682_78804ed3a2663e7ea06dbef4427c4f46

Eén van Sargents mooiste doeken is voor mij “The gust of wind”, een windscheut letterlijk vertaald, een windvlaag in mooie Nederlands.
Het is niet zo groot, zo’n zestig op veertig centimeter, maar het dynamisme, de verrassing heb ik zelden zo mooi verbeeld gezien als op dit wonderlijke doek.

De vrouw in kwestie is Judith Gautier van wie hij zeker nog twee andere doeken schilderde, en naar verluid zou het een van Wagners geliefden geweest zijn.

Maar naam en functie doen hier niets ter zake want de figuur, verrast door de windvlaag bij nog vrij blauwe hemel, dient alleen maar om de beweging van kledij en haar reactie op de vlaag weer te geven.
Ze houdt haar hoed vast, ze kijkt een beetje verschrikt en je voelt haar halt houden op haar weg in volle natuur.
Alles beweegt rond haar, de lucht, het hoge gras, haar kledij, en toch is die plotse beweging met een minimum aan middelen weergegeven.
Het perspectief is erg laag, filmisch een kikkerperspectief zodat haar gestalte bijna uit het beeld lijkt te kantelen.

Je moet het doek op een zekere afstand bekijken, verwijder je zo ver mogelijk van het scherm en geef het schilderij zo groot mogelijk weer.
Kom dan dichterbij, maar laat ruimte tussen jou en het doek.

Ruimte, en dan bedoel ik niet de drie dimensionale kant, maar de voel- en denkruimte die hij ons telkens laat.
Er staat wat er staat, zonder nadruk of dramatiek, zonder duidelijke boodschap: hij betrapt het licht en maakt dat zichtbaar zodat de ruimte om jezelf nog te laten meespelen heel groot blijft.
Heel wat zgn. hedendaagse kunstenaars strooien hun boodschappen zo nadrukkelijk en amateuristisch uit dat je geen vin meer mag verroeren of het masker dat onkunde en magerte aan inhoud moet bedekken tuimelt naar beneden.Dat was in feite tijdens de 19de eeuw niet anders. Ook daar vulden gezwollen historische taferelen en symbolische onzin vele doeken, met dit verschil dat nog een groot aantal onder hen kon tekenen en kaas had gegeten van techniek.

John Sargent liet leraars en collegae achter zich. Ongewild. Door te zijn wie hij was.
“He painted”.

Henry James zei het treffend:

“ The gift that he possesses he possesses completely—the immediate perception of the end and of means. Putting aside the question of the subject (and to a great portrait a common sitter will doubtless not always conduce), the highest result is achieved when to this element of quick perception a certain faculty of lingering reflection is added.
I use this name for want of a better, and I mean the quality in the light of which the artist sees deep into his subject, undergoes it, absorbs it, discovers in it new things that were not on the surface, becomes patient with it, and almost reverent, and, in short, elevates and humanizes the technical problem.

Dit “humaniseren” ging niet zo vanzelfsprekend als James het hier voorstelt.
Jezelf zijn wordt meestal niet in dank afgenomen.
Zichzelf blijven was echter zijn grote kracht.