RELIGIE MAAKT DE MENSEN BANG HET BOZE TE DOEN (6)

 

dyn003_original_463_300_jpeg_20344_6f456a03ed5b9db1138bb3e2b774fe09

John Atkinson GRIMSHAW (1836-1893) schilderde menig haventafereel, the Liverpool docks of the docks in Glascow, en gebruikte daarbij hetzelfde procedé: de scheepsmasten aan de ene kant, aan de andere zijde de verlichte winkelramen van de stad en daartussen een brede slijkerige weg.

dyn003_original_390_300_jpeg_20344_813b11a79c12a488c5ff136b0ef0462d

Het beeld hierboven toont een mooi portret van de Izod Richards broertjes, Frank, Harry en Arthur en is van de hand van John Edgar Williams, Londense portretschilder. (als je £16.000 over hebt, levert Christopher Wood, kunsthandelaar, het volgende week ) Voor mij waren het twee duidelijke beelden die de angsten van de 19de eeuw zichtbaar maakten.

dyn003_original_300_361_jpeg_20344_20f3dbd7f4a8a86d3f6e615a61957d7e

Om volledig te zijn, een poging tot synthese met het mooie schilderij ‘a fairy beauty’ van Gustave Schmalz. (1856-1935)

Ik las dat we voor het eerst in de geschiedenis met meer mensen in steden leven dan op het platteland.
Als ik naar de donkere havenstad kijk bovenaan dan duid je meteen een nieuwe bevolkingsgroep aan waarmee de toenmalige religie (op de Methodisten na) geen blijf wist.

Het stadsleven stond al vlug als ‘zondig’ bekend, en de vrijheid die de mens er kreeg, leidde hem rechtstreeks naar de afgrond.

Steden waren niet dadelijk kernen van beschaving, werd er geopperd.

In zijn werk “Deliverance’ omschrijft Mark Rutheford het als volgt:

‘ Our civilisation seemed nothing but a thin film or crust lying over a volcanic pic, and I wonder often wheter some day the pit would not break up through it and destroy us al.’ (p56)

En daarmee sluit die angst voor een revolutie aan bij de nieuwe ‘onbeheersbare’ stadscultuur waarin het christianisme het eerst zichtbaar terrein verloor en het atheïsme openlijk werd beleden.

In vorige berichten schreef ik je al over de noodzakelijkheid van religie als ‘morele hygiëne’ en hoe de Victorianen die tegenstelling probeerden op te lossen.

Froude schreef in zijn Short Studies:

‘…an established religion…is the sanction of moral obligation; it gives authority to the commandements, creates a fear of doing wrong, and a sense of responsibility for doing it.’

De religie dus als morele stok achter de staatsdeur en het sociale poortje.

En nu naar het prentje met de broertjes die zich met de microscoop bezig houden en de naam Charles Darwin die in de The origin of species (1859) het ontstaan van het biologische leven had duidelijk gemaakt, en de natuurlijke selectie als alternatief voor de goddelijke zevendaagse schepping beschreef.

751px-Origin_of_Species

Met opzet begon ik met de stadscultuur omdat Darwins werk niet de enige oorzaak was van het verval van het Christianisme zoals sommigen al te gemakkelijk voorstellen.
Het was een samenspel van factoren eigen aan het mensbeeld van die vreemde eeuw waarin de groeiende steden en de sociale ongelijkheid zeker net zo belangrijk waren: hoe kan een god dit leed toelaten?

En je kon uiteraard een Chartistische samenleving als ‘communistisch’ bestempelen, maar met meer reden kon je ze ook als ‘infidele’ benoemen wat haar twee keer zo gevaarlijk maakte in de ogen van de conservatieven.

En het mooie meisje?
In die morele wanorde, of zeg ik beter ‘zoektocht’ kwam er via de kunst een drang om een extra-religieuze oplossing te brengen, de drang naar ‘zuiverheid’ naar ‘onschuld’, een begrip dat nog wortelde in het werk van Rousseau (tot op deze dagen overigens).

Het was immers die moderne of conservatieve (naargelang de kant waarbij men dacht te horen) samenleving die de oorspronkelijke zuiverheid van de mens besmette.
En voor het beeld van die zogenaamde zuivere onschuld werden nogal vlug kinderen en jongeren als symbool gekozen die echter een boeiende dualiteit beklemtoonden.

Ze waren en het symbool van de onschuld en tegelijkertijd zo ge-esthetiseerd (om nog niet het woord ge-erotiseerd te gebruiken) dat ze ook lijfelijk, of zelfs seksueel aantrekklijk leken.

Dat was een pijnlijk dilemma dat tot op de dag van vandaag meestal wordt vermeden en waar we nog uitvoerig op zullen terugkomen als we de Victoriaanse esthetica gaan vergelijken met het modebeeld en de publiciteitswereld van deze dagen.

Het symbool van de ‘onschuld’ als verboden vrucht, een tegenstelling die door weinigen werd bestudeerd , die door de opkomende psycho-analyse meteen naar het terrein van het onbewuste werd verdrongen waar ze dan als oorzaak van allerlei ontsporingen kon bekeken en ‘genezen’ worden.

Het legde nog eens een bijkomende druk op de verwarde wereld van de 19de eeuw.

En wie met ongeloof toekijkt op de bestrijders van de evolutie-leer mag niet vergeten dat we ons als vrijdenkenden tegelijkertijd als primitieve zedenprekers gedragen als het over die zogenaamde onschuld gaat.


DEMOCRATEN ZULLEN HET DAK BOVEN JE HOOFD WEGPAKKEN (5)

Kari_NapWegHet werd duidelijk voorgesteld: opgang en ondergang van Napoleon.

Als klein ventje begonnen, daarna opklimmend tot heerser van het westelijk halfrond, en tenslotte verdwijnend in de afgrond, maar niet in die van de vergetelheid, bewijs daarvan vind je nog altijd bij zijn ggraftombe in Parijs, en in de talrijke afbeeldingen in diverse soorten en formaten die alle congressen van Wenen en andere pogingen tot ordening hebben overleefd.

Als aartsvijand van Engeland werd hij toch met het nodige respect door Eastlake geschilderd, rechtopstaande op het dek van het schip te Plymouth, schip dat hem naar zijn definitief ballingsoord zou brengen.

Klik hem maar even aan.

dyn007_original_700_1010_jpeg_20344_eacd38d1602d10317ba0bc38951ac531

Het schilderij maakte Eastlake populair en bekend.
Iedereen wilde het met eigen ogen zien.

De Engelsen houden van tragiek.
Tijdens hun bestuur zullen ze hun leiders verfoeien, maar eens ze moeten opkrassen, verandert hun houding in een soort aanbidding.

Ook met hun vijanden deden of doen ze dat.

