angel-boy

Dat hij zo’n mooie engel was, meneer.
Niet alleen door dat kleed, en nog minder door zijn kroon, maar zoals mevrouw Renders zei: ”t Ventje heeft zo’n angelieke uitdrukking!’

Angeliek, van ’t woord angel, engel dus.
Ze had ook ‘engelachtig’ kunnen zeggen, maar ze zei: angeliek.

Maar ge moet eens goed naar die foto kijken.
Valt u niets op?
’t Is een detail, maar in feite is ’t de sleutel.

Hun handen, meneer.
Zijn handjes rond haar hand.
Ik weet het, dat is niks ongewoon, zo is een kind van die leeftijd.
Dat hangt aan zijn moeder, dat weet ik.
Maar hij hing niet aan haar, neen, zij aan hem.

Ge kunt zeggen dat ge zoiets moet begrijpen, jaja, ze heeft er lang op moeten wachten, dat is waar.
Ze hebben jaren gedoktoord na de misval van haar eerste.
En toen hij kwam was ’t toch ook maar op ’t nipperke naar ’t schijnt.

Hij heeft nog maanden in de couveuse gelegen, hare engel.
En zij was niet van hem weg te slagen.
Ze moesten haar buitenzetten, en of haar man nu iets zei of niet, zo van alé Josfientje, laten we nu naar huis gaan, hij wordt hier goed verzorgd, ’t hielp allemaal niks.

Hij zag zijne zoon ook graag, maar was ’t nu uit schrik om hem ook te verliezen, of was ’t om zijn speciale ogen–ja, zijn ogen, dat ziet ge toch ook op die foto– zijn ogen…

Ze staan niet recht zoals bij ons, maar ze lopen een beetje naar boven, en daardoor krijgt zijn gezicht zo’n triestige uitdrukking, en als hij dan lacht, dan is dat een…een..
…een verwarring: ge weet niet wat ge moet denken, meneer.
Sommige filmsterren hebben dat ook, pakt nu James Dean zijn ogen..
Ook niet recht, maar met de ooghoeken naar boven, ik heb dat geheim ontdekt toen ik elf jaar na zijn dood de foto van de muur wilde halen, en ineens wist ik, ik, ik zei: maar dat is het, dat is zijn ‘uitstraling’ gelijk ze zeggen.

Dus versta me niet verkeerd, ik begrijp goed dat ze zot is van ’t kind, dat ze hem niet loslaat, dat hij haar ook niet kan loslaten, tot inde kerk toe, de mensen kijken naar hen zoals ze naar een koppel kijken, en dan glimlachen ze, jaja, dat wel, zeker als ze ’t voor de eerste keer zien, maar als ge daar dag in dag uit mee geconfronteerd wordt, meneer, dan blijft ge niet lachen.
Ge begint zo’n raar gevoel te krijgen in uwe kop, verstade?

En ze zitten in twee missen, elke week. In twee, d’hoogmis en d’ avondmis zaterdag ’s avonds.
Want zei ze: ik weet dat hij een roeping heeft.
Jezus kiest zijn schaapjes zelf.
Hij is de goede herder.
Hij kan een kwartier lang doodstil zitten kijken naar die grote glasraam, links van ’t altaar, en dan begint hij zo heel stillekes te knikken en verschijnt die schone glimlach op zijn lipjes.

Ik was efkes in de hemel, zei hij, ons Hermanneke.
Ik kon u beneden in de kerk zien zitten, en ge waart triestig, mama.
Maar ge moet niet triestig zijn, want ik zal voor u zorgen.

Waar haalt zo’n kind zoiets?