rbkcalvo felicidad_3_24x18.jpg

 

33. Entr’acte

(pauze tussen twee bedrijven, in de pauze gespeeld tussenstukje, -ballet of muziekstuk)

Waarschijnlijk zal onze speelzolder er heel wat banaler hebben uitgezien dan de ruimte die ik in mijn herinneringen bezoek. De fysische ruimte boven de gewelven van een kerk is een mooi décor voor de bultenaar van de Nôtre Dame, een eiland tussen hemel en aarde. Voor het viertal echter dat wij toen waren, bleek het een uitstekende plaats om er een nest, een schuilplaats uit te bouwen, waar we onze reisplannen uittestten en van waaruit we pogingen tot uitvliegen ondernamen.


Natuurlijk beïnvloedde de ruimte ons zoals wij haar op onze beurt gestalte gaven. 
Het was verboden terrein wat de aantrekkelijkheid al in hoge mate bevorderde. De weg ernaar kostte de nodige inspanning. Het weinige licht , zelfs bij volle dag, verleende ze haar geheimzinnigheid.


Ze werd echter onze speelruimte omdat we door een gelukkig toeval vanaf het eerste moment, bij ons letterlijk en figuurlijk ‘treffen’, bij elkaar hoorden. Fraaie verhalen over vorige levens zouden hierin een aanleiding vinden om ons als geliefden in Verona te herkennen, om de profeet uit het Oude Testament in de huid van een hoogbegaafde jongen van dertien te reïncarneren, terwijl wat wij voorzienigheid noemen deze combinatie van gelijkgestemde zielen toevallig creëerde. Als toeval tenminste bestaat.

De nacht na ons scheppingsverhaal lag ik nog lang wakker. Hannah, de analytische probeerde de roes te rationaliseren. Uit zelfbehoud.


Begreep ik nog mijn drang naar Bram, (’t is de leeftijd, mevrouw) de doublure van Steffie met Elias, de creatie van het scheppingsverhaal bleef mij een compleet raadsel. 
De uitbarsting van zoveel vruchtbare energie zal zeker in onze wederzijdse verliefdheden te zoeken zijn.


Ik denk dat wij deze liefdes te vlug als puberaal of in congruentie met de stand van de sterren en werking der hormonen verklaren. Wellicht is het gewoon jaloezie van de volwassenen, jaloezie die ze in misprijzen en gegrinnik uiten als ze het over hun of onze jonge liefdesjaren hebben. Zonder deze eerste verliefdheid zou je nooit boven je eigen kleine ik uitstijgen.

Hierin ontdekte ik ook de kracht en tegelijkertijd het gevaar van deze triangel. Kracht, omdat de drie zijden pas klank kunnen voortbrengen als ze uit één stuk (in een driehoek gebogen) metaal bestaan. Maar de driehoek is niet dicht. Er is een opening. Of: zou de extase van de zo juist ervaren eenheid het fervente egoïsme van de drie afzonderlijke verliefden kunnen overleven?


Op het moment dat ik Bram zou opeisen, verliest de triangel zijn helderheid.

audrey anastasi woodland-gesture-60-x-4804.jpg

34. De tuin van Eden

Of ik met hem de tuin van Eden wou scheppen op de kerkzolder?


Daar kwam ongeveer de vraag op neer toen Elias mij die dinsdagavond opbelde.


’Bram, ik zou voor ons vervolg het aards paradijs willen maken. Kun je me helpen?’


‘Het aards paradijs? Euh…’


‘Ik heb vijftien grote kartonnen dozen, stiften, spuitbussen, cuttermessen, kortom, ik heb alles behalve hulp.’


‘Zou je niet beter met Hannah afspreken?’


‘Ik heb alles al ontworpen op plan. Maar om die kartonnen dozen naar boven te krijgen heb ik hulp nodig.’


‘Ik zal er zijn.’

Vijftien platgedrukte maar niettemin bijna manshoge kartonnen dozen (diepvriezers en koelkasten) ongezien naar boven dragen, vraagt niet alleen behendigheid maar vooral uithoudingsvermogen.


Na de derde beklimming hoorde ik hem hijgen, maar rusten kwam niet ter sprake.
’

Je bent net ziek geweest. Even uitblazen is geen schande.’


‘We hebben nog veel werk, Bram. Tekenen, uitsnijden en schilderen.’