Ik denk aan de manier waarop Churchill na de tweede wereldoorlog politiek werd uitgerangeerd, en hoe Blair vandaag al een kleine held was, een vredesbrenger in het midden oosten notabene, waar hij gisteren nog met alle zonden Albions werd overladen.

dyn007_original_502_358_jpeg_20344_3f0f199873d5e025581d86cd9601075b

Hun bewondering voor ‘grote’ leiders, voor grote moeders des vaderlands, bracht het begrip democratie in de 19de eeuw ongeveer op dezelfde hoogte waarmee wij in de jaren vijftig het begrip ‘communisme’ als dreigend gevaar kregen ingelepeld.

“The last time I saw Southey, are talk was long and earnest; topic ultimately the usual one, steady approach of democracy, with revolution (probably explosive) and a ‘finis’ incomputable to man.”

Citaat van Carlyle in zijn Reminiscences, Carlyle immers die de toekomst meer in de handen van “helden” zag dan in de ‘klauwen’ van het volk.

Dit is duidelijk standaard conservatisme, zegt Houghton in zijn werk over de Victorian mind.
Maar wat dan met de ‘liberals’ als bijvoorbeeld Macauly?

Zij brachten democratie onmiddellijk in verband met het verlies van privé-eigendom, en ‘…incompatible with civilization’.

Dat was de commentaar op “The people’ s charter” van 1842, want vervolgde hij, het eerste wat die nieuwe kracht (democratie) zal doen is iedere man die een overjas bezit die jas afnemen en het dak boven zijn hoofd weghalen.

En dat lijkt overdreven, maar het was de toon die je duidelijk terugvindt in Carlyle’s History.

The left-wing van de Chartists had vooral politeke eisen, alle monopoly’ s laten verdwijnen, met inbegrip van het papiergeld, van machines, van landeigendom, van de publieke pers, van religie, en het verbieden van reizen.

Je begrijpt dat het woord ‘communist’ nu dadelijk ook weer niet te ver gezocht was, en het Chartisme was zeker tien jaar een stevige power in Engeland.

En een ander woord dat met democratie werd geassocieerd was klonk als “modern’, en dat wilde zoveel zeggen als iedereen gelijk.

En dat klonk (of klinkt) als een vloek in de Engelse oren.

En waar in hun ogen die drang naar moderne gelijkheid had geleid, was duidelijk In Frankrijk zichtbaar geworden, want zonder hoofd protesteerde niemand nog van die ge-lijken.


UW PLAATS KENNEN EN ZE NIET VERLIEZEN (4)

Alle voorbeelden heb ik dicht bij huis gevonden.
Uit eigen collectie zoals dat zo mooi heet.

Het was ene DISDERI die zijn atelier had op de Boulevard des Italiens in Parijs die op het idee kwam foto’ s te maken in vorm van een ‘carte de visite’ (CDV).
Dat waren goedkope afdrukken die je op een kartonnetje plakte en makkelijk kon verspreiden.

Het succes had twee kanten.
Enerzijds werden de foto’ s van beroemde tijdgenoten verspreid en verzameld (links in beeld) en anderzijds kon je je eigen foto voor bijna geen geld laten maken in veelvoud zodat de familie-albums van jouw beeltenis werden voorzien.( rechts)

Beard, een voormalige kolenmarchand, opende in Londen de eerste fotostudio in 1841, maar zijn concurrent Claudet had het meer op personen van aanzien voorzien en mocht zelfs Queen Victoria en nazaten in beeld brengen.

Hij maakte vooral stereoscopische afbeeldingen: dubbele foto’s zoals later de viewmaster-plaatjes, zodat er via een kijker een gevoel van diepte ontstond.

Zo had in 1858 de London Stereoscopic company zo’n 100.000 beelden in stock, landschappen, monumenten, mensen, beroepen, kortom de hele zooi van wat het oog kon waarnemen werd nog eens stereoscopisch overgedaan.

Uit de afdeling “Comic and Groupes’ zie je volgend huiselijk tafereeltje.

stereoIedere Victoriaanse familie had zijn eigen kijker, en het spreekt vanzelf dat ook de afdeling ‘adults’ en dies meer erg in trek was. (als de kinderen slapen waren)

dyn005_original_600_450_jpeg_20344_0eca4f0ea020afbe46658c7263c98131

Victoriaanser kon niet: de wereld bekijken via de dubbele prentjes.
Maar tegelijkertijd was het een stap naar voren in weer eens in dubbele richting (jaja, alles was dubbel, enigmatisch maar waar.)

Iemand schreef dat die foto’ s van jezelf op de CDV een oefening in sociale demarcatie waren voor de Victorianen.

Ze konden er hun sociale positie in de maatschappij mee zichtbaar maken, en herkenden duidelijk hun plaats en die van de anderen.

Die ‘anderen’, dat waren meestal de hogeren in rang, de regerenden, adelijken, wetenschappers, theater- operalieden, enz.
Dat was de andere kant van de spreekwoordelijke medaille.

J.E. Mayal, een Amerikaan die zich in Londen vestigde (Regent street, 224), bracht een heuse “cartomania’ op gang rond de jaren 1860.

Van de prinses van Wales met haar baby werden zo maar eens eventjes 300.000 copies verspreid, en de Queen had haar eigen foto- en ontwikkelstudio in Windsor Castle.

Je eigen beeld “an eel-pie and your likeness for sixpence’ en de fascinatie van diegenen die werkelijk ‘in de picture’ stonden, het duidde de Britse zin voor hiërarchie aan, en daar voelden de meeste Engelsen zich veilig bij.

Victoria werd de eerste koningin die meer gefotografeerd dan geschilderd werd.

Maar nu komen we terug bij die “angst”, dat not so happy-gevoel waar we ons verhaal mee begonnen.

Wat immers kon er een einde maken aan dat vaste wereldbeeld, die hiërarchie?
De voorbeelden waren legio.

In Europa braken grote revoluties uit in 1830 en 1848, en als de Britten nu ergens bang voor waren, dan was het inderdaad voor zo’n soort ‘revolutie’ waarin vooral het privé-bezit zou worden aangetast en niemand nog wist waar hij/zij stond of lag.

Burke’ s “Reflections on the French Revolution” van 1790, Southey’ s “Collequies on the Progress and Prospects of Society” van 1829 en Carlyle’ s “French Revolution” van 1837, tot zelfs Charles Dickens “Tale of Two Cities” van 1859 hadden het over die diepe angst voor een omwenteling via een revolutie.

Iedereen gelijk, je mocht er niet denken!

dyn005_original_362_397_jpeg_20344_423bab6b6790c30c72a0c525f1cee17b


DE ONTDEKKING VAN DE FOTOGRAFIE (3)

dyn001_original_512_359_jpeg_20344_8b6c8bb3a73c795f0c17b723217e625d

Met enig dedain zadelde ik de Duitsers met vergaande mythomanieën op terwijl ik de Engelsen als moederloze reizigers klasseerde, en daarmee bewees ik inderdaad mijn tekort aan nuances en gaf ik toe aan halve waarheden die altijd leugens blijken te zijn.

