8500

`Lieve vriend,

Met dit vreemde maar mooie portret geschilderd door Cecilia Beaux wil ik je kroniek over de onzichtbaarheid aanvullen.

Nu trekt het weekend aan mijn kleren, de boeken wachten, de antieke voorwerpen in de winkel verwachten dat ik nog eens met hen spreek of in mijn handen hou.
Ze zijn daaraan zeer gevoelig, net zoals bloemen.

Het is een vergissing te denken dat zogenaamde levenloze voorwerpen geen herinneringen meedragen.

Als ze het huis verlaten nemen ze een miniem deeltje van mijn liefde en vriendschap mee.
Zo is het ook met tekeningen en schilderijen.

Ik bewaar ze in mijn hoofd, en voor ik ga slapen loop ik langs de gangen van mijn virtueel museum en blijf ik bij elk van hen even stilstaan.

In mijn verbeelding komen ze in hun puurste vorm te voorschijn.
Ik moet niet op hun tonaliteit of compositie letten, dat zijn dan woorden waar ze zelf om glimlachen, maar ze breken door de glazen wand waarachter ze tijdens de dag hun twee dimensionele gevangenschap moeten uitzweten.

Soms mag ik even bij hen staan, of de geuren van landschappen ruiken, of voel ik de zijden en fluwelen stof langs mijn lijf strelen.

Ze kunnen ook lastig zijn.
Dan maken ze zich onzichtbaar of herken ik hen niet meer omdat ze uit enkele lijnen en welvingen bestaan en ze zich achter deze uiterlijkheden hebben verborgen.

Er zijn echter ook momenten dat ze bij elkaar op bezoek komen.
Dan lopen de taferelen in elkaar en vormen zich nieuwe vaak hallucinante beelden waarvan de betekenis mij totaal ontgaat maar die me op een bijzondere manier inzicht geven in de achtergronden van dit rare bestaan.

Met de portretten kun je je lang onderhouden.
Zoals deze schets die ik je meestuur om mijn kroniek over Cecilia Beaux aan te kondigen.
Je kijkt elkaar aan en het is zoals in de liefde, je hebt geen woorden nodig.
Je kijkt zonder te moeten staren, maar met ootmoed.
Dat is een oud woord dat schilderijen heel mooi vinden.

De meeste kijkers zoeken alleen maar naar hun status, hun geldelijke waarde of hun bekendheid.
Maar dat zegt hen niets.
Zij kijken immers ook naar ons.
Zij proberen nu en dan contacten te leggen tussen onze vlugge en hun gestolde wereld.

Kijk geduldig naar dit porttret en je zult begrijpen wat ik bedoel.
Tot maandag dus.