HET VERTREK VAN DE KERMIS

 

dyn010_original_476_388_jpeg_20344_d585d9aaac575e75ce8612e56909b2e0

Vingerafdrukken van de lindenbloesems
in de late lucht .

De kermis vertrekt.

Het dansorgel
opent de droeve stoet.

Jandoedel met zijn zus en hond
poedersuiker tussen de vingers nog
achter het stalletje in pierrot verkleed
worden wees.

Het alfabet van lange zomerdagen
stamelt zijn eerste letter
waarin het woord afscheid wakker wordt.

Magda op de pony
‘adieu paniers, vendanges sont faites’
Magda in satijn, hemelbruidje van het circus.

Meisjessmaak, het pepermuntje
en een sinaasappel, de hopeloze gooi
om een valkuil van woorden te dempen.

Op de caroussel bereik je elkander nooit.

Eens de stoet de hoek om is
vervallen wij weer tot dwergvolk.

Druppels soldeersel verankeren
de kermistijd
in het moederbord van mijn geheugen.

Ouder dan zeven is zij nooit geworden,
en ik bleef negen
tot zij ooit wederkomt,
na de trompetstoot van de laatste dag.

dyn010_original_525_816_jpeg_20344_83e63eca4b0416e67a55254ee50d6a58


de foto’s van gisteren en vandaag zijn persoonlijke eigendom


OP REIS NAAR HET KEIZERLIJK PALEIS

Israelslide3

Telkens weer als je voorbijkomt,
orakel na de regenval,
-iedereen schuilt in het museum tot de bui overtrekt-
kijk ik je aan.

In het doek
woon ik,
zijn de bezoekers mijn museum.

De jongen die de keizer liefhad,
de luistervink uit zijn helderste volière.

De priester prevelt, de dokter haast zich naar een bevalling.
Suppoosten gapen zich te pletter.

Een monnik
slaat de ogen neer, ruimt het puin
uit zijn zondig binnenhuis en zucht
terwijl hij verdergaat.

Maar jij, net uit de speeltuin,
in de pekaarde van de slome puberdagen,
harpoeneert mij met je tijgerogen.

Onze haren verwaaien in de tarwevelden
achter de loodwitte loopgraven.

Op de passagierslijst hebben wij dezelfde familienaam,
op reis naar het keizerlijk paleis.

Misschien word je ooit ook een schilderij of een vers van een man
wiens valscherm te laat openging.


TUSSEN DE WINTER EN DE LENTE (2)

 

Op de achtergrond
zingen wij
Nuper rosarum flores

Het koper blinkt
als de heer Dufay poseert.

Filippo Bruneleschi
bouwde in Florence
een koepel
voor deze bazuinenmonden.

Bloemen strooit de maagd,
rozen op de wonden.

Gezongen
als cantus firmus
Terribilis est locus iste.

Nu is het nog 1436
het jaar begon met een zondag
de Bosnische taal
wordt voor de eerste keer
in een document teruggevonden.

Abi Ahmet Celebi
fysicus bij het Ottomaanse keizerrijk
publiceert een studie
over nieren en nierstenen
en bevestigt
wat de Joodse dokter Musa Colinus
ter lafenis van de bijhorende pijnen vond.

Leon Battista Alberti
beschrijft de drie dimensionele
mogelijkheden
en Massacio vindt het verdwijnpunt
in een kunstwerk uit.

Zoek ons dus niet.


tekeningen zijn van de kunstenaar Victor Koulbak


TUSSEN DE WINTER EN DE LENTE (1)

0064066dolron_d

Mijne heren, zei de dokter
hier hoort ongetwijfeld Brahms bij.

De muzikanten knikten.
Hij de piano en zij de viool.

Sonate opus 108, un poco presto, presto agitato.

Schumann en Beethoven glimlachten
over hun schouders naar elkaar.
Het was een twijfelachtige lentedag,
er was zon beloofd
maar het wolkendek bleef dicht.

Daarstraks stond ik nog op de brug
nu woonde ik onderwater bij het vissenvolk.


Gentlemen, said the doctor,
Brahms undoubtedly belongs here.

The musicians nodded.
He played the piano and she played the violin.

Sonata Opus 108, un poco presto, presto agitato.

Schumann and Beethoven smiled
at each other over their shoulders.
It was a dubious spring day,
sunshine had been promised
but the cloud cover remained thick.

A moment ago I was standing on the bridge,
now I was living underwater with the fishing folk.

KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (11)

faucon20

Onder de mandarijnenboom
verdeelden wij een handvol tederheid,
zingend:

Jij, mijn vrijgelaten slaaf,
mijn plunderzieke stapvogel,
mijn boetvaardige Chinese aster.

Spelend
over de hoge vloed van’t springtij
met een kleerklopper
op de duinen van je hunkering
hameren,
en uiteindelijk
onder de warme zwarte zwaluwvleugels
ons bed in ’t boek der martelaren
spreiden.

Onder de mandarijnenboom
verdeelden wij een handvol tederheid.


antifoon:

Het jaargemiddelde
van het jakhals-geroep
doet menig burger de wenkbrauwen fronsen.

Onderaards
krijgt elke mol zelfs visioenen.

Dwaalsporen
op doktersvoorschrift.

De kraamkamer
voor deze dwaze liefde
wordt met spreeuwen bemand.

Bij gebrek aan nachtegalen
luister ik naar je adem.

Kersen strooi ik rond
om de meridiaancirkel van je ogen
te beveiligen.


KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (10)

8f9f20c3

Ondergedoken
voor de luizenkammen
van de zielepoot,
de spijtoptant
van zijn eigen schaduwbeeld,
deden wij een gooi
naar een waardig zeemansgraf.

Mijn overdonderd wonderkind,
de beeldenstorm
der stadsnomaden wurgt de herinneringen.

Bang van vergezichten
tuigen zij ledepoppen
als raspaardjes op.

Maar je vingers,
de diepe vibrafonen
schrijven kwatrijnen
voor de vergeten Nemo
onder water
op mijn huid.

In zijn gezonken schip
straalt de poolster
waar bij anderen ogen
narcissen planten op de duinen
van het overbeschermde ik.

Getekend
door de scherpe pennen
van de tandenloze schikgodin
worden we keerkringvogels
in de diepzee, onderhuids.

In de nevelkamer van het voorbije
ben ik slechts een druppeltje,
een optelfout en een profijtje
waar ik dacht een kapmeeuw,
een stormhoed of een zandtapijt
voor je uitgerolde schoonheid te zijn.

Mijn zilveren tarbot,
hartezeer en pijlvis,
onder water
ben ik een verloren puzzelstuk
een bijgebouwtje
van een verdroomd Atlantis.

Zeeziekte
is jou onbekend.


de water-foto’s komen uit het videowerk van Bill Viola


KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (7)

passion

Loop maar vlug weg,

mijn handen
kleven nog niet van je honing,

mijn vingers
zijn nog niet aan je ogen
genageld,

en mijn mond
kan nog spreken
zonder jouw lippen.

Maar als je nog even blijft
voel ik je pink al
in mijn handpalm groeien,

dus haast je maar
vooraleer ons krullig haar
in elkander waait.

Kruisdistels
in deze passietijd.

Scherpschutters
kussen al
de sneeuw
waarin ons bloed
een letter schrijft.


KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (6)

 

 

Gepatenteerd hun eigendom
de genen inbegrepen
gegraveerd tot achter de oren
van je bange ziel
probeer je de magazijngoederen
van hun investering
te beheren.

In de schaarbeweging
van je uitgedeukt ego
word je tot modelkind verknipt.

Je moeder als schade-expert
toen ik de loodglazen ruiten van je bovenkamer
opengooide, de paraffine
van de lege muren droop en goed bedekte
fresco’s zichtbaar maakte:

De röntgenfoto’s van de kaalslag
die hier te lande ook wel educatie heet.

Het pijnwoud gekapt,
het veel te late licht
regent perenbloesems
op je ontkleurde lippen.

Op schootafstand
loop je voor me uit.

Je kussen
als reislectuur.


KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (5)

04

Toen de pest het draagvermogen van het crematorium overschreed
verscheen jij met dodelijke bleekheid omkringd.

Onverbloemd droeg je deur aan deur reclame rond.
-Perziken in California gesuikerd-

Je kwam niet van zo ver, want onder je mantel
schreef je naaktheid elke verloren verpakking open.

Mijn moeder was vermist, mijn vader vermomd.
Deze voorlopige raming opende de deur voor jou.

Er ligt winterfruit op tafel, zei je.

Boven de ramen huilden de wolven.

Zwijgend en toch ontroerd
kleurden wij porseleinen appels rood.

Prauwen op de rivier.


de foto is van Desirée Dolron


KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (4)

Procter, Dod; The Golden Girl; The Ingram Collection of Modern and Contemporary British Art; http://www.artuk.org/artworks/the-golden-girl-230502
Op sterk water
worden jullie verzameld.

