TOSHIBA Exif JPEG

In de aanloop van de week is de zondagavond een soort verdronken einde van de feestdag.

Havdalah

Heel mooi vieren de Joden het als ze de sabbat uitgeleide doen en ze nog een extra sabbatziel bijhouden om zijn terugkomst alvast voor te bereiden.

Met die extra sabbatziel, de nesjamah jetherah, sta ik onder de blauwe boom van de Japanse kunstenares Seiko Tachibana, in Osaka in 1964 geboren en nu werkend in en rond San Francisco.

Ik zou de geurdoosjes willen opendoen en dan de tuinen van het voorbije ruiken, gesterkt door de nesjama jethera.

Of spelen met de woorden uit het ei, een huwelijksgift die ze daarna uitwerkte in verschillende versies.

dyn003_original_650_650_jpeg_20344_9a67c00a8b0d6c53220039a338981f0b

Neem maar een woord dat je aanstaat en plaatst het dan voorzichtig tussen ying en yang, of breng het in verband met andere woorden, of laat woorden in je opkomen, hoe dwaas ook, en associeer ze zodat nieuwe vondsten alvast een kleine troost voor de nieuwe week mogen zijn.

‘Hou een boek in je hand, en je bent een pelgrim aan de poorten van een nieuwe stad’, zegt een Hebreeuws spreekwoord.
Het hoeft niet dadelijk een heilig boek te zijn, maar neem een boek dat dichtbij is, en blader.

dyn003_original_630_480_jpeg_20344_e649cc0ba002546368abe8c271a383e8

Boeken en brieven in de wind, zoals de titel van het werk hierboven.

De wind als teken van ‘de geest’ (hij waait waar hij wil) als teken van het ‘ontspringen’, het mooie en kostbare associerende denken.

Mensen zijn bang als ze een sprongetje moeten wagen al zijn de veren onder hun voeten in staat tot ongekende hoogtes en vertes.

Ze worden onzeker.
Ze keren terug naar de vaderlandse grond die ze kennen, of denken te kennen.

Maar we zijn wel gemaakt om uit te breken, te mixen, verloren te leggen, te laten ontkiemen, zonder al te veel zekerheid over het resultaat, maar in het ei blijven zitten is dodelijk, daarom de wegwijzers.

dyn003_original_548_548_jpeg_20344_1f734577ca5bd2a67110becf446fe4f2

field of origin

Onder de blauwe boom
voelden wij de lichte regen
die als weemoed smaakte
toen we hem met onze kussen mengden.

Wat hemelhanden
tot wolken vervoerden
proefde ik op je lippen
-hier past het de ogen te sluiten-
zwarte bessen en amandelen
de nacht en het vergeten
nooit kan ik je nog verliezen.

Wat het hoofd verwijt, is slechts
de harde noot, en ’t kraken van ’t generfde hout
kan pijnlijk zijn, maar wie zo ver durft gaan
komt bij het weten van het hart
waaruit de blauwe boom
zich elk ogenblik vernieuwt
de fenix-boom; alleen wat sterft
mag leven schenken.

O, Eros, die uit het ei gekropen,
het licht schonk,
het scheidde van de donkerte
en zonder onderscheid
de goden en de gaten zichtbaar maakte.

Breng ons terug onder de blauwe boom.
En zegen ons
met malse regen uit uw hemellippen.

Driemaal amen zingen wij.