dyn007_original_450_311_jpeg_20344_c8b3326f3383ca796752e452bf6d2cab

Een week voor Kerst veranderde mijn vader in een grottenbouwer.

Het gladgestreken bruine inpakpapier van vorig jaar, met zwarte en zilveren strepen ecoline, chinese inkt en waterverf naar hartelust beklad, werd weer ‘gefrommeld’, en daar waar de grotwand van het vele frommelen gaten en scheuren vertoonde, werd hij aangevuld met nieuw te frommelen en te bekladden inpakpapier.
Daarbij had hij een constructie ontworpen van twee staken op voet door een draadwerk met elkaar verbonden, die als ruggegraat van de kerstgrot dienden en wiens aanwezigheid handig werd weg gefrommeld.

dyn007_original_450_442_jpeg_20344_a614d34fc849df456cab015b4dd04bb3

Boven in de papieren grot was er plaats voor een rood geschilderde gloeilamp die deskundig ver genoeg van het inpakpapier (“bruin papier” in de volksmond) werd gehouden zodat de net aangegroeide heilige familie met aanhang niet in vlammen zou opgaan.

De grote plaasteren beelden, een familie-erfenis, fondantkleurig geschilderd vroegen de nodige ruimte.
De lange rechtstaande herder met schaap in de nek ging vlot over de dertig centimeter zodat de grot een ruim bemeten plaats innam en mijn vader er met zijn grote krullenkop in kon verdwijnen als hij het rode licht controleerde of de steunen camoufleerde.

dyn008_original_336_448_jpeg__54d3c673964c63f5ab3260d595c9eab3

Naast de kerststal kwam op dezelfde tafel de kerstboom.
Beter: …werd de kerstboom geduld, want hij was hoe dan ook ‘heidens’ in de ogen van mijn vrome moeder.
Helemaal heidens was ‘de kerstman’, dus kwam het Kindje Jezus ons nog enkele versnaperingen brengen als uitloper van Sinterklaas die enkele weken vroeger de korven vol had achtergelaten.

De beelden van de net zo heilige driekoningen met kamelen moesten wachten tot 6 januari eer ze de heilige familie en herders gezelschap mochten houden.
Die regel echter werd door de meisjes, tien jaar jonger dan wij, met de voeten getreden als ze op een stoel voor de kerststal gezeten, lange taferelen opvoerden waarin duidelijk koninklijk gezelschap nodig was.

dyn008_original_451_319_jpeg__d82c0d9b5295b991791dedf70ec8dc57

Mijn moeder droeg haar lange gedicht ‘viaticum’ voor, mijn vader zong ‘ Hoor ik het vloeiend fluitgeschal, over berg en over dal’ (een soort kerstwals waarvan ik graag de woorden zou terugvinden) en op de zwart-wit-televisie werd de Notenkraker opgevoerd.

Een sprookjestijd, hoe dan ook.

dyn004_original_321_404_jpeg__938f87c95d4fc906994441c2b0f0781a

Als ik mijn moeder begon vragen te stellen over de heilige Jozef antwoordde ze dat zoiets een mysterie was, ‘werk van de Heilige Geest’, en op de vraag of ikzelf dan uit ‘een bevlekte ontvangenis’ was ontstaan, en of ik daarom zo’n ovale moedervlek boven mijn navel had, kwam geen antwoord.

Ik zag wel meer producten van ‘bevlekte ontvangenissen’ want mijn moeder was ijveraarster van het werk der wiegevlaggetjes, en moest uit hoofde van die functie de nieuw geborenen aan Maria toewijden.

dyn002_original_422_365_jpeg__60a6705bdc1947e9142dee790c75f6eb

Niet alleen kon je daardoor moeilijk met haar gaan winkelen want om de haverklap werd ze door al die jonge en intussen oudere moeders en omgeving tegengehouden en werd de evolutie van boreling en gezin uitvoerig besproken, maar tevens bleek de voornaamste betrachting van de menselijke soort een actieve voortplanting te zijn en werd de figuur van Maria er des te raadselachtiger door want zij had de Heilige Geest als helper, en in mijn ogen was dat een mister Proper avant la lettre die ervoor zorgde dat Jezus een proper manneke was, want in geen enkele kerststal zag je luiers of producten die daarin werden opgevangen.

De verhalen van de wondere kerstnacht waren voedsel voor mijn heidens kinderhart.
Dieren die konden spreken of met hun hoofd naar het oosten gingen staan, een grote ster boven de grot, koningen die de ster achterna reisden, het meisje met de zwavelstokjes, de wreedheid van Herodes, de herders die bang wegliepen tot de engel zegde dat ze geen schrik moesten hebben, en al de volksverhalen daarrond van mensen die weer konden zien, lammen die weer liepen, en speelgoed dat levend werd, het was inderdaad een tijd van wonderen.

En het idee dat ik ondanks de moedervlek boven mijn navel toch ook nog een gelukkig kind was, drong met de lichtjes en de kaarsen tot diep in mijn jongensziel.