dyn009_original_490_350_jpeg_20344_890757b38b5a738267cb1295f7764ee6

Dat die mooie edele naakte schoonheid, dat onstoffelijke van de ziel niet dadelijk te verzoenen was met Darwins theorie van de natuurlijke selectie, maakt de bijhorende spotprent uit die tijd duidelijk.

dyn009_original_400_507_jpeg_20344_53e95fe0b1fa167760a9810ba481d972

Jaja, Hobbes liet het al vermoeden, en ‘de natuurlijke theologie’ van Paley zorgde voor het beeld van een creatieve liefdevolle intelligentie.

Maar de romantische gevoeligheid zag de goddelijke geest door alle dingen rollen en de natuur was de nurse and guide of life zoals Houghton dat zo mooi uitdrukt in zijn Victorian mind-frame.

Maar dan kwamen de publikaties die een brutaal einde maakten aan deze droom.

Lyell’s Principles of Geology (1830-33) gevolgd door Chamber’ s Vestiges of Creation (1844) en afgerond met ‘Origin of Species’ van Darwin in 1859.

Ze schiepen een nieuwe battleground waarop soorten en individuen voor hun leven vochten en elke stukje land was de scène van nog nooit verhaald geweld en lijden.

En in ‘deze’ natuur noemde Tennyson God een ‘disease, murder and rapine’.

Of er was geen God en geen onsterfelijkheid, maar alleen Natuur, onverschillig aan alle morele waarden, een Natuur die ervoor zorgde dat de instinctieve wreedheid eindigde in de dood.

Of God en de natuur waren in een ongelofelijk en niet te verklaren gevecht gewikkeld zoals duidelijk wordt in Tennysons ‘In Memoriam’.

dyn009_original_240_387_jpeg_20344_d195bed44712472eac05f37aa9f2fbce

Are God and Nature then at strife,
That Nature lends such evil dreams?
So careful of the type she seems,
So careless of the single life;

That I, considering everywhere
Her secret meaning in her deeds,
And finding that of fifty seeds
She often brings but one to bear,

I falter where I firmly trod,
And falling with my weight of cares
upon the great worl’s altar-stairs
That slope thro’ darkness up to God,

I stretch lame hands of faith, and grope,,
And gather dust and chaff, and call
To what I feel is Lord of all,
And faintly trust the larger hope.

dyn009_original_226_300_jpeg_20344_a060b2372cb18ea415cfd8b9ab727db7

 

En al keerde Carlyle zich tegen Darwin, als hij de redenering afmaakte, kwam hij tot vreemde conclusies:

‘Als een mens niet meer is dan een ontwikkeld dier dan zijn geweten en intellect ook functies en ontwikkelingen die bij het dier zijn oorsprong vinden.’

En zo vond de mens zich niet alleen herleid tot die ongewilde afstamming van het dier, maar hij voelde zich daardoor ook gereduceerd tot de materiële wereld.

En al kon Darwin beweren dat Gods adem best mogelijk te vinden was in het eerste sperma, Huxley en andere wetenschappers geloofden niet dat in de evolutie van alle wezens er ergens een moment van ‘supernaturel ‘interventie zou geweest zijn.

‘Man is simply a human automaton’