1436547556

Waarde G. Dumortier

Ik ben het met u eens dat wij onszelf tot op hoog niveau kunnen bedriegen.
Maar mijn wens om beetje bij beetje onzichtbaar te worden heeft weinig of niets met angst te maken. Het zou een vorm van pretentie zijn wegens onze schamelheid onzichtbaar te willen zijn.
We zijn wie we zijn, en wie kan niet de ogenblikken herinneren dat het zichtbare een opperste vorm van genieten was: de ogen van de geliefde, of de kromming van een schouder, het welven van een landschap, de schreeuw van een kleur.

Maar onze ogen zijn nogal bezitterig, ze willen voortdurend innemen, bezitten, onthouden, bij-houden dus.
De eerste stap naar de onzichtbaarheid is de’ gulzigheid van je ogen loslaten, niet om blind te zijn, maar om te leren kijken zonder de bijbedoeling het geziene in te palmen, te vervormen, van jou te maken.

Het is kijken zoals het licht wordt. Het is liefde hebben voor het geschapene maar zonder de drang tot veroveren of vast te houden.
Het is je laten overspoelen door wat je ziet.

Ik heb hierdoor veel beter leren kijken, opener, breder.
Het zijn nog maar oefeningen maar je ogen de kost geven zoals men zegt, mag je best letterlijk opvatten: wat je ziet wordt het voedsel waardoor je nog beter mag leren kijken.
Begin niet met de blik naar binnen te richten want daar is bijzonder weinig te zien. We hebben ons daar een staketsel van zielen en persona opgebouwd die meer uit wensen, dromen en valse verlangens bestaan dan uit aanwezigheid.
Niet-zien dus en daardoor toch heel helder te kunnen kijken zoals niet-weten tot vrij essentiële kennis leidt.

Zo kijk ik naar de oude foto van een onbekende jongen.
Ik probeer er zo weinig mogelijk bedenkingen bij te maken, alleen maar te kijken tot onze blikken elkaar raken ook al moeten we daarvoor een afstand van 125 jaar overbruggen.

Uw dienstwillige Theodore Silverstein