DE TOESTAND IS ERNSTIG EN HOPELOOS, MAAR…

dyn008_original_650_450_jpeg_20344_68d6e6d6bfc43b0030c8d353d3076274

Ontoereikend is elk woord.

Geklemd
tussen deze beelden
probeer ik
te zeggen
hoe hopeloos
mijn hart
probeert te overleven.

kiel 193204

Hierboven, Kiel
zijn we nog in 1932.

Ook onderaan, de laatste foto vanuit het raam.

Maar het beeld
maakt de toekomst
duidelijk.

Helemaal boven zie je Maya Gladshtein en Alexander Stupel in het Kovno Ghetto orkest.

Adonai.

dyn008_original_650_450_jpeg_20344_ba2dc04cad2067fe445af76082abba1a

Half brilliant en half zot was het.
Warschau 1940, de Pools-Joodse historicus Emmanuel Ringelbaum besluit dat de totale ervaring van het Jodendom onder het nazi-bewind degelijk gedocumenteerd moet worden.

Hij schrijft:

“provided even greater opportunity for development of the archive.”

Er werd een competitie gehouden om schrijvers, leraars en intellectuelen te selecteren.

Kijk naar de foto hierboven:
Kinderen in een clandestiene ghettoschool tussen 1941-42 (Kovno)

Het is één van de documenten die uit ‘het archief’ zijn overgebleven.

De geselecteerde groep bestudeert het gemeenschapsleven, opvoeding, jeugdcriminaliteit (!), kunst en religie en helpen terwijl om informatie in het ghetto binnen te smokkelen.

Ze willen deze vreselijke leefomstandigheden documenteren voor de toekomst.

Het project kreeg een sardonische codenaam: ‘Oyneg Shabbes’, het Jidische woord voor de viering van de verwelkoming van de Sabbath.

‘Tot onze grootste spijt moesten we het plan opgeven,’ schreef Ringelbaum.

“We lacked the necessary tranquillity for a plan of such scope and volume.”

Schrijvers werden geëxecuteerd, sommigen werden verbannen naar fabrieken voor slavenarbeid en in 1942 werden de meeste ghettobewoners naar de dodenkampen gedeporteerd.

Het archief, verborgen in melkkannen en tinnen dozen verbrandde in de gewapende opstand en de ondergang van het verzet.
Slechts gedeelten ervan konden na de oorlog gerecupereerd worden.

‘Daring to Resist: Jewish Defiance in the Holocaust’, opent vandaag in het Museum of Jewish Heritage.

16resist-slide5Delen van het archief zijn er te zien, zichtbaar geteisterd door het vuur.
Een overzicht van de weerstand in moeilijke tijden, en één ervan was Oyneg Shabbes: documentatie.

Je ziet er ook andere voorwerpen zoals een ritueel slachtersmes dat in andere tijden geen speciale betekenis heeft maar met groot risico in Denemarken werd gebruikt om kosher kippen te slachten zodat ze in de jaren 1930 in Duitsland konden worden binnen gesmokkeld.

Een blauw-wit worstel ceintuur, een trofee uit 1934 toen de Joodse sportlui het niet meer mochten opnemen tegen hun Duitse makkers, en een rapport van een meisje uit 1938 uit een Joodse school toen Joden uit de publieke Duitse scholen werden geweerd.

Er ligt een kussensloop waarin een pas geboren baby (Joden mochten ook geen kinderen meer krijgen!) uit het Shavli ghetto werd gesmokkeld, verborgen in een valies.

Valse documenten zijn er te zien van vrouwen die als koerier informatie konden doorgeven.
Een viool, schoolboeken: relikwieën uit de duisterste dagen.

“When the children will come out of the cage,” one survivor recalls being told, “they should be able to fly.”

De voornaamse bron was de hoop.
Dat leer je als je de interviews met de overlevenden beluistert.

Maar er zijn ook vragen die hier niet gesteld worden.
Want als je je verzette, moesten anderen het vaak bekopen.
‘Wie gaf je het recht om je vrijheid te kopen met het leven van anderen?’ hoorde ik in een video vragen aan een vrouw die een ontsnapping voorbereidde.

Toch durf ik nauwelijks de vraag stellen waarom het Joodse verzet zo laat en zo gebrekkig werd georganiseerd.
En ik begrijp Primo Levi die vaak voor de vraag werd gesteld: waarom ben je niet ontsnapt, waarom heb je je niet verzet?

Want naast die begrijpelijke vragen, heb ik een andere vraag:
Waar waren de geallieerden, waarom werden de toevoerlijnen naar de kampen niet gebombardeerd, want al in 1942 was er genoeg informatie in Londen om te weten dat de bedoeling van de Nazi’ s de algehele uitroeing van het Jodendom was.

Zovele vragen die niemand hebben gered van oom Mavet, het Hebreeuwse woord voor ‘dood’.

dyn008_original_332_450_jpeg_20344_f3a6198c22a11e0587ffaa4d16dfdd7f


VERSA EST IN LUCTUM

ik ga dood res

Versa est in luctum cithara mea,
et organum meum in vocem flentium.
Parce mihi Domine,
nihil enim sunt dies mei.

