dyn002_original_405_543_jpeg_20344_643d9832a58647edb5b2661bf65f1d20

LIEDJE VOOR HET HUIS

Als ik wakker werd zag ik mijn huis.
Gehuld nog in de nacht.

Ik wist niet meer waar ik thuis was,
elke nacht verdwaalde ik in mijn dromen.

De uilen krasten:
‘Je draagt het op je rug, slakkendenker die je bent!’

dyn002_original_350_349_jpeg_20344_32612b044799e7aef7c2883320737ae0

En de wolven huilden in het bos:
‘Naar Hydra jagen we je terug,
de grote waterslang aan de hemel
zal je kokende gedachten blussen!’

In welk hoekje van het heelal wil je wortelschieten,
vroeg het kind op de kruising der wegen.

Het tekende met een stokje in het zand
de kaart waar hydra heerste, dacht ik,
of spelde hij zijn wonderlijke naam,
de onbestaande die de leegte zelf is
waarin de zilverbloemen zonder ogenblik
maar alleen in zijn gedachten
openbloeien, zoals de fontein
één seconde de hemel bereikt
en daarna zich in de donkterte terugtrekt.

Het geheim van zijn ogen.

dyn002_original_448_301_jpeg_20344_d945500b77c9953d3e67c93771ec69e7

Hier vloeiden wetenschap en poëzie
tot één kinderlijke brei samen om er in de stilte
van de sterren zoete broodjes mee te bakken.

Want elke gedachte is te kneden
in het rommelige laboratorium van de verbeelding.

Droomgeometrie
was mijn lievelingsvak.
De oude Van den Berg en zijn meester Gaston Bachelard
waren mijn geduldige gidsen.
Gustav Carl Jung vergat zijn vrouwen
en noemde mijn vriendje een archetype.

In een modern huis
komt het universum wonen, zei Gaston.

Laat de muren op vakantie gaan.
Het huis
is niet de ruimte die we hebben,
maar die we zijn.

Al dat dure niet-ik beschermt de schelploze naakte apen in dit heelal.

dyn002_original_480_480_jpeg_20344_20017acd552b8ddf23a9872498f21576

Wij, de kubussen, de balken en gestileerde pyramides.
Onze schrik voor de rondingen
de tierlantijnen
en de woeste schilderijen uit de kleuterklas.

Wij zijn de hemel vergeten
en kooien ons
in strakke bakstenen broeken.

We vallen over woorden
als aardkleuren en natuurlijke materialen,
we breken onze tanden
met lichtinval en representatieve soberheid.

De woonmachine van Le Corbusier
De Loos-kazernes
de trappen van ‘natuurlijk’ beton
en ‘oud gemaakte’ plankenvloeren
het Schöner Wohnen en de Ikea-kabouters,
de naakte aap verkleedt zich graag.

Maar weet je nog,
met moterpech in de woestijn
verscheen jij
en het schaapje dat ik voor je tekende
ademde door de gaatjes van mijn kooi.

Sinds jouw verdwijnen
kijk ik elke heldere nacht naar Hydra.

We wonen in elkaars gedachten.
Wij, de drempeldieren.

Op de rommelzolder
heb ik een bed voor je gedekt.