Victor Koulbak. Portrait of an Old Man. 1994. Silverpoint – watercolor. 12 3/4 x 10 in.
Victor Koulbak. Portrait with Cherries. Silverpoint – watercolor. 12 3/4 x 10 in.
Op de achtergrond
zingen wij
Nuper rosarum flores
Het koper blinkt
als de heer Dufay poseert.
Filippo Bruneleschi
bouwde in Florence
een koepel
voor deze bazuinenmonden.
Bloemen strooit de maagd,
rozen op de wonden.
Gezongen
als cantus firmus Terribilis est locus iste.
Nu is het nog 1436
het jaar begon met een zondag
de Bosnische taal
wordt voor de eerste keer
in een document teruggevonden.
Abi Ahmet Celebi
fysicus bij het Ottomaanse keizerrijk
publiceert een studie
over nieren en nierstenen
en bevestigt
wat de Joodse dokter Musa Colinus
ter lafenis van de bijhorende pijnen vond.
Leon Battista Alberti
beschrijft de drie dimensionele
mogelijkheden
en Massacio vindt het verdwijnpunt
in een kunstwerk uit.
Mijne heren, zei de dokter hier hoort ongetwijfeld Brahms bij.
De muzikanten knikten. Hij de piano en zij de viool.
Sonate opus 108, un poco presto, presto agitato.
Schumann en Beethoven glimlachten over hun schouders naar elkaar. Het was een twijfelachtige lentedag, er was zon beloofd maar het wolkendek bleef dicht.
Daarstraks stond ik nog op de brug nu woonde ik onderwater bij het vissenvolk.
Gentlemen, said the doctor, Brahms undoubtedly belongs here.
The musicians nodded. He played the piano and she played the violin.
Sonata Opus 108, un poco presto, presto agitato.
Schumann and Beethoven smiled at each other over their shoulders. It was a dubious spring day, sunshine had been promised but the cloud cover remained thick.
A moment ago I was standing on the bridge, now I was living underwater with the fishing folk.
Spelend over de hoge vloed van’t springtij met een kleerklopper op de duinen van je hunkering hameren, en uiteindelijk onder de warme zwarte zwaluwvleugels ons bed in ’t boek der martelaren spreiden.
Onder de mandarijnenboom verdeelden wij een handvol tederheid.
antifoon:
Het jaargemiddelde van het jakhals-geroep doet menig burger de wenkbrauwen fronsen.
Onderaards krijgt elke mol zelfs visioenen.
Dwaalsporen op doktersvoorschrift.
De kraamkamer voor deze dwaze liefde wordt met spreeuwen bemand.
Bij gebrek aan nachtegalen luister ik naar je adem.
Kersen strooi ik rond om de meridiaancirkel van je ogen te beveiligen.
Ondergedoken voor de luizenkammen van de zielepoot, de spijtoptant van zijn eigen schaduwbeeld, deden wij een gooi naar een waardig zeemansgraf.
Mijn overdonderd wonderkind, de beeldenstorm der stadsnomaden wurgt de herinneringen.
Bang van vergezichten tuigen zij ledepoppen als raspaardjes op.
Maar je vingers, de diepe vibrafonen schrijven kwatrijnen voor de vergeten Nemo onder water op mijn huid.
In zijn gezonken schip straalt de poolster waar bij anderen ogen narcissen planten op de duinen van het overbeschermde ik.
Getekend door de scherpe pennen van de tandenloze schikgodin worden we keerkringvogels in de diepzee, onderhuids.
In de nevelkamer van het voorbije ben ik slechts een druppeltje, een optelfout en een profijtje waar ik dacht een kapmeeuw, een stormhoed of een zandtapijt voor je uitgerolde schoonheid te zijn.
Mijn zilveren tarbot, hartezeer en pijlvis, onder water ben ik een verloren puzzelstuk een bijgebouwtje van een verdroomd Atlantis.
