dyn006_original_480_380_jpeg_20344_5f35c9c26750acf2e3bd1d080f5ff0b5

Deze foto, gemaakt door een onbekend familielid met veel fotografisch talent neemt je mee naar de poppenmakerij van oom Georg.
Ik kreeg de foto via familie van zijn zoon Stephan.
Je ziet hem op de achtergrond bezig.
Hij is daar nog een jongen, mijn oom Stephan.
Met zijn lange schort en zijn geconcentreerd bezigzijn, lijkt hij ouder dan zijn toenmalige twaalf, dertien jaar.

Op de voorgrond plaatst Georg poppen-ogen op de steeltjes van het evenwichtsmechanisme waarmee de pop kon slapen en wakker worden als je haar optilde.

Daarachter zijn oudste zoon Alex en grootooms broer Albert.

In Waltershausen werkte vrijwel iedereen in de poppenbranche.
Je had huisgezinnen, van kleuter tot opa, die niets anders dan armpjes maakten, anderen zorgden voor benen, pruiken, verschillende types body’s, kortom, er was geen huis waar niet voor de wel dertig poppenproducenten werd gewerkt.

Georg was specialist poppenhoofden voor J.D. Kestner Spielwarenfabrik, en voor Adolf Wislizenus Puppen- Spielwarenfabrik, al naar gelang het seizoen en de aan gang zijnde ruzies omtrent de povere prijs voor het geleverde werk.

dyn002_original_307_409_jpeg_20344_6d76308100b6ff00d7de7afa897c97df

Albert neuriede terwijl hij werkte, Georg vloekte en Stephan en Alex zwegen meestal.
Als Georg overwerkte en hij alleen in het atelier met de poppenkoppen bezig was, voerde hij wel eens gesprekken met de wezens van celluloid of porselein.

Dat zij naar sjieke huizen gingen, ze zouden hun ogen uit hun kop kijken -hij liet de ogen op stelltjes het donkere atelier in ‘ogenschouw’ nemen.
Ja, hier was het niet zo sjiek. Neen.
‘Vier Augen sehen mehr als zwei!’
En terwijl hij op de bak met ogen wees:
‘We einkauft hat hundert Augen nötig, wer verkauft, nur eins!’
Uitspraak die gevolgd werd door de nodige verwensingen aan het adres van de Kestners en de Wislizenussen.

Stephan droomde.
Hij had bij J.D. Kestner horen vertellen over de beroemde Armand Marseille.
Was met zijn familie ook uit Sint Petersburg naar Duitsland gekomen en had in het nabije Koppeldorf met zijn biscuit-poppen fortuin gemaakt.
En zeggen dat ze daar duizend koppen per dag maken.

‘Heute Kaufmann, morgen Bettelmann,’ zei Alex terwijl hij aan Maria dacht.
Stephan bleef dromen.
Ook toen grootoom Albert problemen kreeg, -hij zag ogen tot in zijn dromen- bleef Stephan dromen.

dyn009_original_307_459_jpeg__ec5a832aca0db32847f6dcd571bd3dda

‘Waarom hebben jullie poppenogen?’ zei Albert op een morgen. ‘Jullie willen mij bang maken.’
‘Poppenogen?’
‘Ik dacht dat nummer zes de grootsten waren, ging Albert verder, maar jullie hebben twaalf of veertien in jullie oogkassen zitten.’

dyn001_original_437_237_jpeg__cd930da3bc2b30c09d35c6168243e9de

Ze dachten eerst dat hij een grapje maakte, maar hij bleef hen verschrikt aankijken.
‘Twaalf of veertien, zeg ik.’

Ze susten hem, namen hem mee naar zijn slaapkamertje.
Het zou wel overgaan.
Maar het ging niet over.
De ogen bevolkten de gordijnen, verschenen op de muren, en als er iemand binnenkwam draaide hij zich weg om de reuzen-ogen nummer veertien niet te moeten zien.

Iedereen werkte harder.
De dokter zei dat het de ouderdom was.

Stephan knutselde ’s nachts twee reusachtige ogen op stelen ineen.
Niemand begreep waarom.
De volgende dag knoopte hij een sjaal over zijn eigen ogen, en ging met de geknutselde ogen achter zijn rug bij Albert binnen.

dyn009_original_364_243_jpeg__52cc67bd2f74967a250ad7644d0c8913

‘Niet bang zijn, oom. Ik ben het, Stephan.’
‘Te grote ogen, nummer veertien,’ hoorde hij Albert mummelen, gezicht tegen de muur.
‘Kijk maar, ik heb een blinddoek voor mijn ogen.’
Het duurde even, maar toen draaide Albert zijn gezicht.
‘En mijn nummer veertien zal ik hier kapot trappen!’
Nog voor de verschrikte Albert zich weer kon omdraaien trapte hij de grote geknutselde ogen in duizend stukjes.
Toen zette hij zich op Alberts bed, blinddoek nog steeds over zijn jongensogen.
‘Maak hem maar los, ik heb mijn vroegere ogen terug ingedaan,’ zei de jongen.
Met bevende handen maakte Albert de blinddoek los.
‘Zie je wel.’
Hij knikte.
‘Je mooie ogen zijn terug,’ zei hij.
Hij bleef Stephans hand vasthouden tot hij sliep.

De mooie ogen van mijn oom Stephan, met hun genezende kracht.
Of ze ook de Russische winternacht genazen in 1942, weet ik niet.
Hij lag daar op zijn rug in de sneeuw.
Met die mooie ogen ver open.