Want terwijl ik dit schrijf staan koene Engelse ridders uit diezelfde Duitse Gründerzeit zich af te vragen wat ze in de 19de eeuw komen doen, en laat ze dan nog getekend zijn door een vrouw, Elizabeth Rigby, oftewel vanaf 1849 lady Easterlake, eens ze met de schilder Easterlake is gehuwd.

dyn001_original_361_512_jpeg_20344_6152dd4b84ece7cf3e79586a972c8e1e

Deze merkwaardige vrouw zag het licht in Norwich, 1809, begon in de twintiger jaren te tekenen en te schilderen en trok als single naar Sint Petersburg en vandaar naar Letland waar ze haar zus ging bezoeken.

Meteen bleek ze ook een vaardige pen te hebben , ze schreef “Letters from the Baltic”, en in 1846 “Livonian Tales”, en ook uitvoerige literaire besprekingen (over Bronte’s werk bv.) waren haar niet vreemd.

Pen en penseel.

dyn001_original_512_367_jpeg_20344_eb889089b4ff51a431c7899ab06729fa

Easterlake was een beminnelijke echtgenoot, een aardige schilder, technisch heel knap, maar het ontbrak hem aan spirit, aan creativiteit.
Zijn beelden hebben alles wat ze moeten hebben, en zijn in hoge mate mooi gecomponeerd, maar het onverwachte, het vragende blijft achterwege.

Soms denk ik dat hij nog in de achttiende eeuw is gebleven, maar wat te zeggen van al die minnestrelen en Romeinse prenten waarmee Engeland wordt overspoeld?

Dromen van een onbestaande wereld.
Het hoort bij het prentje van een industriële explosie, dat heimwee, of zoals Schubert enkele dagen voor zijn dood zuchtte: ‘Er is geen plaats meer voor mij op deze wereld’, en het woord unheimlich zou hier zeker op zijn plaats zijn.

Het heimwee naar de zogenaamde zuiverheid.
Wat Rafaël (een notoire vrouwenloper overigens) kon uitdrukken, dat heimwee leven inblazen door een nieuwe mytholgie, een innerlijke mythologie te creëeren waarvan het decor aan de geschiedenis werd ontleend, maar de spelers de verdwaalde zielen van het nieuwe industriële Engeland waren.

Mevrouw Rigby, alias lady Easterlake stond erbij, keek ernaar en gaf het leven in haar werk.
Tot ze het nieuwe medium ‘fotografie’ ontdekte.

Ze schrijft het zelf in het aprilnummer van de LONDON QUATERLY REVIEW van 1857:

dyn001_original_362_481_jpeg_20344_bfd53371f60bc505e9e9d0e4c9e1be54

‘It is now more than fifteen years ago that specimens of a new and mysterious art were first exhibited to our wondering gaze.
They consisted of a few heads of elderly gentlemen executed in a bistre-like colour upon paper. The heads were not above an inch long, they were little more than patches of broad light and shade, they showed no attempt to idealise or soften the harshnesses and accidents of a rather rugged style of physiognomy–on the contrary, the eyes were decidedly contracted, the mouths expanded, and the lines and wrinkles intensified.

Nevertheless we examined them with the keenest admiration, and felt that the spirit of Rembrandt had revived.

Before that time little was the existence of a power, availing itself of the eye of the sun both to discern and to execute, suspected by the world–still less that it had long lain the unclaimed and unnamed legacy of our own Sir Humphry Davy.

Since then photography has become a household word and a household want; is used alike by art and science, by love, business, and justice; is found in the most sumptuous saloon, and in the dingiest attic–in the solitude of the Highland cottage, and in the glare of the London gin-palace in the pocket of the detective, in the cell of the convict, in the folio of the painter and architect, among the papers and patterns of the millowner and manufacturer, and on the cold brave breast on the battle-field.’

Deze mevrouw heeft stijl!
En het Engelse ‘household’ blijkt erg ruim te zijn als ik haar beschrijving lees waarin ze de plaatsen beschrijft waar de fotografie haar terrein heeft gevonden.

We zien haar trouwens hier op beide calotypes poseren, want ze speelde graag en vaak voor model voor David Hill en Robert Adamson.
In 1857 schreef ze een essay over de relatie tussen fotografie en kunst.

dyn001_original_313_360_jpeg_20344_63fed95c4d170ec610f18a97ec354ed3

En wie Engelse vroege fotografie zegt, mag de naam van alweer een vrouw niet vergeten: Juffer Julia Margaret Pattie, een van de zeven dochters van een gegoede Britse familie, in India gestationeerd, huwde met ene Charles Hay CAMERON, eigenaar van een koffieplantage in Ceylon.

After settling in Freshwater on the Isle of Wight Cameron began her career in photography using a camera given to her by her daughter in 1863.
Regarded by some as one of the greatest portraitists in the history of photography, although her portraits of famous men comprise only a small part of her total output during the fifteen years she practiced photography.

En dat blijkt al dadelijk als je de foto hieronder bekijkt.

dyn001_original_388_480_jpeg_20344_9a739467082a4c3c1471713d9cfac7aa

Valt je ook de houding op van de modellen?
Is het toevallig weer net diezelfde ‘vermoeide’ bijna ziekelijke houding?
Of lag het aan de techniek waarbij stilzitten nog raadzaam was?

En ontwijk ik hiermee nog altijd de oorzaken van die vermeende angsten en ziele-moeheid?
Neen, neen, de stukjes gaan alvast op hun plaats vallen.

We zullen op zoek gaan naar het wonderlijke verschijnsel van de ‘cartes de visites’ (CDV) die zich vanaf 1860 over gans Engeland en daarna over Europa gaan verspreiden (de uitvinder ervan was trouwens een Franse, Parijse fotograaf) en die afbeeldingen van beroemde mensen tot een waar verzamelobject maakten.

Een volk met idolen is altijd een volk dat zekerheden mist, of niet soms?

dyn001_original_328_480_jpeg_20344_f207573a1425122e5bba9dcd61c09f6b


AAN DE OVERKANT VAN HET WATER ALBIONS (2)

 

Lotte Lehmann zingt ‘Im Abendrot’ van Schubert, opgenomen in 1935.

