NIET DE NOTEN MAAR DE MELODIE: GWEN JOHN

dyn006_original_390_541_jpeg_20344_93ba035a8d4f5fba5736b500df8b0173

Het klinkt misschien een beetje vreemd dat ik net bij deze lentekleuren een schilderes als Gwen John (1876-1939) wil belichten, Gwendolen John, zus van de flamaboyante schilder Augustus John, beiden uit Pembrokeshire, United Kingdom, maar beiden thuis in Parijs.

‘Fifty years from now I shall be know as the brother of Gwen John.’

Dat was Augustus uitspraak toen hij werk van zijn eerder introverte zus zag.

dyn006_original_395_512_jpeg_20344_c8bf9a982db6fd54ec43cbd4791d5a95

Een ander vreemde coïncidentie was het feit dat ik het schilderij helemaalboven als eerste aantrof bij mijn zoektocht, doek dat de bijnaam van ‘de herstellende’ kreeg, waarschijnlijk omdat de rust en de stilte van de vrouw die menigmaal voor haar poseert, toch iets van een ‘convalescent’ heeft, de innerlijkheid van iemand die pijn heeft meegemaakt en nu langzaam weer naar het leven opschuift.

Toevallig lig jij op ditzelfde ogenblik ook in een nabij ziekenhuis van je operatie te herstellen, en als ik dan naar het beeld hierboven, Gwen’s zelfportret kijk, dan voel ik diezelfde innerlijkheid die jij uitstraalt als je bij ons bent of als je ons schrijft.

De wereld is je thuis.
Je bent sterk omdat je je zwakte durft tonen.
Dat is een mooie bepaling die ook op het werk van Gwen John is terug te brengen.

Ik weet dat je mijn brief pas leest als je over enkele dagen weer thuis bent, maar ik voel me net zo dicht bij jou als de innerlijkheid die Gwen’s beelden uitstralen, als zou de term ‘implosie’, in-stralen, wellicht beter op zijn plaats zijn.

Ze was net zoals jij nu gelukkig nog bent, een merkwaardige vrouw.

Ik kom terug naar een lege kamer.
Zoals de kamer van Adolph Menzel mag je er binnenkomen, maak je er deel van uit, maar hier, bij Gwen, is het nog stiller.
Het licht beweegt zelf niet meer, het is een toonaard, geen samenvloeien van noten, maar wellicht beter een toonaard>.

Er zijn net zoals bij von Menzel sporen van menselijk leven: de paraplu, de bloemen (zo klein als het vogeltje in de Marienstrasse) het tafeltje.
We zijn in haar kamer in Parijs.(Meudon)

dyn006_original_467_600_jpeg_20344_1cce746a6ca1bdee5bf7873624cb6031

Van 1895-1898 studeerde ze net zoals Augustus aan de Slade School in Londen.
Henry Tonks was haar leraar, een schilder die nadruk legde op het geluid, vandaar mijn vergelijking met een notenbeeld.

Met een van haar vriendinnen, later de vrouw van haar broer, Ida Nettleship volgden ze in Parijs les waar Whistler (begrijp je nu de zachtheid en de spaarzaamheid van de tinten?) twee maal per week les kwam geven.

In 1899 keert ze terug naar Engeland en maakt er enkele werken die sterk doen denken aan Vuilard en de meer naturalistische aanpak van de New English Art Club.
In 1903 is ze weer in Parijs, en afgezien van enkele korte bezoeken zal ze daar haar leven lang blijven.

Ze poseert er voor Rodin en is een tijdje zijn geliefde en sluit er vriendschap met de dichter Rainer Maria Rilke.

dyn006_original_512_427_jpeg_20344_1ddf0abfa992cd106eb021dad150274f

Ontegensprekelijk is ze verbonden met het wezen van katten.
Dit is Edgar Quinet’, naam die het wezen kreeg naar de gelijknamige boulevard, Boulevard Edgar Quinet, 19, waar Gwen woonde en werkte.

Rond 1910 merk je Picasso’s invloed, Picasso die dan net in zijn blauwe periode is.

In 1914 verhuist ze naar het naburige Meudon, plaats waar ook Rodin werkte.
Het jaar daarvoor had ze zich tot het katholicisme bekeerd en van een naburig klooster krijgt ze de opdracht van elke zuster een portret te maken, net als van mère Poussepin, de stichtster van de orde die zich het lot van weeskinderen aantrok.

Ik laat haar daar even achter nu de nacht een beetje verkoeling brengt.
Kijk naar haar mooi werk en dan kunnen we morgen samen verder ‘herstellen’.