dyn002_original_257_365_jpeg_20344_4d9066ea1857cebf1c6dad6852e3778d

Je kent het verhaal.

‘Heel lang, ja tot op heden, zouden we een victoriaans regime te verduren hebben gehad.
Ingetogen, stilzwijgend en schijnheilig zou de gekroonde preutsheid op het blazoen van onze seksualiteit prijken.’

Michel Foucault, De wil tot weten, geschiedenis van de seksualiteit I, p9 Sun A’dam, 1984

Zo begint zijn magistrale werk, in Frankrijk verschenen in 1976, bij ons pas vertaald in 1984.

Omdat hij zijn eerste hoofdstuk onder de term ‘Wij Victorianen’ zette, dacht ik dat het interessant was op onze tocht door de 19de Victoriaanse eeuw even bij deze grote denker halt te houden omdat hij blijkbaar deze eeuw tot op de dag van toen (1976) doortrok.

Hij schildert ons het gekende cliché: seks verwerd tot voortplantingsdaad en alles wat daar niet mee te maken had, verdween naar de donkere hoeken of kwam bij de kliniek, prostitutie of de psychiater terecht.

Men zegt, stelt Foucault, dat seks onderdrukt zou zijn, een onderdrukking waarin macht, weten en seksualiteit met elkaar verbonden zijn.
Dageraad zou dus nog wel even kunnen uitblijven.

Het is een theorie, die moderne onderdrukking van seks, die het goed blijft doen, vervolgt hij.

‘Zonder twijfel omdat het niet moeilijk is. Er is een zwaarwegende historische en politieke waarborg die het ondersteunt; doordat men het tijdperk van de onderdrukkingen in de zeventiende eeuw laat beginnen na honderden jaren van openlijke omgang en vrijheid van spreken, laat men het in de tijd samenvallen met de ontwikkeling van het kapitalisme: het zou integraal deel uitmaken van de burgerlijke orde.’ (p11)

Victorian_DaybedSeks en tewerkstelling (haha, daar zit het dus!) zou je moeilijk kunnen verenigen tenzij om nieuwe werkkrachten te genereren, en zo kunnen we nog even verder gaan.

‘De seks en haar werkingen mogen dan misschien niet makkelijk te ontcijferen zijn, haar onderdrukking daarentegen valt in een dergelijke constructie moeiteloos te analyseren.’ (p12)

Want de zaak van de zgn. seksuele vrijheid is dan de toekomst en ziet zich zo in alle legitimiteit verbonden met een fatoenlijke politieke zaak.

Maar wellicht is er nog een andere reden die de relatie tussen seks en macht zo aantrekkelijk maakt (in termen van onderdrukking).

Hij noemt het ‘sprekerswinst’!
Want spreken over dit verboden gebied, over de onderdrukking van seks dus, zal dan meteen een overtreding zijn en loopt dus op de toekomstige vrijheid vooruit.

‘Vandaar dat er de dag van vandaag (1976!) met zo’n plechtige ernst over seks gesproken wordt’

Vroeger was het eerder een onbeduidend onderwerp, maar nu spreken we erover alsof we ons ervan bewust zijn de gevestigde orde uit te dagen, vol geestdrift dat we weldra in een nieuwe bevrijde tijd zullen gaan leven.

De profetie was zeker in 1976 niet ver weg.

dyn002_original_398_504_jpeg_20344_72c6ef9fb353b3b63dd395255fc832c8

En de combinatie ‘revolutie’ en ‘geluk’ vinden elkaar.

‘Het bestaan van een vertoog waarin de seks, de onthulling van de waarheid, de omverwerping van de universele wet, de aankondiging van een nieuwe dageraad en de belofte van een zekere gelukzaligheid met elkaar verbonden zijn.’ (p13)

Het zijn dus de oude westerse dromen waarin ‘lyrische geestdrift en godvruchtigheid die met het revolutionaire project gepaard gingen voor een groot deel zijn overgedragen op seks.’

Je zou het dus een steriele paradox kunnen noemen want we doen tekort aan een aantal historische analyses.

‘Het gaat erom het geval van een maatschappij te onderzoeken die zich al meer dan een eeuw luidruchtig kastijdt vanwege haar schijnheiligheid, breedsprakerig uitwijdt over haar eigen stilzwijgen, hardnekkig en angstvallig beschrijft wat ze niet zegt, de machten aan de kaak stelt die ze uitoefent, en belooft zich te bevrijden van de wetten waaraan zij haar functioneren te danken heeft.’ (p14)

Dit klinkt heel erg streng, en zeker had Foucault de ontwikkelingen van de jaren tachtig en negentig toen nog niet doorzien maar kwam hij met zijn bevindingen op het moment dat in Frankrijk nog altijd erg linkse denkers de 68-dagen wilden zien herleven.

Zijn vraag is dus niet ‘waarom worden we onderdrukt’, maar wel waarom beweren we zo harstochtelijk met zoveel wrok jegens ons naaste verleden dat we onderdrukt worden?

En bij die stelling plaats hij dan drie belangrijke vragen, maar die halen we morgen voor het zomerse daglicht.

dyn002_original_244_374_jpeg_20344_4060c218711950d406e26c63a9989b97