De schoonheid
ten top
maar levenloos

Beati immaculati in via

De laatste exemplaren
tot de altaren
van de consumptie
verheven.

Al het heimwee
dat niet kan worden uitgeziekt
in hun doodse schoonheid
geconcentreerd.

Relieken
van een kwijnend avondland.

Met schietklare
wapens omgeven,
met wetboeken omsingeld
veroordeeld
tot de zuivere hulpeloosheid.

Ik hou van je vloeken
en als je je in m’n armen nestelde
rook je vaak
naar hooi en musjes.

Ver weg is soms dichtbij

KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (3)

 

1116b-dyn001_original_250_444_jpeg_20344_8bfe4fceb91767003251a13711779305

Tussen gekneusde lippen
nog een liedje fluiten ,
elke noot langs het gezwollen vlees
schaaft de pijnlijke plank van het voorbije.

Koortsachtig
het beeld bijstellen, waar ben jij, zeggen,
in de holle put ,
de koker waarin wij wensen riepen
de pop waaruit de vlinders zouden komen.

Nu in de morgengrauwte
de krijsende wolken vleermuizen
terugkeren naar de stinkende grotten
waarin zij de werkelijkheid
ondersteboven verslapen,

-zelfs de dromen
zijn tegenvoeters
van het veel gezochte Arcadia-.

Uit de holte van onze bange zielen
roepen wij om monsters
terwijl ze stiekem met onze eigen vingers
scheldnamen op de muren schrijven.

Op geen enkele deur naar het hart
past de sleutel uit de bange boeken.

Tussen gekneusde lippen
nog een liedje fluiten.
Te lucis ante terminum
Rerum Creator, poscimus
Ut pro tua clementia
Sis praesul et custodia.

c1752-dyn001_original_366_550_jpeg_20344_a06de81c114efc094c6deb8739b1bf05


MY MELANCHOLY BABY

 

dyn008_original_462_610_jpeg_20344_bd603587643aee54e521d951ff3e263e

From the other side of the moon
a lonely child
a melancholy baby

Bevrijding
of onderduiken

an american-belgium boy
een joods-katholiek meisje.

O, o, o
de grote mixing bowl van de oorlog.

Moeder Courage
zaait haar wezen
over heel Europa uit.

dyn008_original_462_611_jpeg_20344_29f6f0725cebe3aaf2d5ab7185e88fde

Het vruchtbare slagveld
slokt de ouders op
Melancholy baby’s
voorvaderen
van een verenigd Europa toch?

Niet terug naar de States of Polen,
Een andere taal,
een andere godsdienst.
ja zelfs pa en ma
bien importé, ochottekes toch, zo’n dutske.

Op de puinhopen
hebben wij gespeeld.

Onze taal verloren
onze gebeden vernietigd
onze ouders vergast of ingevoerd uit den vreemde.

dyn008_original_462_574_jpeg_20344_dc71442d4f0e72909c3084b97d5d4d62

Jaja, wij zijn de melancholy baby’s
van Europa,
de moederkloeken van het nieuwe kippennest.

Tjiep-tjiep
klinkt in alle talen hetzelfde.

En onze eieren
zijn bruin-zwart
of helder wit
ze smaken nog naar het getho
of hebben een kauwgum-geur.

Feuertrunken.

En die rare roep op een vaderland,
veertig jaar door de woestijn, Auschwitz als wisselmunt, farmers uit Ohio,
de heldendood ontlopen
maar een vrouw der lage landen
als geschenk voor zoveel geluk.

De pampas bewoond door soldatenvolk uit het duizendjarig rijk,
hun kinderen luisteren ademloos
naar de mislopen kans een Europese god te zijn.

De kreupele kinderen van dit continent,
door vaderlijke dromen ontheemd,
eens de plooien
worden glad gestreken.

Singing in the rain,

dyn008_original_370_452_jpeg_20344_96b52417fe8a1fbc5f6b78e79ff26f57

Jam mich aroem,
chwalje mich doerch –
oen dernoch,
chotsj doe zamdst mich awek,
blaibt main oier a moesjl,
woe es doenert zikorn,
woe es perlt dain kol.

(Omzee mij,
doorgolf mij –
en dan,
ook al zand je mij weg,
blijft mijn oor een schelp
waar herinnering trommelt,
waar parelt je stem.)

