijke werking tussen licht en donker verwant met onze innerlijkheid waarin het duistere herkent wordt bij gratie van het lichte.
Waar zou de kleine Jezus naar kijken, heb ik me afgevraagd. Komt zijn jonge moeder binnen, zeggen dat het tijd is om te gaan slapen, of ziet hij in de donkerte achter zijn vader de vage omtrekken van veel pijn en lijden?

Misschien belichten wij elkaar ook te selectief en oordelen of veroordelen wij elkaar vanuit één segmentje van een persoonlijkheid terwijl de schoonheid in het donker blijft.
Ziet het kind die naderende pijn, de pijn van woorden. Ook in woorden kun je verdrinken of stikken.

De boor dringt schroefsgewijze door in het hout, zo wreten woorden die weldra weer overal te koop zijn mij aan, mij en de mijnen.
Een ander schilderij van de la Tour stelt een jongen voor die het licht uitblaast. De kortste weg naar de onzichtbaarheid.

Je vriend in licht en duisternis, Theodore Silverstein