Bachelard2TeaHouseInterior‘Bachelard neemt afstand van de reguliere architectuurtheorie. Bij hem staat de beleving van ruimte voorop, zoals verbonden aan herinneringen. In de opvatting van Bachelard heeft een herinnering een eigen vorm van tijd. Je herinnert je iets in een flits wat in werkelijkheid misschien wel drie dagen heeft geduurd. De tijd kun je niet vasthouden, maar de plek waar iets heeft plaatsgevonden herinner je je wel altijd heel levendig, tot in de kleinste details. Herinnering is in die zin meer gerelateerd aan plaats dan aan tijd. Bachelard noemt dat topoanalyse: de psyche werkt zo dat een begrip van gebeurtenissen samenhangt met de herinneringen aan de plekken waar deze plaatsvonden en wat voor betekenis die krijgen.’

Arjan Van Helmond, in een interview met Ingrid Commandeur, 12/02/07

Gaston Bachelard (1884-1962) was een bescheiden postbeambte.
Hij behaalde in 1912 zijn graad wiskunde en werd na vier jaar dienstplicht leraar in zijn woonplaats Bar-sur-Aube (vlakbij ligt Colombey-les 2 Eglises en Chaumont, om de plek even zijn betekenis te geven)

Zijn vrouw overleed erg vroeg en zo voedde hij zijn dochtertje alleen op en wist hij in 1922 zijn doctoraal filosofie te behalen.
In 1930 werd hij prof filosofie in Dijon en al vlug kreeg hij een leerstoel geschiedenis en filosofie aan de Sorbonne in Parijs.

dyn005_original_460_345_jpeg_20344_f790825e5d81eb3fe0b67bb4869a2d1d

Zijn werk richtte zich op het terrein van de wetenschapsfilosofie waarbij hij accenten legde op de zinnebeeldige rol van de vier elementen, water, aarde, lucht en vuur.

Boomkens zegt van hem dat hij geen eigen terminologie schept, laat staan een eigen taal.
Het gaat hem om de toenadering tussen poëzie en filosofie, tussen taal en metataal.

Doro Franck zegt dat hij een dichter tot aan de grens van zijn verbeelding probeert te volgen en zo uit de poëtische beelden een filosofie van de verbeelding en ‘een album van concrete metafysica’ te ontwikkelen (73-74)

Locus est.
Dit is de plaats.
Daarom koos ik ook het Japanse theehuis waar de plaats en het idee samenvallen.

‘Een dergelijke ‘topo-analyse’ draait niet louter om het huis als ‘huisvesting van het onbewuste’, maar ook om de ruimte die ons juist uitnodigde om uit onszelf te treden, zij vereist dus ook een studie van het pad, de weg en hun betekenis voor wat Bachelard ‘muscular consciousness’ noemt.’

Bachelard 1969, Boomkens 74

Met opzet gebruikte ik in mijn tekst ‘Liedje voor het Huis’ begrippen en beelden van Bachelard omdat ik ervan overtuigd ben dat zowel de filosofie als de wetenschap prima stof leveren voor wat men ten lande poëzie noemt.

‘Droomgeometrie’ is zo’n begrip.
Want Bachelards fenomenologie staat haaks op een geometrisch begrip van ruimte en plek.

dyn005_original_540_385_jpeg_20344_2662996b16a0f02d86c21e45fad83396

‘…ook al is het huis allereerst een geometrisch object, op het moment waarop we het huis als domein van intimiteit bezien, is eerder een soort ‘droomgeometrie’ nodig, en dan vindt er onmiddellijk een transpositie naar het menselijk vlak, naar de metaforiek van het menselijk lichaam plaats: dan blijkt het huis de fysieke en morele energie van het menselijk lichaam te bezitten; het is een instrument waarmee we de kosmos tegemoet treden, het helpt ons te zeggen dat we bewoners van de wereld zijn, ondanks die wereld zelf.’

(Bachelard, 1969 46-49) geciteerd in Boomkens (75)

En we zijn terug bij Arjen van Helmond, schilder, jaargang 1971, met wie we deze aflevering begonnen en met wiens mooi beeld van het trappenhuis we ook voorlopig eindigen omdat ook de nacht zijn rechten heeft.
recht op bewusteloosheid, of zou het eerder het opladen van de droomgeometrie zijn?

Als huiswerk kun je nog eens terugkeren naar plaatsen uit je eigen leven.
Benader ze dan met de toverstaf van de droomgeometrie: voel hun verhaal dat waarschijnlijk nog niet is uitverteld, en indien nodig keer er terug al is die terugkeer best ook in de geest mogelijk.

Bekijk je eigen kinderkamer, de kleuterschool, loop het eerste leerjaar binnen, de zolder van je opa, de kelder waar je leerde foto’s ontwikkelen.

Bachelard krijgt het laatste woord:

‘In een dynamisch huis komt het universum te wonen.’