02_untitled (desert 17), 2008.jpg

 

3.


Met grote radiotelescopen beluisteren we de sterren en planeten. Geruis, geknetter, ver gesis. Op zoek naar een boodschap.


Als je niet te snel reist, kom je als Alexander of Mercator in onze geschiedenisboeken terecht. Met ietsje meer gas, vinden we je terug in het dal der koningen. Piramiden proberen je kortstondig verblijf te bevriezen. Nog sneller, en je bent een jongetje uit de grote Afrikaanse vlakten.


Natuurlijk wil je nog verder.


Net na de eerste tuin van Eden land je in de uitgebrande tuin. De engel met het vlammende zwaard stak de boel in de fik.


Er is een overvloed aan houtskool zo te zien. 


Onder een apenbroodboom zit God. 
Als je je capsule wilt verlaten, waarschuwt hij je voor de glassplinters. 
’Heeft u tijd voor mij?’ vraag je eerbiedig.
God kijkt niet op. Voor hem ligt een palmblad dat hij tot papier heeft gerecycleerd. Daarop tekent hij een plan voor de tweede tuin.


’Of U tijd voor mij heeft?’


God legt zijn staafje houtskool neer, opent zijn armen zodat je beseft dat aankomst en vertrek door zijn oneindige zachtheid worden uitgewist . Bij Hem is er plaats, want God is leegte zodat Hij van alles en iedereen die tot Hem komt, vervuld kan zijn.


‘Heb je nog tijd nodig? Ik dacht dat je genoeg tijd hebt gehad.’


Pas op, neem dat niet te letterlijk. God houdt van humor. Hij vindt zichzelf niet zo geweldig. Hij heeft er alles aan gedaan om een barmhartige en zachte God te zijn, en kijk maar eens aan wat zijn schepsels van Hem hebben gemaakt. 
De koning. De heerser. De krijgsheer. De Wreker. Superman. Gott sei mit uns. Dieu le veut.


Gewoon nog maar het feit dat vrijwel niemand (zelfs ik niet) Hem ooit als vrouw heeft voorgesteld zegt al genoeg van zijn creaties.


Geef toe, als dat het resultaat is van een Goddelijke carrière, dan is een beetje zelfspot wel op zijn plaats.


‘Omdat het mijn tijd was, vraag ik nu een beetje van uw tijd.’

Kijk, dat is nu een van Gods geheimen. Hij heeft zijn tijd en de schepsels kregen hun tijd. Ze mochten met die tijd doen wat ze wilden. Al wist hij dat ze hun tijd zouden verprutsen, dat ze altijd tijd te kort hadden, dat ze er geld mee zouden verdienen (time is money!) er theorieën mee zouden uitvinden over het verband tussen tijd en ruimte, het kon allemaal, want God houdt van vrijheid. Dat is een hoge vorm van liefde.


’Ik heb alle tijd voor jou,’ zegt God. Zullen we samen de nieuwe tuin bekijken?

‘
Je zit op zijn schommelschoot (God is het enige schepsel met een schommelschoot) en je voelt je helemaal thuis.


Hij laat je de prachtige wouden zien, grote waterpartijen, warmwaterbronnen, met sneeuw bedekte bergen en liefelijke dalen. Voor alle schepsels, groot en klein, zal er plaats zijn. Voor de vlinders en de dinosaurussen, voor de fruitvliegjes en de koningsarenden.


Wie op Gods schoot zit, is letterlijk en figuurlijk Gods pupil. De lieveling en het mooiste deel van het oog.


Iemands pupil zijn, is een groot voorrecht . Je bent iemand zo lief dat je langs zijn ogen mag kijken.


Het is een prachtig panorama waarin je tegelijkertijd heel ver en diep kunt waarnemen.


‘Waarom die tuin ontwerpen, als je weet dat de mensen hem zullen verwoesten? De meteoriet kan ik nog tegenhouden, maar zelfs dan vrees ik dat ze de dinosaurussen zullen onderwerpen, dat ze hen als wapen zullen inzetten, hun vlees zullen verhandelen..

De diepe wouden zullen ze kappen. Bij de kampvuren hoor je hen roddelen op zoek naar zondebokken.’


‘Ik respecteer de vrijheid van mijn schepsels. Ik ben tenslotte geen dictator van het goede.’


’Maar waarom dan die nieuwe tuin?’


‘Het is een beetje een cliché, maar ik geloof dat hij er ooit zal komen. Ze hebben groene vingers, maar hun ziel is nog te wit van de schrik. Schrik omdat ze denken dat ze maar tijdelijk zijn terwijl ze in feite in de tijd leven, in de eeuwen der eeuwen.’


‘Maar ik kan misschien de tijd verdrijven, de tijd doden?’


‘Wie verhalen vertelt, verdrijft de tijd, dat is juist. Je maakt de droomtijd weer wakker. Nu weten de mensen met hun tijd geen raad. Maar als de vertellers terugkomen, kun je de dwingende tijd verdrijven. Vertellers echter leven ook in de tijd. Ze delen het lot van de tijdelijken. Zou je toch niet beter hier blijven? God heeft immers de tijd aan zichzelf.’


‘Als ik de meteoriet kan uitschakelen, wat gebeurt er dan?’


‘Dan is het al het voorbije slechts een droom geweest en ben ik bereid aan een tweede droomtijd te beginnen.’


‘Maar ik heb Hannah, Michiel en Bram gekend. Worden ze dan een droom? ‘
’

Je zou ook terug naar hun tijd kunnen. Je boordraketten vervangen door vuurpijlen die de nieuwjaarsnachten verlichten, een lichtende troost voor de tijd die steeds maar verder gaat. Ze zullen jou niet dadelijk herkennen, maar je verhalen mengen zich met hun verhalen, en als je lang genoeg blijft vertellen, wordt de tuin zichtbaar. De tuin van de toekomst. Maar je mag ook hier blijven, als engel met echte vleugels in mijn tijdloze licht.’

Wat je ook zult doen, wij zullen over jou vertellen. Telkens weer zal je leven oplichten als een staartster boven de donkere hemel.


We zullen blijven spelen. 
Of je voor het zalige licht kiest, of je in de tweede tuin zult leven of terugkeert voor een nieuw leven als aardse verteller, wij verlaten je niet.


Misschien word je een van onze kinderen. We zullen je herkennen.


Intussen probeer ik met mijn piano en cello je portret te tekenen.

12_untitled (desert 54), 2011.jpg

(de kunstwerken zijn van David Zimmerman)