02Dit zijn de laatste dagen.
De lange uitschuiver van de voorbije warme zomer.
De wingerd druipt rozerood uit de taxusbomen.

Zij, de duizendjarigen, en hij, één seizoen tot aan de rozigrode dood.

Natuurlijk kan ik het zondaglicht niet vangen.
Elke foto is een zwakke vertaling.

De problemen van de schilder en de fotograaf zijn dezelfde:
waar is die innigheid als je ze met materialen moet reproduceren?

De bomen vol kwetterende spreeuwtjes.
Een licht briesje laat de slingers zachtjes heen en weer bewegen.
De zon op de verweerde muur.
De wetenschap dat het vlug zal donker zijn
zit in het volume en de tonaliteit van de kleuren.

Lijnen lopen naar het huis, vluchten weg.
Het rozigrood druipt naar beneden,
vervult nu al de voorspelling van het naar de aarde neigen.

En hoe de omgeving spreekt: de vogels,
ontelbare stemmetjes proberen het duister tegen te houden.

En de geuren?
De droge stofgeuren van de voorbije zomer
zijn door wasem uit de grond vervangen.

Alsof hij het sterven wil verzachten,
wil zeggen dat wie nu verdwijnt, het voedsel
voor de volgende lente is.

Deze moeder aarde,
godin van het eeuwige rad.

Wie van haar wegloopt als kind,
zoekt de slaap weer in haar schoot
als de tijd je traag en overbodig maakt.

1Worden wij bleekjes
zij kleuren rood bij het stilstaan van het sap.

Vijf rode vingers,
ontelbare rode handen in het strijklicht.

Hier zou je muziek moeten schrijven
‘O Tod wie bitter bist du’ van Reger.

Of beter nog:
‘Lässt mich allein’
van Dvorak waar hij piano en cello
laat spreken.

Ik bewonder zijn durf
niet in gezweef te blijven hangen,neen,
je hoort duidelijk nog de sterkte van de vleugels
het bijna joodse motief dat wanhoop
en waardigheid tot één werkwoord vervoegt.

En het allermooiste is de nocturne, opus 9 nr 1 van Chopin.
In mijn werkkamer speelt Maurizio Pollini
de dag dicht.

Dit is dezelfde tonaliteit van de rozerode wingerd.
De wreedheid
dat schoonheid en sterven zo tevergeefs lijken
en dat je dat absurde
alleen maar met een melancholische moed kunt ver-dragen.

Dus keer ik morgen terug naar het landhuis
om die laatste dagen ver te kijken.

Diepte opslaan, zou je ’t kunnen noemen.
Je meten met het landschap
in nederigheid en verdwijnen.

Laten we donderdag elkaar terugvinden
en ons weer op de schoonheid van het doek en de ruimte
concentreren.