HET GETAL ALS INSPIRATIEBRON

dyn002_original_415_500_jpeg_20344_091cf24aaab22f57834d4661048b406f

Beste Psych,

Je mooie reportages over het beeld tussen 1840 en 1940 kan ik alleen maar beantwoorden met een andere vergeten schoonheid: de wiskunde, het getal.

dyn002_original_364_465_jpeg_20344_86779747c0f07c7bae9f2f97235065fa

Tussen ‘The Theorem of Pythagoras’ van Mel Bochner uit 1997 en de beroemde waterval van Escher (1961) zoek ik een weg waarin het nabije en de oneindigheid door kunstenaars van allerlei pluimage is gebruikt om tot onvermoede werkelijkheden te komen, al dan niet ironisch zoals uit het cartoon van Roz Chast hieronder nog zal blijken.

Het klinkt vreemd uit mijn mond want wiskunde was het dode broertje uit de gekende uitdrukking, maar dat kwam enerzijds door mijn beperkte abstraherende geest en de manier waarop de wiskunde in onze hoofden werd gegoten of getimmerd.

Daarbij komt dat hoe minder men van iets begrijpt, men des te meer versteld kan staan van de schoonheid ervan, een soort verklaring die op het al dan niet bestaande goddelijke ook van toepassing kan zijn.

Aanleiding was zeker ook het boek van Hans Magnus Enzensberger ‘De telduivel’ (een hoofdkussenboek voor iedereen die bang voor wiskunde is) verschenen in Nederlandse vertaling bij de Bezige Bij in 1998, en opgeduikeld bij de Slegte in Antwerpen, op zoek naar voorleesmateriaal.

Er zit een mooie bladwijzer in van ‘De Red Star Line’ aangeschaft nadat we in het scheepvaartmuseum de kleine maar erg mooie tentoonstelling over deze route naar Amerika bezochten, en dat is niet toevallig, want getallen doen je inderdaad inschepen om met eenvoudige bagage van getallen als 0 en 1 in erg vreemde en onverklaarbare streken uit te komen.

dyn002_original_380_384_jpeg_20344_797f0eda1a1123b53a956d191ce514dd

Het mooie gegeven dat je een oneven getal steeds met drie priemgetallen (groter dan vijf) kunt vormen, zoals je dat met even getal kunt doen (groter dan 2) en dan maar twee priemgetallen nodig hebt, … en niemand weet waarom.

48= 17 + 31
55= 5 + 19 + 31

Je neemt een willekeurig getal, groter dan 1 en dan verdubbel je dat.
-222 wordt 444
Tussen elk van die getallen en het dubbele ervan is er altijd, maar dan ook altijd één priem getal te vinden. (307!)

dyn002_original_336_504_jpeg_20344_fc2245cb28f7c21fd017f494f2a31eb3

Die speelse kant in de wiskunde zal de meesten vreemd zijn, maar hij is de aanleiding om je eigen denken over de voorgeschreven regels en wetten toch even in vraag te stellen.

Zelfs als iets niet is wat het schijnt te zijn (Escher) is het er toch, ja…maar als wat?

Wel meneer, als kunst bijvoorbeeld.
Want al kun je met getallen ook in de kabala afdalen, ze geven je de mogelijkheid om voortdurend de wereld op zijn kop te zetten, en als je denkt dat zoiets hoofdzakelijk gebeurt omdat we gebruik maken van 1 en 0 (al blijft die nul een verdacht getal, want je kunt er niets door delen), dan weet je dat in de eenvoud de grote wonderen zijn verborgen.

Sommigen verwarren eenvoud met simplisme, maar ik bedoel wel de 1-voud, en dat heeft iets met 1-zaam te maken en helaas ook met 1-zijdig.