De groene cactusvogel dankt zijn naam aan zijn uitzicht. Hij is namelijk groen en hij lijkt op een cactus. In plaats van veren heeft deze vogel stekels, en alleen al daarom is een innig contact verre van aangenaam.
Ook door andere vogels wordt hij geschuwd zodat zijn scherpe puntige roep de meest akelige gevoelens van eenzaamheid opwekt.
De groene cactusvogel is daarom dan ook bijna over de gehele wereld uitgestorven.
Men kan zich de verbazing voorstellen toen op een voorjaarsdag een mannelijke EN een vrouwelijke cactusvogel werden waargenomen in een onbeduidend stadje waarvan zelfs de naam niet op de landkaarten voorkomt.
Antoinette, de elfjarige burgemeestersdochter, was na het balspel verdiept in het verzorgen van haar omvangrijke cactusverzameling. Stel je maar eens voor wat jij zou voelen als plotseling één van je meest geliefde cactussen, de pricantia alienis utopiae, zich zou oprichten, een hoge kreet zou slaken en vervolgens langs het openstaande raam naar buiten vloog. Ze deed inderdaad hetzelfde als wat jij zou doen: ze slaakte een nog veel hogere kreet en snelde naar haar vader.
En wat zou jouw vader zeggen als je hem komt vertellen dat je net een nogal grote cactus, de pricantia alienis utopiae, had zien wegvliegen? Inderdaad.
De meeste vaders zouden zeggen dat je gek was, dat je dringend rust of meditatie kon gebruiken. En dat deed de burgemeester ook.

tekening Kristien Aertssen

Maar wat dan als de bezorgde vader even later zelf de groene cactusvogel voorbij ziet vliegen als hij even opkijkt van zijn sportpagina?
In dit verhaal belde de burgemeester onmiddellijk de hoofdonderwijzer op die na zeventien jaaa’s en twaalf neen’s, plotseling uitriep:
‘Maar neen, dat is onmogelijk!’
Vervolgens smeet hij de hoorn op het toestel, greep naar zijn vogelgids en belde dan naar doctor Vleugjes, zijn verre studievriend en tevens beroemd vogeldeskundige. Deze verliet onmiddellijk vrouw, vogels en kinderen om de groene cactusvogel met eigen ogen te aanschouwen.
Het duurde geen halve dag of dr. Vleugjes ontdekte dat er feitelijk TWEE groene cactusvogels in het stadje leefden. En toen hij ook nog kon uitmaken dat het hier EN een mannelijke EN een vrouwelijke cactusvogel betrof, kende zijn vreugde geen grenzen.
‘Wij kunnen kweken!’ riep hij tegen de burgemeester. ‘Wij kunnen kweken!’
‘Wij, wij, wij…’ kuchte de burgemeester. ‘U bedoelt de vogels, nietwaar?’
‘Uiteraard. Maar probeer u voor te stellen wat beide vogels voor de stad kunnen betekenen? Uw stad wordt beroemd. Drommen mensen zullen zich naar dit paradijs begeven om er de groene cactusvogels in levenden lijve te bekijken. En het blijft niet bij twee groene cactusvogels. In mei, in mei. Wat gebeurt er in mei?’
‘Tja,’ zuchtte de burgemeester die niet zo heel goed in biologie was. ‘In mei? Wat kan er in ’s hemelsnaam gebeuren… Maar natuurlijk! Dan leggen alle vogels een ei!’
‘Juist. Alle vogels. Dus ook de groene cactusvogel.’
‘Is hij eetbaar?’
Dr. Vleugjes keek de burgemeester droevig aan.
‘Waarschijnhjk smaakt hij naar cactus, maar al is hij dan niet beroemd om zijn smaak, zijn zeldzaamheid zal ons geen windeieren leggen!’
‘Ach zo. U bedoelt dat we binnen een jaar of tien misschien wel honderdduizend groene cactusvogels kunnen herbergen?’
‘Dat is een beetje veel, waarde burgemeester. We kweken met mate. Anders worden de vogels waardeloos. Maar u weet hoe mensen zijn! Voor een dier in nood slaan ze alles dood. Dus wil elke dierentuin overal ter wereld wel een koppeltje. Binnen vier of vijf jaar kunt u burgervader zijn van een der rijkste gemeenten van dit land!’
‘Als we er twee verkopen aan elke dierentuin kunnen ze zelf kweken!’ zei de burgemeester droogjes.
‘Ja, daar had ik niet aan gedacht. We verkopen alleen twee mannetjes of twee vrouwtjes wel te verstaan. Koppie koppie gebruiken!’

