
Zijn de straten leger? Bewoners uitgezwermd? In het heen en weer van de vakantiedagen hebben we het over de tijd. Niet de eerste keer maar bij enig nadenken verwijzen wij in onze levens voortdurend naar het verleden. Weet je nog wel, oudje? En wat met die nog vreemdere tijd van straks-en-morgen om van overmorgen nog te zwijgen?
Faust is het verhaal van een naar kennis strevende dokter en zijn gewiekste tegenstander, de duivel en zieltjes winnende Mephisto. In ruil voor zijn ziel, kan Faust voor een beter leven gaan. Faust is de belichaming naar dat verlangen naar een beter leven. Faust moet kiezen tussen de kracht van het geloof en de zekerheid van wetenschappelijke inzichten; tussen egocentrische zelfverwezenlijking en maatschappelijke erkenning; tussen een kuis bid en werk en erotisch hedonisme. Iets van alle tijden? Iets typisch Duits? (Remy in Wonderland). Hoe dus met deze zgn. keuze omgaan?

Vraag het aan een dichter. Een dichter met jaren op de teller. Frederick Seidel, USA jaargang 1936, dus achtentachtig geworden op 19 februari.
In a 2002 profile of Seidel in The Nation, Robyn Creswell writes:
"He is not a satirist, though he can be very wicked, and the comedy of his poems is not the comedy of manners. Instead, it is the more desperate, more affecting comedy of belatedness, in which the poet finds that his voice is only an accent, and that all accents are only echoes. What makes Seidel stand out among American poets, however, is not just his air of early-blooming ennui but the fact that he is uniquely contemporary."
"Hij is geen satiricus, hoewel hij heel boosaardig kan zijn, en de komedie van zijn gedichten is niet de komedie van de zeden. In plaats daarvan is het de meer wanhopige, meer ontroerende komedie van de laatheid, waarin de dichter ontdekt dat zijn stem slechts een accent is, en dat alle accenten slechts echo's zijn. Wat Seidel echter onderscheidt onder de Amerikaanse dichters is niet alleen zijn air van vroegbloeiende ennui, maar ook het feit dat hij uniek hedendaags is."
What Next
So the sun is shining blindingly but I can sort of see.
It’s like looking at Mandela’s moral beauty.
The dying leaves are sizzling on the trees
In a shirtsleeves summer breeze.
But daylight saving is over.
And gaveling the courtroom to order with a four-leaf clover
Is over. And it’s altogether November.
And the Pellegrino bubbles rise to the surface and dismember.
Source: Poetry (September 2012)

De beste gedichten van Frederick Seidel balanceren op het scherp van de snede tussen de diagnose van wat er mis is en zelf in de fout zijn. Net als zijn vorige 18 bundels, gaat “So What” over esthetische bezigheden en lichamelijke problemen, diep gevoelde persoonlijke verliezen en de kluwen van kwaad en horror in de wereld. Met bijna 140 pagina’s bevat de bundel gedichten die aanvoelen als herhalingen van technieken en raakvlakken uit het verleden, met een uitgeput gevoel van urgentie. Maar Seidel is een van onze beste hedendaagse dichters, en hij is tot ver in zijn negende decennium blijven schrijven, knap en als een parodie op knap schrijven.

“1937.” A Poem by Frederick Seidel
(From the Collection “So What”)
It’s always about to rain except
When it’s already raining, like now.
They go from the pub to the cinema through the rain,
To the newsreel and the Disney cartoon,
With tickets that are half-price
One day a week in the afternoon.
It was the Basque city of Guernica last week,
Weeping under airplanes dropping bombs.
Walt Disney is not Picasso,
But his art is gloriously sunny,
But Mickey Mouse has already said
The poems of Lorca will never be funny.
Disney, the century’s genius, makes amends.
Only he can make butterflies
And hurricanes make friends.
D. H. Lawrence is a kamikaze
Burning up the sky
On his way to bite
England explosively and die.
He has bad English teeth
That are sharp as a shark
And a burning brain
That sings like a lark.
Silkworms eat mulberry leaves to feed
Rainer Maria Rilke the silk he needs
To address the angelic orders.
Even the enormous angels
Dismount from the sublime, dismount
From Pegasus, the horse with wings,
And instead of wine, sip brine.
The nostrils of the T. S. Eliot crocodile
Lurk just above the surface of the river Nile.
His periscope is two nostrils that watch like eyes.
His snout stays submerged In water bitter as bile.
Kisses of passion grunt like electroshock
And cause convulsions and rigor mortis
And sexually join together Two hard-shelled hunchbacks,
Each shaped like a tortoise.
They’re Eliot, they’re Lawrence,
Each honking on and on, on his moral high horse.
If Lawrence caught her,
Lawrence would slaughter
Emily Dickinson, Eliot’s daughter.
Some will get sick and some will die
But that is not the reason why
A small plane
Tows an advertisement
For a nearby bar and restaurant
Through the sky
Above the beach at Gibson Lane.
It is the opposite of insane.
Everybody knows Pete the pilot.
It’s his plane,
Which he crashes without harm now and again.
Black marvelous waves, white August,
Is the summer song of Gibson Beach.
There’s a skywriting plane crossing the sun
With a marriage proposal from someone for someone.