De ongeneselijke pijn, het spleen tussen love and sorrow.
Met de historische opname van Das Abendrot van Lotte Lehmann, aan wie de film is opgedragen, als klaar bewijs dat schoonheid pijn kan doen.

dyn010_original_500_333_jpeg_20344_96cd50637ebf5bd24b988f52ae97ede9

Twee landen, het wordende Engeland en het wordende Duitsland.
Voor mij persoonlijk is Engeland met zijn overzeese gebieden en zijn water-zucht de jongen die van huis weg is en zijn moeder (Victoria!) mist terwijl Duitsland, het jongetje blijft, geklemd in de armen van zijn vader, maar telkens weer in verlokking gebracht door mytische (Wagneriaanse) verhalen die het voor waar wil nemen.

dyn010_original_319_465_jpeg_20344_d5896c5d0fdc3852f9f7a145cf2bf509

Een gemis is het in beide gevallen.
En intussen nadat de jonge Schubert in Wenen door Napoleon is belegerd, tot tweemaal toe, het jaar 1815 aangebroken en krijgt Europa zijn definitieve vorm.

Menigmaal heb ik de heren en dames van dit weekend in Brussel met de heren van 1815 vergeleken, al had Polen toen nog andere zorgen met de Russische arend.

De ‘wordenden’ hebben zorgen, en Frankrijk daartussenin geneest traagjes van dat kleine Corsikaantje dat in zijn dodelijk spoor een nieuwe adel heeft nagelaten.

In dat wordende licht moet je ‘de romantiek’ kaderen, een besef dat je steeds weer vernietigt wat je denkt lief te hebben, en er in ‘home’ en ‘Heim’ heel vieze luchtjes kunnen hangen, maar …

Gelukkig blijft het nog enkele dagen slecht weer!


…WE ARE UNHAPPY: ASPECTEN VAN DE 19DE EEUW (1)

 

dyn009_original_512_479_jpeg_20344_b7201d4b41b7c4069c1b39d28579bb5e

Anne Louise Swinnerton, de schilderes van deze omringende beelden leefde van 1844 tot 1933, en voor één keer nemen we haar leven niet als uitgangspunt maar zijn de data een duidelijke omlijning van de 19de eeuw die in het naderende geweld van de naz’s in 1933 definitief zal verbranden.

dyn009_original_279_600_jpeg_20344_8f5d70d7721974af7048b7a6860ee34b

Waarom dat onderzoek naar de emotionele attitudes in de 19de eeuw?
Beter dan argumenten citeer ik een tekst van E.P. Hood, in zijn werk Ideas and Beliefs of the Victorians:

‘One thing is certain; as a nation, as a people we are unhappy’
p20 o.c.

Dat ik voor dit unhappy gevoel beelden heb genomen van vrouwelijke schilders uit die tijd en uit dat land, dat ‘Imperium’ heeft zeker te maken met de scherpte en intuïtie waarmee vrouwen een “Zeitgeist’ weten uit te drukken.

Nog maar eens een “herstellende” dus en aan de andere kant “de briefleester”, en beiden drukken zeker fundamenten uit van die vreemde eeuw waarin in weinig tijd de Europese mens van feodaliteit naar de moderne tijd verhuisde.

Het ene beeld is duidelijk: we herstellen voortdurend van het mal du siècle, en dat de (militaire en koloniale) afwezigen uit diverse landen van het grote Rijk hun contacten met brieven verzorgen, mag net zo duidelijk zijn.

Maar het citaat is uiteraard geen argument.
Ik denk dat de toenmalige snelle verschuivingen in het menselijke landschap als in het fysische landschap een oorzakelijkheid en een vergelijking vinden in opstellen over onze tijd die net zo goed met de uitspraak: ‘…we are unhappy’ kunnen beginnen.

dyn009_original_459_512_jpeg_20344_c65968214f4648983be80aa0cb7f60a9

Vanzelfsprekend is dit gevoel van unhappiness’ zeker niet.
Dat blijkt uit de beelden hierbij: de hoop die als een kind, als een ‘waterbaby’ oprijst, en de verwondering zijn net zo goed aanwezig als het vreemde angstige gevoel.

dyn009_original_475_409_jpeg_20344_030384a0f1e1d7e67949d543b574b51a

De zaken gingen immers goed: economisch beleefde Europa ongekende hoogtepunten, ook de wetenschappen stonden niet stil, en de democratie groeide in hetzelfde tempo, en omgekeerd evenredig het verval van het Christianisme.

Toch noemt een leidend essayist als Carlyle ‘the practical condition of man in these days one of the saddest’
(Essays, 3, “Characteristics, p.81)

Of het gaat nooit zo slecht dan in tijden dat het goed gaat.

Daarbij moet je al goed zoeken om dat pessimisme in geschriften terug te vinden terwijl de loftrompet over de vooruitgang overal zijn literaire en essyaïstische sporen heeft achtergelaten.
(klagen was “weak” en “unmanly”, vandaar.)

Toch zegt Walter E. Houghton in zijn standaardwerk “The Victorian frame of mind 1830-1870:

‘We are still unaware of the degree to which the Victorian consciousness- and especially the subconsciousness- was haunted by fear and worry, by guilt and frustration and loniless’

(p54)

Het wordt een lange reis, en zoals je vermoedt zullen we niet ver van “ons” bed uitkomen.


HET OVERLAPPEN VAN HET INDIVIDUELE EN COLLECTIEVE GEHEUGEN

dyn002_original_316_640_jpeg_20344_462564eec9415301c047d05a5b4a61fb

Mochten een aantal buitenaardsen anno futura onze planeet aantreffen in lege toestand dan zouden zij bij het zien van werken van MICHEAL (juist geschreven!) MADIGAN, (1957, Altoona USA) het onscherp gezichtsvermogen van de vroegere blauwe-planeet-bewoners eruit kunnen afleiden.

De oefening is eenvoudig.
Begeef u naar het open veld, of zet u bij een venster, kortom zorg voor ‘zicht’.
Maak wat je bekijkt nu flou door je ogen zo ver dicht te knijpen tot een algemene vervaging optreedt.

Oudere mensen kunnen bril afzetten.

dyn002_original_515_429_jpeg_20344_ba271861b966bd9fd78117b0a01c655e

Jongeren die met het dichtknijpen niet zo’n succes hebben, gebruiken gewoon een beslagen glas, een met vaseline besmeerde kijker, kortom, een toestand zoals je die ’s morgens waarneemt als je nogal vlug het bed moet verlaten en de dag te snel op je afkomt.

Waarom deze verminking van ons gezichtsvermogen?
Het gaat erom dat je door die vervaging aandacht krijgt voor twee elementen: LICHT en KLEUR.

De vlakken of diepten die je waarneemt, de trap of het huis in Madigan’s geval verliezen hun uiterlijke scherpte om een innerlijke terug te winnen.

dyn002_original_591_294_jpeg_20344_8c2d3feb75c8024dd46ef0e2267c878e

Essentiële vlakken blijven over.
Kijk naar ‘last harbor’ hiernaast.
Pas later zag ik de vorm van een boot, want de vlakken en kleuren hadden de innerlijke ruimte bezet en de uiterlijke verwijzingen had ik niet meer nodig om mijn beeld van die laatste haven met de schilder te mogen ervaren en in mijn geest om te vormen.