Of uit het Arabisch
de liefde voor mooie jongens
met de schoonheid van de opkomende zon
vergelijken
elke morgenstond
maakt de horizon zelf
onzichtbaar.

Offer ons niet,
roepen ze
offer ons niet aan de goden
van geld en gewin

we willen hoe dan ook
voor de vreemde liefde leven.

En de engelenkoren
krijsen
amen, amen, amen.


dyn008_original_314_475_jpeg_20344_9bb7fc482389fdd981e6109028c463b9

 

KREUPELE PSALMEN UIT HET WANHOOPSOFFICIE (2)

m.baby

PSALM MET UKELELE-BEGELEIDING

O, my melancholy baby, my sweet little baby,
zong mijn moeder toen de vliegende bommen
fluitend hun doel misten en de melancholy
baby’s en aanverwanten met aarde en bakstenen versmolten.

O, my melancholy baby

Mijn vader, een verwoed ukelele-speler, tokkelde
boven het geraas van instortende gebouwen en zag
tot zijn verbazing hoe zijn baby zachtjes het hoofd bewoog
en zijn negro-lippen tuitte om het refrein te fluiten.

O, my melancholy baby

So jung und ganz entartet, Uns’rer beiden Schatten
Sah’n wie einer aus.
ausgebompte Mutti, unser Fatti
kon na de inslag in elke ukelele een laatste rustplaats vinden,
weil die Mutti in meiner Schatte für immer Schatte war.

O, my melancholy baby

Het fluiten in mijn oren en het jachtig tokkelen
op de ukelele terwijl mijn moeder ‘o, my melancholy baby’ zong
was het laatste dat ik hoorde, voor eeuwig doof,
een kleine prijs volgens de directrice van het weeshuis om de hoek.

O, my melancholy baby

Een kleine prijs om te mogen overleven en eeuwig ukelele
achter mijn dode trommelvliezen gevangen te houden,
daar liggen ze, tussen hamer en aambeeld, mijn vaak vertelde ouders
heel kleintjes wonen ze in mijn nuttelze gehoorgang, zingend:

O, my melancholy baby

Come to me my melancholy baby
Cuddle up and don’t be blue

Op mijn zachtste gehoorloze voeten, mama
kom ik jullie bezoeken, thuis in mijn gehoorgang
Leg je ukelele weg, papa, en speel trompet in mijn oor,
terwijl mama de eerste stappen van de foxtrot zet.

Smile my honey dear while I kiss away each tear
or else I shall be melancholy too


DE MAN DIE ZICHZELF WILDE UITVINDEN.

Jayme-PsychiatryAnIndustryOfDeath725

mind_meld

Oorspronkelijkheid.

Waar?
Waar beginnen ze?
Onze gedachten.

Waar hangen wij
onze zogenaamde
oorspronkelijkheid
aan op?

Ik besta door het beeld dat de anderen van mij hebben gevormd.
Onze geest is krachtig.
En zwak.

In hoeverre kan ik mijn denk-en voelvermogen losmaken van de overlevingsdrang der genen?

Waarom zijn we zo beïnvloedbaar?
Ook een kwestie van overleven, meneer.

Er was een mens die zichzelf wilde uitvinden.
Op zijn sterfbed vroeg de dood hoever hij stond met zijn uitvinding.
Heb je haast, vroeg de uitvinder.
Het is een kwestie van tijd, dat is juist, antwoordde de dood.
Geef me nog enkele dagen, ik ben er bijna.
Vandaag ben je er geweest, zei de dood ongeduldig.

Jij hebt geen hart, dood.
Dat heb je goed opgemerkt, uitvinder. De dood heeft inderdaad geen hart, want met een hart zou ik ziek worden van medelijden of smelten van jaloezie.

Terwijl hij zichzelf wilde uitvinden, liepen de kinderen in de regen.
Ze zongen en sprongen in de plassen.

Toen begreep de man dat hij ook al jaren dood was terwijl hij het leven wilde uitvinden.
Groen van zelf-medelijden.
Rood van jaloezie.

Zoals alle gestorven kinderen dat voor hen hadden gedaan.

Terwijl hij zichzelf wilde uitvinden, jankten de krolse katers en besprongen ze de katinnen.

Zoals generaties katten dat hadden gedaan.

Terwijl hij zichzelf wilde uitvinden, rook het naar spek en eieren.
Haastte de mist zich langzaam tussen de bomen.
En schreef de dood: alles is al gebeurd op de nog natte straatstenen.

