German_Jugendstil_Table_Lamp‘De Jugendstil vormt de laatste poging van de Europese cultuur om vanuit de mobilisatie van de innerlijkheid en de persoonlijkheid de bedreiging van de techniek af te wenden.
Hij vormt een culminatie van de tendensen die al herkenbaar waren in de ijzer- en glasarchitectuur, in de passages en in het negentiende-eeuwse interieur. (…)
De historiserende maskerades uit de negentiende-eeuwse interieurs- met eetkamers als feestzalen van Cesare Borgia, boudoirs als gotische kapellen en studeerkamers als Perzische vertrekken- worden vervangen door een beeldenwereld die verwijst naar het vegatatieve, het florale, het zacht wiegende van een onderwaterwereld.

(Hilde Heynen, ‘Wonen in een huis van glas. Walter Benjamins oproep tot een nieuw barbarendom, 1995)

René Boomkens ziet de illusoire wereld vanhet burgerlijke interieur eindigen in de Jugendstil: het huis zelf als plastische uitdrukking, als de handtekening van de persoonlijkheid van zijn bewoner.

Je mag met Heynen best deze stijl met het zacht wiegende van een onderwaterwereld vergelijken, maar dan denk ik toch dat je een bijzonder stijlkenmerk over het hoofd ziet.

Kijk naar deze lamp.
Veel ‘zacht wiegende elementen’ zijn er niet in te vinden, maar wel een combinatie van strengheid die zich later in de art deco zou voortzetten en een inspiratie vanuit het florale, het vegatieve.

Het is een combinatie die de bekoorlijkheid uitmaakt van de Jugendstil: ze is al een een poging tot synthese, een stijl waarin je kunt wonen, een drang naar vereenvoudiging.

Zelden is de gebogen lijn zo sober en toch uniek gebruikt als in deze stijl.
Rondingen en decoratieve slingerbewegingen hebben nooit het roccoco-karakter van de neo stijlen uit de 18de-19de eeuw.

Tegelijkertijd is het een voorbeeld van een gemetalisseerd innerlijk dat allerlei pogingen van het hedendaags desing niet meer zullen bereiken: de flexibiliteit en de durf om de vereenvoudiging te kaderen in het wilde van bloemen- en plantenrijk blijft mij verbluffen.

Het is een vrouwelijkheid die de hedendaagse vormgeving wel eens mist.
En de combinatie van vrouwelijkheid met strengheid laat nu nog velen de Jugendstil verketteren tot een historische poging om de natuur weer als uitgangspunt te nemen.

Vergeten we niet dat nogal wat stijlkenmerken uit deze stijl hun oorsprong vonden in de Japanse prentkunst en zeker in het Oosterse interieur.

Boomkens noemt de Eerste Wereldoorlog als grote boeman die ‘ruw afrekent met de zelf ingenomen en valse geborgenheid van het burgerlijke interieur.’

Ook hier volg ik hem niet en bestempel ik de term ‘zelfingenomen’ als een vooringenomen stelling die hij deelt met Benjamin maar die hij nergens toetst aan de rijkdom van verschillende expressies, en de werkelijke geborgenheid (of pogingen daartoe) die door de opkomende industrialisatie en de groei van de middenklasse kansen gaven om de binnenwereld als werkelijke ‘thuis’ vorm te geven.

‘De moderne avant gardes breken rücksichtlos met alle illusies van het vooroorlogse burgerlijke bestaan, na de Eerste Wereldoorlog.’

En hij voert dan het surrealisme, Dada, De Stijl, en het >Bauhaus als voorbeelden op.

Ik vind deze stelling een beetje een historische fake.
De meesten van de ze bewegingen ontstonden veeleer als commentaar op de twintiger jaren.
Na de oorlog werden de huizen immers nog burgerlijker, een synthese van Franse en Engelse bouwstijlen die tot in de art deco nazinderden vanuit begonnen bewegingen uit de 19de eeuw.

De nieuwe zakelijkheid van het ‘socialisme’ en het ‘communisme’ gebruikte eerder de eerste wereldoorlog als een ideologisch echec van het burgerlijk humanisme om hun eigen ideologie glans en luister te laten bijzetten.

De versobering die optrad was een uitvloeisel van allerlei 19de eeuwse stijlen en zeker geen breuk al probeert het Bauhaus zijn tijd vooruit te lopen, haast en kundigheid die door de opkomende nazis onmiddellijk werd begrepen en afgestraft met sluiting en verbanning.

Het ‘glazen huis’ dat de nieuwe richtingen vooropstelden waarin de buiten- en binnenwereld wegvielen zou tot grotere illusies leiden dan wat de 19de eeuwse burgerij wordt verweten.