2 vogels0

In 1930 bracht de vorige eigenaar van de tuin, Vincent Pietromatire, de twee vijgeboompjes mee uit Napels.
Het waren kleine stekjes toen ze in East Williamsburg, Brooklyn, arriveerden en ze daar een plaats kregen tussen fruitbomen en de groenten in zijn tuin.

Fred Tomaselli, kunstenaar (kleine foto hier boven rechts) was volop bezig tuin en huis te kopen toen in 1997 de heer Pietromatire stierf.

In het funerarium trof hij zijn toekomstige buren aan die hem allerlei raad gaven om de twee vijgenbomen te laten overleven.
De een vond plastic een goede oplossing voor de koude maanden, de andere dacht dat jutte de kwetsbare bomen beter zou beschermen, en nog iemand stelde voor een grote emmer als dak te gebruiken.

Er ontstond een druk Italiaans twistgesprek in het funerarium hoe je nu best met vijgenbomen omging terwijl de tuin van Pietromatire niet meer dan een verwaarloosd landschapje was.
Hij vond de situatie erg komisch (alhoewel zijn vader ook van Italiaanse afkomst was) en kwam onder een lichte druk te staan om niet alleen de vijgenbomen maar de hele tuin aan te pakken.

Nu, negen jaar later, gedijen de vijgenbomen goed, en Fred Tomaselli intussen vijftig, heeft de tuin met irissen, akelei, oranje klaprozen, lavendel, aalbessen en twee soorten aardbeien gevuld.

Ik vertel je dit verhaal omdat het de direkte aanleiding was om Tomaselli’ s werk te gaan bezoeken in de James Cohan Gallerly, Chelsea, NY.

De inspiratie voor deze 12 werken komt niet alleen figuurlijk maar vaak ook letterlijk uit de intussen bekende tuin doordat hij gedroogde of geplette bladeren van zijn planten en bomen in zijn werk opneemt.
Kijk naar het werk hiernaast: “Migrant Fruit Thugs” (2006).
Je ziet twee vogels op een tak gezeten omgeven door bladeren van de eerder besproken vijgenboom.
De sterren in de nacht lijken op psychedelische ontploffingen, zegt Dorothy Spears in de NY-times van gisteren.
De vijgenbladeren, van oijfkleurig naar goud, hoor je in de wind ritselen.

“I think that’s when the work started getting good, when I started acknowledging the importance of endeavors like gardening. You need to be open to the way your life works and not deny it. It makes the work better.”

69b7c-dyn004_original_482_550_jpeg_20344_85093dabe3fd9d2e7d48d3a79e089302

Voor hem is tuinieren zoals schilderen, een traag indruppelen van een diepgaand wonder.
Het drogen van de bladeren duurt al drie weken, en dan daarna volgt het traag opbouwen van de verschillende onderdelen waarin bladeren, fotocollages en verf laag op laag op gegoten hars worden aangebracht.
Daarna volgt het zorgvuldige zandstralen en polijsten.

59c9a-dyn004_original_550_442_jpeg_20344_aa5fd2d57aa23879730f4a6c2d57b3b8

Tegenspraak heeft Tomaselli’ s werk altijd gekenmerkt

In 1989 waren nogal wat vrienden van hem met aids besmet en druk bezig met farmaceutica.
Toen begon hij pillen en andere geneesmiddelen in zijn kunstwerken te gebruiken en in 1990 organische narcotica als hennep, en kaleidoscopische arrangementen van vogels, bloemen, insecten, lippen en oogballen, heel nauwkeurig uit catalogi en veldgidsen geknipt.

fa3e4-dyn004_original_550_550_jpeg_20344_fbd0b2f07431b06ba0ca5242832a27b1

tomaselli1592425f36c4dfc22

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geboren in Santa Monica, Californië groeide hij op in Santa Ana waar zijn vader, ontwerper en voltijds borstelverkoper het moeilijk had om zijn zes kinderen en vrouw op te voeden.

In de late 1970 beschrijft Tomaselli zichzelf als ‘drugged-up punk rocker’ terwijl hij de California State University bezoekt in Fullerton.
Daar leefde hij in een klein huisje met een achtertuintje.

“First I started growing pot, then I started growing tomatoes to hide the pot. Then I started getting into all of these cool vegetables camouflaging the pot. Then I started growing flowers.”

Later in Los Angeles bouwde hij een tuintje op zijn dak, iets wat hij in Brooklyn herhaalde, en zo kwam hij dan in het huis en de tuin van Pietromatire terecht.

In plaats van drugs is zijn werk nu een soort ‘eye-candy’, een venster op alternatieve werkelijkheden.

“The way I arrange nature in my work mimics the way I arrange nature in my garden.” Scraping away and subtracting is like pulling up a plant. There’s this constant give and take. You’re arranging imagery, making aesthetic choices. Gardens, like paintings, evolve over time.”

Een mooi detail:
Als kind woonde hij vlakbij Disney-land en kon hij vanop het dak Tinkelbel zien opstijgen en haar toertje maken, om maar te zwijgen van het vuurwerk dat elke avond de nacht oplichtte.

Of kunstenaars met zicht op Plopsaland dezelfde psychedelische ervaringen zouden hebben?