Je zou het kunnen hebben over ‘gestrand’ zijn, over ‘op het droge’, maar dat zijn eerder cliché’ s die de werkelijkheid ons dadelijk voorhoudt.
Door de vernauwing proberen we naar de kern van die laatst haven door te dringen en die zal voor elke waarnemer totaal anders (kunnen) zijn.

Laten we nu geduldig nog een stapje verder gaan en onze vlakken en kleuren in deze pot samenbrengen, we brengen opnieuw een concreet beeld aan om onze vorige stappen te synthetiseren.

dyn002_original_390_345_jpeg_20344_131926363a8607153c144d965dba28a0

Je kunt dat me je ruimtes rondom jou proberen en ze in syntheses vorm te geven, of er mixed media bij te mengen: cijfers van je bankrekening, een hoekje van de krant, een fragment van een vakantiefotootje.

dyn002_original_390_356_jpeg_20344_2be3f037ff93e094bf5cc947774e72f1

Je kunt er mee puzzelen, je kunt er gewoon plezier aan beleven om je wereld anders te ordenen, om de hoofdzaken te abstraheren en ze naar jouw inzicht te reconstrueren.

Als ik Madigans werk bekijk, voel ik zeker iets van die vreugde, van die ‘brandende’ kleuren ook als ze bij het koude domein behoren.

Hijzelf zegt dat hij met zijn werk probeert het persoonlijke en het collectieve geheugen te overlappen, en dat vond ik een mooi statement.

Om de nacht (dag) in te gaan, toch nog een filmpje waarin een goede ziel al de zelfportretten van Rembrandt bij elkaar zette.
Ook een methode om te abstraheren, al zal dat in het slechtste geval na jouw aards verblijf gebeuren.

De jongen die man en ouderling wordt, en met dezelfde of missschien zelfs groeiende nieuwsgierigheid via zichzelf naar de wereld kijkt.
Zoals alleen meesters kunnen kijken.

diva


DECORS UIT HET LEVEN VAN EEN JONG MENS: GERALD DAVIS

 

dyn010_original_640_409_jpeg_20344_ef02d261a15fccbe5c02d9fc5a15b3fe

GEBOORTEJAAR 1974, USA.

Gerald Davis adopts cartooning as the most logical tool for expression. His images capitalise on exaggerated gesture to convey magnified emotion. Davis’s monochrome palette is used as an atmospheric device, forcing the viewer to visually and emotionally adjust to the image space. In Boy-fight, Davis portrays the relationship dynamic he had with a childhood frenemy. Rendered in hazy tones, his canvas hovers between youthful innocence and adult knowingness. Using the pristine qualities of illustration, his painting conveys a brittle fragility, visually distilling the precarious balance between love, hate, and sexual desire.

‘Jongensgevecht’ en ‘schrik voor de nucleaire oorlog’, ziedaar twee werken van de nog zeer jonge Davis uit Los Angeles.

Toen ik zijn werken zag, dacht ik onmiddellijk aan mijn opdracht een zinnig verhaal te schrijven over het ‘fin’ of ‘fun’ de siècle.
Hij immers was laat genoeg geboren om een waar kind te zijn dat het einde van de twintigste en het begin van de éénentwintigste zonder al te veel vooroordelen beleefde.

dyn010_original_390_505_jpeg_20344_614773ac0510a099944cf6b348d601f9

De wereld is nu eenmaal vol gekken die de wereld telkens opnieuw uitvinden, maar wiens trauma’s veranderen in schatten.

Aldus ene Ana Honigman die het jonge geweld interviewde.

Mijn vraag dan: of de werkelijkheid het vertrekpunt was, het uitgangspunt voor zijn werk.

I just want to make images and share something. For me, my personal past is just where my most interesting stories are. Personal memories are not always my source point. Sometimes I’ll make something from a fantasy I had about some I saw someone. It’ll always either be something I know that happened or something I know I definitely feel a certain away about.

Dat is tenminste eerlijk.
Ook de werkelijkheid kun je uitvinden, en de verhalen worden alleen nog dramatischer als je ze op jezelf kunt betrekken, ze voorstellen alsof het je eigen belevingen zijn.

Die mooie waan is één van de kenmerken van elk fin de siècle: het verbeelden van een werkelijkheid tot ze de jouwe wordt, een neurotisch proces dat ik bijvoorbeeld als kern terugvind in ‘The turn of the screw’ van Henri James, een verhaal uit 1898 dat we later nog uitvoerig zullen bekijken.

DavisGeraldGrandma

‘Probably, my paintings are either about what I know to be true, what I want to be true or what I think might be true. I have hypothesis paintings which are about things I think might be true but can’t know. You know how if you see something happen a lot, like people drop something a certain way, then you might speculate it happened for a reason. So I have a few drawings like that.’

De gradaties worden aangeduid: wat werkelijk waar is, wat ik wil dat waar zou zijn, of wat ik denk dat waar kan zijn.

En de nucleaire oorlog dan?

It was about a family living in the suburbs and then one night, there is a flash outside the window. Everyone doesn’t die at once but there is a slow winding down and people start getting sick and having to be buried in the frontyard. Then there is this little kid who looses control of his bowels and while his mother is trying to wash him in the sink, he floods the sink with diarrhea. It was so disturbing. HBO is a Pandora’s box. I shouldn’t have been watching that movie at that time. It probably triggered a lot of my nuclear war fears.

Dit ‘triggeren’ van angsten, ze als beeld gbruiken voor je eigen Weltschmerz of nare herinneringen, het zijn bijna literaire handgrepen die een dubbele of driedubbele lezing veronderstellen.

gerald_davis_fagboy_lgerald_davis_fagboy_r

 

 

 

 

 

 

 

En dit drieluik dan?
The fagboy.
Bijna zou je zeggen dat het een cliché is, een jongetje dat van animatietekenen houdt, wordt door de anderen als ‘fagboy’ verheven.

Voel je de nabijheid van Sint Sebastiaan?

‘I have one drawing up right now called Fag Boy, which was of me with the words ‘Fag Boy’ written on my chest, because I had the nickname Fag Boy in 1986.
I was really into animation when I was around 12. I wanted to be an animator, like a Disney animator. I spent all my time alone in my room drawing and the nickname was given to me by my brother and his friends. It wasn’t particularly hurtful, I guess. I mean, when you’re 12, the word for outsider is fag. Fag means other’š and I was alone a lot, doing my own thing, and that was troubling to other people.’

