Zeldzaam is het als je werk tien minuten na de opening van de tentoonstelling is uitverkocht.
Dat overkwam Malcolm LIEPKE, geboren en getogen in Minnesota, kunst gaan studeren in Los Angeles en daar teleurgesteld over het trendy cirriculum weer weg gegaan.

Geen school, maar de musea.

dyn001_original_449_289_jpeg_20344_f00f4e7fc674b2a2f3495604d26cc4e3

However, he soon became frustrated with the curriculum, which emphasized abstraction and conceptual art. After a year and a half, he dropped out. “They weren’t going in the direction that I wanted to go,” he explained. “They were promoting superficial and trendy techniques. I wanted to learn from the masters that I saw in the museums.”

Liepke, who was and continues to be drawn to the work of 19th-century masters, did just that. He headed to New York’s finest museums where he studied the work of Sargent, Degas, Toulouse-Lautrec and Vuillard, absorbing technique and discipline while developing a unique vision all his own.


Je kent mijn liefde voor Sargent, of zeg ik ‘onze’ liefde, wel Liepke sluit vaak naadloos bij hem aan, als je dat mag zeggen voor een schilder die trouwens Belgisch linnen (Claessens!) gebruikt voor zijn werk en dezelde nat-op-nat techniek gebruikt zoals Sargent dat deed en hun grote voorbeeld Velasquez.

Toen hij nog een illustere onbekende was, vroeg het publiek bij zijn eerste tentoonstellingen welke ‘buitenlander’ dit was, en wanneer hij geleefd had.

Daarmee bereikte hij al onmiddellijk zijn vooropgesteld doel: tijdloos zijn, timeless, zoals jij dat probeert te doen met je mooie antiek-collectie.

“There is a very timeless quality to figurative painting that I really enjoy. If I look at a Rembrandt, [the subjects] obviously have some funny clothes on, but the people are still the same. They haven’t changed in hundreds of years. The emotional contact you get from looking at someone’s face is what inspires my work.”

Die tijdloosheid bereikt hij vooral door het licht.
Dat is een vreemde uitspraak want als er nu iets vrijwel elke seconde aan verandering onderhevig is, dan is het wel het licht.
Maar toch zet hij zijn doeken in een soort goud-tonig licht, verduistert hij bijna de omgeving om het gezicht of de relatie tussen de personages te accenturen.

Vreemd genoeg doet zijn tonaliteit mij vaak aan Schiele denken al is de benadering van hun onderwerp wel heel verschillend.


Perhaps the most distinctive signature element of Liepke’s work, however, and the one which contributes most compellingly to its haunting timelessness, is his remarkable use of light and colour.

Light is an essential feature of Liepke’s style, as fundamental to its psychological effect as it is to its purely visual impact. Sometimes sombre – reinforcing the alienation of his figure, and sometimes warm – adding tot he vitality that animates them, the light is always integral to the effect of the work.

Liepke does not use light to illuminate his scenes, but as the very stuff of which they are created. Essentially a studio artist, he does not paint en plain air like the Impressionists and chooses not to be limited by the use of “natural” light.

In fact, he works at his easel in a light he himself composes carefully of different colours – balanced combinations of warm and cool incandescent and fluorescent bulbs.

Mijn collega vergeet hierbij dat het licht niet alleen OVER de personages valt, maar ook vanuit de persoanges en vooral vanuit hun houding vaak verklaard wordt.

Hij is geïntrigeerd door het menselijk gelaat, en je zult dan ook bij zijn (vrouwen)portretten de hele houding in functie van de manier waarop zij kijken zien verlopen.
Het zijn geen toevallige houdingen,
net zoals bij de klassieke meesters ivolgt de tonaliteit ide houding want het gaat over INNERLIJKHEID, het inwendige licht of donker.

dyn001_original_449_318_jpeg_20344_8c7392a7543bccd9e6264393dc2f9b50


Gewone mensen zijn het, mensen wier leven onopgemerkt voorbij gaat.Hij houdt van vrouwen.
Van hun mysterieuze kantjes als van hun eigen innerlijkheid, maar ook het moeder-zijn, de diepe band tussen moeder en kind, vind je vaak in zijn werk terug.

To find his subjects, Liepke simply looks at the people around him. He takes photos or makes drawings of the ideas that strike him and then pins them to a large wall in his studio.

Occasionally he hires a model to pose but tends to rely on his photos to save the time and expense of posing. He turns to his imagination for the interiors, explaining, “I want to be free to do what I want.”

The artist describes the photos and sketches as merely a starting point from which he can make changes in the hair or clothes of the figures to suit the piece. He does, however, retain the distinctive features of the individual in his references. “You can’t make up features,” he explains, “because the people will look cartoonish.”


Clearly the move to fine art has fulfilled Liepke on many levels. He describes himself as emotional and says that his strength comes from the emotional impact he pulls out of the work.

“Although I do think about the things I am expressing, I try to make it as direct as I can—I try not to get in the way of the emotions,” he once said. “In essence, I believe that no matter how alone we may feel in the world—how we imagine we are experiencing things in a vacuum—we all share the same human experiences. We all have the same basic needs for connection, love, and understanding. I try to reach those universal needs; it’s what’s primal in art. I try to say it through mood, color, atmosphere, and texture. Bottom line: it’s the emotion
al, and I just want to get it out. It’s difficult to express through words things that are so beautiful that they have no words. I can’t explain it. I have to paint it.”

Ja, we leven inderdaad niet in een vacuum.
Dat we dezelfde noden voelen, hetzelfde ervaren lijkt verder weg dan ooit.
In onze luchtbel is het eerder de angst om ons te tonen zoals wij zijn die ons weerhoudt samen te leven.
Tot we inderdaad via dit werk ontdekken dat we geen vreemdelingen voor elkaar zijn.

En vrienden van de kunst, daarvoor zijn we de heer Liepke dankbaar.