En zo lokte dr. Vleugjes de groene cactusvogel naar een heerlijk stekelig nest en wachtte hij tesamen met de hele bevolking vol spanning op de gebeurtenissen van de maand mei.
‘Hoe doen ze het?’ vroeg de burgemeester, denkend aan de stekels.
‘Op elk potje past een deksel,’ zei de onderwijzer.
Elke morgen klom dr. Vleugjes naar boven, keek voorzichtig in het nest en schudde dan zijn hoofd. Een licht teleurstellend gebrom ging door de verzamelde menigte. Dan trok iedereen
naar het café dat voor de gelegenheid herdoopt was tot ‘Scherp en groen’ en werd er tot in de vroege uurtjes gediscussieerd over het al dan niet slagen van de hele onderneming.
‘Zo’n groene cactusvogel heeft muziek nodig. Zuidamerikaanse muziek!’ zei de voorzitter van de fanfare. ‘Dan voelen ze zich pas goed thuis!’
De volgende morgen verscheen de voltallige fanfare en speelde een stuk dat iets met Rio de Janeiro moest te maken hebben, dat liet althans de titel vermoeden.
De vogels staken hun koppen buiten, lieten een hoge schreeuw, en verborgen zich in de klokketoren.
‘U bent er toch zeker van dat het een mannetje en een vrouwtje is?’ vroeg de hoofdonderwijzer. ‘
‘Absoluut zeker. De stekels maken het verschil wel moeilijk waar te nemen, maar de lichte tint van het vrouwtje laat geen enkele twijfel bestaan.’
‘Misschien willen ze wel aangemoedigd worden!’ zei de notaris. ‘We moeten hen de indruk geven dat we ze graag in onze stad hebben. We kunnen bijvoorbeeld de straten versieren, voor alle ramen een cactus zetten, op onze tenen voorbij het nest lopen. Alles doen om ze aan te moedigen. De ideale liefdessfeer.’

Zo verschenen voor alle ramen cactussen, kregen de straten slingers en lampions in cactusvorm en zong het plaatselijk knapenkoor kerst-en meimaandliederen. Maar een ei kwam er niet.
‘Misschien is het het eten!’ zei de hotelhouder. ‘Eten en liefde, dat luistert nauw.’
Men probeerde dus allerlei mengelingen van granen, wisselde nu en dan af met een slaatje of men zette sojabonen op het menu. Maar ook deze actie leverde geen ei op.
‘Ze leggen toch wel eieren?’ vroeg de koster.
‘Natuurlijk,’ antwoordde dr. Vleugjes. ‘Grote groene eieren met stekels.’
‘Misschien is het dat! Al die stekels, ik mag er niet aan denken dat ik zo’n ei moest leggen.’
‘U bent dan ook geen groene cactusvogel!’ zei dr. Vleugjes.
‘De natuur is een wijze moeder. Ze zorgt voor alles.’

Maar hoe wijs de natuur dan ook mocht zijn, de maand mei vorderde en er kwam geen ei.
‘Ze zijn te oud,’ zei de pastoor. ‘Veel te oud voor die dingen. Dat is het.’
‘Ik denk het niet,’ zei Vleugjes. ‘Groene cactusvogels kunnen tot op zeer hoge ouderdom vruchtbaar zijn.’
‘Dan moeten we maar eens de bovennatuurlijke krachten aanspreken. We houden een kerkdienst, en dan luiden we de klokken. Misschien gaan ze dan wel aan de slag. Alle middelen moeten worden uitgeprobeerd.’
Zo gebeurde. In de kerk werd gezongen en gebeden om een ei.
Toen daarna de klokken werden geluid, riepen de vogels hoog en luid.
‘Dat is hun kreet!’ riep dr. Vleugjes. ‘Dat is hun kreet als ze zover zijn. Luiden maar!’
Na nog een uur luiden verlieten de vogels hun nest en verdwenen ze aan de horizon.
‘Ze komen wel terug!’ suste dr. Vleugjes de teleurgestelde gemoederen. ‘Als ze gelegd hebben, maken ze een tochtje en dan komen ze broeden.’
Voorzichtig klom hij naar het nest, stak zijn hoofd tussen de stekels, en kwam onmiddellijk weer naar buiten. Bleek als een ei, dat wel.
‘Hebben ze gelegd?’ riepen de mensen.
Vleugjes knikte. Tranen kwamen in zijn ogen. Applaus brak los, zwol tot een oorverdovend geluid.
‘Stil mensen, stil…’ riep de deskundige vanuit zijn hoge standplaats. ‘Breng een mandje!’
Vlug bracht men een mandje en toen Vleugjes met zijn geraapte buit beneden was, werd het heel stil.
‘De groene cactusvogels zullen waarschijnlijk niet meer terugkeren,’ snikte Vleugjes. ‘Het is de schuld van de zure regen of van de kerncentrales. De hele natuur is ontwricht.’
Hij ging voorzichtig met zijn hand in het korfie en toonde de omstanders een groot, glanzend chocolade ei.
En elk jaar rond pasen keerden de vogels toch terug en legden ze onder feestelijk klokkengelui hun ei. Toen ze heel oud waren en het leggen hen niet meer afging, hebben de klokken en de paashaas hun taak overgenomen. Tot op de dag van vandaag.