255_6c689ce3822bccd6e94c992b4645d963

“Uit ervaring leren we, dat men nooit iets leert uit ervaring.”
Dat zijn de gevleugelde woorden van de man wiens dodenmasker ik naar je doorstuur, waarde Theodore. Je zult hem ook wel herkennen aan zijn stijl, zijn dwarsliggerij, zijn bewondering voor Ibsen: George Bernard Shaw.

Ik val dus met de deur in huis zonder aanspreking deze keer omdat ik weet dat de bovenste zin elke formaliteit kan vervangen.

De onzichtbaarheid van de heer Shaw (hij leefde van 1856 tot 1950) is dus tegengewerkt door dit dodenmasker dat blijkbaar moet bewijzen dat deze flamboyante heer werkelijk op de Engelse aarde heeft rondgelopen en zich verder onsterfelijk heeft gemaakt met toneelwerk van Pygmalion tot Saint Joan, het eerste was de basis voor my fair lady, het tweede en door mij zeer bewonderd stuk over Jeanne D’ Arc (Ben je niet bang Jeanne?–Ja, ik ben bang, maar ik heb met die schrik leren leven)

Ik heb nooit goed begrepen waarom mensen nog een afdruk van de laatste gelaatsuitdrukking wilden bewaren. Die is meestal door de doodstrijd of het afscheid al niet fraai, al moet ik ook zeggen dat de dood door zijn gehele ontspanning bij menig mens die bij leven nooit glimlachte iets dergelijk op zijn koude lippen produceerde.

Scio expertum, ik weet bij ervaring, en het is dat zinnetje dat hij dadelijk op losse schroeven zet. Wij weten niets. Het weinige dat we verwerven hebben we nodig om de ingewikkelde machine met andere machnines te laten communiceren en te consumeren. Een soort veredelde instincten die Jung de grootste vijand van het bewustzijn noemt. (uit die vijandschap zou ons bewustzijn trouwens ontstaan en voor alle mogelijke problemen zorgen)

Sommigen proberen ons bij lijden en leven al een dodenmasker op te zetten. Je hebt er fraai over geschreven in je vorige brief.
De letters waarmee wij elkaar wurgen, de uitspraken, het vervalsen van het geheugen, ze proberen het leven uit ons weg te halen nog voor we onze laatste adem hebben uitgeblazen.
Maar hij blijft glimlachen, George Bernard Shaw. Door de plaaster heen. Zijn onzichtbaarheid leeft in de andere woorden, woorden die leven schenken, die je wel eens plat slaan, maar dan om verlicht weer rechtop te kunnen lopen, woorden die onze verstarde hersenen door elkaar rammelen en ons de moed geven te zijn wie we zijn wat de anderen daar ook van willen maken.

Ik groet je van harte,

Je (onwetende) psychiater, G. Dumortier