HET VREEMDE LAND TUSSEN VERLEDEN EN TOEKOMST WAARIN WIJ DENKEN TE LEVEN (9)

harpje

Het mag dus duidelijk zijn: proberen de werkelijkheid uit het verleden te vatten is een meerduidig, super gelaagd werk.
In het bas reliëf (bijvoorbeeld van het filmdoek) kun je grootse taferelen ontplooien en voor spektakel zorgen maar je zult je moeten wenden tot de bronnen waaruit de verschillende vertogen duidelijk worden, en meer nog: je zult je standpunt moeten verlaten, het standpunt van hier-en-nu, en dat is uiterst moeilijk, je zult je hoe dan ook moeten leren verplaatsen naar de omstandigheden waarin het perpectief waarin wij NU leven toen nog TOEKOMST heette.

Die spanning tussen het resultaat van het verleden waarin wij denken het juist oordeel te kunnen vormen en de onwetendheid over wat stond te gebeuren uit het verleden is een veld waarin de vertogen over de productie van de macht en de kennis steeds moeten terug gedraaid bekeken worden zodat valse perspectieven legio (kunnen) zijn.

Nu kunnen we lacherig doen over hun toekomstopvattingen (vaak vergeten we dat over x-jaar hetzelfde met de onze zal gebeuren) maar proberen we toch maar de nederigheid op te brengen om intenties van werkelijkheden te scheiden, om het gebeuren langs verschillende perspectieven te ondezoeken, en om niet beschaamd te zijn dat we vaak met meer vraagtekens dan antwoorden achterblijven.

Zo kunnen we ons moeilijk voorstellen dat al in de 19de eeuw er een idee was om een beeld in de stad op te richten waarop de symbolen van ‘haste’ ‘anxiety’ en ”agitation’ zouden worden afgebeeld.

De grote schrik was ‘falen’ (herkennen we dat?)In de boomende economie was bankroet gaan, je schulden niet kunnen betalen, een nachtmerrie.

Een mooi citaat:

‘So great was the physical and mental strain that many men, it was said, were forced “to break off” (or to break down) in mid-career, shattered, paralysed, reduced to premature inaction or senility.’

W.R. Greg “Life in high Pressure” Literary and Social Judgements (1864)

Wij dus op tijd in bed, en we hopen van u dat u de dag vertraagt om niet in dat premature of overrijpe terecht te komen.

Enjoy!


OP ZOEK NAAR DE WIL TOT WETEN (8)

bust

 

De drie vragen dus.

1. Is de onderdrukking van de seks historisch echt een uitgemaakte zaak?
Een strikt historische vraag.

2. Behoort de mechanica van de macht, en met name die welke in een maatschappij als de onze aan het werk is, in wezen wel tot het wezen van de onderdrukking?

Zijn het verbod, de censuur en de ontkenning wel de vormen waarin de macht in het algemeen in elke maatschappij en zeker in de onze, wordt uitgeoefend?
Een historisch-theoretische vraag.

3. Kruist het kritisch vertoog dat zich richt tot de onderdrukking het pad van een machtsmechanisme (om het vervolgens te versperren)?
Of maakt ht deel uit van hetzelfde historische raster dat het aan de kaak stelt? (en ongetwijfeld verkeerd voorstelt) door het ‘onderdrukking’ te noemen?
Een historisch-politieke vraag.

Het wordt duidelijk (hoop ik) dat Michel Foucault er niet op uit is om een tegen-vertoog te houden of op te bouwen.

‘Ik wil niet beweren dat de seksualiteit in plaats van onderdrukt te zijn in de kapitalistische en burgerlijke maatschappijen, veeleer de vruchten heeft geplukt van een regime van onwankelbare vrijheid.
Ook wil ik niet zeggen dat in maatschappijen als de onze de macht eerder tolerant dan wel repressief is, en dat de kritiek waaraan de onderdrukking wordt onderworpen toch nog een moment blijft van een veel ouder proces waarin ze zich zal voordoen in de verzachting van de verboden dan wel als een doortrapter en behoedzamer vorm van macht.’

