het offer (83)

966_7ce4c74e9390a4fb0e3dca96d437fcc2

Beste Psychiater,

Een mythe creëren vindt inderdaad vaak zijn oorsprong in diepliggende niet te verwoorden angsten die het voortleven van de stam bedreigen. Hoe meer bekrompen men op de eigen stam wil terugvallen, des te liever zal men teruggrijpen naar de verwoestende mythes die eigenzinnig gedrag veroordelen en bestraffen.
Het succes van de nationalisten ligt zeker in die vage angsten zichzelf te verliezen, en in die zin zouden we kunnen teruggrijpen naar de Kretenzische verhalen.

Ik denk aan Theseus, de held.
Hij droeg zijn haar aan de voorkant kort, beschrijft ons Roberto Calasso in zijn prachtig boek: “De bruiloft van Cadmus en harmonia”, wereldbibliotheek A’dam 1991.
Kort haar aan de voorkant en de krullen op zijn voorhoofd had hij in Delphi aan Apollo gewijd. Aan de achterkant was zijn haar lang, gevlochten.
Toen hij in de buurt van Athene verscheen was hij zestien. De arbeiders die aan Apollo’s tempel in Delphi bezig waren vroegen zich af wat een meisje van huwbare leeftijd hier alleen kwam doen.
Ze bespotten hem. Maar Theseus gaf geen kik, liep naar een kar waar een stier voor stond en even later zagen de werklieden het dier boven het onvoltooide dak van de tempel vliegen.
Het zou niet zijn laatste stier zijn want tot vreugde van de Atheners zou hij de stier van Marathon vangen, en zou hij zijn zwaard drijven in het jongenslichaam van de Minotaurus op Kreta, en een uit zee opgedoken stier zou de dood van zijn zoon Hippolytus veroorzaken.

De held is brutaal. Hij roemt zijn kracht. Hij laat de stier afbeelden op de munten in Athene. Maar hij is ook een losbol: hij verlaat Ariadne niet omdat hij aan een ander meisje denkt, hij vergeet haar gewoon. “Als Theseus zijn aandacht verliest, gaat iemand verloren”.(Calasso)

Tegen deze wat primitieve opvattingen die bijvoorbeeld opduiken in elke wraakgedachte hebben de goden een gemakkelijke partij: zij eisen offers.
Het begint al bij de grote witte stier van Poseidoon die uit de zee verschijnt en die Minos zelf wil houden in plaats van hem te offeren. Er zal dus een plaatsvervangend offer komen: de goden maken zijn vrouw ziek van liefde voor het dier en ze kruipt in een primitieve houten koe om zich te laten bevruchten door het wilde dier.
Het is die stier die daarna verwilderd rondzwerft en door Theseus in Marathon wordt overmeesterd en hij aan zijn pa aanbiedt, die hem aan Apollo offert.
“Van Poseidon naar Apollo, van Kreta naar Athene “die tocht trekt een spoor van slachtoffers. De stomme slachtoffers van het offer horen bij de rite. Maar de andere slachtoffers eist de mythe voor zichzelf op: degenen die om de offerplaats heen vallen: de verhalen vloeien voort uit het bloed en zo ontstaan de personages uit de tragedies.”(Calasso)

En hier kom ik op die primitieve drift in ons om de mythe van het offer in leven te houden: voor staat en vaderland, voor het hogere, voor heilige grond, voor deugden en zeden, we zijn bereid daarvoor mensenlevens te offeren. We horen nog altijd de stier briesen, maar beseffen niet dat hij IN ons huist.
Ik stuur je een prent op een schotel: Abraham die zijn zoon offert.
Als kind vond ik Abraham een lafaard en ik ben ooit buiten de klas gevlogen omdat ik vond dat die god die een mensenleven eist geen goede god maar een wreedaard is. Negen jaar was ik toen. Op mijn volgend opstel schreef ik dat ik Isaak Silverstein heette wat gezien mijn familienaam niet dadelijk misplaatst was.

Het offer van een mensenleven wordt nog in verschillende landen op het altaar van de rechtvaardigheid gebracht, doodstraf heet dat, maar ook het brandmerken van mensen is nog altijd erg in al heet dat dan nu veroordeling.

Uit schaamte heeft Minos’ vrouw zich opgehangen en de rij van doden rond het offer is lang, kijk maar in de Westhoek naar de kruisjes “unknow to God, mort pour la Patrie.
Zo lang wij deze rituelen niet uit onze zielen kunnen verbannen is er weinig hoop op een nieuw verhaal.