‘Laat je ontwerp maar eens zien, dan kunnen we op adem komen.’


Halfweg, in het vage licht van een hoog raampje, schoof hij zijn plan door.


‘Ontwerp voor een aards paradijs,’ las ik.


‘Goud, zilver en blauw, dat zijn de kleuren voor de bomen.’


Bomen met ronde en lange kruinen had hij in groepjes over de ruimte verdeeld. Ze waren in hevige en directe stiftlijnen op papier gezet. Bijna bewegende bomen. Op elke boom stond er een letter (G, Z, B) die zijn kleur aanduidde.


’Ze staan in groepjes van drie zodat er nog heel wat speelplaats overblijft. Kom, ik ben helemaal uitgerust. Jij ook?’


We zeulden verder met het scheppingsmateriaal.


’Begin jij maar te tekenen, ik ga de verf wel halen.’


‘Ze staat in een doos achter die grote struik, links van de zij-ingang. Let op, ik heb er camouflagepapier op gelegd. Zeker is zeker.’


Achter de rododendron – struiken zag ik dadelijk de doos bedekt met zijn zelf ontworpen camouflagepapier. Groene bollen op een grijze achtergrond. Voor alle duidelijkheid had hij er een sticker met ‘Dangerous. Keep out.’ aan de zijkant op gekleefd.

‘Gouden en zilveren bomen dat ligt nog voor de hand, maar waarom ook blauwe?’ wilde ik weten terwijl we aan het spuitwerk begonnen.


’In de eerste tijden was er nog weinig groen. Groen werd nodig toen de planten zelf voor hun voortbestaan moesten zorgen. Maar in het begin was alles goud, zilver en blauw. Goud van de zon, zilver van de sterren en blauw van het water. Helemaal in het begin was er alleen maar water. Toen God het land van het water scheidde, kregen sommige bomen een blauwe kleur uit heimwee naar de grote zee. Anderen werden goud overdag en ’s nachts zilver.’


‘Hoe weet je dat allemaal?’


’Jij weet dat net zo goed, maar je hebt nog geen moeite gedaan om het je te herinneren.’


’Ik dacht eerder aan rood.’


‘Slechts één boom is er rood. Hij staat nog niet op het plan. Dat is de boom der kennis van goed en kwaad. Kijk, dat wordt deze lange hier.’


‘Maar hoe moeten die bomen rechtop blijven staan?’


Hij rommelde in de doos met de ‘keep out-dangerous’ sticker en toonde mij heel fier een bol touw en een schaar.


’We hangen ze op aan de zoldering. Op de lange kasten ginder ligt er een ladder voor dakwerken.’


Na enkele uren zwoegen stonden (hingen) de bomen er. Gouden, zilveren en blauwe vlekken in het schemerlicht. De touwen als luchtwortels.
We bekeken ons werk op afstand.


’Ik heb nog twee schaapjes uit de kerststal, en ook de os en de ezel kunnen we gebruiken.’


Het grote picknick – laken werd een meer waarop hij enkele bad-eendjes liet zwemmen.


’We zullen de tuin met kaarsen verlichten. Door de schaduwen lijkt hij dan een diep woud.’

Toen de kerststaldieren op hun plaatsen stonden was het buiten bijna donker.


’Moet je niet thuis zijn voor het avondeten?’


’Ik denk dat ik nog even hier blijf. Ik heb mijn boterhammen bij.’


‘Is het niet te koud om hier te blijven slapen?’


Hij schrok. We hadden hem nog niets over de ontdekking van zijn slaapkast verteld.


’Je hoort soms wel de balken kraken of de wind langs de gevel huilen.’


’Ben je dan bang?
’

Dan zet ik de heilige Antonius met zijn varkentje voor mijn deur. Met zijn gezicht naar mij gekeerd. Om niet alleen te zijn. ‘


’Weet je tante dat je hier slaapt?’


‘Ik heb wel drie logeervriendjes. Alain, Bruno en Chris. In feite gewoon A, B, C. Vannacht slaap ik bij Bruno. ‘


‘Zou Bram je ook aanstaan?’


‘Kun je griezelverhalen vertellen?’


‘Ik ben een griezelverhaal! Kom, opruimen en wegwezen. Of ik begin je hier al te verslinden.’

 

audrey anastasi Radiant-Forest-cropped-_-co.jpg