Het gaat hem eerder om hetgene men van seks zegt.
Welke verbindingen bestonden er tussen de vertogen?
Wat voor soort wetten vormde zich hieruit?

We moeten het functioneren en de bestaansredenen definiëren van het regime van macht-weten-lust, dat bij ons aan de grondslag ligt aan het vertoog van de menselijke seksualiteit.

Of er nu ja of neen tegen seks wordt gezegd is niet in eerste aanleg zo belangrijk, ook niet of er verboden dan wel vrijheden worden afgekondigd, of haar betekenis onderstreept ofwel haar werkingen ontkend worden.

Van meer belang voor ons is dat er over gesproken wordt, de instituties die prikkelen om erover te spreken (of er over te zwijgen), de instituties die hetgene erover gezegd en geschreven wordt bijhouden en verspreiden, kortom het hele discursieve feit: HET TOT VERTOOG OMZETTEN van de seks.

hamilton_collection_romantic_victorian_keepsakes_with_box_P0000133528S0001T2

Het zal dus Foucaults bedoeling zijn om te onderzoeken langs welke kanalen en langs welke sluipwegen van het vertoog, de macht erin slaagt door te dringen tot zelfs de ielste en individueelste gedragingen, hoe ze het alledaagse genot binnendringt en daar toezicht op houdt – en dit alles met effecten als afwijzing, indamming of afkeuring, maar ook prikkeling, verheviging, kortom de ‘veelvormige machtstechnieken’.

We moeten dus niet in het vertoog achterhalen of we de waarheid omtrent seks kunnen achterhalen of leugens, als wel ‘DE WIL TOT WETEN’ bloot te leggen, die ze tegelijkertijd als steun en als middel ten dienste staat.

clipart-angel-angel-baby-angel-clipart-baby-angel-flying-victorian

‘Ik zeg niet dat het verbod van de seks bedriegelijke schijn is; maar wel dat het bedrog is dat verbod tot voornaamste bestanddeel te verheffen op grond waarvan men de geschiedenis zou kunnen schrijven van alles wat er sedert het begin vanhet moderne tijdperk over de seks is gezegd.

Al die negatieve elementen -afweer, afwijzing, censuur, ontkenning- die door de onderdrukkingshypothese worden gehergroepeerd tot één groot centraal mechanisme dat erop uit is neen te zeggen, zijn ongetwijfeld niet meer dan stukken die een lokale en tactische rol dienen te spelen in een proces van omvorming tot vertoog, in een machtstechniek en wil tot weten, die daartoe overigens in het geheel niet herleid kunnen worden.

Dus op zoek naar de instanties van de vertoogproductie (die uiteraard ook van de stiltes gebruik maken), van de machtsproduktie (die soms een verbodfunctie hebben) en van de kennisprodukties (die vaak vergissingen of systematische miskenningen in omloop brengen)

De wil tot weten, ik ken naast de stilte van de liefde geen andere uitdrukking die zo mooi is.

dyn005_original_300_412_jpeg_20344_dc64f5c7143781252d5405bb60ae57b5


WIJ VICTORIANEN: DE VISIE VAN MICHEL FOUCAULT

dyn002_original_257_365_jpeg_20344_4d9066ea1857cebf1c6dad6852e3778d

Je kent het verhaal.

‘Heel lang, ja tot op heden, zouden we een victoriaans regime te verduren hebben gehad.
Ingetogen, stilzwijgend en schijnheilig zou de gekroonde preutsheid op het blazoen van onze seksualiteit prijken.’

Michel Foucault, De wil tot weten, geschiedenis van de seksualiteit I, p9 Sun A’dam, 1984

Zo begint zijn magistrale werk, in Frankrijk verschenen in 1976, bij ons pas vertaald in 1984.

Omdat hij zijn eerste hoofdstuk onder de term ‘Wij Victorianen’ zette, dacht ik dat het interessant was op onze tocht door de 19de Victoriaanse eeuw even bij deze grote denker halt te houden omdat hij blijkbaar deze eeuw tot op de dag van toen (1976) doortrok.

Hij schildert ons het gekende cliché: seks verwerd tot voortplantingsdaad en alles wat daar niet mee te maken had, verdween naar de donkere hoeken of kwam bij de kliniek, prostitutie of de psychiater terecht.