Frederick Seidel has been hailed as “the poet of a new contemporary form” (Dan Chiasson, The New York Review of Books) and “the most frightening American poet ever” (Calvin Bedient, Boston Review). The poems in Frederick Seidel Selected Poems span more than five decades and provide readers with some of Seidel’s most powerful work. Frederick Seidel’s many books of poems include Peaches Goes It Alone, The Cosmos Trilogy, Ooga-Booga, Poems 1959–2009, Nice Weather, and Widening Income Inequality, all published by Farrar, Straus and Giroux.
1937.
Een gedicht van Frederick Seidel
Het gaat altijd regenen, behalve
Als het al regent, zoals nu.
Ze gaan van de pub naar de bioscoop door de regen,
Naar het journaal en de Disney tekenfilm,
Met kaartjes aan halve prijs
Eén dag per week in de namiddag.
Vorige week was het de Baskische stad Guernica,
huilend onder vliegtuigen die bommen lieten vallen.
Walt Disney is geen Picasso,
maar zijn kunst is glorieus zonnig,
Maar Mickey Mouse heeft al gezegd
De gedichten van Lorca zullen nooit grappig zijn.
Disney, het genie van de eeuw, maakt het goed.
Enkel hij kan vlinders maken
En orkanen maken vrienden.
D. H. Lawrence is een kamikaze
Verbrandt de hemel
Op weg om
Engeland te bijten en te sterven.
Hij heeft slechte Engelse tanden
Die zo scherp zijn als een haai
En een brandend brein
Dat zingt als een leeuwerik.
Zijderupsen eten moerbeibladeren om
Rainer Maria Rilke de nodige zijde te geven
Om de engelenordes toe te spreken.
Zelfs de enorme engelen
Stijgen af van het sublieme, Stijgen af
Van Pegasus, het paard met vleugels,
En in plaats van wijn, nippen ze aan pekel.
De neusgaten van de T. S. Eliot krokodil
loeren net boven het oppervlak van de de Nijl rivier.
Zijn periscoop zijn twee neusgaten die kijken als ogen.
Zijn snuit blijft ondergedompeld
In water bitter als gal.
Hartstochtelijke kussen knorren als elektroshocks
En veroorzaken stuiptrekkingen en rigor mortis
En seksueel versmelten
Twee gebochelden met een harde schaal,
elk in de vorm van een schildpad.
Ze zijn Eliot, ze zijn Lawrence,
Elk toeterend op zijn morele paard.
Als Lawrence haar betrapt,
zou Lawrence
Emily Dickinson, Eliot's dochter, slachten.
Sommigen zullen ziek worden en sommigen zullen sterven
Maar dat is niet de reden waarom
Een klein vliegtuig
een advertentie meesleept
voor een bar en restaurant in de buurt
Door de lucht
Boven het strand van Gibson Lane.
Het is het tegenovergestelde van krankzinnig.
Iedereen kent Pete de piloot.
Het is zijn vliegtuig,
Dat hij af en toe zonder schade laat neerstorten.
Zwarte prachtige golven, witte augustus,
Is het zomerlied van Gibson Beach.
Er vliegt een vliegtuig over de zon
Met een huwelijksaanzoek van iemand voor iemand.

I’ve learned everything and not very much. Not recently, but when I began writing poetry the two poets who taught and influenced me the most were Ezra Pound and Robert Lowell. In the case of Pound, the incomprehensible music of it, the reach and the size of the ambition, and the way the poetry finds moments of great simplicity and sweetness. In the case of Lowell, so many different things I learned and imitated from him. And otherwise it’s been many poets, everybody. (NY Times)
'Midnight'
God begins. The universe will soon.
The intensity of the baseball bat
Meets the ball. Is the fireball
When he speaks and then in the silence
The cobra head rises regally and turns to look at you.
The angel burns through the air.
The flower turns to look.
The cover of the book opens on its own.
You do not want to see what is on this page.
It looks up at you,
Only it is a mirror you are looking into.
The truth is there, and all around the truth fire
Makes a frame.
Listen. An angel. These sounds you hear are his.
A dog is barking in a field.
A car starts in the parking lot on the other side.
The ocean heaves back and forth three blocks away.
The fire in the wood stove eases
The inflamed cast-iron door
Open, steps out into the room across the freezing floor
To your perfumed bed where as it happens you kneel and pray.
Excerpted from Frederick Seidel: Selected Poems by Frederick Seidel. Published by Farrar, Straus and Giroux, December 1, 2020. Copyright © 2020 by Frederick Seidel. All rights reserved.

Bois, polyester, métal, polyamide, revêtement, 78 x 36 x 41 cm
© Studio Hans Op de Beeck, ADAGP, Paris 2023
Nieuwsgierig naar meer? Ga op zoek. Later wordt het maar nooit te laat. Een mooie ontdekkingstocht gewenst.

Ontdek meer van In de stilte
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Later…
…
Maar hier in dit huis
woont een doodgewoon jongetje.
Hij noteert ijverig zijn leven. Van elke dag.
Omdat hij anders niet zou bestaan. Later.
+++
“Il n’y avait d’autre vie que les souvenirs. Elle pensa soudain que la vie était uniquement ce qui était passé.
Rien n’existe hors de la mémoire.” (1)
Citaat uit ‘La jolie Madame’ – Andrzej Szczypiorski
genoteerd in
‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ – Connie Palmen
pag. 105.