dyn006_original_476_374_jpeg_20344_19d3bf68807008ce92a6dbbe17efb039

Mocht ik toevallig 300.000 euro vinden dan zou ik ze graag besteden aan het schilderij dat ik je hierbij meestuur en dat maandag 19 maart geveild wordt in Parijs.

Buur en vriend van Bonnard is HENRI LEBASQUE (1865-1937) vooral bekend om zijn doeken die het dagelijkse leven en de joi de vivre verbeelden.

Vanuit zijn woning in Sainte-Maxime schildert hij in 1913-14 dit grote doek ‘Le goûter des enfants’.

Nu we een week een vermoeden kregen van licht en verraderlijke warmte, al dan niet besmet met fijne stofdeeltjes, voel ik me nog meer aangetrokken om met de vrouwen en de kinderen op het doek een lange wandeling langs het strand te maken.

Tot het detail van het omgewaaide hoekje van het tafelkleed met daaronder de door het zout aangetaste verf van het blad, tot en met de de paarse blauwte waarin de zee het land bespoelt, het ogenblik waarop deze schoonheid is bevroren overtreft telkens weer het koude snapshot.
Dit is geen optelling van een aantal momenten voor en na, maar een levensstijl, een genieten van de dingen van alledag.

dyn006_original_405_575_jpeg_20344_5b05edd3b806689f0403444a57ea6867

Vaak is de wereld voor hem vanuit het cocon vrouw en de dochters Marthe en Nono bekeken, later nog aangevuld met Pierre die in 1912 wordt geboren.
Ze zijn talrijk en in het centrum aanwezig in zijn werk.

Kijk naar zijn dochter die dichtbij de grote vaas met bloemen zit te lezen.
Hun beider schoonheid tot in het groen van de vaas, het rood van de rugleuning en het lila van de achterwand, de subtiliteit kan niet op, en je kunt er naar blijven kijken zonder het gevoel te hebben dat kunst-matigheid je bij de geestelijke neus heeft genomen.

dyn006_original_390_334_jpeg_20344_e57870021a282161a262ffb768483adc

Zoals jij je wandeling van zondag hebt samengevat in je kleine ballade, vertrekt de schilder bij de praktijk van alledag zoals Boomkes dat noemde.

Het is geen eenvoudige praktijk, let wel.
Zoals sommigen de agenda als ruggegraat voor de dag nemen, anderen de monotonie van het terugkerend gebed om dichter bij God te komen, is er hier blijkbaar geen vooropzet in het spel.

Er is het licht.
Het Zuiderse licht van Saint Tropez, de milde mengeling die ook andere schilders heeft geïnspireerd en nu de rijken en de lettergoden naar die streek lokken.
Licht als programma.

De kinderen, de bloemen, de bezoekers, de zee, ze verliezen elke betekenis in de vaalte van de kleurloosheid, al zal deze vaalte ook weer voor anderen een bron van herkenning zijn, een congruentie met hun eigen zieletoestand.

Er zijn ook geen verborgen agenda’ s of boodschappen.
Het meisje leest terwijl haar moeder de kleine Pierre de borst geeft, beiden hebben op dat ogenblik hun eigen wereld waarin ze zich vrijelijk mogen bewegen, maar het is het licht dat hen verbindt.

afternoon snackDe boomgaard en de kinderen.
Details zijn weggeveegd om de kleuren en hun onderlinge speelheid tot zijn recht te laten komen.

Het is namiddag, tijd voor een vieruurtje in open lucht.
Er zijn geen conventies.
Er is de veelheid aan groen en gele -witte stippen, en de tijd die net zo vlug voorbijgaat als nu, maar waarvan het passeren niet eens wordt opgemerkt omdat de essentie is bereikt, al moet ik opletten voor te arcadische benaderingen want het is 1913-14, en weldra zal die oude wereld in brand schieten om nooit meer te genezen van die vooroorlogse wensdromen.

Ik denk dat we allen zo’n momenten uit onze kindertijd kunnen herinneren.
Jouw brieven rondom het buitenhuis, de tijdloosheid die pas op latere leeftijd haar betekenis krijgt.

Maar Lebasque heeft daar niet op gewacht.
Hij schildert zijn kinderen, de tijd waarin hij leefde in het licht waarin ze dagelijks verbleven.

Dus geen heimwee, geen valse herinneringen noch minder melancholie, maar het lumineuse dat inderdaad met het numineuze verwant is.

dyn006_original_590_480_jpeg_20344_980f55c3ada7758fcc8033541d67a66b

Kijk naar Nono en Marthe.
Het is een mooie dag.
Marthe heeft haar parasol net uit beeld neergelaten terwijl Nono ook hier weer lezend aanwezig is.

Marthe wacht tot haar zusje het hoofdstuk heeft uitgelezen.
Zal ze vertellen wat ze heeft gelezen?
Of moet Marthe dringend een geheimpje kwijt, vrouwenzaken.

Kijk naar hun mooie kleren.
Ze hebben ieder hun eigen keuze gemaakt.
De oudste al heel frivool blauw, en de jongste nog een beetje jongensachtig, alles in dienst van de beweging.

Wie we niet zien is Henri.
Hij zit voor altijd onzichtbaar rechts van het beeld.
Achter hen de zee.
Hij schetst.
De kinderen kijken daar niet meer van op.
Ze zijn eraan gewend geraakt.
Het hoort bij het dagelijkse leven.

Maar het zijn de kleuren die hij in zijn hoofd vasthoudt.
De schakeringen en hun samenspel.
De kleur die elk moment weer andere tinten en tonen aanneemt, en hij wil daar enkele momenten van samenbundelen in dit doek.

Missschien wilden beide zussen gaan spelen, maar riep hij: blijf nog even zo zitten.
Misschien giechelen ze inwendig, tot hij ‘merci les filles’ roept en zij haar parasol weer openplooit en het strand verrijkt met haar schoonheid terwijl Nono met Pierre langs het water spelen.

Het is ons elke dag gegeven.
De kunst van het kijken kunnen we verwerven, net zoals het genieten waarvan de verfijning alleen maar kan toenemen.

Maar het licht van alledag is gratis.