Uw vrij pessimistische Silverstein Theodore


de minotaurus (82)

668_593d13fec9d024c00f840cdc46232a73

Zondagse Theodore,

Je “dramatische” uiteenzetting, vertrekkende vanuit een 18de eeuwse H.Familie heeft me erg geboeid.
Ik wil nog een stapje verder gaan in ons onderzoek en me afvragen of de “dramatis personae” van toen ook nu nog dramatische waarde hebben, tenzij in een historische context.

Ik stuur je hierbij een vrij primitieve maar erg mooie afbeelding van de Minotaurus die ik in het Louvre zag. Half mens half stier zwierf hij rond in het labyrint. Elke zeven jaar werden hem 7 mooie meiden en 7 mooie jongens geofferd tot Theseus geholpen door Ariadne een einde maakte aan zijn monsterlijk bestaan.

De minotaurus was het product van een copulatie tussen Minos’ vrouw en een stier. Beschuldig haar niet te vlug want Minos, stichter en heerser over Kreta had om zijn macht te rechtvaardigen aan Poseidoon gevraagd hem een stier te sturen die hij dan aan de zeegod zou offeren. Natuurlijk doet hij dat niet, en Poseidoon maakt de stier razend en vervult Pasiphaé, zijn vrouw van liefde voor het dier. En uit die verbinding ontstaat de minotaurus, half mens, half stier.

In feite is Minos zelf de schepper van het monster: zijn overmoed, zijn drang naar macht, zijn ongehoorzaamheid aan de goden zorgen voor deze creatie die zijn vrouw, zijn dochter en zijn arme stiefzoon in zijn hybris (hoogmoed) betrekt.
De held Theseus die de minotaurus doodt zal dan nog een bron van ellende zijn voor de arme Ariadne die hij alleen op een eiland achterlaat en verantwoordelijk worden voor de dood van zij pa omdat hij vergeet de witte zeilen te hijsen die de overwinning op het monster moeten aankondigen.
Een ware slachtpartij dus omdat de mens in zijn overmoed de goden tartte.

Iedereen kon met dat beeld leven, de mythe zorgde voor duidelijke beelden: wees nederig, misbruik je macht niet, vrees de goden, net zoals Bartoli’s schilderij ons wijst naar het geluk van de innige verbinding die er tussen de leden van de heilige familie zou bestaan hebben. De mythes hadden inhoud, de dramatis personae waren diep in hun collectieve geheugen gegrift, of dat nu het heidense geheugen of het christelijke geweten was, de inhoud liet aan duidelijkheid aan niets te wensen over.

In deze tijden, de 21ste eeuw, zijn de verhalen uitverteld. Noch de mythologie, noch de verhalen uit het Oude of Nieuwe Testament hebben nog de diepe indruk op het collectieve geheugen zoals ze dat vroeger hadden. Ze zijn literaire teksten geworden, om hun schoonheid en diepzinnigheid geprezen, maar voor de rest laten ze ons meestal Siberisch koud.
Hoe mooi ik een koor een passie van bach hoor zingen, hoe mooi ook een groep zangers(essen) de Gregoriaanse gezangen vertolkt, in feite gaat het over historische interpretaties waarvan de algemeenheid zeker nog onze emoties bereikt, maar die niet meer verankerd zijn in onze levens.

We zijn acteurs geworden zonder stuk, en dat is niet makkelijk.
Improviseren is weinigen gegeven, zeker als van dat improviseren een levensverhaal verwacht wordt, een zingeving aan dit absurde bestaan.
En juist dan steken de nieuwe mythes hun hoofden op. En zoals altijd voeden ze elkaar. Het begint met iemand die weet dat die of die persoon zich daaraan heeft bezondigd (de seksualiteit is een bijzonder dankbaar onderwerp voor mythes) en onmiddellijk gaan anderen zich ook gebeurtenissen herinneren, of gebeurtenissen kaderen in dat vermeende kader van misdaad. Het wordt een sneeuwbal, een lawine, en voor zich iemand kan afvragen wie die aan het rollen bracht, is het kwaad geschied: de ware angsten worden inderdaad bedolven onder een oncontroleerbare vracht, het onbespreekbare wordt nog onbespreekbaarder, en het labyrint vergroot bij elke verhaal zodat de minotaurus schrikwekkender kan zijn dan iemand zich ooit kon voorstellen.

De nieuwe Theseus hult zich in juridische of psychiatrische kleren om het monster te doden, maar daarna zal hij nog groter leed veroorzaken omdat hij de ware oorzaak voor het lijden niet bij zichzelf heeft gezocht en het projecteerde op het labyrint waarin schaamte, valse woede en zelfbeklag de gangen vormen. De draad van Ariadne knapt nog voor hij weer buiten is: de doder wordt het nieuwe monster, en dat blijft zo maar doorgaan.

Volgende keer meer, waarde Theodore,

G. Dumortier, psychiater bij wiens genade?