Men zegt, stelt Foucault, dat seks onderdrukt zou zijn, een onderdrukking waarin macht, weten en seksualiteit met elkaar verbonden zijn.
Dageraad zou dus nog wel even kunnen uitblijven.

Het is een theorie, die moderne onderdrukking van seks, die het goed blijft doen, vervolgt hij.

‘Zonder twijfel omdat het niet moeilijk is. Er is een zwaarwegende historische en politieke waarborg die het ondersteunt; doordat men het tijdperk van de onderdrukkingen in de zeventiende eeuw laat beginnen na honderden jaren van openlijke omgang en vrijheid van spreken, laat men het in de tijd samenvallen met de ontwikkeling van het kapitalisme: het zou integraal deel uitmaken van de burgerlijke orde.’ (p11)

Victorian_DaybedSeks en tewerkstelling (haha, daar zit het dus!) zou je moeilijk kunnen verenigen tenzij om nieuwe werkkrachten te genereren, en zo kunnen we nog even verder gaan.

‘De seks en haar werkingen mogen dan misschien niet makkelijk te ontcijferen zijn, haar onderdrukking daarentegen valt in een dergelijke constructie moeiteloos te analyseren.’ (p12)

Want de zaak van de zgn. seksuele vrijheid is dan de toekomst en ziet zich zo in alle legitimiteit verbonden met een fatoenlijke politieke zaak.

Maar wellicht is er nog een andere reden die de relatie tussen seks en macht zo aantrekkelijk maakt (in termen van onderdrukking).

Hij noemt het ‘sprekerswinst’!
Want spreken over dit verboden gebied, over de onderdrukking van seks dus, zal dan meteen een overtreding zijn en loopt dus op de toekomstige vrijheid vooruit.

‘Vandaar dat er de dag van vandaag (1976!) met zo’n plechtige ernst over seks gesproken wordt’

Vroeger was het eerder een onbeduidend onderwerp, maar nu spreken we erover alsof we ons ervan bewust zijn de gevestigde orde uit te dagen, vol geestdrift dat we weldra in een nieuwe bevrijde tijd zullen gaan leven.

De profetie was zeker in 1976 niet ver weg.

dyn002_original_398_504_jpeg_20344_72c6ef9fb353b3b63dd395255fc832c8

En de combinatie ‘revolutie’ en ‘geluk’ vinden elkaar.

‘Het bestaan van een vertoog waarin de seks, de onthulling van de waarheid, de omverwerping van de universele wet, de aankondiging van een nieuwe dageraad en de belofte van een zekere gelukzaligheid met elkaar verbonden zijn.’ (p13)

Het zijn dus de oude westerse dromen waarin ‘lyrische geestdrift en godvruchtigheid die met het revolutionaire project gepaard gingen voor een groot deel zijn overgedragen op seks.’

Je zou het dus een steriele paradox kunnen noemen want we doen tekort aan een aantal historische analyses.

‘Het gaat erom het geval van een maatschappij te onderzoeken die zich al meer dan een eeuw luidruchtig kastijdt vanwege haar schijnheiligheid, breedsprakerig uitwijdt over haar eigen stilzwijgen, hardnekkig en angstvallig beschrijft wat ze niet zegt, de machten aan de kaak stelt die ze uitoefent, en belooft zich te bevrijden van de wetten waaraan zij haar functioneren te danken heeft.’ (p14)

Dit klinkt heel erg streng, en zeker had Foucault de ontwikkelingen van de jaren tachtig en negentig toen nog niet doorzien maar kwam hij met zijn bevindingen op het moment dat in Frankrijk nog altijd erg linkse denkers de 68-dagen wilden zien herleven.

Zijn vraag is dus niet ‘waarom worden we onderdrukt’, maar wel waarom beweren we zo harstochtelijk met zoveel wrok jegens ons naaste verleden dat we onderdrukt worden?

En bij die stelling plaats hij dan drie belangrijke vragen, maar die halen we morgen voor het zomerse daglicht.

dyn002_original_244_374_jpeg_20344_4060c218711950d406e26c63a9989b97