En helemaal fin de siècle, die Zeitgeist, tot slot:

Roger Ebert, the film critic, said that when he was young, kids were always going to the movies to see adults have sex but now everyone is going to the movies to see teenagers have sex. Maybe its just a zeitgeist thing, and people are thinking more about childhood and weird stuff that hasn’t been discussed before. I know for me that there is a lot of weird sexual, childhood stuff I haven’t heard discussed before and looking at it makes it legitimate somehow. I like to be revealing something or think I am revealing something new.’

dyn010_original_372_480_jpeg_20344_c3b24418a9cb3cdefc12ca8019eff95f


HET EI ONDER DE BLAUWE BOOM: SEIKO TACHIBANA

TOSHIBA Exif JPEG

In de aanloop van de week is de zondagavond een soort verdronken einde van de feestdag.

Havdalah

Heel mooi vieren de Joden het als ze de sabbat uitgeleide doen en ze nog een extra sabbatziel bijhouden om zijn terugkomst alvast voor te bereiden.

Met die extra sabbatziel, de nesjamah jetherah, sta ik onder de blauwe boom van de Japanse kunstenares Seiko Tachibana, in Osaka in 1964 geboren en nu werkend in en rond San Francisco.

Ik zou de geurdoosjes willen opendoen en dan de tuinen van het voorbije ruiken, gesterkt door de nesjama jethera.

Of spelen met de woorden uit het ei, een huwelijksgift die ze daarna uitwerkte in verschillende versies.

dyn003_original_650_650_jpeg_20344_9a67c00a8b0d6c53220039a338981f0b

Neem maar een woord dat je aanstaat en plaatst het dan voorzichtig tussen ying en yang, of breng het in verband met andere woorden, of laat woorden in je opkomen, hoe dwaas ook, en associeer ze zodat nieuwe vondsten alvast een kleine troost voor de nieuwe week mogen zijn.

‘Hou een boek in je hand, en je bent een pelgrim aan de poorten van een nieuwe stad’, zegt een Hebreeuws spreekwoord.
Het hoeft niet dadelijk een heilig boek te zijn, maar neem een boek dat dichtbij is, en blader.

dyn003_original_630_480_jpeg_20344_e649cc0ba002546368abe8c271a383e8

Boeken en brieven in de wind, zoals de titel van het werk hierboven.

De wind als teken van ‘de geest’ (hij waait waar hij wil) als teken van het ‘ontspringen’, het mooie en kostbare associerende denken.

Mensen zijn bang als ze een sprongetje moeten wagen al zijn de veren onder hun voeten in staat tot ongekende hoogtes en vertes.

Ze worden onzeker.
Ze keren terug naar de vaderlandse grond die ze kennen, of denken te kennen.

Maar we zijn wel gemaakt om uit te breken, te mixen, verloren te leggen, te laten ontkiemen, zonder al te veel zekerheid over het resultaat, maar in het ei blijven zitten is dodelijk, daarom de wegwijzers.

dyn003_original_548_548_jpeg_20344_1f734577ca5bd2a67110becf446fe4f2

field of origin

Onder de blauwe boom
voelden wij de lichte regen
die als weemoed smaakte
toen we hem met onze kussen mengden.

Wat hemelhanden
tot wolken vervoerden
proefde ik op je lippen
-hier past het de ogen te sluiten-
zwarte bessen en amandelen
de nacht en het vergeten
nooit kan ik je nog verliezen.

Wat het hoofd verwijt, is slechts
de harde noot, en ’t kraken van ’t generfde hout
kan pijnlijk zijn, maar wie zo ver durft gaan
komt bij het weten van het hart
waaruit de blauwe boom
zich elk ogenblik vernieuwt
de fenix-boom; alleen wat sterft
mag leven schenken.

O, Eros, die uit het ei gekropen,
het licht schonk,
het scheidde van de donkerte
en zonder onderscheid
de goden en de gaten zichtbaar maakte.

Breng ons terug onder de blauwe boom.
En zegen ons
met malse regen uit uw hemellippen.

Driemaal amen zingen wij.


IN HET HOOFD VAN DE SCHILDER: THOMAS BUECHNER

 

dyn008_original_580_466_jpeg_20344_89c8c16819333652415d098a66e15b8b

Kweeperenboom is zo’n klagelijk woord, en als kind al had de kweepeer dat zeurderige, en het verbaasde me later niets dat haar vruchtenvlees uitstekend helpt bij zeurende buikpijnen.

dyn008_original_382_580_jpeg_20344_7b08ec71b122ee958d7bd094e0beda25

In de jonge nacht zijn deze stille beelden verhelderend en rustgevend.
Thomas S. Buechner, 1926, New Yorker in hart en nieren heeft ze gemaakt.

De stilte, maar daarom niet de gelatenheid.

‘”The hardest thing for a painter is to create what he wants, not what he sees. He can build what he wants out of what he sees. That’s when a painter starts to become an artist—when he starts to deal with what’s in his mind, not just with what he sees. You have to bring something to the party. Students are so eager to record what they see that they don’t think about what they want. Do they want to just copy a photograph? Why would they want to do that? They’ve got the photograph.”

dyn008_original_580_446_jpeg_20344_70e9b30efc51199bf0fa198f6bd31e40

Dat is mooi.
Niet wat hij ziet, maar wat hij wil.
Het voorwerp, het onderwerp is de aanleiding tot een proces in je mind, en dat proces breng je in beeld.
Het stilleven als activiteit.

dyn008_original_505_397_jpeg_20344_e80b68a12ddf1d2ddf45fd5fd8cd6f79

‘Now the important thing for me is the paint itself. I have to put this paint on, brushstroke by brushstroke. Nobody knows, looking at the finished picture, how much time I’ve taken between brushstrokes. When you look at a Sargent it just knocks you over with its spontaneity—the bravura brushstrokes. So you assume it was painted quickly—a la prima, as artists say. What you don’t realize is that there may have been a lot of time between brushstrokes, in which he was just thinking about paint. He wanted the paint to be beautiful, just as a cabinetmaker wants the texture of his wood to be beautiful. Spontaneity itself has no value. Sargent wanted many sittings because he used them to practice—he wanted every stroke to appear right on.’

Borstelstreken als mooi dubbelzinnig woord.
Het strijken van de verschillende lagen, en de streken die je ermee uithaalt.

De textuur is niet alleen een techniek, het is het vormen van een idee, het denken.
Net zoals bij de filosofie wordt er gewikt en gewogen.
Wat blijft, wat niet.

Ik wil je voor het komende weekend het mooie filmpje over de moord op het doek niet onthouden.
Het is duidelijk door een schilder gemaakt.

diva


KIJKDOZEN MET KIJKER INBEGREPEN: TABAIMO

-tabaimo-1

untitled imageO, het kindje op de muur.

In het Japanse badhuis
leven de oudjes
ook na het sluitingsuur
is het hun plek.

O, het kindje op de muur.

Alleen het kindje
kan de schelp
van de schildpad
openbreken.

O, het kindje op de muur.

De prijs voor zoveel durf
is een verlies
van de onsterfelijkheid.

O, het kindje op de muur.

