431_5119d10d501c7cb53e2d0ef4239d6daa

Goede Psychiater,

Om met Richard Rorty te beginnen: “On the periphery of the history of modern philosophy, one finds figures who, without forming “a tradition”, resemble each other in their distrust of the notion that man’ s essence is to be a knower of essences.
Goethe, Kierkegaard, Santayana, William James, Dewey, the later Wittegenstein, and the later Heidegger, are figures of this sort. They are often accused of relativism or cynism.”

Uit “Philosophy and the Mirror of Nature”, William Rorty.

Beste G. ik ben geen groot denker, noch minder een geschoold filosoof, ik hou van de schoonheid in al haar verschijningen, maar ik kan me erg goed vinden in dit wantrouwen.
Het wantrouwen dat de mens een kenner van essenties moet zijn.
Dat je daarom van relativisme of cynisme beschuldigd wordt, bevestigt de angst dat je hun “vakgebied” (een kennisvak!) binnendringt als ongelovige, als twijfelaar aan het grote heil van de wetenschap die duidelijk van religie, kunst, politiek moet gescheiden blijven.

Het pragmatisme van Rorty is in hun ogen een draak, een draak die de filosofie met zijn wauwelig vuur zal vernietigen. De filosie wordt in hun ogen DOOD verklaard.

“Er is geen enkele gevaar dat de filosofie aan zijn einde komt,” zegt Rorty zelf. “Religie kwam ook niet aan haar einde in de eeuw van de Verlichting, noch de schilderkunst tijdens het Impressionisme.”

Lieve Psychiater, wij maken de draken zelf. Ons geloof in systemen, ons smartelijk onderwijs dat wel met computers werkt maar naar inhoud nog in de 18de eeuw wortelt, onze eindeloze onderverdeling in segmenten, hokjes, specialisaties, en utilitaire denkpatronen , zijn een broedplaats voor alle mogelijke drakeneieren.

“We zijn de erfgenamen van 300 jaar retoriek over het belang van scherp onderscheid tussen wetenschap en religie, wetenschappen en politiek, wetenschap en kunst, wetenschap en filosofie, enz.”
“Het resultaat was dat hoe meer “wetenschappelijk” en “rigoureus” de filosofie werd, ze minder en minder te maken had met de rest van de cultuur, and hoe meer absurd haar traditionele pretenties bleken.”

Haal je de geest weg van het lijf , scheid je het lichaam van het voelen, dan zal de hitte van dit onmenselijk kennen ons verschroeien.
De heksenjachten die wij nu ook weer meemaken vinden hun oorzaak dat al het menselijke ons blijkbaar “vreemd” is terwijl wij zelf met dezelfde gevoelens en aandriften onze zielen moeten verschuilen achter pseudo-verklaringen, of het in brand steken van medemensen die geen schuilplaats vonden of wilden vinden.
Moeten we daarom cynisch genoemd worden, of relativisten, omdat we de oude verbindingen willen opsporen die er altijd hebben gelegen maar door de scheiding van ziel en lichaam verdroogden? Natuurlijk twijfelen wij aan de pretentie van elke wetenschap zonder haar verdienste oneer aan te doen, maar het menselijke herleiden tot de uiteindelijke chemische formule doet verdacht veel aan de alchimie denken die door diezelfde wetenschap zo verketterd werd en wordt.

Ik groet je van harte,

Je antiquair, Theodore Silverman