966_7ce4c74e9390a4fb0e3dca96d437fcc2

Beste Psychiater,

Een mythe creëren vindt inderdaad vaak zijn oorsprong in diepliggende niet te verwoorden angsten die het voortleven van de stam bedreigen. Hoe meer bekrompen men op de eigen stam wil terugvallen, des te liever zal men teruggrijpen naar de verwoestende mythes die eigenzinnig gedrag veroordelen en bestraffen.
Het succes van de nationalisten ligt zeker in die vage angsten zichzelf te verliezen, en in die zin zouden we kunnen teruggrijpen naar de Kretenzische verhalen.

Ik denk aan Theseus, de held.
Hij droeg zijn haar aan de voorkant kort, beschrijft ons Roberto Calasso in zijn prachtig boek: “De bruiloft van Cadmus en harmonia”, wereldbibliotheek A’dam 1991.
Kort haar aan de voorkant en de krullen op zijn voorhoofd had hij in Delphi aan Apollo gewijd. Aan de achterkant was zijn haar lang, gevlochten.
Toen hij in de buurt van Athene verscheen was hij zestien. De arbeiders die aan Apollo’s tempel in Delphi bezig waren vroegen zich af wat een meisje van huwbare leeftijd hier alleen kwam doen.
Ze bespotten hem. Maar Theseus gaf geen kik, liep naar een kar waar een stier voor stond en even later zagen de werklieden het dier boven het onvoltooide dak van de tempel vliegen.
Het zou niet zijn laatste stier zijn want tot vreugde van de Atheners zou hij de stier van Marathon vangen, en zou hij zijn zwaard drijven in het jongenslichaam van de Minotaurus op Kreta, en een uit zee opgedoken stier zou de dood van zijn zoon Hippolytus veroorzaken.

De held is brutaal. Hij roemt zijn kracht. Hij laat de stier afbeelden op de munten in Athene. Maar hij is ook een losbol: hij verlaat Ariadne niet omdat hij aan een ander meisje denkt, hij vergeet haar gewoon. “Als Theseus zijn aandacht verliest, gaat iemand verloren”.(Calasso)

Tegen deze wat primitieve opvattingen die bijvoorbeeld opduiken in elke wraakgedachte hebben de goden een gemakkelijke partij: zij eisen offers.
Het begint al bij de grote witte stier van Poseidoon die uit de zee verschijnt en die Minos zelf wil houden in plaats van hem te offeren. Er zal dus een plaatsvervangend offer komen: de goden maken zijn vrouw ziek van liefde voor het dier en ze kruipt in een primitieve houten koe om zich te laten bevruchten door het wilde dier.
Het is die stier die daarna verwilderd rondzwerft en door Theseus in Marathon wordt overmeesterd en hij aan zijn pa aanbiedt, die hem aan Apollo offert.
“Van Poseidon naar Apollo, van Kreta naar Athene “die tocht trekt een spoor van slachtoffers. De stomme slachtoffers van het offer horen bij de rite. Maar de andere slachtoffers eist de mythe voor zichzelf op: degenen die om de offerplaats heen vallen: de verhalen vloeien voort uit het bloed en zo ontstaan de personages uit de tragedies.”(Calasso)

En hier kom ik op die primitieve drift in ons om de mythe van het offer in leven te houden: voor staat en vaderland, voor het hogere, voor heilige grond, voor deugden en zeden, we zijn bereid daarvoor mensenlevens te offeren. We horen nog altijd de stier briesen, maar beseffen niet dat hij IN ons huist.
Ik stuur je een prent op een schotel: Abraham die zijn zoon offert.
Als kind vond ik Abraham een lafaard en ik ben ooit buiten de klas gevlogen omdat ik vond dat die god die een mensenleven eist geen goede god maar een wreedaard is. Negen jaar was ik toen. Op mijn volgend opstel schreef ik dat ik Isaak Silverstein heette wat gezien mijn familienaam niet dadelijk misplaatst was.

Het offer van een mensenleven wordt nog in verschillende landen op het altaar van de rechtvaardigheid gebracht, doodstraf heet dat, maar ook het brandmerken van mensen is nog altijd erg in al heet dat dan nu veroordeling.

Uit schaamte heeft Minos’ vrouw zich opgehangen en de rij van doden rond het offer is lang, kijk maar in de Westhoek naar de kruisjes “unknow to God, mort pour la Patrie.
Zo lang wij deze rituelen niet uit onze zielen kunnen verbannen is er weinig hoop op een nieuw verhaal.

Uw vrij pessimistische Silverstein Theodore