Op enkele meter
van het levenslot
dat de oudjes teistert
aarzelt het niet
om de schildpad
te bevrijden.

japans badhuis

Ze is nog erg jong.
In 1975 geboren in Tokyo waar ze ook nu nog steeds werkt.

Tabaimo.

‘What interests me is the idea of setting up a space — be it narrow, dark, or on a slope — somewhere which is not easy to stand, somewhere which makes a variety of demands on how you approach it: basically an environment which denies you a comfortable viewing experience. I deliberately create those kinds of environments for the viewer to view the work in. That being the case, for some people, just the experience of being in this uncomfortable space is enough to make them give up on viewing the work, but there are other people who continue to look at the work in spite of the adverse conditions. It all depends on the viewers’ choice: I don’t just put the work in front of them and make it a comfortable experience for them – they need to be proactive in their viewing if they are to understand what I’m saying. I think the viewers’ stories themselves are the work, so by making the work together in a sense, by setting up spaces which cause the viewer discomfort — spaces which have elements in them that need to be overcome — the works become a participatory experience.’

De kijker als kunstenaar.
Het is duidelijk dat ze niet bij rijstpapier of canvas blijft.
Ze maakt installaties, video’s, en zet al deze vormen samen in een nieuwe ruimte zodat kijkers er zelf een plaats in kunnen (moeten) vinden.

Kijkdozen, vergroot.
Maar zonder de plaats van de kijker bestaan ze niet of blijven het inderdaad levenloze voorwerpen.

De toegang word je makkelijk gemaakt.
De prenten staan dicht bij allerlei traditionele prenten uit de volkscultuur als uit de Japanse historie, maar hun vormgeving is zo eigenzinnig dat je niet dadelijk die aansluiting aanvoelt.

Daidokoro

Haar werk was al in België en Nederland te zien, nu in New York, Duitsland en op de biennale van Venetië.

Sommige critici hebben het over ‘the darkside of de Japanese society’, maar dan in een zo lichtende vorm dat je niet weet waar je zelf bent en toch beseft een onderdeel van die dar’k side te zijn.

Het badhuis, de keuken.
Het zijn twee bijzondere ruimtes in de Japanse samenleving.

‘The politician and the flag are both the same symbol. For me, I don’t just want to accept the political nuances that are embedded in the flag. The flag really isn’t something that people should feel reverential towards. Unless people are conscious of the fact that the flag is simply a sign, when they see it they think of the right wing, right? I don’t think it’s good at all that the flag makes people think of the right wing, and something should be done about the ongoing use of the flag as a symbol of the right wing. So when I think about how I feel about it all now, I think that it’s important for people to express precisely what their thoughts are about the flag. When people start to express different ideas, there will be conflicts in opinion and that will lead people to think more.

My works Japanese Kitchen and Japanese Zebra Crossing both feature the flag and I’ve often been asked about whether that has any great meaning to it, but there isn’t: my repetitive use of that motif is my sincere attempt at responding to the flag and by repeating my use of it maybe people will eventually understand what I am trying to convey. I think it’s important to convey the message that the flag is not so important: it’s just a symbol.’

Waarmee het vendelzwaaien op de avond van de CDV-roes duidelijk is gemaakt en wij niet alleen een rechtse volksaard schijnen te hebben.

Ik heb altijd enorm veel plezier als ik werk van TABAIMO bekijk.
Ik wil er steeds andere teksten bij maken.

Mijn kort verblijf in Japan wordt weer tot leven gewekt, en hun dark side is de mijne, ik beken.


SYNTHESE: KIND, PAS GOED OP DE DEUR

dyn001_original_480_480_jpeg_20344_5664253c79efc0890e8a4f5d34d22dd8

HET BAD

Kind, pas goed op de deur en laat voorbijgangers niet binnen,
want ik en zes meisjes met mooie armen gaan heimelijk
baden in de lauwe wateren van het bassin.

Slechts lachen willen wij en baden. Laat nu de minnaars
maar op straat staan. Wij dompelen onze benen in het water
en spelen dan het bikkelspel, gezeten op de marmeren rand.

Ook zullen wij het balspel oefenen. Maar laat geen minnaars
binnentreden; want onze kapsels zijn te nat en onze boezems
hebben kippevel en onze vingertoppen rimpelen zich.

Overigens zou het hem berouwen, degeen die ons naakt zou
verrassen! Bilitis is geen Athenaia, maar zij toont zich
uitsluitend op haar zelfgekozen uren en zij weet al te vurige
ogen te kastijden.

Zangen van Bilitis, Pierre LOUŸs, vertaald door Ernst van Altena.

diva

En was nu bijna zonder stem in de zomernacht.
Zei hij: ruik je de liguster
zijn zware geuren openen de ogen van je hart.

dyn001_original_320_240_jpeg_20344_e46cee8140b04a64a7f1222d4b48bb14

Et in Arcadia ego.
Tabaimo uit Japan en ook nog in Venetië
De Toverfluit met de mooiste aria van de jongens
die een geliefde van zelfmoord weerhouden

(wees geduldig, lieve, enkele seconden stilte horen bij het beeld)

En Pierre Louÿs, ooit in Gent geboren, op de vlucht voor de Franse onlusten,
en daarna verkettert omdat hij over de liefde schreef
met zijn dubbele vrouwenziel, een ware man.

Ik weet het, het nachtelijk bad is zacht, de maan
weerspiegelt zich in jullie ogen, na het bikkelspel
en net nog voor de sterren wijken
en je elkander in de armen neemt
terwijl het eerste zonlicht de druppels droogt.

Zijn het tranen?
Want ook de jochies hebben een eiland
waarin zij de heer der vliegen dienen
bij gebrek aan leerschool voor het tedere.

dyn001_original_550_412_jpeg_20344_d11d81022e0e7d8802277d3b5a9b27cf

Zijn het tranen, mooie vrouw?

Wist Wolfgang
dat hij nog maar enkele maanden had te leven
toen hij deze onaardse muziek schreef?

We zullen genezen van dit “fun” de siecle,
maar wanneer?

Nog is de koningin van de nacht de helleveeg
zij gunt haar kinderen en geliefden nauwelijks adem.

De straten strekken zich opgelucht uit.
Achter de ramen liggen wij bewusteloos
of lopen wij overdag misschien slapend rond?


WHAT HAPPENED TO US? (2) DAN PERJOVSCHI

dyn002_original_500_327_jpeg_20344_dab4be9f54057ce811212e309787e407

Op mijn tocht gisteren vielen me vooral de graffiti op.
Vaak van een ontroerende schoonheid, maar altijd duidelijk, wild, een geurspoor gelijk.

Ik was hier.
In een andere beeldentaal maar net zo geformaliseerd als de klassieke beeldentaal.

Net toen het begon te regenen een een TGV het spookachtige Luikse station binnenreed, dacht ik aan venetië, de biennale en aan een merkwaardig man die in 1961 in Roemenië werd geboren en nu overal ter wereld tekeningen op museummuren of kunstplaatsen maakt.