Zeeziekte is jou onbekend.
de water-foto’s komen uit het videowerk van Bill Viola
Gepatenteerd hun eigendom
de genen inbegrepen
gegraveerd tot achter de oren
van je bange ziel
probeer je de magazijngoederen
van hun investering
te beheren.
In de schaarbeweging
van je uitgedeukt ego
word je tot modelkind verknipt.
Je moeder als schade-expert
toen ik de loodglazen ruiten van je bovenkamer
opengooide, de paraffine
van de lege muren droop en goed bedekte
fresco’s zichtbaar maakte:
De röntgenfoto’s van de kaalslag
die hier te lande ook wel educatie heet.
Het pijnwoud gekapt,
het veel te late licht
regent perenbloesems
op je ontkleurde lippen.
Op sterk water
worden jullie verzameld.
De schoonheid
ten top
maar levenloos
Beati immaculati in via
De laatste exemplaren
tot de altaren
van de consumptie
verheven.
Al het heimwee
dat niet kan worden uitgeziekt
in hun doodse schoonheid
geconcentreerd.
Relieken
van een kwijnend avondland.
Met schietklare
wapens omgeven,
met wetboeken omsingeld
veroordeeld
tot de zuivere hulpeloosheid.
Ik hou van je vloeken
en als je je in m’n armen nestelde
rook je vaak
naar hooi en musjes.
Ver weg is soms dichtbij
From the other side of the moon
a lonely child
a melancholy baby
Bevrijding
of onderduiken
an american-belgium boy
een joods-katholiek meisje.
O, o, o
de grote mixing bowl van de oorlog.
Moeder Courage
zaait haar wezen
over heel Europa uit.
Het vruchtbare slagveld
slokt de ouders op
Melancholy baby’s
voorvaderen
van een verenigd Europa toch?
Niet terug naar de States of Polen,
Een andere taal,
een andere godsdienst.
ja zelfs pa en ma
bien importé, ochottekes toch, zo’n dutske.
Op de puinhopen
hebben wij gespeeld.
Onze taal verloren
onze gebeden vernietigd
onze ouders vergast of ingevoerd uit den vreemde.
Jaja, wij zijn de melancholy baby’s
van Europa,
de moederkloeken van het nieuwe kippennest.
Tjiep-tjiep
klinkt in alle talen hetzelfde.
En onze eieren
zijn bruin-zwart
of helder wit
ze smaken nog naar het getho
of hebben een kauwgum-geur.
Feuertrunken.
En die rare roep op een vaderland,
veertig jaar door de woestijn, Auschwitz als wisselmunt, farmers uit Ohio,
de heldendood ontlopen
maar een vrouw der lage landen
als geschenk voor zoveel geluk.
De pampas bewoond door soldatenvolk uit het duizendjarig rijk,
hun kinderen luisteren ademloos
naar de mislopen kans een Europese god te zijn.
De kreupele kinderen van dit continent,
door vaderlijke dromen ontheemd,
eens de plooien
worden glad gestreken.
Singing in the rain,
Jam mich aroem,
chwalje mich doerch –
oen dernoch,
chotsj doe zamdst mich awek,
blaibt main oier a moesjl,
woe es doenert zikorn,
woe es perlt dain kol.
(Omzee mij,
doorgolf mij –
en dan,
ook al zand je mij weg,
blijft mijn oor een schelp
waar herinnering trommelt,
waar parelt je stem.)
Of uit het Arabisch
de liefde voor mooie jongens
met de schoonheid van de opkomende zon
vergelijken
elke morgenstond
maakt de horizon zelf
onzichtbaar.
Offer ons niet,
roepen ze
offer ons niet aan de goden
van geld en gewin
we willen hoe dan ook
voor de vreemde liefde leven.
O, my melancholy baby, my sweet little baby, zong mijn moeder toen de vliegende bommen fluitend hun doel misten en de melancholy baby’s en aanverwanten met aarde en bakstenen versmolten.
