640_c111cf7438ab550716a01067f5bd4512

Goede Psychiater en vriend,

Kun je als schilder onzichtbaarder worden dan in een serie (meesterlijke) stillevens van bloemen met schelpen?
Wie zou zich in deze drakentijd nog aangetrokken voelen om een nature morte te schilderen tenzij iemand met de ambities van een copieerder of leerling aan een plaatselijke academie? (waarmee ik ook niets afdoe aan de verdiensten van beide groepen schilders!)

In de kennis-maatschappij kun je bloemen digitaal fotograferen en via fotoshop en dergelijke software tot op de stengel en kleinste wortelhaartje ontleden, en schelpen zijn in alle collecties van natuurhistorische musea aanwezig zodat je ook daar terecht kunt met je digitaaltje of zelfs met je mobieltje.

Maar ik keer terug naar Richard Rorty, die de filosoof Dewey zeer bewonderde en over hem schreef:
“In zijn ideale maatschappij is cultuur niet langer gedetermineerd door het ideaal van objectieve kennis, maar bij dat wat het esthetische vermeerdert. In die cultuur, zoals hij zegt, zijn kunsten en wetenschappen ‘unforced flowers of life’.

En nu kom ik bij mijn schilderij.
Bloemen en schelpen van de Nederlander Balthasar van der Ast. (1593-1656) Waar ter wereld ik ook kwam telkens als ik zijn naam noemde kwamen schelpen en bloemen te voorschijn, een voor ons onwaarschijnlijke combinatie, maar door deze samenvoeging ben ik telkens weer ontroerd omdat er iemand met kleur, vorm, compositie en vakmanschap de warme en koelere elementen van het bestaan zo kernachtig weet uit te drukken.

Hij was een weeskind en woonde een hele tijd bij zijn zus Maria die trouwde met de grote schilder Bosschaert de Oudere en met haar drie zonen had. Balthasar werd hun lesgever.
En zo verbinden we dus weer eens Richard met Balthasar, een filosoof en een schilder. Een bewoner van de 17de eeuw en een twintigste-eeuwer.
Er zullen zeker andere combinaties mogelijk zijn, en wetenschappelijk, filosofisch of picturaal zal er nog heel wat te vertellen zijn over deze bloemenstudies met schelpen, maar voor mij vormden ze in deze vriesnacht een troostend teken van leven, een stille onzichtbaarheid.

Ik laat dus de bloemen bloeien, de schelpen hebben het geluid van de zee bij, en het middernachtelijke uur laat de donderdag naar de vrijdag kieperen.

Uw antiquair Silverstein Theodore