de duistere middeleeuwen (56)

597_0e8372d95fecc47eb124b75a7f34fe15

Waarde G. Dumortier,

Als kind was ik gefascineerd door het begrip “de duistere middeleeuwen”.
Ik stelde mij daarbij donkere burchten en ridders voor, en de aanpalende dorpen en steden waren in een eeuwigdurende duisternis gehuld zodat alleen een beetje kaars- en fakkellicht voor zichtbaarheid kon zorgen.

Later, toen ik het begrip ook transitief leerde gebruiken probeerde ik af te wegen of pest, brandstapels, wereldse pausen en te katholieke keizers opwogen tegen de schoonheid van de vroeg polyfonische muziek, de kleurenpaletten van de Vlaamse Meesters, en de mysteries van de vreemde bouwwerken die men kathedralen noemde.

Ik stuur je hierbij een afbeelding van een prachtig instrument, een astrolabium.
Het is een Grieks woord dat letterlijk ‘steropnemer’ zou betekenen. De Grieken waren de uitvinders en het vermakelijke verhaal bestaat dat Ptolemaius met een hemelglobus in de hand op zijn ezel ergens naar toe reed. Hij liet de bol vallen, de ezel trapte hem plat, en voilĂ  er lag een astrolabium klaar.
Is het een niet al te historisch verhaal, het geeft toch de kern van een astrolabium aan: het is een 2-dimensionele weergave van de hemel in relatie met de horizon van een gegeven specifieke plaats op een vastgesteld tijdstip.
Met behulp van een verwisselbaar stel cirkels van constante hoogte kon uit de gemeten zonshoogte de tijd worden bepaald. (nog even ter aanvulling: het waren vooral Islamitische geleerden die grote verbeteringen aanbrachten in het Griekse model en het via Spanje over de hele wereld verspreidden)

Mij treft dat je via een twee dimensioneel model de drie dimensionele werkelijkheid leert begrijpen en hanteren.
Werd het astrolabium na enkele honderden jaren snel achterhaald door meer nauwkeurige instrumenten, en kan het kleinste kind met een muisklik een projectie in alle mogelijke drie dimensionele kanten omzetten en bekijken, toch blijf ik mij een vraag stellen.
Blijft ons denken, ondanks de hedendaagse technologie, niet steken in het tweedimensionele werkelijkheidservaren? Ik bedoel: zijn we met onze instrumenten en technologie niet in de vierde dimensie beland terwijl ons denken is blijven steken in mijn duistere middeleeuwen?

In de ene hand de plaatsbepaling per satteliet(en), maar in de andere de fakkel die de brandstapel moet aansteken.
In hoeverre wordt het onafhankelijke denken, het filosofisch analyseren in onze scholen bijgebracht, of hebben we daar nog steeds te doen met een straf-geheugen wedstrijdje en een wantrouwen tegenover emoties en lijfelijkheid?
Hoe kan een krant de smerigste dingen over je hoofd uitstorten die het maatschappelijk aanvoelen bepalen en je daarna veroordeeld wordt omdat je de normen van die maatschappij zou overtreden hebben? (dood aan de ketters!)

Het zijn vragen die me in de duistere dagen blijven bestoken.
Hoe is het mogelijk dat in een communicatie-maatschappij mensen niet over zichzelf kunnen communiceren tenzij via emo-programma’s en soorten -peuten?

Ik neem voorzichtig het astrolabium in d ehand, waarde psychiater en verken mijn eigen beperkte geest in de hoop andere eilanden te ontdekken waarmee ik op een menselijke manier de horizon van ons kennen en kunnen mag analyseren.

Uw trouwe Silverstein Theodore