Beter dan mijn verhaal kun je hem zelf in het MoMa (Museum of Modern Art NY) aan het werk zien door het filmpje aan te klikken.

diva

En vergeef me, lieve vriendin, maar ik hoopte van ganser harte dat Dan ons parlement even mocht komen vol tekenen want voor hem zou een land als het onze een dankbare bron van inspiratie zijn.

Jaja, er zijn tentoonstellingen in de wandelgangen van het Vlaamse parlement, maar ik noem het vaak ‘ingekapselde kunst’, ze mag zelfs in het koninklijk paleis binnen waar miljoenen keverlijkjes de zoldering laten schitteren.

Ik denk niet dat Dan een grote muur ter beschikking kreeg tenzij er een sponsornaam op mocht komen, of hij vooral de verliezers kon belachelijk maken, of de terugkeer van Verhofstadt (wij zeiden geen vaarwel!)
Want in hun overmoed zouden zij deze ‘kunst’ eerder als ‘rechts’ aanvaarden want iedereen begrijpt een grap, tot er eens iemand met iets meer herseninhoud langskomt en zichzelf herkent en wij deze Roemeen onmiddellijk via de blauwe broeders het land kunnen uitwijzen!

Kunst is wel degelijk politiek en daarom gevaarlijk voor machthebbers.
Dus roer U ten allen kante, broeders en zusters, de inspiratie zal elke dag rijkelijk voorhande zijn.

Maar morgen meer.
Veel genot bij het zien van zoveel spontaans moois, en dat nog wel op de muren van een museum!


REGEN IN DE OCHTEND ‘S AVONDS GEZIEN (1)

dyn009_original_350_526_jpeg_20344_97c3ea713f3a9899f885364d4d3dee8f

 

De nacht wijkt weg. Sterren verwijderen zich. De laatste
courtisanes zijn met hun minnaars naar hun huis gegaan. En ik
sta in de ochtendregen en schrijf hier deze verzen
in het zand.

Vol zijn de bladeren van schitterend water. Over de paden
stromen beekjes die de aarde en de dode bladeren met zich
voeren. En drup na druppel prikt de regen gaatjes in
mijn zang.

dyn009_original_500_425_jpeg_20344_4e3890cc7b09db7c53b8230ec3ffaeeb

Oh! Wat ben ik hier eenzaam en verdrietig! De allerjongsten
kijken niet naar mij; de alleroudsten zijn mij al vergeten.
’t Is goed. Zij en de kinderen van hun kinderen zullen wel
mijn verzen kennen.

Dat kunnen Glykera, Myrtale en Thais niet zeggen op de
dag dat hun nu mooie wangen ingevallen zijn. Degenen die
na mij zullen beminnen, zullen samen mijn strofen zingen.

Pierre Louÿs, Zangen van Bilitis, vertaald door Ernst van Altena


dyn009_original_576_432_jpeg_20344_ea6fff0dae13e5b6a5839f93cbf1ee25

Zeer geliefde vriendin,

Al een tijdje heb ik je niet meer geschreven maar mijn gedachten gingen vaak naar jou.

Er zijn gedachten die moeilijk taal verdragen.
Niet wegens hun schorre of te warme inhoud, maar eerder omdat ze kleine regendruppeltjes lijken waarin jij wel weet hoe de hele omgeving er zich in weerspiegelt. (ondersteboven volgens de optica)

Regendruppels uit de mooie verzen van Pierre Louÿs in de meesterlijke vertaling van Ernst van Altena, ons helaas al in 1999 ontvallen.

Reizend Via Brussel naar Luik en vandaar met een afgedankte stoptrein naar Maastricht kwam mij duidelijker dan ooit de machteloosheid van dit vreemde land voor ogen.

Van uit Brussel volgden we het spoor van de TGV maar in Luik is het futuristische station niet half voltooid zodat je zelfs naar de uurroosters op de schermen moet turen en je door het zonlicht uiteraard niets ziet.
Ook de andere borden werken niet en er zijn nauwelijks berichten via de installatie.

Op zondagen wordt de verbinding tussen Luik en Maastricht onderhouden door afgedankte luchthaventreintjes of door stellen die ik alleen nog in een ver treinverleden aantrof.

Net over de Nederlandse grens veranderde het landschap, de huizen, de mensen.
Alsof er een onzichtbare lijn was getrokken.

Toen ik weer thuis was en de winnaars en verliezers hoorde juichen en klagen, kwam het landschap tussen Luik en Maastricht me weer voor de ogen.

De kwetsbaarheid van de grote omgeving kun je niet met kreten en leuzen tegemoet komen.
Hier zijn denkers en doeners nodig die zich met werkateliers, kleine KMO’s, assemblagebedrijven en dergelijke moeten bezighouden om de as Verviers, Charleroi, Luik ander leven in te blazen.

dyn009_original_600_398_jpeg_20344_100d551c54e6d2b786217175eacb8f37

De malaise is zo groot dat bijna niemand er kan over spreken.
Het is ook niet alleen de schuld van sjoemelaars of eigen-zak-eerst, maar je kunt de loop van de geschiedenis en zijn relatie met het landschap niet dadelijk in reconversieplannen gieten.

Ontvolkte streken, rotsmassa’ s, moeilijk bebouwbare of te ontginnen gronden, ze kunnen toeristisch mooi ogen, maar voor jongeren ter plekke bieden ze weinig mogelijkheden.

En terug in Luik begon het te regenen.
De stad is mij lief omdat in augustus 1914 er een Duitse brankardier het leven van mijn grootvader redde door hem op de place Lambert uit de doden te selecteren wegens een beetje beweging rond zijn lippen.

Zijn tweede geboorteplaats.
Al was de gebaarde vrucht ver van het rozige van een baby verwijderd en ging hij zijn verdere leven door met gekromde handen, één oog en andere kwalen, veroorzaakt door het opblazen van een van de forten rond Luik.

Deernis.
Ik weet het, het is niet veel, maar wel een begin.
Dus heb ik maar op liefde gewed.
Zeker omdat ik vrees dat weldra de zangen van Bilitis en andere vrijzinnige teksten nog moeilijk zullen te vinden zijn als ik een zekere voorman van een Dietse vereniging hoor roepen: En die intellectuelen moeten nu voor EEUWIG en altijd maar eens beseffen dat Vlaanderen rechts heeft gestemd.

Ik kan niet veel beginnen met links of rechts, want daartussenin ligt het land tussen Luik en Maastricht en nog veel ander land daarvoor en daarachter.

En of ‘goed bestuur voor de mensen’ daar iets aan kan veranderen betwijfel ik.
Het ligt er al meer dan vijftig jaar, dan zijn 12,5 regeringen als je vier jaar als eenheid hanteert