501_8f40fa9138fc7fabe268ca0d80490185

Goede Psychie,

Wil je langzaam onzichtbaar worden dan merken de poezen en de honden dat eerst. Ik dacht dat ze je zouden negeren, dat ze bijna door je heen konden lopen, maar niets is minder waar.
Voor ons is de ziel van de zogenaamde huisdieren net zo onzichtbaar als de onze voor hen zichtbaar zou zijn.
Je kunt ze aan je binden door ze te overstelpen met hapjes, ze trainen met beloningen na elk kunstje (neen, we spreken niet over opvoeding, of toch?) en je op te stellen als boven-dierlijke godheid in hun levensloop.

Toch begrijpen wij NIETS van hen. Wij herkennen hun instincten, hun wil tot zelfbehoud of voortplantingsdriften. Wij beschrijven hun levensloop en hun biotoop zonder ook maar 1cm door te dringen in hun werkelijk wezen.
Ik stuur je een prent uit 1751: de rhinoceros, ten toon gesteld in Venetië. Toevallig publiceert in dat jaar Denis Diderot samen met d’ Alembert zijn ” Encyclopédie ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, par une Société de Gens de lettres.” en Carolus Linnaeus zijn “Philosophia Botanica”
De stap is gezet: les Gens de lettres proberen de werkelijkheid in beeld te brengen door haar te verzamelen en onder te verdelen.

Kijk naar mijn prent: gemaskerde Venetianen staren naar de vreemde verschijning van de rhinoceros (denk aan Fellini’s film “Et la nave va”.) De wetenschap zal hen weldra elementen aanreiken om naar hun denken deze “vreemdheid” te lijf te gaan met de wetenschap, om de mens uit zijn goddelijke rol weg te halen en hem te plaatsen als een schakel in de biologische evolutie.

Maar hebben deze verklaringen ons dichterbij de filosofische werkelijkheid gebracht? Ons eigen lot te doorgronden, in de hand te nemen en daardoor met “mede-lijden” elkaar tegemoet te treden?
Dat is het onzichtbaar worden van de angsten die steeds die andere tot rinoceros verklaren, tot gepansterd monster.
Of hebben wij nood aan dergelijke monsters om onze eigen lot te camoufleren, slachtoffer te spelen waar we als volwassen mens tijd en ruimte hebben om onze eigen wondes te likken en ermee te leren leven?

Hoe gemakkelijk kunnen we elke mislukking op de schouders van onze voorouders leggen, op de omstandigheden, op de opvoeding, op de verkeerde vrienden(innen), de lijst is lang.
Op dat moment zetten we ons bij de gemaskerde Venetianen en kijken we met angst en sensatie naar de rhinoceros die we weghaalden uit zijn milieu, opvoeren als circusdier en hem elk misgedrag dat hij dan vertoont, op de rekening van zijn vreemde verschijning schuiven.

Wij, de mensen-broeders, het is om het uit te schateren als het niet zo droevig was.
Verwende scheten van dit halfrond steken we onze hand in eigen boezem, ook al zijn we nog zo gepansterd door het luxe-leventje dat we tot op vandaag hebben geleid.

Ik breng beelden uit de verre bossen voor je mee en wil daar mijn onzichtbaarheid verder plannen.

Uw dienstwillige rhinoceros, Theodore Silverstein