Mijn harp is voor geklaag gestemd,
en mijn fluit naar de stem van wenenden.
Spaar mij, o Heer,
Want mijn dagen zijn als niets.


Alonso Lobo schreef het bij de begrafenis van Filips II (1598)
Zijn naamgenoot Duarte Lobo schreef de prachtige uitvaartmis.

De eerder pijnlijke tekst
vond ik in een oude steengroeve.


Geef ik mijn harp
aan de lentebries
dan keer ik terug van de galleien
want slaaf van mijn begeerten
vond ik rust
bij dit lied

mijn dagen
verheerlijken
het licht
en ik kruip
onder mijn steen vandaan.

O, God
fluister mijn wonden dicht


LUX NON AETERNA

 

Lieve Vriend(in)

Hier hoort muziek bij.
En omdat de helderheid van de droom de beste benadering van de voorbije dagen is, kies ik voor Lully, uit ‘Atys’, scène du Sommeil.

Want les belles zijn er, en ook les forêts’, et les couleurs, toutes les couleurs.

Is de oude wijze petemoei net voorbij gekomen en heeft ze de pompoen tot een blinkende koets omgebouwd?

Mijn Assepoes danst ook nog terwijl ze de auto poetst, want zelfs hij zal een spiegel zijn voor zoveel uitgegoten licht.

Hij heeft ons hier gebracht, deze hedendaagse pompoen.

‘Dormons’, laat ons de tijd uitzweten, de angst voor de klok, it’s midnight dr Schweizer, blijft boven ons hangen.
Maar wij verslapen ons honderd jaar, geliefden.

Dormons.

Noli me tangere.
Raak me niet aan, zei de verrezen Christus.

Daarom is de slaap zo mooi, want daarin raak je de innerlijkheid van de meest verborgen hoeken aan, de schuilplaatsen van de bange blanke man.(en vrouw)

En het glazen muiltje?
Bleef het het op de trappen liggen toen je wegrende?

Dormons.
Les arts florissants onder de paraplu van Harmonia mundi, zoveel hevig verlichte woorden die deze overvloed aan licht proberen te benaderen.

Dormons.

En nu ‘Versa est in Luctum’ van Lobo door het Gabrieli Consort
Dat is werkelijk stromend licht.

Lobo moet dit bosbruggetje bewoond hebben.

dyn002_original_577_432_jpeg_20344_2a58b9f5a8fbc5302f448dd17a86f46e

In het bronnengebied zijn al die kleine pietluttige murmelende beekjes samengestroomd tot iets wat al op een riviertje begint te lijken.

Hoge boventonen.
Diep gegorgel bij hindernissen.

Kinderen hebben dammen over haar doorzichtige ruggegraat gebouwd.

Versa est in Luctum.

Kijk naar de wortels van de dennen.
Op zoek naar water trotseren ze elke droogte.

Water en licht.

En daarover, een gespannen boogje van de betonnen brug.

Nutteloos want je zou het water zelfs als stramme zestiger met een fikse stap kunnen over-bruggen, maar een beetje respect aub, zestiger.
Dit water is stem.

In stemmen stappen alleen de kinderen.

Zij herkennen het gemurmel, ze herkennen de oorsprong, het zachte wiegen, negen maanden lang in het vruchtwater.

Versa est in luctum.
Onzichtbaar nog in de moederschoot, weten zij wat licht en donker is.

Wij allen dus.
Wij allen in dat voorgeborchte van het licht.
Door de ogen van onze moeder richten we dat snelle hartje naar het licht achter de buikwand.

Non aeterna.

kind onder brug

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet voor eeuwig dus.

Nu mag Schubert uit zijn mooie schaduw komen, en de prachtige fantasie D934 voor viool en piano is licht genoeg om met het kind de brug te torsen.

Toen ik haar zag, wist ik dat zij de brug wilde gebruiken als houvast, maar tegelijkertijd besefte ik dat het ook andersom kon zijn: ze torst de brug, ze geeft ze een bijzondere betekenis.

Dat duurt niet lang genoeg.

Dat is korter dan de Schuberts Fantasy in C (22′.48″) want enkele passen verder wordt de brug weer een brug, tilt ze zichzelf boven het beekje.

Non aeternam.
Niet voor eeuwig.

Dat is faciosum en zeker ook tremendum.
Het fascineert ons maar jaagt ons ook schrik aan.
Wij willen alles voor eeuwig.

Maar het eeuwige huist in het ogenblik.
De paternoster ogenblikjes wordt door vrome zielen gebeden en geleden, maar non aeternam beleden.

Al wat zo mooi is, vergaat.
De schoonheid van de brug.
De sierlijkheid van het meisje.
De overvloed aan licht.

O, zelfs Schubert met hulp van D. Rohn, piano en M. Chernyavaska, piano, laat zich in de stilte nasmaken.

Non aeterna.
Maar lux in overvloed.