DE GEÏSOLEERDE PERSONAGES VAN GUO WEI

dyn006_original_540_600_jpeg_20344_5e060264972ee873fe9b863c0a11abb6

Hij was zes jaar oud toen Mao’s culturele revolutie uitbrak in 1966, een revolutie die het gemunt had op ‘het bourgois liberalisme’.
Als kind maakte hij de restericties mee, de zuiveringen, de afrekening met het verleden.
Alles moest weer onderwezen worden.

Zijn naam: GUO WEI.

Natuurlijk ervaren kinderen politieke conflicten en oorlogen op een andere manier als volwassenen.
Maar de teneur, het niet-mogen van alles, en het moeten van het andere alles, het bleef blijkbaar in zijn werk doorzinderen.

dyn006_original_350_280_jpeg_20344_04277bda8fd877e37ae98db118a14f33

Hij studeerde af aan de Sichuan akademie van Schone Kunsten in 1989, elf jaar nadat de academies heropenden.

‘By 1989, China was firmly in the grip of modernization. Although government intolerance toward social and artistic freedom was still great—as demonstrated by the events of June 4 in Tiananmen Square—significant changes in the general consciousness of the Chinese people were taking place as the country continued to open up to the world.

In terms of artistic thinking, a break had been made from Communist ideals that lauded the collective, and there was an increasing focus on individual expression. One can clearly see this conceptual shift in Wei’s works.
Rather than criticizing or commenting upon social situations directly like the “first generation” artists, Wei depicts highly individualized figures and demonstrates the impact that contemporary society has on them, exploring wider-reaching concerns in doing so.

Concepten hoeven dus niet dadelijk metaforen te zijn, maar kunnen als direkte denkoefeningen of vormspelletjes aanleiding geven tot het maken van mijn eerder geciteerde ‘bespiegelingen’.

Beweging dus: beweging van de onderwerpen, beweging van ideeën.

dyn006_original_540_600_jpeg_20344_15b7bce82308ceddcd8271b0cc197a53

Gewoonlijk zijn de hoofdrolspelers kinderen.
Ze verschijnen als paar of in kleine groepjes.
Ze hebben niets met elkaar te maken, er is geen interactie.

Ze hebben niets te maken met hun omgeving, daarom is er ook geen getekende achtergrond.

dyn006_original_350_391_jpeg_20344_4fdb3bff701ef805b54b69e81b662e8a

Ze bewegen hevig, absoluut onopgevoed zouden we zeggen, willen hun lichaam tonen, zich de kleren van het lijf rukken.

Er zit zowel zelfbeschouwing als innerlijke actie in het beeld, alsof je uit een onbenoembaar gevoel van onvrede regels wil overtreden.

De monochrome uitwerking (soms in twee steunkleuren) brengt een steriele sfeer binnen, in schril kontrast met de hevigheid van de kinderlijke bewegingen.

Is het wel een ‘kinderlijk’ spel dat ze uitvoeren?
Kinderen raken elkaar aan als ze spelen.
Hier raakt niemand de andere aan, maar hun emoties zijn overdreven hevig, de grens tussen pose en woede.

‘They are playing themselves, but also you, me, and others,” the artist says of his adoloscent subjects.

Inherent in the works of Wei are feelings of discontent and a general restlessness with life.
In his lifetime, Wei has witnessed China go through a myriad of changes, without a resulting personal satisfaction—only frustration and disappointment. As a result people have increasingly withdrawn from society, as they endeavour to adjust to the choices that are now available and to the new levels of expectation that accompany such dramatic social transformation.’

Naar ons beeld en gelijkenis, zo scheppen we hen, onze kinderen.