O, my melancholy baby
Mijn vader, een verwoed ukelele-speler, tokkelde boven het geraas van instortende gebouwen en zag tot zijn verbazing hoe zijn baby zachtjes het hoofd bewoog en zijn negro-lippen tuitte om het refrein te fluiten.
O, my melancholy baby
So jung und ganz entartet, Uns’rer beiden Schatten Sah’n wie einer aus. ausgebompte Mutti, unser Fatti kon na de inslag in elke ukelele een laatste rustplaats vinden, weil die Mutti in meiner Schatte für immer Schatte war.
O, my melancholy baby
Het fluiten in mijn oren en het jachtig tokkelen op de ukelele terwijl mijn moeder ‘o, my melancholy baby’ zong was het laatste dat ik hoorde, voor eeuwig doof, een kleine prijs volgens de directrice van het weeshuis om de hoek.
O, my melancholy baby
Een kleine prijs om te mogen overleven en eeuwig ukelele achter mijn dode trommelvliezen gevangen te houden, daar liggen ze, tussen hamer en aambeeld, mijn vaak vertelde ouders heel kleintjes wonen ze in mijn nuttelze gehoorgang, zingend:
O, my melancholy baby
Come to me my melancholy baby Cuddle up and don’t be blue
Op mijn zachtste gehoorloze voeten, mama kom ik jullie bezoeken, thuis in mijn gehoorgang Leg je ukelele weg, papa, en speel trompet in mijn oor, terwijl mama de eerste stappen van de foxtrot zet.
Smile my honey dear while I kiss away each tear or else I shall be melancholy too
Waar hangen wij onze zogenaamde oorspronkelijkheid aan op?
Ik besta door het beeld dat de anderen van mij hebben gevormd. Onze geest is krachtig. En zwak.
In hoeverre kan ik mijn denk-en voelvermogen losmaken van de overlevingsdrang der genen?
Waarom zijn we zo beïnvloedbaar? Ook een kwestie van overleven, meneer.
Er was een mens die zichzelf wilde uitvinden. Op zijn sterfbed vroeg de dood hoever hij stond met zijn uitvinding. Heb je haast, vroeg de uitvinder. Het is een kwestie van tijd, dat is juist, antwoordde de dood. Geef me nog enkele dagen, ik ben er bijna. Vandaag ben je er geweest, zei de dood ongeduldig.
Jij hebt geen hart, dood. Dat heb je goed opgemerkt, uitvinder. De dood heeft inderdaad geen hart, want met een hart zou ik ziek worden van medelijden of smelten van jaloezie.
Terwijl hij zichzelf wilde uitvinden, liepen de kinderen in de regen. Ze zongen en sprongen in de plassen.
Toen begreep de man dat hij ook al jaren dood was terwijl hij het leven wilde uitvinden. Groen van zelf-medelijden. Rood van jaloezie.
Zoals alle gestorven kinderen dat voor hen hadden gedaan.
Terwijl hij zichzelf wilde uitvinden, jankten de krolse katers en besprongen ze de katinnen.
Zoals generaties katten dat hadden gedaan.
Terwijl hij zichzelf wilde uitvinden, rook het naar spek en eieren. Haastte de mist zich langzaam tussen de bomen. En schreef de dood: alles is al gebeurd op de nog natte straatstenen.
Maar een jongen veegde ‘is’ en ‘al’ weg, en veranderde slimmetjes de d van gebeurd in t.
Toen begreep de man het. Wat zegt hij, vroegen zijn kinderen rond zijn sterfbed. Alles gebeurt, zei zijn vriendin, ik denk dat hij eindelijk zichzelf heeft uitgevonden.
En dat schreef ze op zijn grafsteen: Mijn vriend rust hier. Alles gebeurt, waren zijn laatste woorden.
