298-d7a39d97b7bdc45989f2665be7b40921.jpg

TIJD EN PLAATS

Zijn dorp, Oud Turnhout is bij zijn geboorte twintig jaar een zelfstandige entiteit, los van Turnhout sinds 1 januari 1859. Einde van de jaren tachtig wonen er zo’n 2700 zielen in Oud Turnhout.
Bij het graven van het kanaal Dessel-Schoten (gekend als ‚De Vaart’) ontdekt men in 1846 rijke lagen kleigrond zodat er een industrieel centrum ontstaat met steen-pannen- en cementfabrieken.
Dat bracht een immigratie en huisvesting van mensen uit de meer zuidelijke gemeenten met zich mee en zo ontstond Oosthoven.
Maar ook via dat kanaal werd aanvoer mogelijk van kalk en mest (ook pas ontdekte kunstmest) voor betere exploitatie van de landbouwgrond met een verhoogde productie als gevolg en een immigratie vanuit Nederland (Noord Brabant) meebracht.
Er kwamen tramlijnen richting Turnhout, Arendonk en Mol wat voor de ontsluiting van het centrum zorgde.

feestKanaal1900-Turnhout_G.jpg


Waarschijnlijk deed zich echter ook de landbouwcrisis van 1880-1890 voelen: goedkoop graan overspoelt de Europese markten vanuit de Verenigde Staten waar na de burgeroorlog de mechanisering is ingevoerd.  Aanvoer van kunstmest versterkt nog deze landbouwcrisis: boeren en boerenknechten hebben geen werk meer en trekken naar de grote steden waar ze terechtkomen bij het industriële proletariaat.
De katholieke Partij ‚Féderation des Cercles catholiques et des Associations conservatrices, opgericht in 1884 wint dadelijk de verkiezingen en zal dertig jaar lang alleen of in coalities in de regering blijven.
Onder de katholieke regering van August Beernaert komt er een eerste sociale wetgeving tot stand en 1885 wordt de Belgische Werkliedenpartij opgericht, een jaar later de Antisocialistische Katoenwerkersbond. De verdeling van de arbeiders neemt steeds grotere vormen aan.

Industriëlen en andere welgestelden hebben op dit grondgebied hun buitenverblijf, kasteel of landhuis.

Om in de sfeer van het alledaagse te blijven publiceer ik hier het verhaal dat in het geboortejaar van Augustin werd opgetekend door Pol de Mont: Spoken te Oud Turnhout.

Te Oud-Turnhout woonde een boerenknecht, welke elken maandag zijn lijnwaad naar een ander dorp te wasschen droeg. Als hij het des zaterdaags terughaalde, viel het wel eens voor, dat hij, bij het hooren naderen van andere boeren, een wit hemd over zijne kleederen aantrok, om “spook te spelen.” Meer dan eenen voorbijganger had hij alzoo den dood op het lijf gejaagd, toen eindelijk een andere boer, die den moed niet zoo spoedig in zijn laerzen liet zinken, op zich nam, om “het spook zelf eens bang te maken.”
Wat deed me onze man? Den eerstvolgende zaterdag vatte hij, met een wit laken over het hoofd, op de onderste takken van eenen boom, langswaar de boerenknecht gewoonlijk voorbijging, plaats.
Na eenige tijd zag de man, die in de boom zat, den verwachten gezel in het halfdonker naderen. Wie het was, kon hij wel niet herkennen; maar duidelijk kon hij zien, hoe hij, uit een pak, dat hij in de hand droeg, een wit kleedingstuk te voorschijn haalde, en het aantrok.
Het spook, want nu was er immers een spook, zette zich op weg, in de richting van den boom. Daar werd het onzen moedigen boer zoo bang om het hart, dat hij de naderende verschijning niet eens meer dorst bekijken.
Wat het spook zelf betreft, ook dit zou zijne beurt wel krijgen. Juist toen het onder de boomtakken voorbijging, viel eene witte massa, met een vreeselijk gekraak en gebrul, uit de takken neder: de boer was van schrik naar beneden gestort…!
Doch, het beste komt nog!
Het spook, dat het geheim niet kende, maakte beenen, en liep in eenen adem naar huis…’

L’arroseur arrosé in Kempische toonaard.
Augustin was een joch van zes jaar toen de gebroeders Lumière dit filmpje in Parijs vertoonden.
De besproeier besproeid. Of een mooi voorbeeld van Europese politiek einde 19de eeuw waarin verbanden en verbonden de verbinders niet droog zullen houden

 

30lksog.jpg