Maar een jongen veegde ‘is’ en ‘al’ weg, en veranderde slimmetjes de d van gebeurd in t.

Toen begreep de man het.
Wat zegt hij, vroegen zijn kinderen rond zijn sterfbed.
Alles gebeurt, zei zijn vriendin, ik denk dat hij eindelijk zichzelf heeft uitgevonden.

En dat schreef ze op zijn grafsteen:
Mijn vriend rust hier.
Alles gebeurt, waren zijn laatste woorden.


MASURENALLEE BERLIN

12 NOVEMBER 2007 009

Dit is de hal van het radiogebouw in Berlijn.
Masurenallee.

Duitse art deco toen de radio nog jong en sterk was.
Jarenlang ook mijn thuis geweest, hoorspelen, prix Futura.

Toen jij me deze foto stuurde, enkele maanden geleden, kwam en de vreugdevolle herinnering en de pijnlijke tegelijkertijd naar boven.

De vreugdevolle, omdat ik er in 1979 voor de eerste keer mijn werk kon laten horen: de landschapsfotograaf, een klanklandschap waarin het zien en het niet zien centraal stonden. (in feite: het horen en het niet horen, maar dat valt meestal samen met het zien, en zien dan in de betekenis van het meegemaakt hebben, het gezien hebben.)

Het werd een deur naar vele reizen naar Europese radiostations om daar mijn werk te kunnen hertalen.

Radio is zien.
In tegenstelling met wat sommigen denken.
Deze activiteit is niet aan de televisie voorbehouden.
In het oor ontstaan de landschappen, breken de beelden open die het oog nooit kan waarnemen.

Dat wist ook die kleine man in Hitlers dienst wiens broer nochthans hoofd was van de Duitse psycho-analytici.
Goebbels.

Vanaf het eerste moment dat ik dit gebouw in de Masurenallee binnenkwam, stond die aanwezigheid van de minister van propaganda me klaar voor de ogen van de binnenkant.

Ik ben in 1944 geboren, één jaar en enkele maanden voor de zelfmoord van deze figuur die in zijn dood ook vrouw en kinderen meenam.

Maar zoals ik dat wel meer heb met ruimtes, voelde ik heel duidelijk de aanwezigheid van die bruine landschapsfotograaf.
Masurenallee.
Zijn betoverend getater riep een duizendjarig rijk op, en wij hebben mooi praten, maar die het toen gehoord hebben doen er vaak het zwijgen toe, niet alleen door de dood, maar de overlevenden weten dat niemand die magie-van-het- propaganda-dwergje ooit zal kunnen rationaliseren.

radio

Zo zagen plaats en gebouw er toen uit, toen ik nog niet kon zien, laat staan horen, tenzij de woorden van een Canadese soldaat die mij als peuter per sé een reep chocolade wilde cadeau doen, reep die ik vol afschuw wegwierp omdat ik nog nooit dergelijke smaak had geproefd in mijn kort leventje.

Het gebouw helemaal links is vervangen door een protserig televisiegebouw dat vooral de propagandamachine van het kapitalisme moest zijn, Sender Freies Berlin, en dat was een duidelijke betonnen vinger tegen het nabije communistische Oost-Berlijn.

Net zoals de KDW, das Kaufhaus des Westens een overvloed aan luxe etaleerde tegenover de schromelijke armoede van het Oosten.

Paradijzen, of ze nu Westelijk of Oostelijk georiënteerd zijn, ze steken telkens weer de kop op alsof er nooit een slang is geweest die je sissend tot appeleten aanzette.

En dat deed ze, onderandere bij monde van die kleine welsprekende die het geroep van zijn baas vertaalde in handige one liners (willen jullie de totale oorlog?), hij zou een uitstekende RTL-medewerker zijn geweest.

Telkens weer ik tussen 1979 en 1998 dat radio-gebouw binnenkwam had ik af te rekenen met de macht van het woord, met de magie van Goebbels die honderduizenden de dood heeft ingejaagd.

En toen er bij de opening van een prix Futura de welbepraakte voorzitter van het gebeuren vuurwerk liet afsteken in dat gebouw, kromp mijn ziel samen, zag ik duidelijk de lange nazi-vlaggen die er hebben gehangen, en ben ik weg gevlucht bij zoveel ongevoeligheid voor het verleden.

Gevaarlijker dan elke zelfmoord-terrorist, dan elk atoomwapen, is het woord.
De logos.

En het woord is vlees geworden.
En wij schieten het elke dag in flarden.