Dit is de hal van het radiogebouw in Berlijn. Masurenallee.
Duitse art deco toen de radio nog jong en sterk was. Jarenlang ook mijn thuis geweest, hoorspelen, prix Futura.
Toen jij me deze foto stuurde, enkele maanden geleden, kwam en de vreugdevolle herinnering en de pijnlijke tegelijkertijd naar boven.
De vreugdevolle, omdat ik er in 1979 voor de eerste keer mijn werk kon laten horen: de landschapsfotograaf, een klanklandschap waarin het zien en het niet zien centraal stonden. (in feite: het horen en het niet horen, maar dat valt meestal samen met het zien, en zien dan in de betekenis van het meegemaakt hebben, het gezien hebben.)
Het werd een deur naar vele reizen naar Europese radiostations om daar mijn werk te kunnen hertalen.
Radio is zien. In tegenstelling met wat sommigen denken. Deze activiteit is niet aan de televisie voorbehouden. In het oor ontstaan de landschappen, breken de beelden open die het oog nooit kan waarnemen.
Dat wist ook die kleine man in Hitlers dienst wiens broer nochthans hoofd was van de Duitse psycho-analytici. Goebbels.
Vanaf het eerste moment dat ik dit gebouw in de Masurenallee binnenkwam, stond die aanwezigheid van de minister van propaganda me klaar voor de ogen van de binnenkant.
Ik ben in 1944 geboren, één jaar en enkele maanden voor de zelfmoord van deze figuur die in zijn dood ook vrouw en kinderen meenam.
Maar zoals ik dat wel meer heb met ruimtes, voelde ik heel duidelijk de aanwezigheid van die bruine landschapsfotograaf. Masurenallee. Zijn betoverend getater riep een duizendjarig rijk op, en wij hebben mooi praten, maar die het toen gehoord hebben doen er vaak het zwijgen toe, niet alleen door de dood, maar de overlevenden weten dat niemand die magie-van-het- propaganda-dwergje ooit zal kunnen rationaliseren.
Zo zagen plaats en gebouw er toen uit, toen ik nog niet kon zien, laat staan horen, tenzij de woorden van een Canadese soldaat die mij als peuter per sé een reep chocolade wilde cadeau doen, reep die ik vol afschuw wegwierp omdat ik nog nooit dergelijke smaak had geproefd in mijn kort leventje.
Het gebouw helemaal links is vervangen door een protserig televisiegebouw dat vooral de propagandamachine van het kapitalisme moest zijn, Sender Freies Berlin, en dat was een duidelijke betonnen vinger tegen het nabije communistische Oost-Berlijn.
Net zoals de KDW, das Kaufhaus des Westens een overvloed aan luxe etaleerde tegenover de schromelijke armoede van het Oosten.
Paradijzen, of ze nu Westelijk of Oostelijk georiënteerd zijn, ze steken telkens weer de kop op alsof er nooit een slang is geweest die je sissend tot appeleten aanzette.
En dat deed ze, onderandere bij monde van die kleine welsprekende die het geroep van zijn baas vertaalde in handige one liners (willen jullie de totale oorlog?), hij zou een uitstekende RTL-medewerker zijn geweest.
Telkens weer ik tussen 1979 en 1998 dat radio-gebouw binnenkwam had ik af te rekenen met de macht van het woord, met de magie van Goebbels die honderduizenden de dood heeft ingejaagd.
En toen er bij de opening van een prix Futura de welbepraakte voorzitter van het gebeuren vuurwerk liet afsteken in dat gebouw, kromp mijn ziel samen, zag ik duidelijk de lange nazi-vlaggen die er hebben gehangen, en ben ik weg gevlucht bij zoveel ongevoeligheid voor het verleden.
Gevaarlijker dan elke zelfmoord-terrorist, dan elk atoomwapen, is het woord. De logos.
En het woord is vlees geworden. En wij schieten het elke dag in flarden.